De Volkskrant, 30-11-2006, door Cor de Jong, Arnts Schellekens, Ben van de Wetering, en Pieter-Jan Carpentier.

Borrelpraat over drugs

De psychiater Dalrymple fulmineert op basis van een verouderde visie tegen de drugshulpverlening in Nederland, constateren Cor de Jong e.a.


Tussentitel: Simpele oplossing voor verslaving bestaat niet

Verslaving is een complexe ziekte. De Britse psychiater Theodore Dalrymple heeft er een simpele oplossing voor: detentie. Opmerkelijk is dat hij met zijn goed geformuleerde borrelpraat (Forum, 3 oktober en 9 november) veel aanhang vindt. Onterecht. Verslaving is een ziekte waarbij de hersenen chronisch uit balans zijn. Dat leidt ertoe dat verslaafde patiŽnten niet kunnen leven of zich gedragen zoals anderen. Genetische kwetsbaarheid, opvoedings- en omgevingsfactoren (waaronder trauma en chronische stress) en beschikbaarheid van verslavende middelen dragen ertoe bij dat mensen verslaafd worden en blijven. De stoffen ontregelen de hersenen vaak blijvend.
    Juist doordat hersendelen zijn aangetast, nemen verslaafden geen verstandige besluiten. Natuurlijk stoppen sommige verslaafde patiŽnten, maar dat is minder eenvoudig dan Dalrymple stelt.
    Hij verwijst bijvoorbeeld naar Vietnam-veteranen. De meesten raakten verslaafd in Vietnam en bleken terug in de VS normale burgers: zie je wel dat verslaving geen behandeling behoeft. Hij vergeet echter dat de Vietcong op grote schaal opiaten in de voorste Amerikaanse linies infiltreerde. Juist de genetisch of anderszins kwetsbare groep veteranen is daaraan verslaafd gebleven. Die bevinding heeft veel onderzoek gestimuleerd: Hoe komt het dat sommigen wel kunnen stoppen en anderen niet? Het blijkt dat de kwetsbare groep verslaafd blijft. In Nederland is het dan ook niet vreemd dat die groep heel veel andere psychiatrische en lichamelijke gezondheidsproblemen heeft.
    Ons grootste bezwaar is dat Dalrymple zich presenteert als wetenschapper, terwijl hij zijn betoog ondersteunt met citaten uit de literaire traditie of verouderde medische literatuur. In ieder geval valt het boek van Dalrymple niet in de categorie Evidence Based Medicine. Deugdelijk wetenschappelijk onderzoek naar verslaving en effectiviteit van verslavingszorg is in ruime mate voorhanden, maar is minder toegankelijk voor het grote publiek, onder wie politici.
    Hoe komt het dat een arts die verouderde inzichten presenteert zoveel waardering krijgt voor zijn wetenschappelijk ongefundeerde opvattingen en ongenuanceerd wordt geciteerd? Mogelijk speelt verwarring rond het begrip ziekte een rol. Ziekte, ziek-zijn en ziektegedrag worden als synoniemen gebruikt, de teneur van het betoog van Dalrymple zet ertoe aan ze op ťťn hoop te gooien. Je kunt echter een ziekte hebben en toch niet ziek zijn en geen ziektegedrag vertonen.
    Deelnemers van de AA en de Narcotics Anonymous erkennen dat ze een ziekte hebben, als ze niet gebruiken zijn ze niet ziek en hebben ze geen ziektegedrag. Verslaafde patiŽnten die nog volop gebruiken hebben een ziekte, zijn ziek en vertonen ziektegedrag. Volgens Dalrymple bestaat dat laatste eruit dat ze zich opstellen als slachtoffer met gevolg dat ze ook zo worden behandeld. Dat irriteert hem en hij pleit voor een straffere aanpak. Misschien kan krachtdadig beleid ziektegedrag inperken, de ziekte wordt er niet mee genezen.
    Het verleidelijke van de uitspraken van Dalrymple is dat ze een duidelijke oplossing lijken te bieden om het probleem te doen verdwijnen, en daarmee de complexe realiteit van een chronische ziekte camoufleren. De belangstelling voor Dalrymple zou erop kunnen wijzen dat onze maatschappij met het verslavingsprobleem omhoog zit, naar een oplossing op zoek is en denkt die te vinden in quick fixes. Juist de ongenuanceerde citaten uit zijn werk kunnen de moeizaam opgebouwde, wetenschappelijk gefundeerde verslavingszorg grote schade toebrengen.
    We kunnen ons Ė uit eigen ervaring Ė zijn frustratie met verslaafde patiŽnten voorstellen, maar zijn oplossingen zijn niet professioneel en werken niet, met name niet op de langere termijn. Verslaafde patiŽnten zijn niet gemakkelijk in de omgang, zeker niet als ze onder invloed of aan het ontwennen zijn. Over hen praten zoals Dalrymple doet, helpt zeker niet, praten met hen in de periode dat ze stabiel zijn, biedt perspectief. Het afdoen van klachten tijdens afkicken als aan de bellettrie ontleende aanstellerij gaat volledig voorbij aan de beelden die we zien bij pasgeboren kinderen van verslaafde moeders, patiŽnten die vanwege een pijnsyndroom langdurig opiaten hebben voorgeschreven gekregen of patiŽnten die kiezen voor snelle detoxificatie.
    De biologische mechanismen die eraan ten grondslag liggen zijn bekend en het is de opdracht van artsen de symptomen te behandelen die daarbij optreden. Het niet behandelen van onthouding bij patiŽnten in slechte lichamelijke en psychische toestand kan de dood tot gevolg hebben. Bovendien gaat het niet alleen om ontwennen maar om het behandelen en omgaan met zucht. Als je de benodigde professionele houding daarbij niet kunt aannemen en effectueren, moet je niet met verslaafde patiŽnten werken. Als je die houding verliest, moet je een ander vak zoeken.
    Dalrymple heeft dat gedaan, en hervindt zijn gemoedsrust door zijn frustraties van zich af te schrijven. Daar wordt alleen hijzelf beter van. Het debat over een wetenschappelijk gefundeerde zorg voor verslaafde medemensen moet op een andere wijze door deskundigen worden gevoerd met steekhoudende en wetenschappelijke argumenten. Daarbij zijn ook de ervaringen, belevingen en wensen van patiŽnten van belang. Zij zijn de laatsten die gebaat zijn bij de laatdunkende en moraliserende argumenten van Dalrymple.

Arnts Schellekens is wetenschappelijk onderzoeker in de verslavingszorg aan de Radboud Universiteit. Ben van de Wetering is psychiater en wetenschappelijk onderzoeker en bestuurder Bouman GGZ. Cor de Jong is arts en psychotherapeut, hoogleraar verslaving en verslavingszorg aan de Radboud Universiteit en Novadic-Kentron. Pieter-Jan Carpentier is psychiater in de verslavingszorg bij de GGZ Den Bosch.


IRP:   De analyse van een paar argumenten:
Hij verwijst bijvoorbeeld naar Vietnam-veteranen. De meesten raakten verslaafd in Vietnam en bleken terug in de VS normale burgers: zie je wel dat verslaving geen behandeling behoeft. Hij vergeet echter dat de Vietcong op grote schaal opiaten in de voorste Amerikaanse linies infiltreerde.
Alsof er in de grote steden waar de drugsverslaving heerst geen infiltratie op grote schaal van drugs is.

Deelnemers van de AA en de Narcotics Anonymous erkennen dat ze een ziekte hebben, als ze niet gebruiken zijn ze niet ziek en hebben ze geen ziektegedrag.
Ja, dat is nu precies wat Dalrymple beweert: dat is de smoes die men gebruikt om de eigen verantwoordelijkheid te ontkennen.

zijn oplossingen zijn niet professioneel en werken niet,
Met als definitie dat professionele oplossingen die van de professionals die verslaving als ziekte verklaren, is dit een cirkeldefinitie van een professionele oplossing.

Kortom: de argumenten van De Jong c.s. zijn volledig ledig. En daar hebben ze met zijn vieren over kunnen nadenken.


Terug naar Psychologische praktijktips , Psychologische praktijktips, drugs , Drugs lijst , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]