VARA TV Magazine, nr. 38-2006, door Gerard Hormann 1 okt.2006

Programma-aankondiging: Ik vertrek, donderdag 28 september, Nederland 1, 20:30-21:25 uur

Emi-TV | Fantaseren over inpakken & wegwezen

Ik vertrek een beetje

De verhuisplannen van mensen die het roer radicaa1 willen omgooien in Ik vertrek zijn vaak doldriest en ondoordacht. Ofwel: het vakantiehuis als uitgestelde emigratie.

Het was uiteindelijk Martin Simek die de treffendste omschrijving gaf. Toen ik in 2004 aan een boek werkte over tweede huizen en daarvoor een aantal BN-ers interviewde over de charme van hun buitenlandse vakantiewoning, was hij de eerste en enige die zijn optrekje in ItaliŽ vergeleek met een minnares. Letterlijk zei hij: 'Je wordt niet zo snel boos op je minnares, wantje kunt haar altijd loslaten als je wilt. Daardoor neem je haar ook niet zo serieus en vatje alles lichter op.'
    Pas later, toen ik het interview aan het uittikken was, besefte ik dat hij daarmee de spijker op de kop sloeg. Op die plek ben je op je best, vastbesloten om van iedere minuut te genieten. Niets herinnert aan de sleur van thuis en niets voelt aan als een verplichting, ook niet als je een halve dag aan het grasmaaien bent. En zelfs als je uiteindelijk terug bent in het kille, regenachtige Nederland, dan nog kun je troost putten uit de wetenschap dat het huis geduldig op je wacht, klaar om je opnieuw in de armen te sluiten.
    Volgens de laatste cijfers speelt driekwart van de bevolking wel eens met de gedachte om te emigreren. Het zou zomaar dagdroom nummer een kunnen zijn in de dagelijkse file: de vaste baan opzeggen, het huis verkopen en - hup - de verhuiswagen in richting het noorden van Zweden of het zuiden van Portugal. Kijk je naar Ik vertrek, een van de vele tv-programma's over mensen die het roer radicaal omgooien, dan valt op hoe doldriest en ondoordacht die emigratieplannen vaak zijn.
    Het ene stel koopt een hotel dat al vijfjaar leegstaat, ogenschijnlijk zonder zich ook maar een tel af te vragen waarom dat laatste zo is, en het andere neemt een restaurant in Frankrijk over zonder die taal zelfs maar op brugklasniveau te beheersen. Soms lijkt het wel of mensen die 's ochtends bij het ontbijt het etiket van een pot Nutella bestuderen, diezelfde middag besluiten dat het misschien wel een aardig idee zou zij n om hazelnoten te gaan verbouwen in hun favoriete vakantieland.
    Makelaars die tweede huizen verkopen kennen dat mechanisme. Wie fantaseert over een vakantiehuis, verliest op slag al zijn nationale vermogens. Zelfs de behoedzaamste belastingbetaler kan op slag veranderen in een verliefde puber als hij voor de etalage van een Franse makelaar staat en aan het rekenen slaat. In die zin heeft Simek zelf dubbel gelijk: het is een soort verliefdheid die mensen lichtzinnig en overmoedig maakt. Makelaar Frank de Groot van Hogenboom Vakantieparken zegt daarover in mijn boek met verrassende openhartigheid: 'Het is vaak een impulsaankoop. Als mensen door zo'n modelwoning lopen, maken ze zichzelf helemaal lekker. Op dat moment nemen ze vaak ter plekke een beslissing. Als ze naar huis gaan en er nog twee dagen over nadenken, dan gaat het in negen van de tien gevallen niet door. Je zou het bijna een soort roes kunnen noemen.'
    Emigratie is en blijft een sprong in het diepe en zelfs met tien dikke 'how to'-handboeken kun je je niet wapenen tegen alle tegenslagen die ongetwijfeld op je pad zullen komen. Waarschijnlijk is er maar een manier die tot succes leidt: de sprong gewoon wagen. Wie behoedzaam de hoge duikplank oploopt en nog eens uitgebreid de tijd neemt om te kijken hoe hoog en diep het eigenlijk is, verliest al snel de moed. Beter is: zonder aarzelen naar boven klimmen, hard rennen en met de ogen dicht een duik nemen.

Zelf ken ik dat gevoel inmiddels van nabij. Er zaten welgeteld vier weken tussen de stomtoevallige ontdekking op internet dat de huizen in voormalig Oost-Duitsland bijna belachelijk goedkoop zijn en de daadwerkelijke aankoop van een landarbeidershuisje uit 1860 in een plaats die ik op de kaart moest opzoeken en waar ik voorheen zelfs nog nooit in de buurt was geweest. Sindsdien ben ik in het bezit van een terracottakleurig huis op duizend vierkante meter grond in het door toeristen nog niet ontdekte Oberlausitzer Bergland, pal tegen de Tsjechische grens aan.
    Ik zat bij de notaris in Bautzen zonder dat ik een gedegen bouwkundig onderzoek had laten verrichten en moest het antwoord schuldig blijven op alle vragen van vrienden over winkels in de buurt. Sterker nog: ik had geen benul van de mentaliteit van de bewoners en de typische kenmerken van de streek. Het enige wat ik tot in detail kon beschrijven was de plek. Het huis ligt op een heuvel, pal tegen de bosrand aan, met adembenemend uitzicht over een dal dat me nog het meest doet denken aan de Elzas. En dat alles voor de prijs van een Volkswagen Golf.
    Zo zal het de meeste mensen vergaan die bezwijken voor een knusse cottage in Wales of een romantische fermette in de Auvergne.Je zet zo'n stap met een kersverse aflevering van Het roerom in je hoofd of een stapel boeken van Frances Mayes en Peter Mayle in je koffer. En als de makelaar je uiteindelijk rondleidt door het huis van je dromen, dan negeer je de vochtplekken op de muur en staar je in plaats daarvan verlekkerd naar die olijfboom waaronder je straks als eerste een houten tafel gaat neerzetten.
    Dat visioen, die mythe zo je wilt, is even simpel als hardnekkig. Een paar woorden zijn al voldoende om je klaar te stomen voor een impulsaankoop. Als Bob Fosko in HP/De Tijd vertelt dat hij pas echt tot rust komt in zijn Franse vakantiehuis, terwijl hij luistert naar jazz en met een glas witte Macon in zijn hand uitkijkt over een vallei, dan zien we hem daar meteen staan. A Kind Of Blue van Miles Davis in de stereo, glimlach op zijn lippen, nippend aan een klas koude wijn die hij op de plaatselijke zaterdagmarkt heeft gekocht of die hij van een bevriende voisin heeft gekregen. En, o, wat is het geneuzel in Nederland dan ver weg.
    Macon verkopen ze niet in de plaatselijke pennymarkt en mijn dichtstbijzijnde buurman heet Nachbar. Wat mij dan toch over de streep trok? Misschien heb ik het wel gedaan omdat mijn kinderen me later voor gek zouden verklaren als ze te horen kregen dat ik die 29.000 euro gewoon op de bank had laten staan. Of misschien was het wel een soort leeftijdgebonden roekeloosheid. Toen ik mijn handtekening onder het koopcontract zette, was ik net twee weken 45 en snakte ik opeens naar iets waarvan het verloop onvoorspelbaar was en de uitkomst ongewis. Simpel gezegd: het was een huis of een Harley, een avontuur of een avontuurtje.

Toch ben ik bij lange na niet zo dapper als rasoptimist Jan Reus uit Avenhorn die in een van de komende afleveringen van Ik vertrek zit en die zijn bestaan als bloemenhandelaar opgaf om op Ibiza vakantiewoningen te gaan verhuren. Of als de familie Jordaan uit Vlaardingen die midden in de winter goedgeluimd naar TsjechiŽ verkaste om daar een camping te beginnen zonder de bijbehorende transactie zwart op wit te hebben en zonder de taal ook maar enigszins te beheersen.
    Daarmee vergeleken heeft de aanschaf van een tweede huis iets heerlijk ongevaarlijks, maar tegelijk ook iets halfslachtigs en onbevredigends, bijna alsof je een cabrio koopt waarmee je alleen af en toe op een zonnige zondagmiddag mag rondtoeren. Ook al breng je er al je vakanties door, diep in je hart zou je er natuurlijk het liefst voor altijd willen blijven. In die zin is het aantal 'semigranten' oneindig veel groter dan het aantal vertrekkers en gaat het in de praktijk vaak ook om uitgestelde emigratie, zeg maar een aflevering van Ik vertrek die in slow motion wordt afgespeeld.
    Toen ik Wouke van Scherrenburg voor mijn boek interviewde, stond ze nog gewoon in het telefoonboek van Dordrecht. Intussen heeft ze haar huis in Nederland allang en breed verkocht en woont ze permanent in haar maison de maitre in de Tarn. Wie eenmaal een huis in het buitenland heeft, gaat steeds vaker de vergelijking maken met thuis. En als je net twee weken genoten hebt op dat doodstille, idyllische plekje in de Dordogne lijkt het hier natuurlijk alleen maar extra druk en vol.
    Zelf heb ik inmiddels ook al eens met die gedachte gespeeld. Als ik achter het huis zit, op wat al snel mijn favoriete plek is geworden, vraag ik me weleens af hoe het zou zijn om hier te blijven. We zouden in november de allereerste sneeuwvlokken zien vallen. We zouden het dal in mei goudgeel zien kleuren, met bloemenvelden tot aan de horizon. We zouden verse asperges krijgen van de buren en met opgestroopte mouwen helpen bij de oogst van de Riesling in wat officieel het kleinste en meest noordoostelijke wijngebied van Duitsland mag heten.
    Het zijn vooralsnog vooral de kille cijfers die me tegenhouden. Niet de statistieken die vertellen dat de opgeklopte emigratiecijfers maar half kloppen. Het gros van de mensen die volgens de jaarlijkse telling van het Centraal Bureau voorde Statistiek vertrekken, koopt in werkelijkheid alleen maar een nog enigszins betaalbaar huis vlak over de grens in Duitsland of BelgiŽ. Streep je die categorie weg, dan hou je hooguit een paar duizend echte avonturiers en gelukzoekers over, net genoeg om die almaar groeiende reeks vertrekprogramma's mee te vullen.
    Nee, het zijn heel andere getallen die aangeven dat een tweede huis maar beter voor altijd zo kan blijven heten, zeker als je de woorden van Martin Simek serieus neemt. Van alle mannen met een minnares schijnt uiteindelijk negentig procent bij de eigen vrouw te blijven. Wie toch kiest voor de maÓtresse, weet zich gewaarschuwd door de wetenschap dat die verhouding in negen van de tien gevallen binnen een jaar zal stranden. Voorlopig houden we Taubenheim dus nog maar even voor 'erbij' en laten we gezellig de video snorren zolang het nieuwe seizoen van Ik vertrek duurt ...
.

Naar Alfa en bŤta denken, snelheid , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]