De Volkskrant, 19-06-2008, door Karin Veraart 22 jun.2008

Interview | Acteur Jeroen Willems

‘Ik kan, ik kan, ik moet’

Geheimzinnige personages, met een haast dierlijke kracht, gevaarlijk, met een erotische uitstraling, dat is Jeroen Willems. Nu, in het Holland Festival, weer. Als Lucifer én als De Valmont. ‘Ik moet er erg aan wennen alles in m’n eentje te beslissen.’


Tussentitel: ‘Ik ben niet meer voortdurend bang voor het idee dat ik uit beeld zou zijn,
                   iets dat ik ooit wel heb gehad.’

Fotobijschrift: Jeroen Willems: ‘iemand vroeg laatst of ik zou kiezen voor de hemel of
                       voor de hel. Dat wordt de hel – ik denk dat daar uiteindelijk
                       interessantere mensen zitten.’


‘Als ik ooit iets heb willen spelen, is het Valmont. Toen ik het John Malkovich zag doen, dacht ik: ze hadden toch echt mij moeten nemen hiervoor. Het was goed, wat hij deed; ik was stikjaloers. Shit!’
    Jeroen Willems ís Valmont, nu in Quartett van de Duitse theatermaker en schrijver Heiner Müller. Pakweg een jaar geleden kwam de droom uit, met de première van het stuk tijdens de Salzburger Festspiele. Nu staat het in het Holland Festival.
    Quartett is een bewerking van Les Liaisons Dangereuses, Choderlos de Laclos’ brievenroman uit 1782, een boek dat inspireerde tot talloze adaptaties en dat ook werd verfilmd, met John Malkovich in de hoofdrol. Dat was eind jaren tachtig. Willems kwam net van de Toneelacademie in Maastricht. Hij had het helemaal bedacht, zijn tegenspeelster, markiezin De Merteuil, dat moest Betty Schuurman zijn, de actrice met wie hij jarenlang intensief zou samenwerken bij Theatergroep Hollandia van Johan Simons.
    Enfin, zo liep het niet.
    Vreemd genoeg, zegt hij nu, ‘staat Betty gewoon tegenover me, af en toe. Het voelt vertrouwd.’ In werkelijkheid wordt de rol van De Merteuil in Quartett vertolkt door de Duitse steractrice Barbara Sukowa. Zij en Willems worden geprezen als de top van wat het Europese theater momenteel te bieden heeft. Ja, zegt hij voorzichtig, dat voelt wel leuk. ‘Dat ís wel leuk. Ik denk dat ik blij mag zijn, ik denk dat het iets is dat veel acteurs ambiëren. Over die grens werken van wat toch een klein theatergebied is.’
    Jeroen Willems (1962) is behoedzaam, altijd, bescheiden. Relativeert. ‘Als ik iets vind, denk ik meteen: wacht, er is ook een andere kant.’ Genieten van een succes vindt hij moeilijk, al zegt hij ook: ‘Ik ben wel in staat mezelf waardevol te denken.’ Hij praat rustig, bestelt op zachte toon een cappuccino in de lobby van een chique Amsterdams hotel; een elegante verschijning, gentlemanlike – niet iemand die gretig en voortdurend alle aandacht naar zich toe trekt.
    Op toneel is dat anders. In La Commedia, de nieuwe opera van Louis Andriessen die afgelopen week in een uitverkocht Carré stond en waarin hij de rol van Lucifer vertolkt, viel het wederom op: critici roemden zijn ‘enorme présence’, zetten hem neer als ‘een titaan’.
    ‘Het blijft een vreemd ding om te doen’, zegt hij een paar dagen na de wereldpremière enigszins geamuseerd. ‘Feitelijk sta je in een hele grote installatie, eentje waarin je niet altijd aangelicht moet willen zijn. Ik heb één aria, een vuurspuwend, tierend lied; het is een soort zing-schreeuwen wat ik doe, het is bepaald geen keurig ding – goed, dat is mijn personage ook niet. Het is behoorlijk abstract werken, Lucifer legt geen psychologisch traject af en als acteur heb ik toch wel een beetje houvast nodig. In mijn hoofd heb ik hem inmiddels wel vormgegeven: Lucifer staat voor mij niet puur voor het grote kwaad, dat vind ik niet zo interessant. Hij heeft menselijke trekjes. Ik zie hem vaak als een ongehoorzaam kind, een bozig kereltje.’
    Geheimzinnige personages, met een haast dierlijke, ingehouden kracht; gevaarlijk, met een erotische uitstraling, dat is Willems, met broeierige blik en een onnavolgbaar stemgeluid. Bij Hollandia, de groep waar hij begon en waaraan hij pakweg vijftien jaar verbonden bleef; in talloze gastproducties, in films en tv-series. In theatrale concerten. En nu dus weer, als Lucifer én als De Valmont, de cynische vicomte uit Quartett die hoog spel speelt met zijn vroegere geliefde de markiezin De Merteuil – een wreed spel dat uitmondt in de dood. Gelauwerd is hij voor zijn vertolkingen, in binnen- en buitenland.
    Duistere types, beaamt hij, ‘ik ontkom er niet vaak aan. Grappig: iemand vroeg laatst of ik zou kiezen voor de hemel of voor de hel. Dat wordt de hel – ik denk dat daar uiteindelijk interessantere mensen zitten. Meer stoute mensen, en die vind ik toch wel leuker. Dan moet het maar wat branden.’
    Quartett, de directeur drama van de Festspiele kwam met het plan. ‘Ik dacht: dit kan, dit kan, dit moet’. Thomas Oberender, directeur in kwestie, kende hij van een van zijn laatste ZT Hollandia-voorstellingen, Sentimenti, die uitkwam in de Duitse Ruhrtriënnale. ‘Zo gaat dat dus. Het is het circuit. Het komt soms als vanzelf bij je terug. En dat is ooit met Twee Stemmen begonnen.’
    Twee stemmen is elf jaar oud en hij speelt de voorstelling nog steeds, over de hele wereld. In mei nog in München, straks in het najaar weer, mogelijk zelfs in Damascus. Een virtuoze solo, waarin een illuster gezelschap van intellectuelen, industriëlen en machthebbers bij monde van Willems aan het woord komt. Vier monologen zijn gebaseerd op teksten van Pasolini, de vijfde is samengesteld uit materiaal over de (ethische) dilemma’s van een multinational. ‘Er is nog steeds belangstelling voor en ik vind het fijn om te doen.’
    Een gekoesterde constante in de toch wel onzekere wereld van het freelance-acteursbestaan dat zich inmiddels voor een groot deel in het buitenland afspeelt; met zijn internationale carrière is Willems voor Nederland iets onzichtbaarder geworden. Ja, het is wat hij wilde – en nog steeds wil, en er komen genoeg dingen op zijn pad, binnen ‘het circuit’. Na zijn vertrek bij Hollandia ging het vliegend van start met de geroemde Brel-cycli bij toneelgroep Oostpool, en er volgde een bijzondere productie met de Zwisterse regisseur Christoph Marthaler. Maar eenvoudig is het ook weer niet, na vijf jaar voelt het soms nog steeds onwennig.
    ‘Dan mis ik de buffer, het klankbord, de familie – tussen aanhalingstekens – die je bent met elkaar in een gezelschap. Nu is het toch nog steeds op veel vlakken: aftasten, voorzichtig ruiken, voelen.’ Er gaan ook dingen fout, een aantal interessante projecten liep spaak. ‘Ik zou weer gaan samenwerken met Johan Simons, afgelopen november: Macbeth in Berlijn, in de Volksbühne. Maar eerder al was ik uitgenodigd twee maanden lang Brel te komen doen in New York. We konden geen speelschema uitwerken dat beide partijen tevreden zou stellen. Uiteindelijk ging geen van tweeën door. Berlijn hield z’n poot stijf en New York liep ten slotte stuk op de Engelse rechten van de Brel-teksten.’
    Hij glimlacht minzaam. ‘Inmiddels verwacht ik in dat opzicht wel zo ongeveer alles.’ Even later: ‘Het is allemaal voorbij, het is over en afgelopen. Dat denk je dan.’
    ‘Ik had geen enkel plan. Een kale, lege weg sloeg ik in. Ik zei tegen Johan: de enige zekerheid die ik heb, is dat ik jou wel weer tegenkom op dat pad; verder weet ik niks.’ Ze hadden geen ruzie, het was zijn eigen beslissing. Vijftien jaar lang was hij doorgedenderd, laat mij maar een goederenwagon zijn bij Hollandia (later gefuseerd met het Eindhovense Zuidelijk Toneel), riep hij altijd. Maar op gegeven moment sloeg het toe.
    Metaalmoeheid. Theatermoeheid. Alleen nog maar spelen, maanden achter elkaar zonder een vrije dag, de planning was destijds extra strak. ‘Ik miste reflectie, tijd om dingen te laten bezinken. Dat heeft een en ander in een stroomversnelling gebracht. Ik dacht, dit gaat me allemaal te veel worden. Het was de levensfase misschien ook wel, ik werd veertig toen, en dat slaat allemaal nergens op natuurlijk, dat is ook maar een getal – en toch, het zet je aan het denken. Ik wilde dolgraag andere gebieden gaan onderzoeken, waaronder dat zanggebied. En film.’
    ‘Maar goed, het valt lang niet altijd mee om je eigen locomotief te zijn. Het is zwaar. Je rolt niet per se van het een in het ander. Financieel is het onzeker. Ik word wel gevraagd voor producties, maar je wilt vaak toch graag overleggen met mensen die je vertrouwt, horen wat zij ervan vinden. Samen over de toekomst prakkiseren. Ik moet er erg aan wennen alles in m’n eentje te beslissen.’
    Pauzeert even en zegt dan: ‘Maar ik doe het wel. Uiteindelijk neem ik zelf mijn eigen wijze besluit. Zoals met Brel.’ Rob Ligthert, regisseur bij Oostpool, was al een jaar bezig op ’m in te praten. ‘Veel mensen om me heen hebben me half voor gek verklaard toen ik dat ging doen; ikzelf in eerste instantie overigens ook.’ Maar Brel, de zoete oorlog leverde hem een Louis d’Or op, de hoogste acteursonderscheiding, en het vervolg, Brel 2, was eveneens een succes.
    ‘Ik ben de afgelopen jaren wel iets rustiger geworden. Niet meer voortdurend bang voor het idee dat ik uit beeld zou zijn, iets dat ik ooit wel heb gehad. Ik maak geen keuzes uit angst dat ik niet meer aan het werk kom, niet meer gezien word. Ik blijf dicht bij mezelf en heb gemerkt dat ik uiteindelijk vaak terecht kan op plekken die ik inspirerend vind, waar ik kan werken met interessante mensen: Marthaler, Andriessen, met Barbara Sukowa. Zo heb ik steeds wel iets nieuws – maar niet eens zo heel verschrikkelijk veel.’
    ‘Mijn eerste echte nieuwe productie is nu gepland in januari, met Johan Simons in München: Drie Kleuren, naar Kieslowksi. Na dit Holland Festival heb ik het eigenlijk een beetje openliggen, en ik ben er helemaal niet paniekerig over.’ Lacht: ‘Vreemd.’
    ‘Wat zich wel steeds meer opdringt is de notie dat er een plan moet komen, binnenkort. Een plan de campagne. Ik wil minder in afwachting zijn van wat er op me afkomt. Al ben ik daarin meestal zelf de eerste die dat roept. Maar echt iets op poten zetten – dat is iets waar een acteur toch blijkbaar iets langer over doet; ik hoor het van anderen ook.’
    Hij loopt met plannen voor twee boekverfilmingen, wil weer gaan regisseren. En hij denkt voortdurend na over zijn persoonlijke ontwikkeling binnen het acteursvak. Momenteel concentreert zich dat onherroepelijk op de twee producties waarmee hij doende is. ‘Ik ben ooit toneel gaan spelen om de betekenis, de klank en muzikaliteit van woorden te proeven. Nog steeds kan ik daardoor in vervoering raken. In een opera geef je de woorden noten, en dat is spannend – maar qua timing ben je meer gebonden aan een stramien dan wanneer je toneel speelt. Ik houd juist ook erg van die vrijheid van het toneelspel. Ik ben nu weer zo verlíefd op de tekst van Heiner Müller, op wat hij met taal doet, zegt – dát te pakken krijgen, dat in je mond écht te pakken krijgen, dat is magisch.’
    ‘Wat ik wil, wat ik móet voorkomen, is dat ik op gegeven moment in die gevaarlijke situatie geraak dat ik denk dat ik het allemaal wel weet. Eigenlijk wil ik heel graag aangesproken worden op m’n werk – hallo, dat hebben we nu wel gezien van je, Jeroen Willems – en tegelijkertijd merk ik dat me dat moeilijker valt. Je hebt natuurlijk door de jaren heen aan expertise en stijl iets opgebouwd dat je niet zo maar prijs geeft. Het is een soort geloof geworden, of je eigen waarheid, over ‘hoe het moet’. Maar ik wil een andere waarheid blijven toelaten, altijd.’

Quartett van Heiner Müller. Regie Barbara Frey. Met Jeroen Willems en Barbara Sukowa. 19, 20 en 21 juni, Stadsschouwburg Amsterdam, 20.15 uur. Op 21 juni is een extra (middag-)voorstelling ingelast, 15.00 uur.


Tussenstuk:
CV

Jeroen Willems wordt op 15 november 1962 geboren in Maastricht. Zijn vader is dramadocent, zijn moeder speelt veel (amateur-)toneel. Zelf doorloopt hij de Toneelacademie in Maastricht waar hij in 1987 eindexamen doet. Later zal hij zijn moeder Rieneke regisseren in Lange Lies Lange Jan, een voorstelling over mijnwerkersvrouwen bij ZT Hollandia (2001).

1988 Gaat spelen bij de Zaanse Theatergroep Hollandia van Johan Simons en Paul Koek, waaraan hij pakweg vijftien jaar verbonden blijft. Hij staat onder meer in Boeren Sterven, Stallerhof, La Musica, Leonce en Lena, Lulu, De Perzen, De val van de goden, Twee stemmen, Sentimenti. Met enige regelmaat speelt hij ook bij andere groepen, als De Tijd, Carrousel, Theater van het Oosten.

1991 Speelt zijn eerste grote televisierol in Bij nader inzien. Later volgen onder andere Wij Alexander (1998) en Bij ons in de Jordaan (2000), waarin hij de rol van Wim Sonneveld vertolkt. Afgelopen najaar was hij te zien in de serie Stellenbosch.

1994 Ontvangt de Mary Dresselhuys-prijs voor de beste acteur.

1997 Twee Stemmen wint de Grote Theaterfestivalprijs; er volgen nog zes internationale prijzen, hij blijft het stuk spelen. Dit najaar is een voorstelling in Damascus gepland en in 2010 in Parijs. Maakt regiedebuut met Ach Deken! Deken Ach! Mijn waarde Wolff; later volgen Vroeger (1999) en Circus Shakespeare (samen met Paul Koek in 2001).

2001 Ontvangt een Gouden Kalf-nominatie (beste acteur) voor zijn rol van Troelstra in de speelfilm Nynke. Die nominatie viel hem al eenmaal eerder ten deel voor het tv-drama Zaanse Nachten; hij speelt voorts in films als De passievrucht, Simon, Ocean’s Twelve en recentelijk in Tussenstand.
    Dit is bovendien het jaar dat Hollandia fuseert met het Zuidelijk Toneel. Het nieuwe ZT Hollandia opereert vanaf die tijd vanuit Eindhoven. In 2005 houdt de groep op te bestaan.

2004 Ontvangt de Louis d’Or voor Brel, de zoete oorlog én La musica twee, het stuk van Marguerite Duras waarmee hij en tegenspeelster Betty Schuurman in 1992 al werden geselecteerd voor het Theaterfestival. Brel, de zoete oorlog is een theatraal concert waarin Willems een keur aan liederen van Jacques Brel vertolkt; het wordt twee jaar later vervolgd met Brel 2.
    Vertrekt bij ZT Hollandia.

2006 Speelt in Schutz vor der Zukunft in regie van Christoph Marthaler (co-productie met onder andere NTGent voor de Wiener Festwochen).

2007 Première Quartett in de Salzburger Festspiele.

2008 Première La Commedia (co-productie De Nederlandse Opera en Holland Festival) in Amsterdam.

Naar Creativiteit en slechtheid, bronnen , Creativiteit en slechtheid , Psychologie lijst  , Psychologie overzicht  , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]