De Volkskrant, 17-11-2006, boekrecensie door Martin Sommer

Hou er gewoon mee op

Theodore Dalrymple wijst na de criminaliteit nu ook op de drugsverslaving als moreel probleem

De Britse psychiater en cultuurcriticus Theodore Dalrymple heeft weer toegeslagen. Zijn nieuwe boek Drugs – de mythes en de leugens lag nog niet in de winkel of de Dalrymple-haters besprongen de opiniepagina’s. In deze krant werd hij vorige week een ‘moreel entrepreneur’ genoemd – niet bedoeld als compliment. Socioloog Dick Pels vond zijn ‘natrappende neoconservatisme’ het voorbeeld van doorgeschoten ideeën over individuele verantwoordelijkheid. In Engeland heeft Dalrymple ook voor dit boek – in het Engels Romancing opiates – pharmacological lies and the addiction bureaucracy – geen uitgever gevonden.
    En inderdaad, Dalrymple trapt met satanisch genoegen, en ook nog eens eloquent, geestig en erudiet, gaten in het volgende progressieve bastion. Kortweg komt het erop neer dat ongeveer alles wat wij over (hard)drugs denken, niet klopt. Het idee dat verslaafden ziek zijn is een ‘schadelijke illusie’. Heroďne is niet erg verslavend, je moet er echt moeite voor doen om hooked te raken. Afkicken is bovendien vrij gemakkelijk en helemaal geen hel – zie de Amerikaanse soldaten die bij tienduizenden verslaafd terugkwamen uit Vietnam en vervolgens hun oude leven gewoon hernamen. Medische hulp voor ontwenning is nauwelijks nodig. Heroďneverslaving is dan ook geen medisch, maar een persoonlijk probleem van mensen die ‘niet weten hoe te leven’ en zich daarom verslingeren aan drugs.
    Dalrymple is tegen het voorschrijven van methadon als vervangingsmiddel, omdat je niet moet verwachten dat de drugshandel vervolgens de ‘naalden zal omsmeden tot ploegscharen’. De Bruinsma’s van deze wereld gaan gewoon op zoek naar een nieuwe afzetmarkt, zodat methadonverstrekking leidt tot vergroting van het drugsprobleem. Conclusie: de drugsklinieken moeten dicht, want verslaving is geen probleem voor de dokter, maar een moreel probleem van een samenleving die er niet in slaagt ontspoorden te wijzen op hun fouten. Dalrymple-lezers herkennen deze redeneertrant uit zijn voorgaande boeken Leven aan de onderkant – het systeem dat de onderklasse instandhoudt en Beschaving of wat ervan over is.
    Dalrymple – pseudoniem voor Anthony Daniels – was gedurende vijftien jaar arts en psychiater, verbonden aan een ziekenhuis en gevangenis in lower-class Birmingham. Daar zag hij op het spreekuur een gestage stroom ellende aan zich voorbijtrekken en raakte hij in toenemende mate verontwaardigd over het gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef bij de betrokkenen, en vooral over de weigering van de hulpverleners om een oordeel uit te spreken. De zieke verslaafde is geen ander dan de crimineel die in aanraking kwam met het verkeerde milieu – ze konden er allebei niks aan doen.
    Dalrymple laat de spreektrant zien van de verslaafde of de crimineel die de eigen rol stelselmatig verdonkeremaant – ‘heroďne is overal’ of ‘ik viel in handen van de drugshandel’ of ‘het mes ging erin’. De kwijtgeraakte verantwoordelijkheid wordt vervolgens bevestigd door de welwillende deskundigen die van verslaafden of misdadigers zieken maken. ‘Als jij doet alsof je me geneest, doe ik alsof ik ziek ben.’ Beiden hebben belang bij het in stand houden van deze cirkel, naar het voorbeeld van de Sovjet-Unie waar ook de arbeiders en partijbazen hun heimelijke afspraak hadden. ‘Als jij doet alsof je me betaalt, doe ik alsof ik werk.’
    Mij lijkt dat ook Nederland, met z’n rijke traditie van bureaucratische gedoogkunde en uitbundige folklore aan verslaafdenbehandelingen, zich op het hoofd mag krabben bij deze kritiek. Het is zeker waar dat Dalrymples werk hier kan rekenen op een opmerkelijk succes – ook onder collega-psychiaters. Tegelijkertijd is de kritiek niet mals, vooral over zijn verondersteld rechtse ideeën in de sfeer van ‘eigen schuld, dikke bult’. Die kritiek slaat de plank mis, want hij erkent wel degelijk het bestaan van verslaving, zoals hij in zijn vorige boeken schrijft dat er zoiets is als kansarmoede.
    Ook is Dalrymple niet zonder kritiek op rechts. In verschillende artikelen over de Franse banlieues schrijft hij dat links de gierende werkloosheid in de voorsteden eigenlijk niet wil aanpakken om de voordelen van de werknemers met een vaste baan te beschermen. Maar rechts krijgt zeker zo’n veeg uit de pan met zijn ‘bijna fascistische’ politiehordes om het oproer eronder te houden.
    De constante in Dalrymples verhalen is dat hij blijft wijzen op de mogelijkheid uit het milieu te stappen, te breken met drugsgebruik, mishandeling of lamlendigheid in het algemeen. Je bent als vrouw niet verplicht een vriend met losse handjes te nemen die ‘fuck you’ op z’n voorhoofd heeft laten tatoeëren. Jazeker, Dalrymple is een conservatief, maar wel een optimistische.
    Als er in het werk van Dalrymple een tegenstelling is tussen links en rechts, dan is dat die tussen noodlot en vrijheid. En mijn jeugd dan?, vraagt een gevangene ten einde raad die bij psychiater Dalrymple bot vangt met een zielig verhaal dat zijn misdrijf moet verklaren. ‘Heeft er niets mee te maken!’, zegt de psychiater resoluut. Armoede is geen verklaring voor criminaliteit, dat is een belediging voor de armen die niet stelen. Zowel verslaving als criminaliteit is een kwestie van niet weten hoe te leven, en daar heeft de maatschappelijke elite het danig laten afweten.
    Niet de perikelen uit de marxistische onderbouw, maar de ideeën richten in de wereld van Dalrymple de schade aan. Zoals een crimineel uit de onderklasse in de romantische progressieve geest lange tijd eigenlijk een rebel tegen het systeem was, zo was de verslaafde de nazaat van literaire grootheden als Baudelaire, De Quincey of William Burroughs. Een dronkaard is een lor, een verslaafde eigenlijk een filosoof. Maar Dalrymple schrijft dat het slap, laf en gemakzuchtig is om geen morele maatstaven aan te leggen, dat daarmee in wezen de onderklasse trots en zingeving wordt ontnomen. Het verheffingsideaal heeft bij links ergens plaatsgemaakt voor een nieuwe solidariteit, namelijk het naar de mond praten van de onderklasse. Terwijl we volgens Dalrymple moeten zeggen waar het op staat: verslaafden zijn slechte mensen, in die zin dat ze een slecht leven leiden. Dat is de boodschap van Drugs, en in overdrachtelijke zin van zijn andere boeken. Ja, er bestaat zoiets als een slecht leven en een goed leven – en de samenleving is alleen maar geholpen als we daar luid en duidelijk voor uitkomen.

Theodore Dalrymple: Drugs – de mythes en de leugens. Vertaald uit het Engels door Jabik Veenbaas, Nieuw Amsterdam, 160 pagina’s, € 14,95, ISBN 90 468 0148 9


Terug naar Psychologische praktijktips , Psychologische praktijktips, drugs , Drugs lijst , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]