De Volkskrant, 23-07-2011, door Malou vanHintum .2009

Ons brein is bevooroordeeld

Verwachtingen spelen een grote rol in hoe we een situatie waarnemen. Zo kan het brein zaken snel herkennen. 'Maar zien we ook dingen die er eigenlijk niet zijn.'

Tussentitel: Als het beeld te ruizig is, zul je verkeerd beslissen | Floris de Lange - Neurowetenschapper

Ik lig in een MEG-scanner, in een oversized blauw hemd en dito broek. Neurowetenschapper Floris de Lange (Donders Instituut, Radboud Universiteit Nijmegen) zet de 'kap' van de scanner zo ver mogelijk over mijn voorhoofd heen en kantelt de stoel een beetje, zodat ik nog wel op het beeldscherm voor me kan kijken. Daarop verschijnt een bolvorm die bestaat uit puntjes die naar links of naar rechts bewegen.

In het begin is de richting duidelijk. Maar naarmate De Lange meer ruis - die eruit ziet als de televisieruis wanneer de verbinding eruit ligt - aan het beeld toevoegt, wordt het steeds moeilijker om de juiste richting te bepalen.

Om te 'helpen' verschijnt tussen elk beeldfragment door een van de woorden 'right', 'left' of 'neutral'.

Dat is de clou van het experiment, legt Floris de Lange uit, die het effect van verwachtingen op waarneming onderzoekt. Hij publiceerde afgelopen week over dit experiment in het Journal of Neuroscience. 'Als ik je op een bepaald moment een bepaalde verwachting geef, gaat het signaal in je hersenen al een beetje die kant op. Daardoor begin je niet neutraal als je de stimulus ziet. Gaan de puntjes vervolgens de andere kant op, waardoor je iets ziet wat je niet verwacht, dan duurt het langer voordat je de juiste beslissing over de richting hebt genomen. Als het beeld te ruizig is, zul je verkeerd beslissen omdat je zo'n sterke verwachting had. Dat signaal kunnen we in de hersenen meten.'

Waarneming
In het dagelijks leven maken we terecht veel gebruik van onze verwachtingen, legt De Lange uit. Het zou inefficiŽnt (en soms zelfs gevaarlijk) zijn om in elke situatie steeds opnieuw een gedetailleerde compositie te maken van wat je ziet. Zijn hypothese is dat onze verwachtingen vooraan in de hersenen zitten, in een 'beslisgebied' in de prefrontale cortex (zie kader 'Hoe nemen we waar?'). Dat beslisgebied vertelt de visuele cortex wat het vermoedelijk gaat zien. De visuele cortex vergelijkt die verwachting vervolgens met het signaal dat binnenkomt vanuit de ogen. Afhankelijk van hoe goed de voorspelling was, wordt de verwachting bijgesteld.

Onze waarneming is een geÔntegreerd percept, legt De Lange uit. Neem bijvoorbeeld mensen die blind zijn geboren, maar door een operatie weer kunnen zien. De Lange: 'Zij hebben nog nooit visuele input gehad. In het begin kunnen ze ook niet zien. Zien moet je echt leren, net zoals lopen. Een recent artikel in Nature Neuroscience beschrijft een experiment waarbij zulke mensen legoblokjes in handen kregen. Die konden ze op de tast omschrijven, ze konden ze na verloop van tijd ook zien, maar ze konden nog niet de link leggen tussen zien en tastzin. Ze moesten leren die modaliteiten aan elkaar te koppelen om tot ťťn percept te komen.'

Een ander voorbeeld: mensen zien een filmpje waarin iemand 'ka' met de lippen zegt, terwijl gelijktijdig het geluid 'pa' wordt afgespeeld. De Lange: 'Deze mensen horen dan 'ta', wat de beste gok is van wat de persoon gezegd heeft op basis van zowel het visuele en auditieve signaal. Mensen geloven meestal wel dat onze herinneringen vaak vervormd worden, maar ook het waarnemingsproces zelf wordt dus al sterk ingekleurd. Je kunt je ogen echt niet vertrouwen.'

Voorkennis
Evolutionair is het gunstig dat wij heel snel goede predicties kunnen maken van de steeds veranderende situatie om ons heen. We proberen voortdurend de toekomst te voorspellen, te anticiperen. De Lange: 'Om dat zo snel mogelijk te kunnen doen, gebruiken we alle voorkennis die we hebben. Daardoor zien we soms in complete ruis toch patronen, omdat we erop zijn ingesteld dingen te zien. Onze verwachting stelt ons in staat dingen snel te herkennen, maar daardoor herkennen we soms ook dingen die er eigenlijk niet echt zijn.'

Hij lacht: 'Wetenschappers proberen onbevooroordeeld te zijn, maar dat is precies wat het brein niet doet. Dat is zo bevooroordeeld als de pest; op die manier kunnen we snel conclusies trekken.'


Tussenstuk:
Hoe nemen we waar?

Volgens traditionele opvattingen gaat de informatie uit onze ogen eerst naar een kern in de thalamus en komt dan op de primaire visuele cortex terecht, aan de achterkant van het hoofd. Vervolgens maakt de informatie via twee wegen een reis door het brein: via de ventrale stroom, die bepaalt wat iets is, en via de dorsale stroom, die bepaalt waar iets is. Beide stromen convergeren in de prefrontale cortex (PFC), waar wordt besloten: dit is het en dat ga ik ermee doen.
     De Lange denkt dat het proces vaak juist andersom werkt: we verwachten iets te zien, en die verwachting begint in de PFC. Die verwachtingen werken in op de visuele gebieden en beÔnvloeden als het ware wat die gebieden 'zien'. De Lange: 'Je hebt allerlei verwachtingen over wat je gaat zien voordat je je ogen er daadwerkelijk op hebt gericht. Bijvoorbeeld: al voordat je je huis binnengaat, weet je wat je daar zult aantreffen. Alleen in volstrekt nieuwe situaties, of als een pasgeboren baby (of blind geboren mens) ben je wat dit betreft een tabula rasa.'


Met schizofrenie gaan sommige taken juist beter

Als je zelf bewegingen maakt, kan je brein een verwachting maken van wat er gaat gebeuren. De Britse hersenonderzoeker Chris Frith veronderstelt dat bij mensen met schizofrenie dit verwachtingspatroon verstoord is. Bijvoorbeeld: wanneer je een hand naar een kopje beweegt, heb je automatisch een verwachting van hoe zwaar het kopje voelt. Dit komt doordat het motorgebied in de hersenen een verwachting creŽert in de somosensorische cortex. Als nu de connectiviteit tussen die gebieden verstoord is, ontstaat een abnormale waarneming. En kun je het gevoel hebben dat je wordt bestuurd van buitenaf, of dat er gedachten in je omgaan die jij niet zelf hebt geÔnitieerd.

Neurowetenschapper Floris de Lange: 'Het is dus niet zo dat bij mensen met schizofrenie een hersengebied stuk is; het zijn waarschijnlijk eerder de connecties die verstoord zijn.' Daardoor kunnen mensen met schizofrenie bepaalde taakjes juist beter uitvoeren dan gezonde mensen. De Lange: 'Als mensen wordt gevraagd met dezelfde kracht op hun vinger te drukken als een apparaat eerder heeft gedaan, lukt dat mensen met schizofrenie heel goed. Maar gezonde mensen drukken te hard. Dat komt omdat hun brein automatisch voorspelt hoe het gaat voelen als je het zelf doet. Daardoor voel je het minder, en ga je ter compensatie harder drukken. Mensen met schizofrenie kunnen die voorspelling niet maken, waardoor ze zo'n taakje beter doen.'
 


Naar Beslissingen , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]