Bron bij Cynisme: Hilhorst

De Volkskrant, 19-02-2005, artikel van Pieter Hilhorst

Waarom zegt een voorbeeld van bedrog meer over de wereld dan een voorbeeld van trouw?

Brieven van lezers zijn zelden complimenteus. Maar soms is de reactie van zo'n boze lezer een zegen voor de ziel: 'Geachte heer Hilhorst, ik ken u als wat ik noem een kort-gebroekte denker, maar in uw laatste column bereikt u nieuwe hoogten in het positief filosoferen.'
    Een kort-gebroekte denker. Je ziet hem onmiddellijk voor je: de padvindersjongen met de witte spillebenen en de veel te onbevangen blik. Het is bedoeld als een belediging, maar ik ben het gaan gebruiken als geuzennaam: 'Ik ben een kort-gebroekte denker.' En dat zouden meer mensen moeten doen.
    De column waaraan deze lezer zo'n aanstoot had genomen ging over de onvindbare massavernietigingswapens in Irak. Een kwestie die alweer helemaal is vergeten. Ik beschreef dat we leven in een tijd waarin het ontmaskeren van anderen in hoog aanzien staat. Zeker bij een schurk als Saddam is het zinnig om het ergste te vrezen. Dat hij de wapeninspecteurs steeds tegenwerkte en op een dwaalspoor probeerde te zetten, leek het bewijs bij uitstek dat hij iets te verbergen had. Waarom zou hij tegensputteren als hij al was ontwapend? Nierhand kwam vervolgens op het idee dat hij niet wapens wilde verbergen, maar zijn eigen zwakte. Het Westen, zo concludeerde ik, was slachtoffer geworden van haar eigen wantrouwen.
    Die conclusie schoot de bewuste lezer in het verkeerde keelgat. De brief, die zo grappig begon, ontspoorde al snel in een litanie over Stalin, de nazi's en de holocaust. En de beschuldi-ging dat na´evelingen als ik voor die gruwelen verantwoordelijk waren. Ik wilde immers Het Kwaad (met hoofdletters) niet onder ogen zien. Ik wilde tegen beter weten in geloven in de Goedheid van de Mens.
    Gelukkig was mijn streven bescheidener. Ik wilde niet Het Kwaad ontkennen. Ik wilde slechts de blinde vlek van het zwartkijken blootleggen. Zwartkijkers (ze noemen zich meestal realisten) voelen zich superieur aan hun na´eve medemens. Zij durven de rauwe werkelijkheid in al haar slechtheid onder ogen te zien. Zij laten zich niet misleiden door goede bedoelingen en goedkope beloften. Zij durven achter de maskers te kijken. Ze weten zelfs al wat daar te zien is. Achter de schone schijn ligt een wereld die wordt geregeerd door lage motieven, zoals honger naar macht.
    Deze rauwe blik oogt kritisch, maar is dat niet. Er kleven namelijk twee fundamentele problemen aan deze meedogenloze blik: ten eerste beweren zwartkijkers dat ze weten wat er achter de maskers ligt. Zij kennen het wezen van de wereld: slechtheid. Tegenover de ene vooringenomenheid (de mens is goed) plaatsen zij een andere, even grote, vooringenomenheid (de mens is slecht).
    Wie al weet wat er achter de maskers ligt, hoeft ook niet meer goed te kijken. Categorisch wantrouwen maakt blind, want waarom zegt een voorbeeld van bedrog meer over de wereld dan een voorbeeld van trouw? Wat ze overal in de wereld zien, is slechts de projectie van hun eigen vooronderstelling. De mens is slecht, alles wat goed oogt is een dwaalspoor. Het is een dun laagje vernis dat een verrotte wereld aan het oog onttrekt.
    De filosoof Ger Groot geeft in een prachtig essay in De Groene Arnsterdammer een psychologische verklaring voor de populariteit van dit cynisme. De pijn van het verlies van een illusie (in de ware liefde, een politiek ideaal of het vertrouwen in de medemens) wordt bestreden door alle illusies bij het grof vuil te zetten.
Bij gedesillusioneerde wereldverbeteraars uit de jaren zestig zie je dal vaak. Als wij de wereld niet kunnen verbeteren dan kan niemand het. l lun geloof in de wereld is verdwe nen, maar hun egocentrisme niet. Zij blijven zichzelf zien als de maat der dingen. l lun teleurstelling moet het failliet bewijzen van elk idealisme.
    Je kunt cynisme ook begrijpen als een dwangmatige poging om de wereld in ÚÚn schema te passen. De filosoof Simon Blackburn heeft het in Being Good dan ook over The Grand Unifying Pessimism. Er zijn gruweldaden die in geen enkel wereldbeeld passen. De enige manier om het coherent te houden is om het wereldbeeld aan te passen aan die gruwelijkheden. Auschwitz, de genocide in Rwanda, Marc Dulroux zijn dan de essentie van de wereldgeschiedenis. De rest is franje.
    In het BBC-programma Bystanders werd dit mechanisme schrijnend ge´llustreerd. Het ging over mensen die getuige waren van een misdaad. Een van de ge´nterviewden was onmiskenbaar een held. Hij had zijn bejaarde buurvrouw gered, die door mannen was bestolen, verkracht en vervolgens naakt was vastgebonden op een stoel met een prop in haar mond. Daarna hadden de mannen het huis in brand gestoken. De buurman hoorde gestommel, rook brand en heeft de deur ingetrapt en de vrouw gered van een gruwelijke dood. Hij kreeg er zelfs een medaille voor.
    Maar de man die in het programma optrad, zag er niet uit als een held. Hij was gebroken. 'I've seen Evil in the face,' zei hij in het interview. En dat verandert alles.
    Dat is tragisch, maar het is voorbarig te zeggen dat alleen getraumatiseerde mensen een juiste blik op de werkelijkheid hebben. De cynische blik faalt door eenzijdigheid.
    Doordat de cynicus iedereen van slechtheid verdenkt, kan hij relevante verschillen niet benoemen,
    De Tsjechische schrijver Vaclav Havel stelt in Poging om in de waarheid te leven dat dat precies het doel was van de communistische propaganda. Propaganda is niet bedoeld om mensen te overtuigen, maar om de taal te besmetten. Hij onderzoekt waarom in een groentewinkel tussen de appels een communistische leus ligt. De groenteman gelooft er niet in. De klanten niet. En de regering weet dat niemand het gelooft. Dus waarom moet de poppenkast worden volgehouden? Havel ziet het als een alledaagse les in cynisme. Het draagt de boodschap uit dat alle politieke retoriek leeg is. Dus ook de kritiek van eventuele dissidenten.
Het is een mechanisme dat ook door Orwell prachtig wordt beschreven in 1984. Hij noemt het Newspeak. Op het ministerie van Waarheid worden leugens gefabriceerd. Het ministerie van Vrede richt zich op oorlog. Woorden als waarheid en vrede worden zo betekenisloos.
Een moderne variant hiervan is het cynische oordeel dat alle politici liegen. Deze cynici vergeten dat ze zo ook de woorden van de oppositie afserveren als mooipraterij die slechts machtshonger maskeert. Cynisme slaat dus de grond onder kritiek weg.
    De cynische blik op de wereld is populair geworden door een ongezonde wisselwerking tussen media en politiek. Onlangs hield de nieuwe voorzitter van de BBC. Michael Grade, een fel betoog tegen het oprukkend cynisme in de politieke verslaggeving. De houding van sommige journalisten lijkt te zijn: politici liegen altijd. Grade maakt een onderscheid tussen scepsis en cynisme. Het eerste is wantrouwen dat voortkomt uit een liefde voor de waarheid. Het tweede is een zelfingenomen wantrouwen in de veronderstelling dat de journalist de waarheid toch al kent. Wanneer scepsis cynisme wordt, kan het het denken uitschakelen en de waarheid blokkeren.'
    Deze cynische anti-politiek valt in goede aarde doordat mensen het liefst kranten lezen waar ze het mee eens zijn. Mensen willen niet worden verrast, maar worden bevestigd in hun mening. 'Zie je wel. Het zijn allemaal leugenaars.' Zo is zelfreflectie schaars aan het worden.
    Kort-gebroekte denkers keren zich tegen deze kortzichtigheid van de cynici. Zij willen politici niet over een kam scheren. Ze stellen er juist eer in om het kleine verschil te ontwaren. Waarom is het ene alternatief net iets wenselijker dan het andere, of net iets minder onwenselijk dan het andere. Marjolijn Februari schreef vorig jaar een prachtige column over deze kunst van het oordelen. Ze verwees naar een cultuurcriticus die had gezegd dat iemand als Sartre nooit een essay zou kunnen schrijven over een rommelwinkel of over een perfect kopje thee. Hij mist de liefde voor het detail. En omdat hij voor kleine, schijnbaar onbenullige dingen geen oog heeft, kon hij ook niets zinnigs zeggen over politiek.
    Wie in systemen denkt, of categorieŰn, is vatbaar voor wreedheid, is geneigd over details heen te stappen. En al snel zal blijken dat die individuele mens zo'n detail is. Kort-gebroekte denkers proberen daarentegen uit te blinken in het ontwaren van betekenisvolle details. Kort-gebroekt denken is dus niet het tegendeel van cynisme. Dat zou het pas zijn als het geloof in de slechtheid van de wereld werd ingeruild voor het geloof in de goedheid van de mensheid.
    Dat lijkt een radicaal onderscheid, maar past voor mij in dezelfde manier van denken. Een manier van denken zonder oog voor detail. Daarom vind ik die definitie van optimisten en pessimisten ook zo mooi: 'Optimisten geloven dat dit de beste van alle werelden is en pessimisten vrezen dat dat waar is.'
    Ik wil daarentegen af van de vooringenomenheid van zowel pessimisten als optimisten. Er is namelijk geen 'wezen van de wereld'. En juist omdat er geen wezen van de wereld is, komt het erop aan om goed te kijken en precies te oordelen
    Om dat kleine verschil te zien, om oog voor detail te hebben, is de onbevangenheid van de kort-gebroekte denker onontbeerlijk. Hij of zij, want ook vrouwen kunnen kort-gebroekt door het leven gaan, wil zich graag door de werkelijkheid laten verrassen. Hij wil niet worden bevestigd in zijn mening, maar openstaan voor het tegendeel. Hij onderzoekt dan ook vooral wat niet strookt met de eigen vooronderstellingen.
    Onlangs gaf Condoleezza Rice een verklaring uit waarin stond dat een inval in Iran 'nu niet op de agenda stond van het Witte Huis'. Ik keek naar het bericht op teletekst met de historicus Chris van der Heijden. Hij zei: 'Als het Witte Huis gaat ontkennen dat het nu op de agenda staat, ga ik me pas echt zorgen maken.'
    Pas door de ontkenning wordt de invasie een reŰle optie. Het is een slimme analyse. Maar de vraag is wat je er dan mee moet. Er zijn inderdaad onheilspellende parallellen tussen Iran en Irak. Zo heeft David Kay, een van de wapeninspecteurs van de Verenigde Naties in Irak, gewaarschuwd voor het feit dat bij de analyse van het atoomprogramma van Iran weer gebruik wordt gemaakt van de informatie van politieke vluchtelingen. In het geval van Irak bleken die verklaringen uitermate onbetrouwbaar.
    De cynicus zou zeggen: ik weet genoeg, dat gaat weer mis, de Amerikaanse machtshonger slaat weer toe.
    Kort-gebroekte denkers weten daarentegen nooit genoeg. Nu is beter oordelen niet alleen een kwestie van meer weten. Te vaak weten mensen al wat ze vinden en moeten ze er alleen nog even de argumenten bij zoeken. Het gaat ook om een kritische houding ten aanzien van de feiten.
    Daarvoor is zelfreflectie onontbeerlijk. Zonder zelfreflectie neem je af snel jezelf als maatstaf. Wat zou ik doen in zo'n geval?
    Zelfreflectie is ook nodig als tegenwicht tegen sentimenten die je oordeel kleuren. Volgens filosoof Blackburn worden veel argumentaties overtuigend gevonden omdat ze appelleren aan diepe emoties die we hebben. Schuldgevoel is zo'n emotie. Haat of anti-Amerikanisme is een ander.
    De beste manier om die verleiding te weerstaan is zoeken naar argumenten die de eigen intu´tie weerspreken. De angst voor manipulatie moet niet omslaan in onwil om te luisteren naar wat een tegenstander zegt. Dus: welke argumenten zijn er dat de Amerikanen niet dezelfde fouten maken als met Irak en dat hun zorg om het Iraanse kernwapenprogramma terecht is?
    Oordelen begint met het trainen van een onbevangen blik. De onbevangen blik van de kort-gebroekte denker. Want de kunst van het politieke oordeel schuilt niet in het grote gebaar (geen enkele politicus deugt), maar in het ontwaren van het kleine verschil. Of om het anders te zeggen en de brievenschrijver met zijn voorkeur voor eschatologische voorstellingen enigszins tegemoet te komen: de duivel schuilt in de details.


IRP
:   Het artikel van Hilhorst heeft twee duidelijk onderscheiden delen: een theoretische verhandeling over cynisme, en een praktische toepassing ervan op politiek en Amerikaanse politiek in het bijzonder. Het eerste deel is een uitstekende verhandeling. Er worden een aantal verbanden gelegd die dezelfde zijn als in het eerder geschreven IRP artikel.
    Het deel met betrekking tot de toepassing slaat om niet geheel duidelijke redenen de plank volledig mis. Uit een enkel negatief voorval is er weinig reden om volledig zwarte conclusies te trekken omtrent toekomstige gebeurtenissen. Maar als de reeks voorvallen groeit, wordt de rechtvaardiging voor sombere conclusies voortdurend groter. De reeks voorvallen waarin de Verenigde Staten betrokken zijn en die redenen zijn voor sombere conclusies, is erg lang. De oorlog in Vietnam is slechts een groot voorval in een reeks van vele, waarin de steun aan Saddam Hoessein en Osama bin Laden op zich kleinere zaken zijn dan Vietnam, maar des te meer reden voor sombere conclusies, gezien de reden voor die steun en de latere gevolgen. In dit geval zijn het niet de conclusies die cynisch zijn, het zijn de daden. Uit cynische daden mag men zonder meer cynische conclusies trekken. Gezien de totale hoeveelheid onthulde leugens van Amerikaanse politici is een cynisch standpunt over uitspraken van Amerikaanse politici geen cynisme, maar een doortrekken van een bestaand patroon. Dit cynisme noemen, is op zichzelf al bijna cynisme, in ieder geval is het als het bewust gebeurd nihilisme. Maar gevreesd moet worden dat Pieter Hilhorst zich er niet eens van bewust is. En dat zou pas echt korte-broeken denken zijn.


Terug naar Cynisme, bronnen , Psychologie overzicht , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]