De Volkskrant, 11-05-2010, door Arjan Peters 12 apr.2008

Analyse | Libris literatuurprijs

Jury: durf is ook een kwaliteit

Kleine dagen van Bernard Dewulf is een fraai staaltje van kneuterig binnenhuiskamerproza. Literatuur verdient een jury die zijn nek uitsteekt.

Amsterdam De laatste jaren heeft de jury van de Libris Literatuur Prijs er een handje van, wanneer het er op aan komt grote favorieten niet te bekronen. Zo grepen in de laatste vijf jaar Tommy Wieringa, Charlotte Mutsaers en Marjolijn Februari naast de hoofdprijs van 50 duizend euro die hen toekwam.

Dat is het goed recht van een jury, zij het dat haar begrijpelijke gedachtegang – wij gaan niet doen wat iedereen verwacht, want wij zijn onafhankelijk – bijna altijd ten koste gaat van boeken waarin inhoudelijk of stilistisch extremen worden opgezocht.

De grilligheid legt het af, de pieken kunnen het vergeten, men zoekt een aardig gemiddelde op – dat dan bij de bekroning een verrassing blijkt te zijn: de minieme observaties van K. Schippers (in 2006), de voorspelbare onaangepastheid van D. Hooijer (in 2008), een monotone litanie van Dimitri Verhulst (in 2009) die geen mens pijn doet.

Op die manier dreigt de jury van de Libris Prijs, hoewel elk jaar anders van samenstelling, het beeld te bevestigen van de Nederlandse literatuur als braaf, in zichzelf gekeerd, en speels op het onbeduidende af. Die kant bestaat onmiskenbaar, maar vooral dat laten zien is onrechtrechtvaardig tegenover bovengenoemde gepasseerden, die in hun werk tenminste iets dúrven. Ook dat gebeurt gelukkig, in onze literatuur.

De huidige jury van de Libris Prijs blies in haar nominatierapport nog hoog van de toren over de huidige literaire thema’s; het was al ‘rusteloosheid’, ‘ontheemding’ en ‘vervreemding’ wat de klok sloeg. Onder de boeken die in 2009 verschenen, zijn vele titels die daaraan beantwoorden, en die derhalve een kans leken te maken. Maar Wieringa, Rosenboom, Lanoye, Terrin en Kessels kwamen er niet aan te pas. In plaats daarvan ging de Libris Prijs gisteravond naar Kleine dagen van Bernard Dewulf (1960), een boekje met vignetjes waarin een vader zijn twee kleine kinderen observeert.

Het is vertederend. Het is precies genoteerd. Het is bovenal op den duur van een onverdraaglijke truttigheid en ijdelheid. Dochter wil een ijsje, met de smaken chocola en aardbei. Dat mag niet, van vader, want die vindt die combinatie wansmakelijk. Dan neemt ze vanille en aardbei. Dat mag van hem, want die kleuren zijn mooier bij elkaar. ‘Ze kijkt als een vraagteken. Dat is ook belangrijk, zeg ik. Esthetiek, zeg ik. Ze haalt haar schouders op.’

Een zoon heeft Dewulf ook. Die wil met hem een knikkerbaan bouwen. Ik moet boven werken, zegt vader. Maar even later komt hij beneden toch helpen. De jongen gaat op in het spel. Dan gaat vader weer boven werken, en schrijft zijn eerste zin: ‘Ik ben beneden.’

De Libris Prijs is bedoeld voor fictie, zeggen de reglementen, en dus niet voor non-fictie. Op de eerste plaats had het boekje van Dewulf daarom niet mogen meedingen. Maar op de tweede plaats kan niemand, ook geen enkel Libris-jurylid, deze collectie van binnenhuiskamerprozaminiaturen met een zoetigheidsgraad die het glazuur van je gebit doet springen, het beste boek van 2009 noemen.

Alles wijst erop dat de jury er in de finale vergadering niet uitkwam: de brede en ongegeneerde rouw van Tom Lanoye over zijn moeder die door afasie werd getroffen; of de fijnzinnige en onsentimentele verkenning van het blindenleven volgens Marie Kessels; of de vervreemdende wereld van Peter Terrin met die bewakers in een desolaat tijdperk?

Dat zijn boeken waarin iets ongewoons gebeurt, waarin de lezer niet wordt gekieteld maar uitgedaagd. Eén van die drie als winnaar had de flater kunnen goedmaken dat deze jury de grote romans van Wieringa (Caesarion) en Rosenboom (Zoete mond) niet op waarde heeft geschat.

Het kan moeilijk anders of de stemmen staakten, waarna juryvoorzitter Wijers de vertederende vaderverhaaltjes van Dewulf naar voren heeft geschoven.

Toch is literatuur, als alle kunst, niet gebaat bij democratie. Kunst die uitstekend is, durft de nek uit te steken. De keuze van gisteren voor kneuterigheid, al dan niet om de lieve vrede te bewaren, is geen bekroning van verbeeldingskracht. Alle Nederlandstalige fictie uit 2009 is gepasseerd. Het is nu aan de AKO-jury van voorzitter Femke Halsema om na de zomer te bewijzen dat het anders kan.


Naar Alfa-denken, eigenheid Alfa-denken , Politiek lijst , Politiek & Media overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]