Leids universiteitsblad Mare, 21-04-2005, door Ilse de Heer

De vele gezichten van het Kwaad

Alle religies hebben door de eeuwen heen hun best gedaan 'Het Kwaad' een gezicht te geven en te verklaren. In de bundel Des Duivels vergelijken Leidse wetenschappers de tradities en komen tot de conclusie dat overal ter wereld het kwaad onder hetzelfde motto bestreden wordt: 'Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.'

Een spierwit meisje met lang zwart haar dat opeens de tv uit komt lopen, met uitgestrekte armen op je afkomt en je een doodschrik bezorgt als ze de slierten uit haar gezicht haalt en haar lijkenkop laat zien. Dat is de aanblik van het kwaad zoals die door de makers van de populaire griezelfilm The Ring verzonnen is. De mens komt anno 2005 het boze helaas niet alleen tegen op het witte doek, maar in vele verschijningsvormen: kanker, armoede, vloedgolven, terroristen die een gebouw invliegen en duizenden mensen vermoorden. Waar komt dit soort kwaad vandaan en wat verstaan we eigenlijk onder het fenomeen 'Kwaad'? Verschillende religies en levensbeschouwingen hebben hier hun eigen idee over en een aantal van deze ideen komt aan bod in het boek Des duivels. Het kwaad in religieuze en spirituele tradities. Deze bundel is gebaseerd op een lezingenserie die in het voorjaar van 2004 werd georganiseerd door het Leidse Studium Generale.
    In zijn bijdrage over het kwaad zoals dat in het boeddhisme voorkomt, vertelt dr. Peter Verhagen dat dit fenomeen traditioneel vertegenwoordigd werd door Mara, wiens naam in Sanskriet letterlijk 'dood' betekent. Mara was de demon van het kwaad in eigen persoon en hij en Boeddha stonden fundamenteel anders in het leven. De demon riep de mensen op zich geen zorgen te maken over de dood: die lag immers nog ver voor hen. Boeddha propageerde het tegenovergestelde standpunt.
    Uiteindelijk verslaat Boeddha Mara door zijn hulptroepen in een rivier te laten verdrinken. Tegenwoordig zien de Boeddhisten het kwaad als vriend n vijand. Het kwaad is niet alleen de grootste tegenstander, maar ook de grootste leermeester. De pijnlijke ervaringen die daarmee samenhangen, zijn vaak de sterkste motivatie om naar het goede te streven.
    Het Zoroastrisme is een van de weinige religies die aan het slechte een even grote macht toekent als aan het goede, stelt dr. Ab de Jong in zijn bijdrage aan de bundel. Ongeveer 1000 voor Christus is het Zoroastrisme ontstaan en daarmee is het een van de oudste levende godsdiensten ter wereld. Voor het begin van de schepping waren er volgens deze religieuze traditie twee geesten die tegenover elkaar stonden. Ohrmazd was de goede en Ahreman de slechte geest. De twee sloten een pact waarin ze afspraken dat ze gedurende de schepping en de negenduizend jaar erna tegen elkaar zouden strijden om te kijken wie de sterkste zou zijn. In dit gevecht zorgde Ahreman voor narigheid als ziekten en ongedierte. Uiteindelijk zal het goede toch overwinnen, volgens het Zoroastrisme, dankzij een verlosser waar anno ZooS nog steeds op gewacht wordt. Deze verlosser zal geboren worden uit een maagd, een opvallende overeenkomst met het christendom.
    Voor het christendom - en ook voor de twee andere wereldreligies jodendom en islam - is het echter ondenkbaar uit te gaan van een eeuwige en machtige kracht naast God, die bovendien net zo sterk is. In deze geloven staat een almachtige, goede God centraal, die de wereld heeft geschapen. Maar als deze God almachtig en goed is, en hij heeft de aarde geschapen, hoe kan het dan dat er kwaad is in de wereld? Het moet dan of zo zijn dat God niet almachtig is, of dat hij niet helemaal goed is. Anders zou hij het kwaad nooit toelaten. Het is een bekende filosofische kwestie en alledrie de religies geven een ander antwoord op deze vraag.
    Volgens het vroege christendom heeft God het kwaad geschapen en bedient hij zich ook van het kwaad om 'zijn plan' te kunnen realiseren, aldus theoloog prof.dr. Henk Jan de Jonge. Ook dient het kwaad als rechtvaardiging: onrecht dat niet wordt vergolden, maakt het vestigen van gerechtigheid onmogelijk. Zo was de wereld eerst een paradijs totdat Eva van de boom der kennis at en daarmee aan God ongehoorzaam was. Pas daarna moest er worden gewerkt, gebaard en gestorven.
    De koran vertelt niet expliciet waar het kwaad vandaan komt en waarom het er is, maar uit twee delen uit het heilige boek van de islam, valt het wel op te maken. Het eerste verhaal gaat over de engel Ibliis. Die luistert niet naar God en wordt daarom een kaafir. Een kaafir is iemand die gezien wordt als tegenstander van de plannen die God met de mens heeft. Deze kaafir en zijn onderdanen zijn verantwoordelijk voor het kwaad.
    Een tweede mogelijke verklaring staat in Soera, hoofdstuk 18 van de koran. Deze uitleg komt er op neer dat de mens voor het kwade dankbaar moet zijn, omdat het een manier van God is om nog ergere dingen te voorkomen. In het verhaal draait het om een meester en zijn leerling die geen vragen mag stellen. Hij kan dat toch niet laten wanneer zijn meester rare dingen doet. De meester sloopt namelijk een boot van arme mensen en bouwt een muur voor mensen die hem net onderdak geweigerd hebben. Na de vragen van de leerling weigert de meester hem langer te onderwijzen, maar hij legt zijn daden wel uit. De arme vissers zouden aan de overkant opgewacht worden en op vreselijke wijze vermoord worden. En onder de muur lag een schat van weeskinderen, die nu hun schat nog niet konden verdedigen. Er is dus een reden waarom goede mensen slechte dingen overkomen en vice versa.
    Volgens de islam kunnen alleen moslims 'goed' zijn, stelt arabist dr. Hans Jansen in zijn artikel in Des Duivels. Daar waar de islam niet heerst, is het absolute kwaad: Jahiliyya. De gelovigen moet krachtig optreden tegen dit kwaad - en voor sommigen is 11 september een voorbeeld van hoe krachtig op te treden. Volgens Jansen is dit het grote probleem van de islam: de definitie van het kwaad is te ruim.
    Het jodendom, tenslotte, ziet de ongehoorzaamheid van Adam en Eva als bron van alle ellende: sindsdien rust er op de aarde een vloek. God is niet verantwoordelijk voor het kwaad. Dit impliceert namelijk dualiteit van goed en kwaad in een goddelijk wezen. Volgens de belangrijkste joodse filosoof uit de Middeleeuwen, Maimonides, moeten we goed en kwaad niet als tegengestelden zien: het kwaad is het ontbreken van het goede.
    Met de bijdrage van Paul Cliteur komt ook het humanisme, een niet-religieuze levensbeschouwing, langs. Humanisten zien van oudsher alles dat het specifiek menselijke niet tot ontplooiing laat komen als het kwaad. God en godsdienst frustreren deze ontplooiing, vinden zij. Daarom is juist God het boze. Inmiddels is het 'God is het kwaad' dogma bij de meeste humanisten gerelativeerd, aangezien gelovigen nu vaak zelf bepalen wat zij uit religieuze tradities willen overnemen en velen hun geloof niet meer op traditionele wijze beleven.
Samensteller Rob Wiche sluit de bundel af met een hoofdstuk dat laat zien dat alle verschillende religies het even belangrijk vinden om het kwaad te bestrijden. Een overal wederkerend motto hierbij is: 'Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet'.
Het is de auteurs die in de bundel aan het woord komen goed gelukt om iets te vertellen over het beeld dat bepaalde religies en spirituele tradities hebben bij het kwaad. Meisjes met enge zwarte slierten voor hun gezicht komen in dit boek gelukkig niet voor. Misschien vinden we haar ergens terug in Eva, wanneer deze net een hapje van de appel heeft genomen.

Rob Wiche red.: Des Duivels. Het kwaad in religieuze en spirituele tradities. Voorburg 2005. 178 pgs.


Terug naar Goed en kwaad , Psychologie lijst , Hirarchie psychologie , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]