De Volkskrant, 06-01-2007, door Caspar Janssen, redacteur van de Volkskrant
10 jan.2007

Pas echt gelukkig in een rokerig café

Zelfs op straat worden rokers belaagd door de moraalridders van de anti-rooklobby, ziet Caspar Janssen. Mensen die de opbeurende werking van de sigaret niet kunnen of willen missen, worden in de kou gezet.


Tussentitel: Knoflooketers moeten straks ook buiten staan

Ze bestaan nog, Jehova’s getuigen. Onlangs belden ze ’s middags bij ons aan. Omdat ze bleven bellen toen onze oppas niet meteen opendeed, schrok ons bijna tweejarige dochtertje – ze lag net in bed – wakker. En daarna bleef ze wakker. Toen we ’s avonds thuiskwamen troffen we een dodelijk vermoeide oppas aan en een dodelijk vermoeide en huilerige dochter. Een ramp? Nee. Het is vervelend, maar je weet: af en toe gebeurt het, af en toe probeert een godsdienstwaanzinnige, een kabelexploitant of een levensverzekeraar binnen te dringen in je privéleven. Een kwestie van afpoeieren en overgaan tot de orde van de dag.
    Rotterdamse werknemers die op 13 december jongstleden buiten hun pauzesigaret aan het roken waren, hadden de kans dat er opeens een ‘lesauto’ stopte voor hun neus. Uit die lesauto stapte een medewerker van de officiële Nederlandse anti-rookorganisatie Stivoro die hen aansprak op hun ‘stopgedrag’. De rokers, die mede door toedoen van diezelfde Stivoro naar buiten gedreven waren om te roken, werden nu in de lesauto genodigd om alles te horen over hulp bij het stoppen met roken. Dit alles in het kader van de Stivoro-actie: ‘Stoppen kun je leren’.
    Een ramp? Nee. Ook Stivoro kun je afpoeieren. Maar toch is er een verschil met bovenstaand voorbeeld. De zendingsdrang van Stivoro wordt mede betaald door de overheid. Sterker: dit soort specifieke Stivoro-acties wordt doorgaans volledig gesubsidieerd door de overheid. De rokende belastingbetaler draagt zo niet alleen bij aan zijn eigen marginalisering, hij betaalt ook mee aan de getuigdrift van anti-rook-Jehovahs, hij financiert de antitabak-voet tussen de deur die zijn privéleven juist moet afschermen. De vraag is: wanneer begint Stivoro eigenlijk met het afleggen van huisbezoekjes?
    De Stivoro-actie maakte me wel nieuwsgierig naar de mensen van Stivoro. Het laatst gepubliceerde jaarverslag (over 2005) van de anti-rookstichting bediende me op mijn wenken. Volgens een eigen onderzoekje eet 70 procent van de Stivoro-medewerkers en die van al haar samenwerkingspartners (en dat zijn er nogal wat) het liefst een Hollandse appel. 30 procent geeft de voorkeur aan een ‘exotische papaya’. 42 procent van diezelfde ondervraagden wandelt iedere week in de natuur. 58 procent van de respondenten in het interne Stivoro-onderzoekje doet twee keer per week aan sport. Slechts 4 procent sport nooit.
    En wat blijkt: 58 procent van de Stivoro-mensen is gelukkig, 42 procent is ‘over het algemeen’ gelukkig en niemand is ongelukkig.
    Sporten, wandelen in de natuur, appels of papaya’s eten en, ziedaar: het recept tegen ongeluk. En niet roken natuurlijk, dat hoort er ook bij. Uit de begeleidende interviewtjes blijkt dat er nog een factor bijdraagt aan het levensgeluk: een baan hebben waarin in voorbeeldige samenwerking met anderen een goed doel wordt nagestreefd: het gezond maken van anderen. In de wereld van Stivoro is iedereen blij, positief, gezond en idealistisch bovendien.
    Is daar iets mis mee? Nee, natuurlijk niet. Iedereen heeft recht op zijn eigen levensstijl. Sterker, ik benijd ze wel, de mensen die altijd maar blij, positief, gezond en verantwoord zijn, al staat de wereld intussen in brand (en niet vanwege het roken).
    Wel behoud ik me het recht voor te vallen voor de verlokkingen van de wereld van Gauloise, Winston en Drum en nog niet voor die van de wereld van Stivoro. Om af en toe negatief te zijn, cynisch, destructief en onverantwoordelijk. Om pas echt gelukkig te zijn als ik in het café lekker ongezond zit te roken en te drinken. Om te denken dat het streven naar de perfecte mens tot mislukken is gedoemd, en zelfs schade kan toebrengen vanwege de morele druk en de dwang die ermee gepaard gaan. Om te denken dat het leven vaak helemaal niet leuk is en dat het cultiveren van een hanteerbare verslaving misschien wel houvast biedt. Tot het moment komt dat ik zelf beslis, zonder druk van buitenaf, dat het ook een bevrijding kan zijn om de verslaving van je af te schudden.
    Ik ben overigens niet de enige die de wereld van Stivoro nog niet heeft omarmd. Uit de eigen cijfers van Stivoro blijkt dat het niet erg opschiet met de heilige missie om iedereen gezond en gelukkig te maken. Nog altijd rookt 28 procent van de volwassenen (cijfers over 2005) in Nederland, dat zijn nog altijd rond de vier miljoen mensen. En ook al roept Stivoro al jaren dat roken onder jongeren niet in de mode is, nog altijd rookt 39 procent wel. Het ergste is nog wel dat de aantallen zich in 2005 stabiliseerden. En dat ondanks de radicale maatregelen van de afgelopen jaren: nog maar eens een fikse accijnsverhoging op tabak, het aanbrengen van waarschuwingen op de verpakkingen (roken is dodelijk), de beperking van het aantal verkooppunten, het verbieden van roken op de werkplek en in de publieke ruimte. Voor het uitblijven van harde resultaten formuleerde Stivoro afgelopen mei een verklaring. ‘Er is veel meer geld nodig’, zei directrice Lies van Gennip, die verder nog veel heil verwacht van het verder uitsluiten van rokers, bijvoorbeeld door middel van het volledig rookvrij maken van de horeca.
    Stivoro heeft ook nog een andere verklaring voor die hardnekkige onwil van mensen om gezond te zijn: stoppen met roken is moeilijk. Dat klopt. ‘De sigaret is je beste vriend die je telkens weer paait met het uitstel van afscheid’, schreef H.J.A. Hofland in zijn essay Drank en Tabak (1985). Toch is het afschudden van de fysieke verslaving het probleem niet, dat is in een week gepiept. Maar de verleiding om weer opnieuw te beginnen is groot. En begrijpelijk. Roken levert namelijk wel degelijk iets op, op korte termijn. Zodra er nicotine in de hersenen komt maken die zowel dopamine als noradrenaline aan. Nicotine doet dus iets schijnbaar tegenstrijdigs en heel aantrekkelijks: het stimuleert en ontspant tegelijkertijd. En dat is niet alles: er zijn serieuze aanwijzingen dat een andere stof in sigarettenrook het enzym afremt dat dopamine weer afbreekt. Voorzichtig concludeer ik dus maar: roken bestrijdt depressieve gevoelens. Althans: op de korte termijn. En dat is precies de reden waarom rokers niet stoppen: de beloning op korte termijn weegt zwaarder dan de beloning op lange termijn.
    Kunnen rokers dan maar beter blijven roken? Nee, want de voordelen op korte termijn wegen bij lange na niet op tegen de gezondheidsrisico’s op korte en op lange termijn. Bovenstaande verklaart slechts waarom zoveel rokers blijven roken. Zelfs in de VS, waar het anti-rookbeleid in sommige staten inmiddels de vorm van repressie heeft aangenomen, blijft het percentage rokers hardnekkig boven de 20 procent steken.
    Stivoro, de overheid en andere rookbestrijders moeten dus vooral blijven wijzen op de gezondheidsrisico’s van roken. Ze moeten ook vooral niet-rokers blijven beschermen tegen rook, door rookvrije werk-, eet- en drinkgelegenheden te waarborgen. Maar ze moeten er niet trots op zijn om de grootste minderheidsgroep van Nederland, die over tien jaar nog altijd uit miljoenen mensen zal bestaan, hun levensstijl te ontnemen. En dat is precies wat nu begint te gebeuren. Niet pragmatisme, maar ideologie ligt ten grondslag aan het tabaksbeleid.
    Dat werknemers recht hebben op rookvrije werkplekken is een goede zaak, maar dat het werkgevers verboden is om ook werkplekken te creëren voor rokers, daar zouden liberale en socialistische politici zich fel tegen moeten weren. Dat rokers op werkplekken in kleine, slecht geventileerde ruimtes bovenop elkaar zitten, daar zouden juist gezondheidslievende organisaties – en de arbeidsinspectie – tegen moeten protesteren. Roken nog veel duurder maken (meer dan de helft van een pakje sigaretten is nu al belasting), liberalen en socialisten zouden er schande van moeten spreken. Waarom? Gedragsverandering via belasting is prima, maar als tabak zo duur wordt dat mensen met lage inkomens geen keuzevrijheid meer hebben, dan is er sprake van dwang en discriminatie.
    Het beste voorbeeld van door ideologie gedreven beleid is het rookverbod in de horeca dat er onherroepelijk gaat komen, in navolging van andere Europese landen.
    Afgezien van de vraag of het streven naar een gezond café niet hetzelfde is als het streven naar een atheïstische kerk, kun je niet-rokers makkelijk beschermen, zonder rokers de deur te wijzen.
    Je zorgt voor rookvrije restaurants en café’s en voor horecagelegenheden waarin wel gerookt mag worden. Desnoods verhoog je de drempel voor rookhoreca, met een speciaal aan te vragen vergunning en – uiteraard – stevige eisen voor ventilatie. En je stelt vast dat zeker de helft van de café’s en restaurants rookvrij moeten zijn.
    Dat Stivoro dit een slechte oplossing vindt, is logisch. Deze organisatie deinst er niet voor terug inbreuk te maken op de levensstijl en het privéleven van vier miljoen Nederlanders. De overheid heeft echter een andere verantwoordelijkheid. Zolang roken legaal is en de overheid er zelfs op verdient, dient de overheid niet alleen de niet-rokers maar ook de rokers te beschermen. Een strikt rookvrije horeca is helemaal niet nodig om niet-rokers te beschermen, dus het dient geen enkel doel om het plezier te vergallen van mensen die niet volgens het Stivoro-ideaal willen leven. In een liberale samenleving lijkt het mij in ieder geval een nederlaag als je een grote minderheid op een dergelijke manier tot gedragsverandering wilt dwingen.
    Het gekke is: zowel progressieven als (sommige) liberalen zijn terecht trots op het Nederlandse drugsbeleid, maar over het recht op roken hoor je ze nauwelijks. Zo zou het kunnen gebeuren dat er over twee jaar de bizarre situatie ontstaat dat miljoenen toeristen jaarlijks naar Amsterdam komen om zich ondersteboven te roken aan hasj en nederwiet in coffeeshops, maar dat de gemiddelde toerist (en de Nederlander) voor een gewoon sigaretje buiten moet gaan staan, met het gevaar dat het Stivoro-antirookteam vervolgensvoorrijdt in een lesauto.
    Of sluiten we dan ook maar meteen de coffeeshops? Dat ligt natuurlijk meer in de lijn der verwachtingen. En daarna moet het drankgebruik toch eindelijk eens beteugeld worden, voor ons eigen bestwil uiteraard. Misschien krijgen we allemaal een strippenkaart: drie glazen bier per dag, daarna wordt de tap vergrendeld.
    NRC-columnist Bas Heijne sprak in dit verband van ‘de terreur van de goede bedoelingen’ (naar aanleiding van een pleidooi voor een rookverbod op een strand in de Verenigde Staten).
    Voorstanders van een volledig rookverbod in de horeca en andere marginaliserende maatregelen tegen rokers, moeten overigens niet te vroeg juichen; voor ze het weten zijn zij aan de beurt. Want het Stivoro-wereldbeeld is overal. Zelf heb ik er soms ook last van: er zijn een heleboel mensen die ik liever niet zie in een café of op mijn werk: brallers, neuspeuteraars, dikke mensen, theedrinkende mensen, knoflooketers, ongewassen mensen, mensen die bewust lelijke kleren aan doen, zwetende mensen. De aanwezigheid van die mensen, dat kan nooit goed zijn voor mijn gezondheid. Voor je het weet is een meerderheid het met me eens en moeten neuspeuteraars en knoflooketers in het vervolg buiten staan. En zo gaat het door, net zo lang tot we allemaal positief, gezond, hygiënisch en blij zijn. Omdat dat onze morele plicht is. En dan is de verwezenlijking van Stivorodorp, waarin het plaatselijke café is omgedoopt tot voedingsadviesbureau of fitnesscentrum, een feit.
    Graag doe ik nog even niet mee. Proost in 2007!

Caspar Janssen is redacteur van de Volkskrant. Hij schreef het boek Zak Tabak; of het tragikomische verhaal van een verstokte roker.

Tussenstuk:
Pechvogels die hebben gefaald

Gelukkig, de eerste zes dagen van een rookvrij 2007 zitten er op. Of hoort u tot de pechvogels die hebben gefaald, en die de eerste trekjes alweer hebben genomen? Of misschien wilt u liever gewoon doorroken.
    Voor die laatste twee groepen medeburgers breekt Volkskrant-redacteur Caspar Janssen in dit artikel een lans. In een liberale samenleving moeten niet alleen de rechten van niet-rokers, maar ook die van rokers worden geëerbiedigd. Het tegendeel gebeurt nu: de roker betaalt ruim mee aan de door de overheid gesubsidieerde anti-rookcampagnes. Rokers worden steeds ‘actiever’ gepusht om te stoppen; dat soort dwingelandij past in een maatschappelijk klimaat dat Caspar Janssen niet aanstaat.
    Janssen publiceerde in 2006 het egodocument Zak Tabak, waarin hij verslag doet van zijn haat-liefdeverhouding met zijn rookverslaving.


IRP:   Dit was een dusdanig opvallend artikel dat het vele reacties opriep - we beginnen met een heel korte samenvatting, en daarna wat uitgebreider commentaar:


De Volkskrant
, 09-01-2007, ingezonden brief van Harold de Bock (Hilversum)

Gezond verstand

Het rookgordijn van uw rokende redacteur Caspar Janssen (Betoog, 6 januari) maakt duidelijk dat ook de waarschuwing ‘roken schaadt gezond verstand’ op sigarettenpakjes thuishoort.
 

De Volkskrant, 13-01-2007, door Peter van Ammelrooy, redacteur van de Volkskrant.

Een hoopje as, een peuk en een wolk stinkende lucht

Geen plek voor rokers? Peter van Ammelrooy zegt: Onzin. Ze zetten de ingang van openbare gebouwen in wolken van teer, waar de niet-roker door moet waden.



Alsof alle grote belangrijke maatschappelijke vraagstukken vorige week als sneeuw voor de zon waren verdwenen, opende dit debatkatern met het pleidooi van een verslaafde voor zijn verslaving. Verstokt roker Caspar Janssen vindt dat hij door de overheid in het algemeen en de moraalridders van de anti-rooklobby Stivoro in het bijzonder in de weg wordt gezeten. En met hem de miljoenen anderen die de opbeurende werking van de sigaret niet kunnen of willen missen.
    Janssen kreeg bijna een hele pagina de ruimte voor zijn hartekreet. Wat restte na de lezing van de 2039 woorden was zo’n beetje wat er over blijft na het roken van een sigaret: een hoopje as, een peuk en een wolk stinkende lucht.
    Nice, but no cigar.
    Want argumenten tegen de rookverboden op het werk en andere openbare gelegenheden voert Janssen niet aan. Of het moet de verontschuldiging zijn dat hij zich ‘het recht voorbehoudt om te vallen voor de wereld van de Gauloise, Winston en Drum en nog niet voor die van de wereld van Stivoro’.
    Wat Janssen wel doet, is middelen inzetten van iemand die weet dat hij eigenlijk geen poot heeft om op te staan. In plaats van redeneren en beargumenteren, grijpt de roker naar de knoet van de hyperbool, de karwats van de overdrijving, de knuppel van de ridiculisering. Dat lucht lekker op, zoals een voetbalsupporter een treincoupé aan diggelen slaat omdat de overwinning op het veld uitblijft.
    Dus trapt Janssen zijn pleidooi af met het zwartmaken van de vijand, in zijn ogen de medewerkers van Stivoro. Dat zijn net Jehova-getuigen, zendelingen en – citeert hij een onderzoekje in het jaarverslag van de stichting – ‘papaya-eters’ van wie het gros elke week wel een keer door de natuur struint en twee keer per week aan sport doet. Ze zijn ‘gelukkig’ (58 procent) of ‘over het algemeen gelukkig’ (42 procent).
    Niks mis mee, ‘de mensen die altijd maar blij, positief, gezond en verantwoord zijn’, stelt Janssen, ‘al staat de wereld intussen in brand’. Nee, dan de roker: die gaat de bloedige troebelen in Irak, de ontbossing van de Amazone en de islamisering van het westen te lijf door er nog eentje op te steken. Daarmee doet hij wat hij zijn vijanden verwijt: de ogen sluiten voor de problemen, ook al duurt het maar een peuk lang.
    Voor de volgende zwakke stut onder zijn betoog grijpt Janssen naar het meest gehoorde argument aan de borreltafel. ‘De zendingsdrang wordt medebetaald door de overheid.’ Van onze belastingcenten! Van Janssens penningen legt de overheid ook wegen aan waarmee hij snel naar de tabakswinkel kan rijden en tienduizenden andere nuttige dingen, maar dat laat de roker maar even buiten beschouwing.
    Hij raast verder. Dat de overheid rokende werknemers verjaagt naar ‘kleine, slecht geventileerde ruimtes’ waar ze ‘bovenop elkaar zitten’ is een schande.
    Dat strookt niet helemaal met het beeld dat niet-rokers hebben. Zij moeten sinds enkele jaren bij de ingang van openbare gebouwen, zoals ziekenhuizen, door een wolk van teer waden, omdat de rokers in de frisse lucht hun opbeurende shot halen.
    Hogere accijns op tabak, is dat het antwoord dan? Nee, stelt Janssen. ‘Gedragsverandering via belasting is prima, maar als tabak zo duur wordt dat mensen met lage inkomens geen keuzevrijheid meer hebben, dan is er sprake van dwang en discriminatie.’
    Lagere inkomens kunnen zich wel meer zaken niet veroorloven, maar moet de overheid die dan maar subsidiëren? En waar ligt dan de grens: drie keer een buitenlandse vakantie per jaar? Een platte tv? Een toelage voor de krant waarin Janssen dit gelegenheidsargument poneert? Van ónze belastingcenten?
    Nog heeft Janssen zijn kruit niet verschoten. ‘Een strikt rookvrije horeca is helemaal niet nodig om niet-rokers te beschermen, dus het dient geen enkel doel om het plezier te vergallen van mensen die niet volgens het Stivoro-ideaal willen leven. In een liberale samenleving lijkt het mij een nederlaag als je een grote minderheid op een dergelijke manier tot gedragsverandering wil dwingen.’
    Voor een lolletje moet wat wijken, vindt Janssen. Dan ken ik er ook nog wel eentje: het recht van automobilisten met een snelle auto om dronken, mobiel bellend en met 120 kilometer per uur te rijden door de straat waar kleine kinderen op de stoep spelen. Als ten slotte alle wapens zijn opgebruikt, komt Janssen met de uitsmijter. Opgepast: na de rokers zijn anderen aan de beurt en hij kan ze zo aanwijzen. ‘Er zijn een heleboel mensen die ik (ook) liever niet zie in een café of op mijn werk: brallers, neuspeuteraars, dikke mensen, knoflooketers, ongewassen mensen, zwetende mensen.’
    Tenzij het allemaal satire was, kunnen we na 2039 woorden vaststellen wat een lezer deze week al eerder concludeerde: op een pakje sigaretten hoort nog een waarschuwing. Roken tast de verstandelijke vermogens aan.


De Volkskrant, 13-01-2007, ingezonden brief van Ina Wilkens (Voorburg)

Geen plek voor de roker

De aanwezigheid van brallers, neuspeuteraars, knoflooketers, dikke, theedrinkende, ongewassen, zwetende en bewust lelijk geklede mensen in cafés vormen volgens Caspar Janssen een gevaar voor zijn gezondheid en die van anderen (het Betoog, 6 januari).
Nog even en ook voor deze mensen is er straks geen plek meer in het café, een lot dat binnenkort de rokers treft als de ideologisch gedreven moraalridders van de anti-rooklobby hun zin krijgen.
    De kennelijk nogal gefrustreerd geraakte Volkskrant-redacteur verliest hier het gevoel voor verhoudingen. Van het aanschouwen van neuspeuteraars of dikke mensen heeft bij mijn weten nog nooit iemand het benauwd gekregen, laat staan dat er mensen aan dood zijn gegaan. Uit onderzoek is gebleken dat rokers ertoe bijdragen dat jaarlijks duizenden mensen sterven aan de gevolgen van meeroken.
    Met Caspar Janssen ben ik van mening dat ieder mens recht heeft op zijn eigen levensstijl, maar wel op een manier dat iemand anders daar geen last van heeft. En hij mag het recht behouden af en toe negatief, destructief en onverantwoordelijk te zijn, maar dan moet hij wel zelf voor de consequenties en de kosten van dat gedrag opdraaien.


De Volkskrant
, 13-01-2007, ingezonden brief van V. Dudink-Zantingh (Oosterwolde)

Partij voor de Rokers

Wat mij vreselijk dwars zit, is dat er amper nog een hotel te vinden is waar je mag roken.
    Op Terschelling verbleef ik onlangs in een hotel waar je volgens de receptionist zelfs op het balkon niet mocht roken. Volgens de website wel, daar heb ik hem op gewezen en toen kreeg ik wel een asbak. Binnenkort ga ik een paar dagen naar de Achterhoek en moet daar noodgedwongen kiezen voor een dorpshotel, omdat alle betere hotels slechts niet-roken kamers hebben.
    Ik ben nu 63 en ‘vierde’ dit jaar mijn vijftigjarig rokersbestaan. Ik heb enkele stoppogingen ondernomen, maar ben – net als Caspar Janssen – daarmee gestopt.
    Als er in Nederland een Partij voor de Dieren is, waarom dan geen partij voor de rokers? Ik word meteen lid, als het moet actief ook.


De Volkskrant, 13-01-2007, ingezonden brief van Loek de Git (Castricum)

Verdrukking

Uw redacteur Caspar Janssen schetst een herkenbaar beeld van een verstokte roker die in deze maatschappij steeds verder in de verdrukking komt.
    Zelf ben ik in 2005 definitief gestopt, na 40 jaar te hebben gerookt. En inderdaad, de afkicktijd duurde slechts een week. Overigens: roken mag dan wellicht depressieve gevoelens bestrijden, het blijvende gevoel van de rookverslaving bevrijd te zijn, doet dit beter.
    Desondanks heb ik begrip voor schrijvers angst voor de doorgeslagen betutteling en zendingsdrang van de anti-rookorganisatie Stivoro. Het zou je bijna weer naar de sigaretten doen grijpen.
    Voor de diehards nog wel een tip: als de Stivoro-auto bij u langs komt om haar Jehova-achtige niet-rokenboodschap te verkondigen, verwijs dan naar de auto zelf, waarvan de schadelijke uitlaatgassen ongevraagd uw habitat vervuilen en die u ongewild tot meeroker maakt.
 

De Volkskrant, 13-01-2007, ingezonden brief van Gerard Hullegie (Dronten)

Terreur

Het betoog van Caspar Janssen stuitte me nogal tegen de borst. In dit lange artikel kwam ik slechts één sterk punt van hem tegen: de overheid subsidieert Stivoro, maar strijkt tegelijkertijd sigarettenbelasting op. Dat is hypocriet.
    De rest van zijn betoog is gebaseerd op emotie: de emotie van een roker die niet van zijn sigaret kan afblijven. Ik pleit ervoor om de horeca volledig rookvrij te maken. Daardoor trek je een nieuw publiek, zo is in Ierland aangetoond. Ik snak ernaar dat deze maatregel ook in Nederland wordt ingevoerd. Gewoon lekker in een café of restaurant zitten en genieten. Ook fijn voor het personeel trouwens.
    Terreur is bij wet verboden. Dat zou ook moeten gelden voor de rokersterreur.


De Volkskrant
, 13-01-2007, ingezonden brief van Jaap Blaakmeer (Heerenveen)

Chagrijn

Uit Caspar Janssens ontboezemingen over roken meent een lezer te kunnen afleiden dat ook het gezonde verstand van de schrijver door roken is aangetast (Geachte redactie, 9 januari).
    Hij vindt het reden voor een extra waarschuwing op pakjes sigaretten. Dan weet ik er ook nog wel eentje: stoppen met roken verhoogt het risico om dood te gaan van chagrijn.


IRP:   En tenslotte: Caspar Janssen weet zelf ook veel beter - zie een een wat eerder artikel van zijn hand:


De Volkskrant
, 11-10-2006, door Caspar Janssen

Ik moet stoppen

Zijn tanden werden bruin. Zijn haar begon op stro te lijken. Hij ging snurken. Hij raakte de draad kwijt bij zijn werk. Dus vond Volkskrant-redacteur Caspar Janssen het hoog tijd om te stoppen met roken. Of dat ook lukte, moet blijken uit zijn boek Zak tabak, dat morgen verschijnt. Een voorpublicatie.


Tussentitel: Roken is ook slecht voor je huid. Ik heb een bleke, grauwe kop gekregen.
                  En ik heb grote wallen onder mijn ogen.

‘Je bent een roker zeker’, zegt de mondhygiëniste. ‘Eh, ja. Kun je dat zien dan?’ Ze lacht. Stomme vraag. ‘Dat kun je zien, ja. Gele tanden. En roken tast je tandvlees aan. Ik zou snel stoppen als ik jou was, anders gaat het mis.’
  ‘Gaan mijn tanden uitvallen?’, vraag ik, zo goed en kwaad als het kan met haar vingers in mijn mond. Het is half bedoeld als grap.
  Ze knikt. ‘Dan gaan je tanden uitvallen.’
  ‘Wanneer?’
  ‘Niet meteen. Maar je krijgt onherroepelijk problemen met je gebit.’
    ‘Ik moet stoppen met roken’, zeg ik, als ik thuiskom met een opgefriste mond, maar nog wat beduusd door het orale geweld van de mondhygiëniste. ‘Anders vallen mijn tanden uit.’
  ‘Dat verbaast me niks’, zegt Mariola. ‘Je tanden beginnen bruin te worden.’
   ‘Eh, mag ik hier roken?’ Het interview is een half uur op dreef en ik vreesde al het ergste.
   ‘Nee’, antwoordt mijn gesprekspartner. ‘Liever niet.’
  ‘Geen probleem, hoor’, zeg ik. ‘Ik kan best even zonder.’
    Even later ben ik mijn vraag kwijt. De deskundige inzake landbouwproblematiek heeft net zijn antwoord op de vorige vraag afgemaakt en kijkt me nu afwachtend aan.
  ‘Eh, wat wilde ik ook alweer vragen, ik ben het even kwijt.’
    Er valt een stilte.
    ‘Goh, dat overkomt me nou nooit’, zeg ik. Ik blader wat in mijn aantekeningen. Die bieden geen uitkomst.
    ‘U wilde nog iets weten over het biologische landbouwareaal’, probeert de deskundige.
    ‘Juist, dat was het’, zeg ik gretig. ‘Het biologische landbouwareaal, neemt dat nou toe of af?

‘Je haar is net stro’, zegt Mariola. ‘De glans is eraf, het is heel dun geworden. Het wordt trouwens ook tijd dat je iets aan je kapsel doet. De jaren tachtig zijn allang voorbij. Je lijkt wel Duran Duran.’
    ‘Duran Duran? Ik haat Duran Duran’, zeg ik en ik loop naar de badkamer. In de spiegel zie ik dat ze gelijk heeft. Haar als stro, dun, kleurloos en zonder glans. Het staat in rare stekels op mijn hoofd. Ik herinner me foto’s van mezelf met donker, glanzend haar en witte tanden. Om mij heen zitten meisjes.
    ‘Misschien komt het omdat je gel in je haar smeert’, roept Mariola. ‘Dat kan nooit goed zijn. Roken is trouwens ook slecht voor je haar.’
    Roken is ook slecht voor je huid. Ik heb een bleke, grauwe kop gekregen. En ik heb grote wallen onder mijn ogen. Mijn ogen zelf zijn droog geworden. Ik word in hoog tempo oud en onaantrekkelijk. Ik loop de badkamer weer uit. ‘Gelukkig heb ik nog geen buikje’, probeer ik positief. ‘Dat komt ook door het roken.’
    ‘Als je een buikje krijgt, ga ik bij je weg’, zegt Mariola. ‘Tengere mannen met een buikje, dat is pas echt lelijk.’
    De zaal van debatcentrum De Balie is volgestroomd met publiek en ik zit op het podium met Wouter Bos, Manon Uphoff en Michaël Zeeman, drie geoefende debaters. Ik zit er omdat ik een artikel schreef over de zogenaamde verloren generatie, het thema van het debat.
    Even voor aanvang heb ik gehoord dat er niet gerookt mag worden in de zaal, ook niet op het podium. Nieuw beleid, voorschriften van de brandweer. ‘Hoe moet dat dan met Theo van Gogh en Maarten van Rossem’, vraag ik nog, maar het mag niet baten. Vanaf minuut één is duidelijk dat ik ten onder ga in het retorische geweld van Michaël Zeeman, de geslepenheid van Wouter Bos en de gevatheid van Manon Uphoff. Na drie kwartier steek ik eigenwijs toch een sigaret op (dat zou Theo van Gogh ook doen, redeneer ik), maar die wordt door een woedende zaalwacht uit mijn handen gerukt. De rest van de discussie zit ik uit, verlangend naar het einde. Af en toe hoor ik mezelf iets mompelen, hulpeloos gebrabbel over een onderwerp dat ik op papier toch redelijk beheers. Zonder sigaret ben ik niks, zo schuif ik de schuld van mijn falen af.
    Na afloop word ik beleefd genegeerd door de grote denkers in de zaal. Alleen een meisje dat speciaal uit Nijmegen is gekomen vanwege mijn artikel, zegt troostend: ‘Ik was op jouw hand hoor.’ En bij mijn vrienden kan ik niet meer stuk. Ze hebben zich kapot gelachen. ‘Helemaal verloren generatie zoals je daar zat’, zegt een van hen. ‘Ja, je was echt jezelf’, vult een ander aan. En een derde zegt, opbeurend: ‘Weet je nog hoe Tom hier ooit afging? Dat was nog veel erger.’
    ‘Ik heb etalagebenen’, zegt mijn goede vriend Gerard. ‘Ik moet geopereerd worden. En ik mag nooit meer roken.’ Gerard had al langer klachten. Gewoon lopen ging moeilijk, zijn benen wilden na vijf of tien minuten niet meer. Gerard is nauwelijks ouder dan ik. Weliswaar zit de kwaal in zijn familie, maar toch. Ik zeg: ‘Goh, dat kan dus zomaar.’
    ‘Ja, dat kan zomaar’, bevestigt Gerard.
    Opeens zie ik ome Kees voor me, in de rolstoel. Eerst was zijn voet geamputeerd en onlangs de rest van zijn onderbeen. Suikerziekte, luidde de officiële diagnose, maar ome Kees was een flinke innemer en een straffe roker. Zelf heb ik ook slappe benen de laatste tijd, meen ik. Mijn benen verzuren al als ik een trap oploop. En zelfs Mariola fietst soms harder dan ik.
    Een zondag in november 2003. Ik zit te werken op de krant. Op zondag is er – overdag – bijna niemand. Ik zit alleen, ik werk en ik rook. Roken op de werkplek is formeel toegestaan, nog twee maanden.
    Opeens staat Frank Kalshoven, dan nog adjunct-hoofdredacteur, naast me. Kalshoven staat erom bekend dat hij, toen hij nog een stevige roker was, schijt had aan niet-rokers; hij rookte gewoon overal. Maar nu is hij gestopt. Hij wil als adjunct-hoofdredacteur de nieuwe wet voor zijn, neem ik aan. Hij wil voorkomen dat hij straks in het rookhok moet staan.
    Nu staat hij dus naast me. ‘Dat mag straks niet meer, hè’, zegt hij streng, en wijst op de smeulende sigaret in de asbak. ‘Dat weet je.’
    Een grapje, meen ik.
    Ik probeer ook een grapje. ‘Ik dacht: nu het nog kan, ga ik maar eens lekker een zondag roken op de krant.’
    Kalshoven lacht niet. ‘Nog twee maanden’, zegt hij. Hij wijst opnieuw dreigend naar de asbak en beent weg.
    Opeens weet ik het zeker: ik sta op de lijst. Het is bekend dat Kalshoven het liefst ieder jaar twintig collega’s ontslaat. Hij heeft die lijst vast al klaar. Die gedachte blijft nog lang door mijn hoofd spoken. Kalshoven zelf rookt overigens een half jaar later weer.
  ‘Je stinkt naar rook’, zegt Mariola. ‘Je kleren stinken naar rook, je adem stinkt naar rook en alcohol. Je zweet stinkt naar rook en alcohol. En je snurkt steeds vaker ’s nachts.’
  ‘Goh, dat is een hele lijst met klachten’, probeer ik luchtig, net terug van een feestje.
  ‘Ja, eigenlijk wel.’
  ‘Ik ben dus niet echt aantrekkelijk.’
  ‘Zo niet, nee.’
   Ik had wel vaker gehoord dat rokers stinken. Maar rokers onder elkaar ruiken dat niet. En ik had het nooit op mezelf betrokken. Twee keer per dag tanden poetsen, ’s ochtends douchen en schone kleren aan, dat moest toch voldoende zijn, dacht ik altijd. Maar nu raak ik erop gespitst. Ik meen te zien dat niet-rokers afstand houden als ik met ze praat. Ik merk dat ik zelf afstand houd. Ik draag een rookwalm mee, denk ik steeds vaker als ik langs een groepje mensen loop. In het gezelschap van niet-rokers is het allang niet meer ontspannen roken. Ik houd de sigaret zoveel mogelijk achter me, de rook blaas ik hoog de lucht in. Ze ruiken het, denk ik, als ik met andere mensen in een lift sta.
    Mijn chef, een niet-roker, blijft altijd buiten de deur staan van de werkcel – zo heet dat treffend – als hij komt overleggen over het verhaal waaraan ik werk. Ik begrijp nu opeens waarom. Mijn bureau is behalve met papieren en aantekeningen bezaaid met plukjes shag en gemorste as. Aan het einde van een dag staan er acht half-opgedronken bekertjes automaatkoffie en een volle asbak. En er hangt rook in de kleine, slecht geventileerde werkruimte. Rook van tientallen sigaretten die ik gedachteloos consumeer tijdens het schrijven van een artikel.
    Dit is al vijftien jaar mijn werkmethode; ongeveer om het kwartier sta ik op, ik draai een sigaret, neem een paar trekjes en ga weer zitten voor het volgende stuk tekst. Goed tegen RSI, houd ik mezelf voor, en omdat het schrijven van een verhaal nu eenmaal slopend is, is ieder middel om de pijn te verlichten en het adrenalineniveau te verhogen geoorloofd. Maar in de loop der jaren lijkt het roken van veel sigaretten niet meer te helpen. Integendeel: de versuffing neemt toe. Steeds vaker voel ik me groggy als ik na het afronden van een verhaal mijn werkhok verlaat. Ik walm door de gangen van het pand.
    En als ik op een dag weer eens uitgeput op de fiets naar huis sukkel, stel ik vast dat het eeuwige roken eindig is.

Tussenstuk:
Alles geprobeerd

Ergens tijdens zijn laatste marathonpoging om het roken te laten, vierde Caspar Janssen zijn 25-jarige rokersjubileum. Hij schat zelf dat hij inmiddels rond de 200.000 sigaretten heeft gerookt.
    In al die jaren stopte hij tientallen keren met roken. Hij probeerde allerlei nicotinevervangers, verdiepte zich uitvoerig in de behandelmethode van een antirookgoeroe als Allen Carr, onderwierp zich aan acupunctuurpraktijken, paste afbouwtechnieken toe en volgde de boeddhistische stopmethode.
    Hij is vastbesloten voorlopig geen stoppogingen meer te ondernemen.

Caspar Janssen: Zak tabak, of het tragikomische verhaal van een verstokte roker, Plataan, € 15,00
 

Terug naar Psychologische praktijktips , Psychologische praktijktips, drugs , Drugs lijst , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]