De Volkskrant, 26-02-2010, van onze verslaggevers Rutger Pontzen en Jaap Stam 3 mrt.2010

‘Amsterdam kan het dus niet’

En weer is de opening van het Stedelijk Museum in Amsterdam uitgesteld. Tot 2011 dit keer. En dat was allang te voorzien, zegt Hans Andersson, voormalig lid van de Raad van Toezicht. ‘Ik heb lang gedacht dat ik het kon bijsturen.’

Het is een gezellige drukte in de immense, 14 meter diepe kuil in het Museumplein waar de nieuwe, ondergrondse zaal van het Stedelijk Museum moet komen. De genodigden, bouwhelmen op, laarzen aan, drommen samen op het verse beton en heffen het glas op het bereiken van het diepste punt van de nieuwbouw van het Stedelijk in Amsterdam.

Wethouder Carolien Gehrels (PvdA) van Cultuur heeft goed nieuws, die vrijdag 19 december 2008. Het moeilijkste deel van de verbouwing is achter de rug. De renovatie van het bestaande deel van het museum ligt zelfs voor op schema. De wethouder heeft ook minder goed nieuws: de heropening wordt opnieuw uitgesteld. Het Stedelijk had in december 2009 weer open moeten gaan, maar dat wordt maart 2010, misschien een maand later.

‘De architect, de bouwkundig adviseur en de ambtelijk projectleider wisten dat die datum niet kon worden gehaald’, zegt Hans Andersson, destijds lid van de Raad van Toezicht van het Stedelijk, en een van de genodigden in de kuil. ‘Maar die boodschap bracht de wethouder liever niet. Het feestje mocht niet worden verpest.’ Twee weken geleden – 14 maanden later – schreef Gehrels in een brief aan de gemeenteraad dat het 2011 wordt; een datum werd niet genoemd.

Het Stedelijk is sinds 2003 gesloten. Deze ‘schande voor Amsterdam, Nederland en de kunstwereld’ had voorkomen kunnen worden als de gemeente niet zo eigenwijs was geweest de uitvoering van de bouw in eigen handen te houden, zegt Andersson. Hij heeft er vaak genoeg op gehamerd, maar hij kreeg ‘geen poot aan de grond’. Vorig najaar is hij uit de Raad van Toezicht gestapt. Zijn termijn zat er toch op.

Andersson (64) is een veel gevraagde organisatieadviseur die bestuurders in de politiek, de politie, de bouw en de culturele wereld adviseert. Voor Amsterdam deed hij haalbaarheidsstudies naar het Muziekgebouw aan ’t IJ en de openbare bibliotheek op het Oosterdokseiland. Daarnaast is Andersson een prominente PvdA’er.

Had Andersson op het feestje in december 2008 nog het vermoeden dat de heropening pas in 2011 zou zijn, begin 2009 wist hij het zeker. De Raad van Toezicht had er schoon genoeg van dat het ware verhaal werd verzwegen, en zette de projectleider van de gemeente voor het blok. ‘Er was geen gedetailleerde afbouwplanning. Dan weet je: jullie beheersen het uitvoeringsproces niet, dus het gaat veel langer duren. Maar naar buiten toe werd op gezag van Gehrels herhaald: maart, april 2010.’

Er waren te veel onzekerheden, onder andere de inregeltijd voor de ingewikkelde klimaatbeheersing die nu als reden voor de vertraging wordt genoemd. Schilderijen moeten in een constante temperatuur hangen van 21 graden, bij een luchtvochtigheid van 55 procent. 24 Uur per etmaal, ongeacht het aantal bezoekers.

De nieuwe entree was de grootste spelbreker, bleek al snel. De aannemer en het constructiebureau lagen met elkaar overhoop over berekeningen van de draagkracht van de staalconstructie. 120 Meter lang, 24 meter breed en 15 meter hoog is deze futuristische ‘badkuip’ op een glazen kubus de blikvanger van de uitbreiding. De Raad van Toezicht drong meermalen aan op ingrijpen. Tevergeefs. In oktober 2009 barstte de bom: het staal werd afgekeurd, maar pas toen het al op de bouwplaats was afgeleverd. Andersson: ‘Dan doe je iets fundamenteels fout.’

Amsterdam kan grote bouwprojecten niet aan. Je moet een keiharde, professionele bouwheer zijn, zegt Andersson. Hij zegt het Geert Dales na, de wethouder die het definitieve bouwbesluit van de Noord-Zuidlijn door de raad loodste: ‘Als je met aannemers gaat werken, betreed je een oorlogsgebied. Ze zijn rauw en altijd bezig met grote belangen, tijd en geld. Dat kan de gemeente niet aan. Daar zijn ze te netjes voor. Alleen doorgewinterde en deskundige, maar tegelijkertijd botte honden als projectleiders weten hoe ze moeten optreden in de bouwwereld.’

De Stopera, het Muziekgebouw aan ’t IJ, de Noord-Zuidlijn – telkens vertilt Amsterdam zich, nooit leert de stad ervan, zegt Andersson. ‘De gemeente moet tijdens het bouwen toezicht houden. Neem voor de uitvoering van het bouwproces een projectontwikkelaar in de arm, die stelt een projectdirectie aan die boven op de bouw zit, en die legt alle verantwoordelijkheden vast in spijkerharde contracten. De gemeente bewaakt het budget, het programma van eisen, de kwaliteit, en houdt de bouwers aan de opleverdatum. Niet op tijd klaar? Boete!’

Een projectontwikkelaar vond de gemeente te duur, zegt Andersson. ‘Moet je kijken wat het nu meer gaat kosten en wat de maatschappelijke schade is door al dat gepruts. Amsterdam wilde het zelf doen: een prestigieus museum, een gedurfd project, dat doen Amsterdammers zelf. Cultuur in Amsterdam is een old boys network dat heel sterk uitstraalt: zo doen wij dat in Amsterdam. Nou, ik heb het gezien. Amsterdam kan dat dus niet.’

Aanbesteden is één, en vervolgens is het aan professionals om het bouwproces in de klauwen te houden. Andersson: ‘Als de gemeente daar toezicht op houdt en er in de uitvoering buiten blijft, worden problemen zoals met de staalconstructie sneller opgelost. Reken maar dat een projectleider uit de bouwwereld er meteen op af gaat en het uitknokt. Dat gaat de aannemer anders geld kosten. Nu verdwijnt het probleem in de ambtelijke en politieke brij.’

Als ambtenaren zich niet meer bemoeien met de uitvoering van het bouwen ben je af van ‘het probleem met de dubbele petten’, zegt Andersson. ‘De projectleider moet keihard tegen de wethouder kunnen zeggen: de planning is niet haalbaar. Maar een ambtenaar zal dat omzichtig brengen, of pas later. Hij denkt mee en is niet lastig. Hij weet dat zijn wethouder na de lijdensweg van het Stedelijk met een mooi verhaal wil komen. Een bouwmanager moet er geen belang bij hebben om de wethouder te pleasen.’

Alle kritiek vanuit de Raad van Toezicht werd gesmoord, ervoer Andersson. ‘De aanbesteding was mislukt. Slechts één aannemer had zich ingeschreven, 30 procent boven het becijferde bedrag. Ik zei: stoppen, je staat met je rug tegen de muur als je met één aannemer gaat onderhandelen. Maar dat mocht ik niet zeggen. Ze vonden mij een zeurkous.’

Waarom heeft hij niet eerder een daad gesteld? ‘Ik heb lang gedacht dat ik het kon bijsturen. Opstappen had niet veel zin, mijn opvolger zou tegen dezelfde muur lopen.’ Hij heeft ook niet aan de bel getrokken bij gemeenteraadsleden, omdat hij niet rollebollend over straat wilde. ‘Dat had averechts gewerkt, want de wethouder was dan in de problemen gekomen. Maar nu is het een gebed zonder end, het is tijd dat de waarheid wordt gezegd.’

Andersson heeft zich geweldig geërgerd aan de brief die wethouder Gehrels twee weken geleden naar de gemeenteraad heeft gestuurd met de laatste stand van zaken. ‘Het is een echt politieke brief, zo vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen. De wethouder heeft het over nieuwe inzichten! Alsof nu pas blijkt dat het inregelen van de klimaatbeheersing heel delicaat is en daarom veel tijd kost. Iedereen die kennis van zaken heeft weet dat.’

Gehrels heeft het handig geformuleerd, maar de werkelijkheid wordt weer verbloemd, zegt Andersson. ‘In 2011 gaat het museum open, schrijft ze, maar een maand noemt ze niet. Het wordt minimaal september, en als het tegen zit december, denk ik.’

Dat de wethouder het niet heeft over de extra kosten, vindt Andersson onbegrijpelijk. ‘Een paar jaar langer bouwen kost klauwen met geld. Het is peanuts vergeleken bij de Noord-Zuidlijn, maar als ik in de gemeenteraad zat, zou ik het naadje van de kous willen weten.’

Hij praat op persoonlijke titel, benadrukt Andersson. Hij treedt met zijn verhaal naar buiten omdat hij de stad voor een nieuwe blamage wil behoeden. En hij wil de naam van het Stedelijk zuiveren. ‘Het is de gemeente Amsterdam die het slecht doet. Amsterdam is de bouwheer die het verknalt. Maar het Stedelijk wordt erop aangekeken.’

Het Stedelijk wordt verweten dat het geen vervangende huisvesting meer heeft sinds het anderhalf jaar geleden moest vertrekken uit het voormalige postgebouw naast het Centraal Station. ‘Als wij meteen hadden geweten dat we pas in 2011 in het nieuwe museum konden trekken, hadden we ergens een oude fabriek opgeknapt. Je kunt fantastische dingen doen in tijdelijke gebouwen.’

Een ander hinderlijk gevolg van het ‘verdoezelen van de problemen’ was dat de buitenwacht de Raad van Toezicht verweet ‘dat wij directeur Gijs van Tuyl de opening van het museum niet gunden. Dat gunden wij hem wel. Maar toen wij wisten dat de opening veel later zou zijn, hebben we hem gehouden aan zijn contract dat vorig jaar afliep. Vergis je niet, Van Tuyl loopt tegen de 70.’

De Raad van Toezicht wilde niet al te veel stennis maken omdat er nog ‘andere vuiltjes’ moeten worden weggewerkt. Het Stedelijk en de gemeente liggen nog steeds met elkaar in de clinch over de exploitatiekosten van het gebouw. ‘Vanwege het gekozen ontwerp zijn die aanzienlijk: 1.100 vierkante meter meer vloeroppervlak, een veel grotere hal dan in het programma van eisen stond, prachtig allemaal, maar dat maakt het gebruik veel duurder. Er is een gat van ruim 1,5 miljoen euro per jaar. Zolang dat niet is geregeld, tekent het Stedelijk de huurovereenkomst niet. Althans, dit was de stand van zaken toen ik nog meedeed.’

Misschien is het mooi dat de wereld van hoop in elkaar zit, anders durven politici geen beslissingen te nemen, zegt Andersson. ‘Maar ik weet ook dat de politiek zijn ongeloofwaardigheid vooral heeft te danken aan uit de hand gelopen projecten als het Stedelijk. Ik schaam me dood tegenover de Amsterdammers en de kunstwereld: het wordt weer duurder, het blijft weer langer dicht. Je kunt beter meteen de harde boodschap brengen, dan kan het alleen maar meevallen. Ik ben niet van de juichverhalen, ik wil weten wat de risico’s zijn. Maar ja, ik ben geen politicus.’

 

Tussenstuk:
Reactie wethouder Carolien Gehrels

‘Altijd als er nieuws was, heb ik dat gemeld. Ik heb de gemeenteraad altijd en transparant geïnformeerd. Het ware verhaal is altijd verteld.
     Ik deel zijn frustratie. We willen allemaal dat het Stedelijk weer opengaat. Daar werken we dag en nacht aan. Ik heb echter een volstrekt andere lezing van de feiten.
    Ten tijde van het feestje ter gelegenheid van het bereiken van het diepste punt, 19 december 2008, was de planning voor de bouwkundige oplevering kerstmis 2009. Die planning hebben aannemer en ambtelijk opdrachtgever met elkaar afgesproken.
    Natuurlijk was het vervelend dat maar één aannemer zich had ingeschreven. In de stuurgroep, bestaande uit twee wethouders en twee leden van de Raad van Toezicht, is gezamenlijk het proces van aanbesteden en onderhandelen besproken. Uiteindelijk bleven we binnen het budget. Andersson was de eerste om ons te feliciteren.
    Andersson heeft in de stuurgroep en bij mij er nooit op aangedrongen in te grijpen in het conflict over de staalconstructie. Er zijn 1 of 2 kolommen afgekeurd op de bouwplaats, nog geen procent van al het staal dat in de entree is verwerkt. Het gebouw is duur in gebruik vanwege het ontwerp dat in 2004 ook is omhelsd door de Raad van Toezicht. Over het gat in de exploitatie heb ik halfjaarlijks aan de raad gerapporteerd.
    We zijn met het Stedelijk in gesprek over de huurovereenkomst. Je tekent pas als er sprake is van huur, dus als het gebouw wordt opgeleverd.
    De financiële consequenties van het langer bouwen worden in beeld gebracht. Daarover zijn we in gesprek met de aannemer.’
 

Naar Alfa en bèta denken , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]