VARA TV-Magazine nr. 52-2004, interview met Jan Blokker door Daan Dijksman

DE INSPIRATIEBRONNEN VAN EEN COLUMNIST
Derde kerstdag klinkt zijn sonore stem weer eens achter een VPRO-documentaire, geïnspireerd op een geschrift van de historicus Johan Huizinga. Tijd voor een conversatie over de tijdgeest met Jan Blokker (77).

Still going, strong

Tussentitels:
'OVER DE JOURNALISTIEK HOUD IK ER NOGAL GEREFORMEERDE OPVATTINGEN OP NA'
'JAN MULDER, DAT VIND IK EEN MENGELING VAN VERACHTELIJK EN ZIELIG'

DE ONTMOETING MET Jan Blokker vindt plaats in de ochtenduren ('Ik ben een ochtendmens') te zijnen huize in de Amsterdamse binnenstad. Om hem heen, zover het oog reikt, een overdaad aan ordelijk gerangschikt boekenbezit, waarin de categorie non-fictie domineert. 's Morgens komt hem sowieso beter uit, omdat ervoor later op de dag nog een Volkskrant-column ('stukkie') op het programma staat. Die benaming 'stukkie' betekent voor hem (die zich, ondanks al die andere dingen die hij óók gedaan heeft in zijn lange beroepsleven, nog altijd vooral journalist' weet) overigens niet dat het schrijven ervan een fluitje van een cent is: Want ik schrijf niet makkelijk.' Vervolgens staat 'Als de dag van gisteren' op de agenda, zijn aan het geschiedkundige boek gewijde rubriek in de vrijdagse Volkskrant-boekenbijlage. En op zaterdag is er dan uiteraard weer een column.
    De zondag ervoor had in het teken gestaan van overleg met beide zoons (de een werkzaam als schoolbestuurder, de ander in de journalistiek) die het beiden wel tot academisch gebrevetteerd historicus brachten, over een rond de Boekenweek (thema: geschiedenis) verschijnend werk met de historische schoolplaten van J.H. Isings als inspiratie.
    De werkbespreking was op nogal curieuze wijze onderbroken dooreen telefoontje van Paleis Soestdijk: de Prins, die ondanks zijn duidelijk afgenomen krachten wilde bedanken voor het kaartje waarin Blokker hem had opgeroepen zich 'niet te laten kisten'. En dat kaartje was weer een uitvloeisel geweest van de belangstelling die Bernhard aan de dag had gelegd voor de hervattingsdatum van Blokkers column toen hij door een longkankeroperatie geveld was geweest. Nee, dat ZKH de Volkskrant las, is volgens Blokker veel minder gek dan zijn bezoeker denkt. Toen Blokker in de jaren 8o nog als adjunct-hoofdredacteur van die krant fungeerde, had hoofdredacteur Jan van der Pluijm hem met gepaste trots verteld dat de prins al om half negen belde als er een fout in de puzzel stond. Op de ochtend na het overlijden van de prins zou er dan ook een onvolprezen Blokker-column in de krant staan waarin op aandoenlijke wijze aanschouwelijk werd gemaakt dat Martin van Amerongen dus niet de enige gereputeerde linkse pennenvoerder was geweest die zich uit de eerste hand had kunnen vergewissen van een kennelijk gebrek aan kleinzieligheid van ZKH.

ER VALT NATUURLIJK ALTIJD wel een aanleiding te bedenken voor een bezoek aan de cultuurpessimistische columnist annex mediacriticaster Jan Blokker. Zeker nu die, naarmate er sprake lijkt van een onvermijdelijke eindsprint, in almaar grotere vorm lij kt te verkeren. Maar te midden van alle bovenstaande bezigheden is onze gastheer van die morgen ook nog eens doende met een televisieprogramma. Op tafel ligt een videocassette met daarop beelden die René Seegers verzamelde voor de VPRO-documentaire Proper, nuchter en tolerant; Nederland 1934-2004, een film met als vertrekpunt Nederland's geestesmerk, de beschouwing (anno 1934) door historicus Johan Huizinga inzake ons vermeende volkskarakter. Bij die beelden wordt een typisch Blokker-commentaar verwacht. Blokker: 'Ik heb René gewaarschuwd tegen het gebruik van het afschuwelijke woord filmessay, maar dat is het wel. Het project grijpt terug op De Gouden Ganzenveer, een vererende onderscheiding die ik, een tijd terug alweer, heb gekregen. Bij die gelegenheid heb ik geopperd een deftige discussie te voeren over Nederland's geestesmerk. Huizinga memoreerde indertijd
dat we als volk niet heroïsch zijn, proper, nuchter, in deugdzame zin burgerlijk, open staan voor de rechten en meningen van anderen en dus tolerant, al kwam dat woord bij hem niet voor. Voor een deel hadden zijn constateringen natuurlijk ook iets van een ideaalbeeld. Ook hij wilde de boel bij elkaar houden, zeg maar. Er gebeurden echt enge dingen: Hitler en Mussolini aan de macht, hier een enorme economische crisis met een half miljoen werklozen. Op mijn netvlies heb ik nog dat beeld van een rij mensen die voor Sneeuwwitje naar Tuschinski wilden. Om er dan door twee smeerlappen van controleurs te worden uitgepikt. Niks uitkering gekort, uitkering kwijt.'

'JE KUNT JE OVER die in het oog springende verschillen in de samenleving tussen 1934 en 2004 een aantal dingen afvragen. Was die Huizinga van toen soms van lotje getikt? Of ging er in die tijd nooit een André Hazes dood, of werden we nooit kampioen, of net geen kampioen, in een of andere kutsport? Anders gezegd: kan een bevolking in zo'n betrekkelijk korte periode van pakweg een flinke mensenleeftijd, echt radicaal veranderen?'
    'Er moeten wat sprookjes de wereld uit. De huidige hysterie lijkt begonnen met Fortuyn, maar het kan haast niet anders of er moeten hier allerlei zaken hebben gesluimerd die Huizinga niet heeft opgemerkt. Want we zijn altijd al een hysterisch-volk geweest, een volk van smeerpoetsen, gezegend met een diepe afkeer van alles wat niet op ons lijkt. Datlaatste zie je trouwens terug in Balkenendes verbijsterende bezweringsformule bij wijze van reactie op de moord op Theo van Gogh die hij als "onnederlands" karakteriseerde. Er zit prachtig materiaal in de film, van Polygoon en dergelijke, maar ook van de per definitie welstandige amateurs, die het zich kon veroorloven de privé-hoogtepunten uit hun bestaan vast te leggen. En ook over de tijdgeest van nu is er materiaal. René is met een klein cameraatje - officieel mocht er niet gedraaid worden - naar die avond met Hazes op de middenstip geweest en je weet niet wat je ziet aan tranen met tuiten.' 'René Seegers is uiteraard begonnen met de vraag hoe 1934 eruit zag. Ik ben van 1927, ik werd in dat jaar dus zeven en op mijn verjaardag die op zondag 27 mei viel, speelde het Nederlandse elftal in Milaan tegen Zwitserland om zich te kwalificeren voor de WK-finale in Rome. Enfin, we verloren en gingen niet. Je wordt zeven en denkt dat de hele wereld zich nu op jou concentreert en dan zitten je ouders, die helemaal niet zo sport-minded waren, gekluisterd aan de radio en de stem van Han Hollander. Wat ik me dus ook herinner is dat wel een vorm van hype heerste, maar bescheiden en beschaafd, met een liedje dat We gaan naar Rome heette. René heeft bij Polygoon in het archief een intrigerend filmpje gevonden waarin uit de beelden wel een zekere opwinding spreekt, een beetje hossen rond de Dom van Milaan, maar allemaal heel keurig.'
    'Wat ik me uit 1934 ook goed herinner, dat was de handicaprace met de Uiver naar Melbourne. Dat komt door mijn broer, die zeven jaar ouder was dan ik en gek van luchtvaart; hij is zijn carrière dan ook geëindigd als KLM-gezagvoerder. En er werd ook toen heel wat doodgegaan: oud-koningin Emma, prins Hendrik.' 'Ik was een nakomertje en dat zal er wel mee te maken hebben gehad dat ik een stil watertje was, een redelijk wijs, schijterig, oppassend kereltje dat zodoende al op vroege leeftijd geïnteresseerd was wat er in de wereld gebeurde. Niet lang na 1934 ging de Cineac Handelsblad open daar bekeek ik met mijn vader iedere week de actualiteiten. Dat was de enige bioscoop die ik tot en met de oorlog van binnen heb gezien, want gewoon naar de film gingen we niet, dat was toch een beetje ordinair. Zodoende heb ik een ontzettend helder beeld van de angstaanjagende gebeurtenissen uit die tijd. De bezetting van het Rijnland, de Negus van Abessynië die in de Volkenbond iets riep in de trantvan "heden ik, morgen gij", Colijn, noem maar op.'
   'Zo nu en dan krijg ik zo'n band van René door de bus. Mijn commentaar-achtige kanttekeningetjes moet ik kwijt onder zogenoemd "open beeld" en dat is een heel gepuzzel. Maar, net als filmmontage, nog leuker om te doen dan een stukkie schrijven.' Waarna de conversatie zich verlegt naar de tijdgeest zoals die gestalte krijgt in de media (inclusief de 'eigen' Volkskrant, waar hij in 1979 als adjunct aantrad en waarvoor hij al sinds decennia zijn column schrijft). Wat vindt men ter redactie aan de Wibautstraat eigenlijk van zijn niet aflatende neiging om de roede niet te sparen als het om het eigen product gaat?
    Blokker: Ach, ik kom daar nooit meer. Ik neem aan dat er op zo'n redactie een groep is die met klammheimliche Freude kennis neemt van dat soort kritiek, maar er zuilen ook mensen zijn die zeggen, kan die ouwe lul nu eindelijk eens opsodemieteren. Eens in de zoveel maanden zie ik Pieter (Broertjes, de hoofdredacteur, red.) en dan praten we over de krant. Wat hij niet leuk vindt - en dat kan ik me wel voorstellen-, is als ik ergens anders wat naars zou zeggen over die krant. Dat vindt-ie een vorm van verraad en dat is het ook. Mijn smoes voor mijn kritiek in dat stukkie in de eigen krant is het spreekwoord 'Het is een vriend die mij mijn feilen toont'. En dat is ook zo, ik zeg wel eens dat ik Trouw of De Telegraaf een schijtkrant vind, maar die kunnen me, anders dan de Volkskrant, niet "schelen"." 'De Telegraaf koop ik als er nieuws is waarvan je benieuwd bent hoe zij daarop reageren. Trouw zie ik vaker. Mijn niet al te originele associatie is de IKON en ook bij de IKON denk ik regelmatig flikker nou toch eens op met die Wilde Ganzen. Trouw was altijd afgrijselijk politiek correct en dat is dus verschrikkelijk gaan schuiven, ik noem een griezel als columnist Sylvain Ephimenco. Temidden van de huidige heersende hysterie zie je nu eenmaal overal van die omgekeerde Mohammed B.'s.'
    'Het Parool zie ik wel elke dag. Het is aardig dat er kennelijk door een klein groepje mensen hard wordt gewerkt. Het is sympathiek, maar ik vind het niks.'

'MISSCHIEN HEB JE WEL gelijk als je zegt dat ik een wat ambivalente houding met de Volkskrant heb. Met de VPRO heb ik me in mijn tijd daar (tussen 1968 en 1979 als hoofdredacteur televisie, red.) altijd meer vereenzelvigd. Toen ik in de journalistiek begon, bij Het Parool en later het Algemeen Handelsblad, was de Volkskrant nog een roomse krant en ik ben tamelijk antipapistisch opgevoed. Maar het wasjournalistiek gesproken wel een goeie krant. Newsy, ook al stond er dan een jubilerende pastoor op de voorpagina. Minder ingedut dan het Handelsblad, waar ik in 1954 van Het Parool naar overstapte.'
    'In mijn tijd in de hoofdredactie van de Volkskrant ging het veel over het ophouden van de journalistieke standing. Er was daar wel een groep die vond dat het een linkse Telegraaf moest worden, ik dacht aan op zijn ergst een linksige NRC Handelsblad. Ik houd er over de journalistiek nogal gereformeerde opvattingen op na en ik ben wars van die door allerlei marketingideeën ingegeven flodderkonterij die je overal ziet om de crisis in deze sector te bestrijden.'
    'Wat mij het ergst lijkt, en daar ben ik wel eens bang voor als ik dat magazine op zaterdag zie, dat het de kant opzeilt van de ergste krant van Nederland, dat niksige Algemeen Dagblad. Ik ben stronteigenwijs, dus iedere keer begin ik weer tegen Pieter over dat magazine met al die flutrubriekjes en interviews met mensen waarover ik niks wil lezen. Waarop hij dan altijd weer als troef met lezersonderzoek komt, waaruit zou moeten blijken dat de jongere, vooral vrouwelijke Volkskrant-lezer dat flodderding zo prachtig vindt. Ik vind het nog steeds een enorme fout dat als gevolg van de komst van dat verdomde magazine, waarin dan de grotere reportages enzo zouden komen, destijds de krantenbijlage "Het Vervolg" is opgeheven. Dat komt goddank beginjanuari met de verbouwing van de zaterdagkrant terug.'
    'Ik ben een ouwe snob en daarom geef ik dus de voorkeur aan die maandelijkse bijlage M van NRC Handelsblad, waar steviger, reportage-achtige stukken in staan. Daarvoor was op termijn ook een wekelijkse frequentie voorzien, waarna de bijlage Z ook wel zou kunnen verdwijnen. Maar dat is dus voorkomen door een fundamentele journalistieke opstelling van aantal verstandige mensen, onder wie dus mijn zoon Bas.'
    'Het is principieel journalistiek gesproken geen optie om zo'n magazine te hebben. Het is iets wat totaal, maar dan ook totaal niet, bij de Volkskrant past. Nee, we worden het niet eens: het is dommigheid, minkukelarij. Maar ach, laat ook maar.'
    'Je ziet overal dat gebrek aan koers, een vlucht naar de markt. Ik koop Vrij Nederland nog altijd. Het is een beetje treurig: als ik aan VN denk dan zie ik die advertentie bij het aantreden van het kabinet-Van Agt-Wiegel weer voor me: het zijn weer tijden om VN te lezen. Stel je nu zo'n uiting van hun kantvoor: die zou nu toch alleen nog maar de lachlust opwekken?'
'HP/De Tijd kijk ik nog wel in. Het is een beetje een schendblaadje geworden, rechtser en opruiender dan De Telegraaf ooit was, maar ze waren wél de eersten met die ommezwaai.'

VAN EEN ANDERE ORDE dan zijn passie voor journalistiek is zijn verslaafdheid aan de televisie, omdat die vrijwel volledig in dienst lijkt te staan van zijn column-productie. Voor series heeft hij geen geduld en ook bij film gaat de knop om (hetgeen curieus mag heten op grond van zijn verleden als filmcriticus, scenarist en spil in de filmwereld). Hij geeft zich daarentegen graag over aan spelletjes: 'Lingo met zes letters, dat zie ik altijd. Dat was destijds volgens die enorme droplul van een Rick van der Ploeg (een van de voorgangers van D66-media-staatssecretaris Medy van der Laan, red.), die tegenwoordig professor in Florence heet te wezen, o zo goed voor de geestelijke ontwikkeling van de deelnemers. Nou, die in sociaal-democratische kring populaire verheffingsgedachte -begin met een kasteelromannetje en eindig met Tolstoi - die zie je daar aanschouwelijk gelogenstraft. Dan staat het woord er al en blijft men er toch dommig - of beter misschien: woordblind - naar staren. Dat vind ik dus heerlijk om te zien.' Daarna blijft hij 'afhankelijk van het onderwerp' hangen aan B&W ('Ik ben überhaupt enorm van de lulprogramma's, zoals dat Rondom Tien') om vervolgens nooit het NOS journaal over te slaan. Van Netwerk is hij geen fan: 'Die verschrikkelijke Fons de Poel, dat heb ik opgegeven toen-ie zo'n belachelijk programma met een psychologe ging maken. En dan die opgepomptheid, die slechte muziek, die bombast. Dan weet ik niet wat ik in de categorie enge mannen erger vind, die Fons, of die bijrijder, Sven Kockelmann.' EO's Andries Knevel had wat hem betreft 'voor twintig jaar uit het vak ontzet mogen worden' na die vertoning met de Brabo-moslim die Wilders dood wenste, maar de kritiek vanuit de Netwerkhoek op de EO-journalistiek kwam hem 'uitgesproken opgeblazen' voor: 'Die Tijs van den Brink mag van mij best Balkenende interviewen.'
    En dan is er - na een stukje Nova - Barend & Van Dorp waarvoor hij inmiddels nogal allergisch is geworden.'Ze hebben die enorme neiging om in hypes te springen, om dat dan later weer te gaan zitten nuanceren onder het motto van we zijn toch zulke goeie journalisten. En dan jan, die daar op een morele toon van likmevestje de domme August, de malloot, de hofnar, zit te spelen, in samenspraak met zijn twee intellectuele vrienden, dat vind ik een mengeling van verachtelijk en zielig. Maar echt weerzinwekkend is dat populisme van jan als-ie letterlijk het publiek erbij gaat betrekken. En journalistiek-ethisch verwerpelijk vind ik z'n neiging om die ene rol, zoals die kwestie Dick Advocaat, te gaan verbinden met die andere als Volkskrant-columnist. Je hebt ruzie met je buurman, dan ga je toch niet in de krant schrijven: mijn buurman is een lul, hou toch op zeg.'
    'Ach, de televisie is één groot kletscircuit, waarbij de televisie wel de macht heeft, hoezeer dat medium nog altijd volgend is ten opzichte van de krant. Er is die enorme behoefte aan meningen die allemaal in die vraatzuchtige muil van de tv verdwijnen. Als spreeuwen duikt men collectief op die ene broodkorst. om ertoe te doen en macht te krijgen is er geen ander alternatief dan je kop te laten zien. Maar noggekker is dat wat al die zogenaamde meningen behelzen er eigenlijk geen reet toe lijkt te doen. Sterker nog, bij al die praatprogramma's laat men het liefst meningen invullen die ze er zelf toch ook al een beetje op na houden. En dan komen de Maarten van Rossems, de Leon de Winters, de Thomas von der Dunks, of de Joost Zwagermannen, kortom iedereen die een paar zinnen achter elkaar uit zijn bek kan krijgen, natuurlijk als geroepen.'
    'Ik begrijp een paar dingen niet. Allereerst, al die opinionleaders die dan weer voor ze in de trein naar Hilversum stappen een das om moeten en hun haar kammen: waar je zin in hebt. Dat is dus een kwestie van ijdelheid. Maar iets anders is - en dat vind ik echt raar - dat door dat mechanisme van elkaar achterna lopen en napraten ieder onderscheid tussen al die publieke omroepen, die zich ter wille van hun bestaansrecht toch zo nodig moeten profileren, totaal verdwenen lijkt. En uitgerekend op zo'n moment nodigt mulomeisje Medy, die aandoenlijke hittepetit, godbetere het nog twee nieuwe omroepjes uit om het bestel nog meer te verrijken. Het moet, zou je zeggen, niet gekker worden. Maar ik zie niks wat daarop wijst.'


Naar Cynisme, bronnen , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site
home .

 

[an error occurred while processing this directive]