De Volkskrant, 27-01-2009, door Ianthe Sahadat en Frederieke van Velzen 28 jan.2009

Schrijven is verleiden

‘Lightfilosoof’ Alain de Botton heeft een nieuw boek. In Ode aan de Arbeid verdiept hij zich in de werkende mens. ‘Ik benijd het vermogen van mensen gelukkig in hun werk te zijn.’

Tussentitel: 'Een stuk moet gekruid zijn geschreven'

‘Wat doe jij?’, is vaak het eerste dat mensen elkaar vragen. Alsof je baan je identiteit bepaalt. Alain de Botton vindt het opmerkelijk. En waarom willen mensen toch zo graag gelukkig zijn in hun werk? Terwijl een tevreden werker al net zo’n ongewoon verschijnsel is als een groot schrijver.
    Vragen over werk, liefde, status en geluk. Daar heeft historicus De Botton zich in bekwaamd sinds hij als 23-jarige schrijver debuteerde met Proeven van liefde. Hij bedient zich al vijftien jaar van een succesformule: op speels essayistische wijze verkent hij alledaagse dilemma’s en menselijke zorgen aan de hand van filosofische inzichten. Hij schrijft elegant, observeert scherp en heeft een schijnbaar onbegrensd vermogen tot verwondering.
    Zijn boeken leverden de Brit van Zwitserse komaf bij critici het label light-filosoof of zelfhulpintellectueel op. Botton, die ter promotie van zijn nieuwste boek Ode aan de arbeid in Nederland is, zegt niet wakker te liggen van deze typeringen. Want waarom zou iemand die goed wil leven niet bij filosofen te rade mogen gaan? Dus adviseert hij in zijn boek De troost van de filosofie: Socrates, in te nemen bij impopulariteit. Epicurus bij al uw geldzorgen en een pilletje Schopenhauer tegen liefdesverdriet.
   Al is Ode aan de arbeid veel minder dan voorgaande uitgaven een citatencircus van oude wijsgeren, ook in zijn jongste boek wandelt De Botton als een kind met grote verbaasde ogen – Kuifje in werkland – door de wereld van de werkende mens.
    Zijn boek begint hij deze keer in een reusachtig pakhuis in het logistieke hart van de Londense haven. Van daaruit analyseert hij, stelt hij vragen. ‘Ik wilde de sfeer van die ondoorgrondelijke bedrijvigheid vangen. Zo’n plek is de wereldeconomie in een notendop.’
    Per hoofdstuk bespreekt hij een andere beroepsgroep. Maldivische vissers, medewerkers in een koekjesfabriek of raketingenieurs. ‘Hoe kan een baan betekenisvol zijn? Voor mij is dit het grootste dilemma van de moderniteit.’
   De schrijver neemt een kijkje in een Belgische koekjesfabriek, waar vijfduizend mensen massaproducten voor de Britse markt fabriceren. Het werk levert geld op: Britten eten jaarlijks voor 1,8 miljard aan koekjes. De Botton neemt het even geschokt als gefascineerd in zich op. ‘Er werken mensen in een koekjesfabriek die nooit iets eetbaars aanraken. En toch zetten zij zich met hart en ziel in voor een gezamenlijk eindproduct, door soms volkomen onbeduidende taken met totale vastberadenheid op zich te nemen.’

Wie van de mensen die u volgde, benijdde u het meest?
‘Ik benijd niet zozeer iemands beroep, maar meer het vermogen van mensen gelukkig en tevreden in hun werk te zijn. Ik zou dolgraag een gelukkige accountant willen zijn.’

Zou u niet liever een gelukkige schrijver zijn?
‘Gelukkige schrijvers bestaan niet. Kijk, als je hard studeert, kun je een goede tandarts worden. Maar een goede schrijver... Miljoenen mensen willen een boek schrijven, maar slechts een fractie zal ooit een goed boek schrijven, laat staan verkopen. Bij schrijven zijn ambitie en realiteit onevenredig. Dat levert een hoop zielepijn op.’

Geldt dat ook voor u?
‘Nou, het blijft altijd een kleine lijdensweg.’

U heeft tweeënhalf jaar aan dit boek gewerkt. Hoe zou u die jaren samenvatten?
‘Vol van verlegenheid. Ik heb veel research gedaan als een journalist op reportage, dat ben ik niet gewend. Normaal zit ik in de bibliotheek. Boeken zijn niet eng, maar van mensen word ik soms verlegen.’

Beschrijft u eens een gemiddelde werkdag.
‘Dat is precies de vraag die ik ook aan iedereen stelde.
   ‘Ik ga naar mijn kantoor aan de overkant van de straat. Ik lees wat mails en dan begin ik. Normaal gesproken heb ik twee goede schrijfsessies per dag. Van 10 tot 1 en van 5 tot 7 uur. Dan stop ik. De avond en de nacht gebruik ik om te herstellen.’

Bent u gedisciplineerd?
‘Ik probeer het te zijn. Schrijven is geen baan waarbij je jezelf aan je bureau vastketent en vervolgens goed werk aflevert. Het draait meer om mentale discipline. Ben je kritisch, zeg je tegen jezelf dat een slechte zin herschreven moet worden? Ik ben daar redelijk goed in, denk ik. Maar toch, ik ben nooit optimaal tevreden.’

Waarin verschilt u van de gelukkige boekhouder, die u eerder zei te benijden?
‘Ik ben jaloers op de structuur die accountants in hun baan vinden. De omschakeling ’s ochtends kan heel fijn zijn. Je verlaat het huis, je komt het kantoor binnen, ruikt de geur van verse koffie... Als schrijver kun je je eigen tijd indelen, maar je bent ook geïsoleerd, alleen.’

Hoe beleeft u het alleen-zijn?
‘Soms verafschuw ik het. Het is geen eenzaamheid in de zin dat je niemand ziet of spreekt. Maar meer dat alles op jou neerkomt. Ik bespreek met anderen wat ik doe, maar zij zijn niet eindverantwoordelijk. Anderen geven er niet echt om. Zelfs mijn uitgever kan het uiteindelijk weinig schelen. Er zijn zoveel schrijvers.’

Waarom hanteert u in uw boeken zo’n sterk persoonlijke stijl?
‘Een stuk moet gekruid zijn geschreven. Ik houd van subjectieve verslaggeving, dat heb ik liever dan schijnobjectiviteit. Bij een goed essay voel je de persoonlijkheid. Ik zie het als verleiden. Als schrijver ben je een soort gastheer. De lezer komt in jouw huis, jij moet het hem comfortabel maken.’

U schrijft over de wens om betekenisvol te zijn. Wat is uw betekenis als schrijver?
‘Dat is een grote vraag, die ik mezelf continu stel. Ik vind het belangrijk dat mijn boek een verschil maakt. Op een bescheiden manier hoop ik de ogen van mijn lezers te openen. Door over mijn eigen gevoel te schrijven, vindt hun gevoel misschien een echo. Zo ontstaat een abstracte vorm van vriendschap, of op z’n minst erkenning. Lezers vertellen me dat ook. Dat is belangrijk voor me. Een boek is pas af als het gelezen is.’

Wat is uw motief om te schrijven?
‘Ik wil mijn eigen gevoelens begrijpen. Mijn eerste boek, over liefde, schreef ik in een tijd dat ik nogal in verwarring verkeerde over de liefde. Eigenlijk heb ik die twijfel gewoon uitgeschreven en uitgedacht. Schrijven is voor mij heel nauw verbonden met mijn wens orde te scheppen in de chaos.’

Publieke therapie?
‘Absoluut. Het begon als tiener met een dagboek, ik had het verlangen alles te analyseren en te ordenen.’

Heeft u uw eigen vragen beantwoord, over de liefde bijvoorbeeld?
‘Het is niet zo dat ik helemaal geen romantische vragen meer heb, maar ik heb wel het gevoel dat ik het onderwerp meer beheers.’

De Botton is getrouwd, met Charlotte. Ze hebben twee zonen, Samuel en Saul van 4 en 2. Zijn vrouw is overdag bij de kinderen. In de avonduren runt ze het bedrijf dat de documentaires van De Botton over zijn boeken produceert.

Is ze ook betrokken bij de totstandkoming van uw boeken?
‘Nee, zij heeft het te druk met de kinderen. En anders zou ze er ook niet echt in geïnteresseerd zijn. Ik moet er ook niet aan denken dat we met z’n tweeën de hele dag over de zin van het leven zouden praten. Mijn vrouw is praktisch en nuchter, is goed in zakendoen en vindt cijfers nog leuk ook. Ik niet. Zij leest weer zelden een boek. Ze stelt zich loyaal naar me op, maar het is niet de schrijver Alain de Botton op wie ze verliefd werd.’

Je hebt het boek aan je oudste zoon opgedragen. Wil je je kinderen op een speciale manier naar de wereld laten kijken?
‘Nee, maar ik vind wel dat je als vader de verantwoordelijkheid hebt om je zoon te leren wat werk inhoudt. Toen ik dit boek aan het schrijven was, was mijn werktitel Wat doen mensen de hele dag, naar een beroemd kinderboek. Ik zie mijn boek als een volwassen versie van dat kinderboek.’

U leest uw kinderen geen Nietzsche voor?
‘Nooit. Ik hoop juist dat ze niet intellectueel zullen worden, want dat associeer ik met neuroses. Ikzelf ben een angstig mens. Laat ik het zo zeggen, ik ga er niet vanzelfsprekend vanuit dat iets goed komt. Onze voordeur was laatst kapot. Dan denk ik meteen: hoe wordt die deur in vredesnaam weer heel, en wie gaat dit oplossen? Mijn vrouw zegt dan: rustig, we halen er iemand bij. Wanneer?, wil ik dan weten. En wie gaat het doen? Ik schiet ervan in de stress.’

Maar nadenken biedt u ook troost. Als u somber bent, leest u Schopenhauer?
‘Ja, ik denk dat het kan helpen werk van pessimistische denkers te lezen als je je depressief voelt. Een probleem zal niet weggaan zoals sommige Amerikaanse zelfhulpboeken suggereren, maar je kunt tenminste proberen met je problemen om te gaan.’

In het verlengde hiervan begon Alain de Botton afgelopen september met enkele anderen de School of Life, een school die levenslessen verzorgt over thema's als werk, liefde of familie. Het was een lang gekoesterde droom. De school is het tastbare equivalent van De Bottons boeken, met het doel niet alleen over het leven te discussiëren, maar het ook daadwerkelijk te veranderen. Met de hulp van bibliotherapeutes , die voor elk dilemma – van midlifecrisis en depressie tot gebroken hart – een boek voorschrijven. Of conversatielessen.

Waarom een conversatieles?
‘Mensen hebben een excuus nodig om elkaar de grote vragen van het leven te stellen. Daarom richten we zo’n avond expres gekunsteld in. Vreemden gaan met elkaar eten en op de menukaart staan bepaalde vragen. Bijvoorbeeld: zou je meer of minder tijd in je eentje willen doorbrengen? In het begin giechelt iedereen een beetje. Er gaat een bel waarna mensen verplicht over één onderwerp moeten spreken. Dat werkt om de schaamte weg te halen. Het is verbazingwekkend te zien hoe mensen binnen vijf minuten tranen in hun ogen kunnen krijgen. En dat bij Engelsen.’
 

Tussenstuk:
Alain de Botton

1969 geboren op 20 december in Zürich, Zwitserland
1977 naar Britse kostschool gestuurd
1981 ouders verhuizen naar Engeland
1988 student geschiedenis aan Cambridge
1991 master filosofie King’s College London
1992 promotie-onderzoek in de Franse filosofie aan Harvard, niet afgerond
1993 debuteert met Proeven van liefde (Essays on love)
1997 Hoe Proust je leven kan redden
2000 De troost van de filosofie
2002 De kunst van het reizen
2004 Statusangst met bijbehorende documentaire
2006 De architectuur van het geluk met bijbehorende documentaire
2008 Betrokken bij oprichting van en docent aan The School of Life in Londen
2009 Ode aan de arbeid (The pleasures and sorrows of work)

Alain de Botton woont met zijn vrouw en hun twee zonen in Londen.

Naar Alfa en bèta denken, snelheid , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]