De Volkskrant, 07-08-2010, door Karolien Knols 11 aug.2010

Interview Marc Mulders

Het enige dat ik echt heb, is mijn geloof

Beeldend kunstenaar Marc Mulders (51) verliet de r.k. kerk toen hij besefte dat een stel homovrienden van die kerk geen homo mocht zijn. Hij mist nu ‘het samenzijn’.

Elke ochtend om 6 uur gaat beeldend kunstenaar Marc Mulders de bossen in rondom zijn boerderij op Landgoed Baest.Om te rennen. En te bidden.

Hij ziet eekhoorns in de bomen, reeën die open plekken oversteken, en sluiers mist boven de velden. In deze mystieke sfeer positioneert hij, zoals hij het omschrijft, ‘aan het einde van de weg het lijdende corpus van Christus aan het kruis’. In gedachten loopt hij naar hem toe, ‘om te doen wat iedereen wil doen: de wonden deppen, en een kleed rond zijn naakte lichaam leggen’.

Lukt altijd, zegt hij: in die stemming komen. Ook als het druk is, een opdracht niet lukt, ook als hij woorden met iemand heeft gehad. ‘Misschien dan nog het best. Omdat het, pathetisch gezegd, het enige is dat ik echt heb. Mijn geloof. En mijn geloof in de ander.’

Het is de dag na de opening van zijn tentoonstelling The seven last words of Christ, in het pas heropende Glasmuseum in Leerdam. Een dikke duizend man trokken er in een middag en een avond langs zijn installatie van glas en lieten de laatste woorden van Christus op zich inwerken.

‘Vader vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.’ Dat zijn de woorden bij het eerste beeld: binnen het grondplan van de St. Pieter in Rome heerst een totale chaos van vogels, kikkers, pauwen en draken.

‘ Niet om mezelf onderuit te halen, maar het is gewoon ook een soort Sesamstraat, een verzameling dieren waar je met plezier naar kunt kijken.’

In de begeleidende tekst staat dat het een remake is van Ecce homo, het schilderij dat je in 1989 maakte als aanklacht tegen de rooms-katholieke kerk.

‘Dat is waar. Al schrik ik van dat woord aanklacht. Ik ben de 50 gepasseerd, en, zoals het hoort, milder geworden. De revolte en de vechtlust die ik voelde toen ik 30 was, zijn ingeruild voor een weemoedig kijken.’

Wat was de aanklacht toen?

‘Dezelfde als nu: dat de kerk zich gedraagt als een sekte en mensen buitensluit. Dat heeft niets meer te maken met het prachtige idee dat God in de gedaante van een mens naar de aarde is gekomen om als voorbeeld te dienen, om samen te binden in plaats van af te wijzen.’

Niet dat alleen de kerk ervan langs krijgt bij Mulders. De geschilderde taferelen mogen door hem met Sesamstraat worden geassocieerd, ze verwijzen wel degelijk ‘naar onze maatschappij die dolende is, waar niet meer wordt geproefd, maar uitgebraakt, waar de lamlendigheid en het nihilisme floreren’.

De kikker op de tong van de draak is de ophitser uit hoofdstuk 12 van de Apocalyps, en voor wie de verholen boodschap lezen wil: dat is dus Geert Wilders.

Dat je als kijker door tientallen ogen wordt aangestaard, en daardoor gedwongen wordt na te denken over die zin, ‘Vader vergeef het hun, ze weten niet wat ze doen’: ‘Tuurlijk. Het alziend oog is een prachtig beeld. Al heeft mijn generatie daar flink last van gehad. Want wat je als kind ook deed, je werd altijd in de gaten gehouden.’

En David Beckham, armen gespreid, torso naakt, het hoofd weggedraaid, een foto van Annie Leibovitz, door Mulders verwerkt in een vlinder van glas, wat had hij daarmee voor ogen? ‘Beckham is een metafoor voor deze maatschappij. Een goede jongen, gevangen door de commercie. We willen ons graag overgeven, maar we kunnen het niet. Daarom vragen we aan onze plaatsvervanger: doet u het voor ons? En Christus geeft zich over met de woorden: ‘Vader, in uw handen beveel ik mijn geest’.’

Vergeefs zoeken is het naar een verwijzing naar de misbruikschandalen in de katholieke kerk. ‘Al het goede en het kwade ijlen in ieders dadendrang na. Bij de kunsten komt het via een sluiproute binnen. Concrete gebeurtenissen zijn nooit eendimensionaal terug te vinden in werk van mij, hoe verschrikkelijk en ongelooflijk ze ook zijn.’

Zijn boerderij annex atelier ligt er op deze zomerdag jaloersmakend mooi bij, met aan alle kanten tuin, en uitzicht over de velden, omzoomd door bos. Hier woont en werkt Mulders sinds twee jaar, samen met zijn vrouw Trudy.

Flap noemt hij haar.

De vrouw die het mogelijk maakt dat hij ongestoord aan zijn oeuvre kan werken: schilderijen, glas-in-loodramen. Foto’s, collages, aquarellen en wandtapijten. Een modelabel (samen met Diana Schouten) – Stop Bleeding. Objecten van glas.

Het effect van zijn verhuizing van de stad naar de natuur, twee jaar geleden, werd dit voorjaar zichtbaar. ‘Door het wandelen in de mist ben ik ook de olieverf gaan dirigeren naar een veel ijlere structuur. Dat kon vroeger niet. Alles op het doek zat vol en vast. Nu durf ik ook het wit van het linnen te laten doorschemeren.’

Zijn vroege werk noemt hij: kwaad. ‘Met een toets van horten en stoten, dik in de verf, donker.’ In die doeken zie je de angry young man terug. Sinds hij met glas werkt, zijn ook zijn schilderijen lichter geworden. Bruin, zwart, grijs en rood werden roze, geel, wit. En de bruuske beweging maakte plaats voor een zwierige lijn, bijna arabesken. Hij merkt: niet iedereen is blij met die overgang. Hij sprak laatst met een kunstcriticus die zijn werk minder interessant is gaan vinden. ‘Dat kan. Maar dit is waar ik nu naar zoek: de dingen laten gaan, stromen.’

Marc Mulders is katholiek kunstenaar, al sinds hij, begin jaren tachtig, op de kunstacademie zat. In die tijd schilderde hij gitzwarte piëta’s, net als de door hem zo bewonderde Käthe Kollwitz deed.

In 1992 – zijn naam was al gevestigd en hij verkocht goed – zag hij voor het eerst de door Mathias Grünewald begin 16de eeuw geschilderde Christus aan het kruis, ‘meesterlijk uitgestald op het Isenheimer Altaar. Toen ik daarna terugkwam in mijn atelier in Tilburg, heb ik emmers vol witte bloemen besteld, voor honderden guldens, ik heb die bloemen op de grond uitgestrooid, als een wit, fragiel tapijt. En omdat ik niet kan tekenen, in ieder geval geen Christus met lang haar, heb ik dat geschilderd, als metafoor van dat kapotgemaakte lichaam.’

Hij schildert al bijna dertig jaar bloemen in de zomer, en wild in de winter. ‘Ik heb eens een ree mijn atelier in gesleept, ik wilde het heel mooi positioneren, ik had het opgehangen aan touwen, met het kopje op de grond gevlijd, met zo’n knik erin. No way hoor, ik kreeg die knik niet geschilderd. Niet alleen omdat ik het technisch niet kan, ook omdat ik eigenlijk in iets anders geïnteresseerd ben: in zijn ziel, zijn binnenste.’

Wat hoop je in dat binnenste te zien?

‘Het mysterie van het leven. De schepping.’

Het is niet moeilijk in de vriendelijke man met de zachte stem het opgewonden standje te zien dat hij ook nog is. De 50 gepasseerd: mooi. Maar mild? Gaat het over de helende werking van kunst – zijn stokpaardje: kunstenaars moeten niet meer willen shockeren, dat doet de televisie al; ze moeten troost bieden – dan neemt Mulders meteen even de conflicten mee die hij de afgelopen jaren met collega-kunstenaars en critici heeft gehad.

Janneke Wesseling van NRC Handelsblad, die hem eind jaren negentig verweet Music for the millions te maken, makkelijk en sentimenteel. Mulders: ‘Ik ben in die recensie zo omlaag gehaald, dat mijn moeder bij de bridgeclub te horen kreeg: ‘Corry, wat heeft jouw jongen die mevrouw aangedaan?’

‘Niks! Ik hing in alle musea, ik verkocht al mijn werk, én ik was katholiek. Nou, dat kun je dus niet zeggen in die zogenaamd vrije kunstwereld. Daar hebben we afgesproken dat alle perversiteit en banaliteit mag – maar ga niet zeggen dat je religieus bent, laat staan katholiek.’

Een paar jaar later kreeg hij het aan de stok met schilder Ronald Ophuis. Die schilderde een kinderverkrachting in een jeugdhonk. ‘Ik heb toen gezegd dat als je het kwaad wilt schilderen, je dat moet sublimeren, zoals Rembrandt heeft gedaan met Het osje. Dat is een heftig doek, maar je hoeft niet te kokhalzen als je ervoor staat. Nou ja, dat kon ook niet gezegd worden. Ophuis noemde me de ayatollah van het zuiden, en stigmatiseerde me als die jongen die het altijd over het geloof heeft.’

Dat ben je toch ook?

‘Maar waarom kan er over religie geen gesprek worden gevoerd? Ik heb het er met schrijvers over gehad, met Willem Jan Otten, en Oek de Jong: dankzij Reve en Kellendonk betekent een religieus conflict in de literaire wereld: werk. Discours. Maar in de kunstwereld is dat discours niet mogelijk. Geen idee waarom niet.’

Misschien ben je te gelijkhebberig.

‘Dat is mijn valkuil. O ja. In gezelschap krijg ik van mijn vrouw regelmatig zo’n handgebaar: dimmen Marc. Maar als het over het geloof gaat, sta ik juist open voor het gesprek.’

Tot het geen zin meer heeft. Vorig jaar liet hij zich samen met zijn vrouw uitschrijven uit de rooms-katholieke kerk. De misbruikschandalen moesten toen nog aan het licht komen – ‘het gaat maar door met die kerk’ – maar voor Mulders was de maat vol toen hij op een zondagavond zijn beste vrienden, een homostel, uitzwaaide en dacht: van mijn geloof mogen zij niet zijn wie ze zijn.

Wist ie natuurlijk al langer, hij had er ook vaak genoeg discussies over gevoerd – met zijn vrienden, die hem overigens nooit voor de voeten wierpen hoe hij de kerk trouw kon blijven, met de pastoor en de kapelaan van de parochie waar hij lid was van het kerkbestuur.

‘Ik had ervoor gezorgd dat er een mooie groenstrook bij de kerk kwam, met een beeld van Guido Geelen tegen zinloos geweld, een bronzen kast waar iedereen iets in mocht zetten: nabestaanden van slachtoffers van zinloos geweld, scholen, maatschappelijke instanties. Zei de kapelaan: ‘Maar als het COC daar een driehoek in zet? Dat kan niet hoor Marc’. Toen dacht ik: dit gevecht, met zo’n sekteganger, ga ik niet meer winnen.’

Hij weet nog goed hoe het ging, die bewuste zondagavond. ‘Onze vrienden reden weg, en ik zei tegen Trudy: ‘Kom, we gaan nu een brief typen’.’

Mis je de kerk?

‘Ik mis het samenzijn. Het is prachtig om een uur te ondergaan waarin alle stadia van aandacht voor elkaar vorm krijgen en waarin je aan het einde van de mis naar elkaar toedraait, de ander een hand geeft en in de ogen kijkt.’

Je hebt voor een aantal kerken, waaronder de St. Jan in Den Bosch, glas-in-loodramen gemaakt. Zou je dat nu nog steeds doen?

‘Absoluut.’

Dat snap ik niet.

‘Wat is de kerk? Het instituut of de werkvloer? De conservatieve vleugel of de vrijwilligers? Voor die laatsten en voor de kerkbezoekers wil ik nog iets moois kunnen maken.’

Tegenwoordig richt hij zijn pijlen op de intensieve veeteelt. Rondom Landgoed Baest zijn megastallen gepland. In het Noordbrabants Museum in Den Bosch opende onlangs een tentoonstelling met foto’s die hij maakte: Baest, geheim landschap. Om te laten zien wat er allemaal verdwijnt als ‘dat machtsblok van CDA, Rabobank, de vleesverwerkende industrie en het ministerie van Landbouw zijn zin krijgt’.

Ik las dat je een groot werk hebt gemaakt voor het kantoor van de Rabobank in Maastricht.

Enthousiast: ‘Ja, ja.’

Voor de vijand.

‘Zo eendimensionaal is het niet. De Rabobank is natuurlijk meer dan een financieringsinstelling voor de varkensfok. Bovendien: ik kreeg de opdracht niet van de bank, maar van de architect.’

Toch staat zo’n opdracht op gespannen voet met de strijd die je voert.

‘Dat staat hij ook. Maar ik werk goed samen met de Rabobank, ze hebben een grote kunstcollectie. Ik kan me indenken dat ik ook iets voor de VION, de vleesverwerkende industrie, maak. Ook al ben ik tegen de VION.

‘Ik kijk toch naar de mogelijkheid om iets aan generositeit of wellicht troost binnen te brengen. Als een soort paard van Troje.’

Dat klinkt toch weer typisch katholiek: recht praten wat krom is.

Het duurt even voor het antwoord komt. Misschien, zegt Mulders, komt er een moment dat hij, net als tegen de kerk, zegt: ik keer me van jullie af. ‘Maar liever niet. Soms moet je je onmacht erkennen, en moet je, analoog aan het levenspad dat je bewandelt, je vechtlust doseren en zoeken naar verzoening.’

Of hem dat in het geval van de kerk gemakkelijk afgaat? ‘Toen ik onlangs in de St. Jan in ’s -Hertogenbosch was, een beetje schichtig en onzeker omdat ik voor ‘buiten’ heb gekozen, bekroop me even het gevoel tegen de eigenaren van de kerk te zeggen: en nu eruit!’

CV
1958

Geboren op 23 september in Tilburg

1978-1983

Academie voor Beeldende Kunsten St. Joost in Breda

1985

Basisprijs Prix de Rome

1989

Charlotte Köhlerprijs

1997

NBM-Amstelland/Pulchri-prijs

2006

Glas-in-lood raam Een tuin van glas, Nieuwe Kerk, Amsterdam, gekozen tot beste Nederlandse kunstwerk van de afgelopen vijftig jaar. Glas-in-loodraam Het laatste oordeel, St. Janskathedraal, Den Bosch

2008

Samenwerking glasblazerij Leerdam

2009

Vlinderkooitje, jaarobject Nationaal Glasmuseum, Leerdam. Maastrichts ballet (gebrandschilderd en fusing), hoofdkantoor Rabobank, Maastricht
 


Naar Alfa en bèta denken , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]