VARA TV Magazine, nr. 35-2007, door Henk van Gelder5 jun.2007

Programma-aankondiging Hoge Bomen, Nederland 2, 02-09-2007, 20:50 uur

Product Jan Cremer

Weet AVRO's Hoge bomen de Jan Cremer-mythe te ontrafelen? Henk van Gelder doet alvast een poging.


Tussentitel: 'Waarom was hij veel minder vaak op tv dan zijn bestseller-collegae
                  Wolkers, Reve of Mulisch?'

Raar eigenlijk. Zoek in de omroeparchieven, te vinden via de site van de stichting Beeld en Geluid, bijvoorbeeld naar programma's met Jan Wolkers - en er worden u 455 programma's ter bezichtiging en beluistering aangeboden. Doe hetzelfde met Gerard Reve en het zijn er 575. Tik tenslotte de naam Harry Mulisch in en er verschijnen zelfs 602 programmatitels op uw scherm. Conclusie: de grootheden van de naoorlogse Nederlandse literatuur zijn k altijd graag geziene gasten op de televisie geweest. Niet alleen om commentaar te geven als een van de anderen kwam te overlijden, maar ook als er een prijs was toegekend, een nieuw boek verscheen, een oud boek verfilmd, een verjaardag met een rond getal te vieren viel, enfin, er was altijd wel een excuus om Wolkers, Reve of Mulisch in een programma te laten optreden. En soms was er niet eens een excuus voor nodig. Altijd goed voor een pittige uitspraak, die drie.

Maar neem deze proef nu eens met Jan Cremer, aan wie vanavond een nieuwe aflevering van de AVRO-serie Hoge Bomen wordt gewijd. De teller komt niet verder dan 124 verwijzingen, waarvan ook nog eens een groot aantal over radioprogramma's gaat. De keren dat Cremer op de televisie voluit aan het woord kwam, zijn makkelijk op de vingers van twee handen te tellen. Hij werd genterviewd door Karel van de Graaf, verscheen aan tafel bij Barend & Van Dorp, liet zich bewieroken door Ivo Niehe en werd in 1967 door het vermaarde VPRO-programma Hoepla gefilmd in New York. Dat is het wel zo'n beetje.

En dan te bedenken dat het juist Jan Cremer was, die als geen andere schrijver de kracht van de publiciteit heeft gepropageerd sinds zijn baksteendikke boek Ik Jan Cremer in 1964 zo veel opschudding veroorzaakte in het nog zo keurig aangeharkte Nederland. Het waren niet alleen de gespierde verhalen die het geraas teweeg brachten, en ook niet uitsluitend de onverbloemd seksistische passages ('ze had tieten als vulkanen'), maar het was vast en zeker ook de stoere pose die hij innam op de omslagfoto - nooit eerder had een Nederlandse schrijver een foto van zichzelf voorop een boek laten zetten - en in de begeleidende interviews. Sprekend over zijn succes stelde hij in die VPRO-reportage zonder blikken of blozen vast: 'Het Witte Huis heb het boek gelezen.' En het hoogtepunt was zijn uitspraak, ten overstaan van een andere tv-camera: 'Rembrandt? Wie is dat? Nooit van gehoord. Ik weet niets van sport.' De eerste uitspraak is in het Hoge bomen-portret nog eens te zien, de tweede niet.

Dat het allemaal gelogen was, of op zijn minst ietwat overdreven, speelde geen rol. Het Parool besteedde in 1964 zelfs twee grote krantenpagina's aan Jan Cremer, waarin de leugens over zijn privleven werden ontrafeld en zijn publicitaire activiteiten werden beschreven als een 'campagne van bluffen, snoeven en irriteren'. Ook was er toen trouwens al sprake van een zekere Billy bij wie Cremer intussen drie kinderen had, maar geen regulier gezinsleven: 'Als ze hem vervelen, jaagt hij ze de straat op.' Nu, in Hoge bomen, draait ook zijn huidige vrouw Babette, die al dertig jaar aan zijn zijde vertoeft, daar niet omheen. 'Door Jan zijn er echt slachtoffers gevallen, ja,' zegt ze.

Jan Cremer vond al die aandacht voor zijn persoon, waarmee tegelijk aandacht aan zijn boek werd besteed, alleen maar prachtig, zo bleek destijds uit zijn commentaar op de onthullingen in Het Parool: 'Ik speel met de mensen en de mensen betalen me daarvoor. Dat is mijn werk, mezelf verkopen, het product Jan Cremer verkopen.' Maar hoe zou het dan komen dat zo'n man met zo'n weinig verhullende spreektrant veel minder vaak op de televisie was dan zijn bestseller-collegae Wolkers, Reve of Mulisch? Misschien heeft het te maken met een ander aspect van de Cremer-mythe. In interviews in kranten en weekbladen bemoeit Cremer zich immers zelden met het Hollandse binnenwereldje. Hij afficheert zich graag als een wereldburger die graag en veelvuldig op reis is. Hij is weleens in Amsterdam, zegt hij dan, maar hij wnt er niet. Voor iemand die niet in Amsterdam woont, woont Cremer echter vaak in Amsterdam.
In de binnenstad wordt hij voortdurend gesignaleerd - niet alleen op feestjes van uitgeverijen en galerien, maar ook bij de tandarts. Wat dat betreft is de nu 67-jarige Jan Cremer dus nog geen spat veranderd: het gaat niet om de werkelijkheid, het gaat om het imago.


Naar Alfa en bta denken , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]