De Volkskrant, 08-01-2005, column van Frank Kalshoven

De akelige economie van het gulle geven

Waarom doneerden Nederlandse burgers en bedrijven 112 miljoen euro op giro 555? Een ding is vrij zeker: dat deden ze niet (alleen) omdat een ramp veel menselijk leed en materiŰle schade heeft aangericht. De economie van de vrijgevigheid lijkt misschien een abc van altru´sme, maar in werkelijkheid benadert een exegese van ego´sme de realiteit beter.
    Economie wordt al sinds de negentiende eeuw een dismal science genoemd, een akelige wetenschap dus, en dat komt goed uit de verf bij de analyse van de gemoedstoestand die De Telegraaf vrijdag omschreef als 'Nederland overtreft zichzelf'.
    De hypothese dat de Nederlandse vrijgevigheid uitsluitend is ingegeven door de omvang van het leed moet worden verworpen, om de eenvoudige reden dat ander leed van vergelijkbare omvang geen massale donaties tot gevolg heeft gehad. Als leed de maatstaf van de vrijgevigheid zou zijn, zouden de miljoenen aids-lijders in Afrika een veelvoud van de 112 miljoen euro tegemoet kunnen zien, zou het Iraakse volk zijn bedolven onder euro's, en zouden de tientallen miljoenen bewoners van sloppenwijken rond de grote steden in de Derde Wereld in blijde afwachting zijn van uw volgende storting. De omvang van het menselijk lijden speelt geen doorslaggevende rol bij het verklaren van de omvang van de Nederlandse vrijgevigheid.
    Door omvang te koppelen aan de directe oorzaak van het lijden, komen we een stuk verder. Lijden als gevolg van sociale, economische, politieke en militaire gebeurtenissen zet slechts kleine groepen mensen aan tot schenkingen. Lijden veroorzaakt door diverse natuurverschijnselen - aardbevingen, orkanen, droogte of juist extreme regenval, vulkaan-uitbarstingen, tsunami's - inspireert grotere groepen mensen tot grotere bijdragen.
    Misschien zien mensen natuurverschijnselen als een gemeenschappelijke vijand. Wellicht spreken Nederlanders zo ook een moreel oordeel uit: aan natuurrampen kunnen slachtoffers zelf weinig doen, en dus is hulp geboden, maar leed van menselijke makelij moeten mensen zelf maar oplossen. Het zou bijvoorbeeld verklaren waarom Sri Lanka het gedurende dertig jaar burgeroorlog - waarin vergelijkenderwijs meer leed werd toegebracht dan door de tsunami - met weinig hulp moest stellen, en nu een eiland is dat dringend door Nederlanders van geld moet worden voorzien.
    Omvangrijk leed met een natuurlijke oorzaak, dat zijn de randvoorwaarden voor een golf van donaties. Maar wat zijn vervolgens de schenkmotieven? En zijn die, eerlijk zeggen, van altru´stische of ego´stische aard? De afgelopen week passeerden (minstens) negen motieven de revue.
1. De wens om medewereldburgers in nood te helpen. Een puur altru´stisch motief. De selectiviteit van dit altru´sme (zie boven) doet daaraan niets af.
2. Het geeft een goed gevoel te geven. De eigen behoeftebevrediging staat centraal: ik geef, dus ik ben een goed mens.
3. Het is een religieuze verplichting (zowel van christenen als moslims). De donatie heeft het karakter van een religieuze belastingheffing, waaraan de eigen schenkmotieven ondergeschikt zijn.
4. Als ons zoiets overkomt, worden wij hopelijk ook geholpen. Dit is een verzekeringsargu-ment: de donatie van vandaag is een soort verzekeringspremie die speculeert op de wederkerigheid van de vrijgevigheid. Een ego´stisch motief.
5. Niemand kan nu nog zeggen dat Nederlanders gierig zijn. Een als negatief ervaren oordeel van burgers van andere landen wordt afgekocht met een donatie. Daar zit weinig altru´sme bij.
6. Iedereen doet mee. Wie niet schenkt is dus een zonderling, iemand die buiten de groep valt. De donatie is de prijs die wordt betaald om bij de groep te blijven horen. Het eigen belang staat voorop.
7. Anderen hebben x euro gegeven, dus geef ik x+1. De omvang van de donatie als statussymbool. Dit zou in de economische literatuur wel eens de Jan Mulder-donatie kunnen gaan heten. 8. Een direct renderende investering. Dit argument gaat schuil achter zogeheten inhaak-advertenties van bedrijven. Via radiospotjes aangekondigde bedrijfsdonaties zijn (ook) gewoon marketinguitgaven.
9. Saamhorigheid binnen Nederland. Door met elkaar te doneren worden maatschappelijke tegenstellingen gesust of verbloemd. De ramp in AziŰ is ook aanleiding voor een feestje.
De schenkmotieven zijn irrelevant voor de Aziaten die de gevolgen van de zeebeving ondervinden: geld is geld. Dat Nederlanders ook geld hebben geschonken uit ego´stische motieven is uiteraard geen schande. We geven dagelijks uit zelfzuchtige motieven meer geld uit aan zaken die behoorlijk veel stompzinniger zijn dan het helpen van mensen in nood. Het enige dat de akelige wetenschap economie ons ontzegt, is dat we de komende weken met een warme gloed van altru´sme door het leven gaan.


Terug naar Cynisme, bronnen , Kalshoven, analyse  , Psychologie overzicht  , of naar site home .

 

[an error occurred while processing this directive]