De Volkskrant, 15-12-2007, door Mark Mieras 19 dec.2007

Denken moet je doen

Wie denkt dat intelligentie een vaststaand gegeven is, houdt zichzelf dom. Slimme mensen worden niet geboren maar gemaakt. Door hun hersenen te trainen.


Een troost voor alle leerlingen die met een matig kerstrapport thuiskomen: ook Einstein, Edison en Darwin hebben hard moeten werken aan hun genialiteit. Dat je met kant en klare talenten op de wereld komt, is een schadelijk misverstand. Om dat recht te zetten werkt Stanfordonderzoeker en psycholoog Carol Dweck met haar team aan het computerprogramma Brainology. Over een half jaar komt het beschikbaar voor het Amerikaanse onderwijs.
    De training beslaat zes modules die leerlingen vertellen hoe de hersenen werken. De leerlingen leren dat nieuwe cellen en verbindingen in de hersenen alleen kunnen overleven als ze worden gebruikt. Daarom geldt voor hersenen hetzelfde als voor spieren: hoe meer je ze traint hoe krachtiger ze worden. Wanneer er hard op wiskunde wordt geblokt, kun je veranderingen meten in verschillende hersenkwabben. Intellectueel talent, is de boodschap van Brainology, komt bij niemand aanwaaien. Het is naast aanleg vooral ook het resultaat van hard werken.
    Brainology is gericht op de onderbouw van de middelbare school. Die periode is volgens pedagogen doorslaggevend voor de intellectuele ontwikkeling van een kind. Na de basisschool worden leerlingen geconfronteerd met competitie en met uitdagingen op niveau. Ook intelligente leerlingen kunnen daarmee soms niet omgaan en presteren onder de maat. Volgens de onderzoekers is vaak de oorzaak dat leerlingen een verkeerde mindset (opvatting over de werking van het brein) hebben. Ze zijn ervan overtuigd dat intelligentie een onveranderlijke eigenschap is.
    Onderzoekers van de universiteiten van Columbia en Stanford publiceerden eerder dit jaar over een onderzoek waarbij ze 373 leerlingen in de laagste klassen van de middelbare school volgden. Met vragenlijsten stelden de onderzoekers vast welke mindset de leerlingen hadden. Leerlingen moesten zeggen of ze het eens waren met stellingen als: ‘Je hebt een zekere hoeveelheid intelligentie, daaraan kun je niet veel veranderen.’ En: ‘Je kunt je intelligentie in hoge mate veranderen.’
    In de jaren daarna werden hun schoolprestaties gevolgd. De groep leerlingen die dacht dat hun intelligentie min of meer onveranderlijk was, verloor elk semester terrein op de groep die geloofde dat ze wel flink invloed had op intelligentie. Aan het einde van het tweede schooljaar lagen de gemiddelde scores van de twee groepen al een halve punt uit elkaar. De reden was duidelijk. De leerlingen die in de maakbaarheid van hun eigen intellect geloofden, zijn gemotiveerd en zoeken naar uitdagingen. Leerlingen met de overtuiging dat intelligentie vastligt, zijn gericht op het halen van hoge cijfers en bang te falen. Ze willen voortdurend bewijzen dat hun intelligentie hoog genoeg is. Of ze vertonen weerzin om hard te werken omdat je er toch niets mee verandert.
    Met Brainology willen de Amerikaanse onderzoekers leerlingen met de verkeerde mindset helpen. Eerder dit jaar bleek al uit de resultaten van een proef dat dat werkt. Daarbij kregen 43 slecht presterende brugklassers gericht les over de werking van de hersenen plus traditionele tips voor meer studievaardigheid. Leerlingen van een controlegroep kregen alleen tips. Leraren, die niet wisten wie welke training had gevolgd, hielden in de maanden daarop de studieresultaten bij. Het bleek dat bij leerlingen uit de eerste groep de motivatie met gemiddeld 27 procent was toegenomen en bij die uit de andere groep met slechts 9.
    Het loont dus om kinderen en tieners een goed inzicht te geven in de werking van de hersenen. En niet alleen zij, ook volwassen hebben er baat bij. Onderzoekers van de Universiteit van Toronto ontdekten dat managers met de verkeerde mindset minder ontvankelijk zijn voor feedback van medewerkers, minder goede begeleiding geven en slechter met kritiek kunnen omgaan. Na een training over hersenen was er een opvallende verbetering.
    Blijft de vraag waarom kinderen en volwassenen massaal belast zijn met een verkeerd idee over intelligentie. Volgens de onderzoekers praten ouders het hun kinderen aan. Ze zeggen vaak: ‘Knap gedaan, wat ben je toch slim.’ Kinderen groeien zo op met de veronderstelling dat slim zijn een onveranderlijke eigenschap is. Iets dat je hebt of niet hebt. Een eigenschap waardoor je door anderen wordt gewaardeerd.
    Maar is de wetenschap zelf daar ook niet debet aan? Wat te denken van de IQ-test, die een leerling vastpint op de IQ-schaal? Ook die schept veel verwarring bevestigt onderzoekster Carol Dweck: ‘Misschien moeten we voor ‘IQ’ een andere term verzinnen. Die test is helemaal niet ontworpen voor het meten van intelligentie, maar om vast te stellen of kinderen een achterstand hebben en aangepast onderwijs nodig is. Later kwam de test in verkeerde handen en werd het IQ ten onrechte gepresenteerd als een maat voor de intellectuele potentie van een kind. Maar het is onmogelijk om die potentie te meten, want die verandert als kinderen hard werken en leren. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat je alle elementen van je intelligentie kunnen verbeteren door training.’
    De uitdrukking ‘werken is voor de dommen’ moeten we dus maar snel vergeten.

Tussenstuk:
Maak kids slimmer

• Loof ze niet omdat ze slim zijn, maar om hun inzet om te leren.
• Spreek ook over andere kinderen niet in termen van ‘slim’ en ‘dom’.
• Laat als ouder zien dat ook jij hard werkt om nieuwe dingen te leren.
• Vertel hoe de hersenen werken.
• Laat ze lezen over grote geesten als Einstein, Edison, Curie, Mozart, Cézanne en Darwin, die ook hard moesten werken voor hun prestaties.
 

Naar Intelligentie, ontkenning Wetenschap lijst , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]