De Volkskrant, 20-07-2010, door Annette Posthumus 21 jul.2010

Studie gestaakt om hotel te leiden

Straks beginnen duizenden afgestudeerden weer aan hun eerste baan. Niet veel mensen zullen beginnen als directeur. Hein Jens, de huidige baas van Carré, deed dat wel.

Twee weken geleden was hij er nog. In het Hans Brinker Hotel, dat zich sinds een succesvolle reclamecampagne van bureau KesselsKramer vol trots het ‘slechtste hotel ter wereld’ noemt. Hein Jens laat in de directeurskamer op de vierde verdieping van theater Carré de reden van zijn recente bezoek zien: een klein boekje met de titel The Hans Brinker Midlife Book. Uitgegeven ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan. De eerste hoofdstukken gaan over Jens’ periode als directeur. Citaat: ‘1972. Hein Jens had exactly the amount of management experience one might expect from a twenty four year old: none.’

‘Ik studeerde rechten aan de Universiteit van Amsterdam, maar dat was geen groot succes. Amsterdam had voor mij te veel afleiding. Na drie jaar kwam een vriendje naar me toe en zei: ik weet wel een aardige baan voor je: manager van Hans Brinker. Ik ben naar mijn vader gegaan om te vertellen dat ik mijn studie ging afbreken voor een baan. Voordat ik iets kon zeggen, zei hij: ‘Een koe heeft een uier met vier tepels. Jouw tepel is nu leeg.’ We waren thuis met vier kinderen en hij vond het tijd dat ik mijn eigen geld ging verdienen. De sollicitatie bij Brinker was snel rond. Kennelijk hadden ze het idee dat ik wel begreep wat de bedoeling was.’

Wat was Hans Brinker voor hotel in die tijd?

‘Een echt backpackershotel. Opgericht door de studentenreisorganisatie NBBS. Het werd gerund door vijftig studenten. Er waren altijd wel driehonderd bedden bezet met voornamelijk studenten. Er kon veel. De jongens en meisjes mochten bij elkaar op de kamer, wat vrij vooruitstrevend was voor die tijd. We hadden een bar die 24 uur open was. Heel gezellig.’

En dat moet je dan als gesjeesde student runnen. Was het een smerige chaos?

‘Voor Nederlandse begrippen was het er misschien viezig. Maar vergelijk het met de hotels in Spanje of Italië, dan viel het wel mee. Maar er werd niet erg gestructureerd gewerkt en het was lastig om break-even te draaien. Mijn opdracht was om in alle gezelligheid wat proportionaliteit aan te brengen en er een professionelere organisatie van te maken. Dus ik ben planmatig te werk gegaan: vooruitdenken en praten met buitenlandse studentenorganisaties om het hotel gevuld te houden.’

Werd dat wel geaccepteerd, zo’n jonge hotelbaas?

‘Omdat men bij Hans Brinker helemaal zijn eigen gang gaat, zat ik niet in het circuit van hoteldirecteuren. Intern werd ik geaccepteerd, iedereen was immers jong. En dan was er nog een groep echte Amsterdamse werksters, die waren plichtsgetrouw: da’s de baas, dus daar moet ik naar luisteren. Een prachtige club.’

Veel backpackers komen naar Amsterdam om te proeven van de drugs. Logeerden die in de jaren zeventig allemaal in het Hans Brinker?

‘In het begin was het nog mellow, het ging om marihuana en hasj. Die periode met uitwassen en spuiters kwam pas later. Daar heeft mijn vader, die arts was, me nog mee geholpen. Hij zei: je moet gewoon blauw licht op de toiletten hangen, dan zien ze hun aderen niet meer. Daar ben ik de eerste mee geweest in Nederland. Maar het werd wel wat harder met die drugs. We hadden een 24-uursbar en daar kwam van alles op af. Ik heb nog een tijdje met uitsmijters gewerkt, maar dat liep uit de hand. En toen heb ik de muziek maar veranderd, ben klassieke muziek gaan draaien en weg waren ze. Dat scheelde een hoop in de omzet, maar ook in narigheid.’

Wat heeft u daar geleerd waar u later nog iets aan hebt gehad?

‘Dat je goed moet communiceren, eerlijk en duidelijk moet zijn. Je bent verantwoordelijk voor een gebouw met allemaal mensen erin. Dus je moet streng zijn op veiligheid en hygiëne. Je moet mensen laten weten waar je grens ligt.’

Een blik op uw cv leert dat u eigenlijk overal als directeur hebt gewerkt. Kunt u niet onder iemand werken?

‘Ik ben wel een baasje, ja. Maar ik kan best onder iemand werken. Alleen dan moet ik die wel respecteren. Geef mij maar een functie met een duidelijk target. Je moet mij binnenhalen als je bijvoorbeeld iets wilt veranderen, een nieuwe strategie wilt inzetten of als het bedrijf gered of afgeslankt moet worden.’

Bent u een goede baas?

‘Dat moet je aan mijn omgeving vragen. Ik heb het gevoel dat ik een gepassioneerde baas ben. Maar daar kunnen de meningen ernstig over verdeeld zijn. Dat is het enige nadeel van baas zijn: je weet nooit hoe écht de mensen zijn in hun omgang met jou.’

Het klopt dus: ‘It’s lonely at the top’?

‘Oh ja, baas zijn is heel eenzaam. Maar ik denk wel dat de mensen hier weten dat mijn deur altijd openstaat als ze écht een probleem hebben, ook in de privésfeer. Ik heb in deze deur om die reden een raampje laten maken. Het is een open deur, maar niet voor bullshit.’

Permanent directeur
Hein Jens (1948) was van 1973 tot 1976 directeur van het Hans Brinker Hotel, daarna was hij onder andere directeur bij Wilma Bouwbedrijven (1976-1980), commercieel directeur van BRN Groep-bedrijfscatering (1986-1992), directeur Samsarax Handelsmaatschappij (1993-1995), commercieel directeur van het Nederlands Congresgebouw en directeur van Carré (1997-heden). Jens is getrouwd en heeft drie kinderen.

Terug naar Psychologische praktijktips , Psychologische praktijktips, drugs , Drugs lijst , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]