De Volkskrant, 16-01-2014, van verslaggeefster Wieteke van Zeil 18 jan.2014

Waarom fascineert Het Kwaad zo?

Wie inzicht in het Kwaad wil krijgen - argeloos kwaad, onwetend kwaad, berekend of gewetenloos kwaad - kan zich beter wenden tot kunst dan tot de werkelijkheid. Goya's Saturnus die zijn kinderen verzwelgt, Dantes Hel, Medea, De Vos Reynaerde, Macbeth, The Joker, Hannibal Lecter - we kunnen ernaar kijken of over ze lezen met een koekje en een kopje thee erbij. Het stilt onze fascinatie met geweld, ons verlangen getuige te zijn van het grensoverschrijdende, het verbodene, het gruwelijke. Verschillende filosofen meenden dat we de kunst zelfs nodig hebben om het kwaad in ons te kanaliseren, zodat het geen werkelijkheid hoeft te worden.

Maar dat ligt anders bij kunst die gaat over werkelijk kwaad. Zoals Osama bin Laden. Of Hitler. Of Michelle Martin.

Toen Hitler in de film Der Untergang werd geportretteerd, zestig jaar na de oorlog, waren de protesten: te menselijk. Maurizio Cattelan maakte in 2001 een beeld van een biddende, schijnbaar om vergiffenis vragende Hitler, dat op protest stuitte. Een belediging voor nabestaanden, vonden velen, alsof we met het beeld Hitler al vergeving schonken. Marlene Dumas maakte gemoederen los met The Neighbour (2005), een portret van Mohammed B. en The Pilgrim (2006), een portret van Osama bin Laden - waarmee ze ons confronteerde met de verwarrend alledaagse, zachte blik van de twee terroristen. Gerhard Richter schilderde leden van de Baader-Meinhof groep in de serie 18. Oktober 1977; of eigenlijk portretteerde hij de mediabeelden van hen, en stelde daarmee onze beeldvorming van het kwaad ter discussie.

De ophef rondom het boek over Michelle Martin dringt een vergelijking op met het portret Myra van Markus Harvey: in 1997 toonde de Royal Academy in Londen dit op de tentoonstelling Sensation. Myra Hindley was in 1965 veroordeeld voor vijf kindermoorden en voorafgaand seksueel misbruik. Detail: het ruim drie meter hoge portret is opgebouwd uit afdrukken van kinderhandjes. De ramen van de Royal Academy werden al op de openingsdag ingegooid, het werk werd gemold, families van de slachtoffers noemden het een schande. De dader, tot inzicht gekomen in de gevangenis, nam ook ferm afstand van het werk en verzocht de Academy het te verwijderen.

Deze kunst levert weerstand op, omdat ze ons dwingt ons te verhouden tot dat wat we juist willen uitsluiten. Te denken over het ondenkbare. Want in kunst heeft ook de kijker een rol. Kunstenaars zadelen ons op met een verantwoordelijkheidsprobleem als ze echte criminelen portretteren: óf we vereenzelvigen ons met hun geweldsverlangen, óf we krijgen begrip voor hun beweegredenen - beide zijn voor veel mensen onacceptabel.

De reden dat we naar figuren als Hannibal Lecter en Macbeth kunnen kijken, is dát het fictief is. De beslotenheid in de verbeelding staat ons toe ons zonder schuld mee te gaan in alle details van het gruwelijk handelen. Het kwaad fascineert, maar moet voor velen in de veilige zone van fictie blijven. Anders wordt het geweldspornografie.


Naar Creativiteit en slechtheid, bronnen , Creativiteit en slechtheid , Psychologie lijst  , Psychologie overzicht  , of naar site home .
 
[an error occurred while processing this directive]