De Volkskrant, 28-10-2013, door Gijsbert Kramer 2010

Lou Reed (1942-2013)

Nooit voorspelbaar

Soms werden zijn composities hits, soms als onbeluisterbaar terzijde geschoven. Lou Reed deed de popgeschiedenis diverse malen kantelen met verbijsterende vernieuwende muziek.


Hoewel Lou Reed naast Bob Dylan, Chuck Berry, The Beatles en de Rolling Stones tot de allergrootsten kan worden gerekend, heeft het hem altijd gestoken dat zijn werk pas in een later stadium door critici en consumenten op waarde is geschat. Die al dan niet vermeende miskenning heeft tot zijn dood zijn, zacht gezegd, moeizame verhouding met de pers bepaald. Toen de erkenning er wel was en albums van de Velvet Underground (de 'banaan-lp' uit 1967, geproduceerd door Andy Warhol en zijn eigen album Berlin uit 1973) steeds vaker werden genoemd als cruciaal voor het verdere verloop van de pophistorie, was zijn reactie: 'Waarom ben ik dan niet schatrijk?'

Reed, een van de invloedrijkste gitaristen, componisten en zangers uit de popgeschiedenis, is zondag overleden. De doodsoorzaak was gisteravond nog niet naar buiten gebracht, maar de New Yorkse rocklegende verbleef de laatste maanden regelmatig in het ziekenhuis, waar hij in mei van dit jaar nog een levertransplantatie had ondergaan.

Een grote hit had Lou Reed met Walk On The Wild Side (1972) van de mede door David Bowie geproduceerde plaat Transformer. Behalve dit nummer met het onvergetelijke bas-loopje van Herbie Flowers, stond ook Perfect Day op dat album, dat later zou uitgroeien tot misschien wel zijn beroemdste liedje.

Maar het belang van Reeds werk is niet af te meten aan radio-airplay, hitgevoeligheid en verkoopcijfers. Diverse malen heeft hij de popgeschiedenis doen kantelen met even verbijsterende als vernieuwende muziek en ook teksten. Hij begon als componist voor het Pickwick Label. Het was de ontmoeting met John Cale midden jaren zestig die bepalend zou zijn voor Reeds loopbaan. Met Cale, een klassiek geschoold violist, deelde hij de liefde voor avant-garde en experiment.

Op de universiteit van Syracuse was Reed verslingerd geraakt aan het werk van de dichter Delmore Schwartz en had hij zelf steeds meer aardigheid gekregen in het schrijven van poëzie. Cale en Reed vormden eerst de Primitives, toen de Warlocks en nadat ze gitarist Sterling Morrison en drumster Maureen Tucker hadden ontmoet, ontstond de Velvet Underground .

Hun zwartlederen outfit en compromisloze muziek stond kunstenaar Andy Warhol wel aan. Hij wilde ook weleens in de popmuziek en zocht contact. Zijn bijdragen aan het album The Velvet Underground & Nico bleven beperkt tot het in contact brengen van de band met zangeres Nico (met wie Reed en Cale een verhouding kregen) en het ontwerpen van de inmiddels iconische bananen-hoes. Maar de in 1967 uitgebrachte plaat was aan de straatstenen niet kwijt te raken. De striemende gitaarnoise en de harde teksten die sadomasochisme (Venus In Furs) en het gebruik van harddrugs (Heroin) propageerden, hielden het publiek op grote afstand.

Zonder Nico en later ook zonder John Cale bracht de Velvet Underground nog drie albums uit, waaronder het nog compromislozere tweede album White Light/White Heat (1968) en Loaded (1970). Reed was al bezig de band te verlaten, maar leverde nog wel twee liedjes die altijd tot zijn standaardrepertoire bleven horen, Rock 'n Roll en Sweet Jane. Dit laatste nummer, met een magistraal intro van gitarist Steve Hunter, staat aan het begin van een van de beste live-albums uit de jaren zeventig, Rock And Roll Animal. Deze plaat verscheen in 1974 nadat Reed met het hitgevoelige glamrock-achtige Transformer en het hartverscheurende en zwaarmoedige Berlin definitief naam had gemaakt als solo-artiest.

Het zou lang duren voordat hij dit niveau weer zou halen. Daarvoor werkte zijn drank- en drugsgebruik te slopend. Toch hadden al zijn platen de rest van dat decennium wel iets bijzonders, ook al werden ze aanvankelijk genegeerd. Het als onbeluisterbaar beschouwde Metal Machine Music (1975) bijvoorbeeld, werd destijds door de platenmaatschappij uit de handel genomen. Vier plaatkanten gitaarfeedback, dat ging iedereen te ver. Inmiddels geldt het als een cult-klassiekers en heeft Reed zelfs zijn medewerking verleend aan de bewerking en uitvoering ervan.

In de jaren tachtig kwam Reed zijn verslavingen te boven en trouwde hij met Sylvia Morales, die zijn wispelturigheid wist in te tomen. The Blue Mask, uit 1982 verhaalt over zijn nieuwe relatie. Het is een hoogtepunt in zijn werk van dat decennium, slechts overklast door wat een van zijn allerbeste platen is: New York, uit 1989. De poëtische zeggingskracht van de eerste regels zoog je meteen zijn New York in: Caught between the twisted stars/The plotted lines/The faulty map/That brought Columbus to New York.

Lou Reed was ineens weer cool, voor een nieuwe generatie rockliefhebbers, zoals hij in de jaren zeventig ook al werd omarmd door de punkgeneratie. Zijn concerten werden weer de moeite waard en zijn platen waren even iets om naar uit te kijken, ook al behaalde hij zelden het niveau van New York. Zijn huwelijk met Morales liep begin jaren negentig stuk, maar Reed vond in kunstenares/muzikante Laurie Anderson een nieuwe liefde.

Hoewel zijn werk niet altijd even goed beklijfde en nogal eens bezweek onder artistieke hoogmoed (de dubbel-cd The Raven uit 2005 gebaseerd op het werk van Edgar Allen Poe), bleek hij wel oren te hebben voor talent van anderen. Zo was hij de eerste die de fabelachtige zang van Antony op waarde schatte en hem een belangrijke rol gaf als gastvocalist tijdens concerten.

En hoe lachwekkend zijn laatste grote bijdrage aan de popgeschiedenis, de met Metallica gemaakte dubbel-cd Lulu, ook gevonden werd, niet uit te sluiten valt dat we over een paar jaar ineens horen wat ons nu ontging. Het oeuvre van Lou Reed is wisselvallig, maar in elk geval geen moment voorspelbaar of saai. Dat hij ons op zondagmorgen is ontvallen, heeft ook wel iets moois. Het immer fraaie liedje Sunday Morning, waarmee het album The Velvet Underground & Nico opent, zal vanaf nu een extra betekenis krijgen.


Tussenstuk:
Een asshole met een zachte kant

Maarten Corbijn, fotograaf'

Hij was mijn grote jeugdidool. Op mijn 14de hield ik een spreekbeurt over de betekenis van zijn teksten. Ik vond het dan ook meer dan geweldig dat ik hem veel later mocht fotograferen. Dat werd een drama. Ik kwam zijn kamer in het Amstelhotel binnen en daar zat hij, achter die donkergroene brillenglazen van hem. Hij keek alle kanten uit, behalve in mijn richting. Ik maakte toen een heel freudiaanse verspreking. Ik wilde vragen of hij een beetje in mijn richting kon kijken, maar ik zei per ongeluk: 'Could you please look a bit more angry'. Hij antwoordde: 'Son, you want your picture? There is the door!' Ik kon nog één keer knippen. Ik heb me toen voorgenomen nooit meer popartiesten op hun hotelkamers te fotograferen. Dat heb ik tien jaar volgehouden. Ik draai z'n muziek niet dagelijks meer, maar het heeft een onvoorstelbaar blijvende waarde. Een catalogus heb ik C'est a light of love genoemd. Zo verstond ik toen ik jong was het nummer Satellite of love.'

Jan Donkers, popjournalist/schrijver
'Ik ben een groot fan van Lou Reed, al behoor ik niet tot de types die meteen heel erg gecharmeerd waren van zijn muziek. Maar hij was een gigant, zowel op gitaar als wat betreft het vertellen van grotestadsverhalen. Met name met de Velvet Underground gaf hij een heel mooi beeld van New York en de duistere kanten van Manhattan met drugs en dealers. Iedereen heeft het over het album Berlin, maar dat vind ik eigenlijk nogal aanstellerig. Wat veel mensen niet van hem weten, is dat hij ook een zachte kant had. Hij heeft bijvoorbeeld een nummer gemaakt over zijn herinneringen aan de moord op Kennedy, The Day John Kennedy died. Hij stond erom bekend een asshole te zijn, maar dat was een heel gevoelig nummer.'

Peter van Bruggen, popjournalist
'Ik ben eens een week met hem opgetrokken in het Duitse plaatsje Wilters waar hij bezig was met het mixen van het album Take no Prisoners, eind jaren zeventig. Daar heb ik een idee gekregen van hoe hij eigenlijk in elkaar zat. Als een soort Romeinse keizer. Hij zei tegen de technicus over mij: 'He's an asshole, but an okay asshole.' Ik zei daarop over Reed tegen de technicus: 'He's an okay asshole too.' Reed riep me bij zich: 'Luister eens, in het Lou Reed-handboek staat dat nooit iemand mij een asshole mag noemen. Wil je dat nooit meer doen? Anders moet ik je richting Nederlandse grens sturen en dat zou ik jammer vinden.' Het was niet gespeeld. Hij vroeg het, bijna smekend. Hij zag zichzelf als een alleenheerser. In die zin was hij het slachtoffer van zichzelf. Een ontzettend moeilijk mens. Hij speelde met andere mensen. In die tijd zat hij erg onder de peppillen en de speed en kon dan drie dagen en nachten doorgaan. Tegen een technicus zei hij: geef band 68 eens aan. Zo'n man was dan ook drie etmalen in de weer, maar dan zonder speed. Die kon bijna niet meer lopen. Lou Reed zag hem dan aankomen met band 68 en zei ten slotte: oh nee, doe toch maar band 69.' Daarnaast was hij ook razend intelligent en goed van de tongriem gesneden. In een Duitse bar zei hij eens: 'One Irish coffee with two shots of whiskey, but don't miss the glass because I don't want to lick it of the bar.' Dat is bijna poëzie.'



Naar Alfa-denken, eigenheid Alfa-denken , Politiek lijst , Politiek & Media overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]