De Volkskrant, 12-03-2010, column door Nausicaa Marbe 12 mrt.2010

Boekenweek

Zie de lezerswereld als een universum vol onzichtbare snaren, gespannen verwachtingen, verlangens. Het boek dat zo’n snaar raakt, treft het
Was ik uitgever dan stond boven mijn bureau dit sobere citaat van Aristoteles: ‘De poëtische woordkeus is goed wanneer zij duidelijk en niet banaal is.’ Een technisch gebod uit zijn Poetica, ruim drieëntwintig eeuwen oud en nog steeds onovertroffen in zijn beschrijving van wat nodig is om goede literatuur te schrijven.
    Een goed verhaal is niets zonder stijl en stijl ontstaat – of ontglipt je – al bij de eerste aanraking tussen vinger en toetsenbord. Of tussen inkt en papier – voor wie het nog durft om in het slingeren van de pen op die poolvlakte een ritme te zoeken dat zijn verhaal tot het einde draagt. Vraag het elke schrijver die van wanten weet: literatuur is muziek en dans, pasjes maken, pirouettes, cadans. Krijg je de taalschwung niet te pakken, dan wordt het niets met je boek.
   Ik kan geen betere tips verzinnen voor iedereen die, geďnspireerd door de succesverhalen over auteurs in deze Boekenweek, schrijver wil worden. En dat zijn er velen: uitgevers menen dat er zo’n miljoen manuscripten in lades en op harde schijven liggen te smeulen. Hoe vis je de parels eruit?
    Een beproefde manier blijkt, getuige de tips die uitgevers verspreiden, het preventief afschrikken van de beroerde debutant. Daarbij wordt gewaarschuwd voor fatale misstappen die een uitgeversveto kunnen uitlokken: zoals personages die op elke pagina anders heten tot brieven waarin op hoge toon een garantie op de Nobelprijs wordt geëist.
    Ook vrouwenblad Opzij biedt deze maand tien tips om schrijver te worden. Twee springen in het oog: over de urgentie van het schrijven en over de hang naar succes. Je schrijft een boek vanuit een innerlijke dwang. Niet omdat je bekend wilt worden. Het eerste moet je voeden, het tweede vergeten, want de kans daarop is klein. Beweert Opzij.
    Maar zo hoeft het helemaal niet te gaan in de literaire jungle waarin voorspellingen over hoe boeken zullen falen of inslaan vrijwel zinloos blijken. Niet iedereen breekt door en toch is literatuur een podium voor lucratieve carričres, vette bijverdiensten en zelfs instant-roem en -rijkdom.
    Urgentie is ook feeling met wat er speelt en sluimert, wat raakt, wat beklijft. Dat aardse fortuin treft ook de minder talentvollen, maar wie echt goed is, zal redelijk boeren als hij/zij blijft schrijven en frisgewassen – uiterlijk telt tegenwoordig meer dan ooit – naar buiten treedt.
    Het succes kan vanaf het debuut (Saskia Noort) inslaan, maar ook pas na jaren doorbeunen (Herman Koch). Het kan komen of verdwijnen met een verandering van uitgever of imago – hoe precies valt niet te zeggen. Maar voor alle boeken die het goed doen geldt: ze zijn urgent gebleken. Er werd op ze gewacht.
    Zie de lezerswereld als een universum vol onzichtbare snaren, gespannen verwachtingen, verlangens. Het boek dat zo’n snaar raakt, treft het.
Urgentie is niet alleen de innerlijke drang die maakt dat je overtuigend schrijft wat geen ander schrijft. Urgentie is ook feeling met wat er speelt en sluimert, wat raakt, wat beklijft.
   Daarvan literatuur maken, is een kunst die weer niets van doen heeft met de ijdele buitenkant. Kommer en kwel kan het zijn. Vol zelftwijfel: wat als ik een mislukking ben?
    De Roemeense auteur Paul Aristide schreef een prachtige novelle over een schrijver die in een winterse nacht bezoek krijgt van een vreemdeling die zichzelf de ‘inschatter’ noemt. Zijn beroep is oordelen of kunstenaars aan de eeuwigheid of aan de vergetelheid toebehoren.
    Het verhaal stamt uit de ellendige Roemeense jaren tachtig. Werd er toen ’s nachts aangebeld, dan dacht je eerder aan de Securitate dan aan een Mefistofeles-achtige figuur die komt praten over literatuur.
    Maar de hoofdpersoon van Aristide was niet bang voor indringers. Hij blijkt geen groot schrijver, maar stelt zich tevreden met de gedachte dat groot talent een zee aan middelmatigheid nodig heeft om zich te voeden en te onderscheiden. Hij blijft schrijven, omdat hij niet anders wil.
    Juist die eenzaamheid en onzekerheid maken het schrijven geweldig, betoogt ook Boekenweekgeschenkauteur Joost Zwagerman deze week in Vrij Nederland: ‘Het is een complot dat je smeedt met jezelf en het boek. Er wordt iets gemaakt, de luiken zijn dicht, de wereld gaat zijn gang en jij bent bezig aan dat boek.’ Zonder talent voor dit kluizenaarschap lukt het nooit.
 

Naar Alfa en bčta denken , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]