De Volkskrant, 01-09-2010, van verslaggever Noël van Bemmel 1 sep.2010

Reëel beeld Uruzgan ontbrak

De militaire missie in Uruzgan werd gehinderd door een gebrek aan staatsmanschap. Als de Nederlandse regering vanaf 2006 een realistisch beeld had geschetst van het benodigde werk in Afghanistan, was de missie niet in een partijpolitiek steekspel geëindigd. Bovendien hadden militairen meteen de juiste hoeveelheid mensen en middelen kunnen meenemen.

Dat stelt historica Beatrice de Graaf van de Universiteit van Leiden. De onderzoekster van het Centre for Terrorism and Counterterrorism presenteerde dinsdag belangrijke lessen die volgens haar zijn geleerd in Uruzgan. Zij sprak op een internationaal congres voor militaire historici dat deze week wordt gehouden in Amsterdam.

De Graaf schreef een artikel over de geleerde lessen te velde en in Den Haag, in samenwerking met militairen. De Graaf: ‘We gaan vechten, vechten en vechten, en daarna is er gelegenheid voor stabilisatie en opbouw. Zoiets had de minister van Defensie meteen moeten zeggen.’ Door dit na te laten, stellen de auteurs, werd de politieke en publieke discussie in Nederland beperkt door een simplistische tegenstelling over vechten of opbouwen. Die had niets te maken met de praktijk.

Als voorbeeld noemt De Graaf de bijdrage van een militaire vakbond. Die keerde zich vorig jaar tegen verlenging van de missie, omdat de Afghaanse regering corrupt is. ‘Alsof Nederland in Uruzgan met een democratiseringsmissie bezig was.’ Als zelfs de voorzitter van een militaire vakbond het niet begrijpt, dan is de communicatie over Uruzgan flink tekort geschoten, stelt de onderzoekster.

Verzetsbestrijding
Volgens militaire geschiedkundigen is de ISAF-missie in Afghanistan het beste te omschrijven als verzetsbestrijding. In jargon: counterinsurgency of COIN. De Nederlandse regering vermeed dit begrip echter zorgvuldig, en presenteerde het vagere ‘3D-concept’ (Development, Diplomacy, Defence). De term verzetsbestrijding zou te offensief zijn, en pijnlijke beelden oproepen uit het Nederlandse koloniale verleden.

COIN is echter een goedgedocumenteerde doctrine, waarmee de regering meteen duidelijk had kunnen maken dat een lange en moeizame weg wachtte in Uruzgan. De militairen in Uruzgan leerden snel, stelt De Graaf, maar die kennis bereikte nauwelijks politici en het grote publiek. De militaire top lijkt niet in staat op eigen kracht politiek steun te verwerven.

‘Een correcte communicatie over de missie zou het gat tussen publieke verwachtingen en politieke doelen hebben verkleind’, concludeert de onderzoekster. ‘Het politieke debat zou ook een stuk minder theatraal zijn verlopen.’ De Duitse regering slaagde er volgens De Graaf wel in na het bloedige incident in Kunduz vorig jaar, een realistisch debat te voeren over hun ISAF-missie. ‘Het komt allemaal neer op staatsmanschap.’


Naar Alfa en bèta denken , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]