Bron bij Misdadige natuur: Den Engh

Onderstaand een beschrijving van de behandeling in de jeugdinrichting Den Engh, die sterk lijkt op de Glenn-Mills methode. Ook goed als illustratie van de houding van de Volkskrant tegenover deze vormen van strenge behandeling: men is er duidelijk tegen.


De Volkskrant, 29-11-2005, door Aimťe Kiene en Margreet Vermeulen

Eenmaal binnen ben je niets meer, alleen de groep telt nog

Tussentitel: Met het pr-beleid is er in de bossen van Den Dolder niets mis
                  Rookpauzes, bezoek en verlof, alles moet worden verdiend


De werkwijze van de justitiŽle inrichting Den Engh is omstreden. Het geheim is dat de jeugdige veelplegers elkaar moeten opvoeden. De groep is bepalend, niet het individu. Een successtory, zegt directeur Arjan Jonkers.

Wie voor het eerst in Den Engh komt, wordt helemaal gestript. Horloges, petjes, kleren, sieraden, zelfs de onderbroek moet ingeleverd worden. Gekleed in een uniform gaan de jongens naar de kale groepsruimte. Die is expres viesgemaakt door de leiding.
    Op de vloer ligt zand. Er zijn geen stoelen. Eten doe je met je handen, want bestek is er evenmin. Zelfs een klok ontbreekt. Klokken, bestek en stoelen vormen een van de vele privileges die de jongeren moeten verdienen met goed groepsgedrag.
    De werkwijze van de justitiŽle jeugdinrichting Den Engh is vaak bejubeld, maar raakt steeds meer omstreden. Minister Donner van Justitie overwoog vorige week in te grijpen - naar aanleiding van een kritische evaluatie die hij had gekregen over de instelling.
    Maar na overleg met de Tweede Kamer kreeg Den Engh vorige week toch toestemming om door te gaan op de ingeslagen weg.
    De Utrechtse hoogleraar jeugdrechtspleging Ido Weijers heeft de dagelijkse praktijk in Den Engh gezien. Hij werd er niet vrolijk van. 'Het is de bedoeling dat ze elkaar opvoeden. Maar dat werkt bij deze jongens niet. Het is herhaaldelijk onderzocht dat groepsdruk niet werkt. Groepen met probleemjongeren versterken juist elkaars negatieve gedrag.'
    De Amsterdamse kinderrechters, die jeugdige veelplegers naar Den Engh sturen, zien dat een slag anders. 'Het is een soort ontgroeningstactiek', vindt Han Bartels, voorzitter van de Amsterdamse kinderrechters. 'En het werkt. Wij zien echte aso's soms veranderen in heel normale jongens die je aankijken als je tegen ze praat. Die antwoord geven als je wat vraagt. Die weer plannen maken voor de toekomst. Ons probleem is meer dat die positieve veranderingen meestal niet beklijven.'
    Over een ding zijn vriend en vijand het roerend eens. Den Engh heeft een uitstekende public relations-strategie. Iedereen die iets met justitie en kinderen te maken heeft in Nederland, is er rondgeleid. Van Jan Marijnissen tot en met de koningin.
    De verhalen van enthousiaste medewerkers, de bevlogenheid van de directie en het optreden van de charismatische directeur Arjan Jonker, die doorgaans verschijnt in een keurig pak en met een horlogeketting op de buik, missen hun uitwerking niet. De meeste bezoekers verlaten de bossen van Den Dolder met het prettige gevoel dat er eindelijk een plek is waar ontspoorde jongeren keihard worden aangepakt, een heropvoeding krijgen en een goede kans maken op een niet-criminele toekomst.
    Eindelijk een successtory in de strijd tegen de jeugdcriminaliteit. Dat is goed nieuws voor het kabinet, dat hamert op orde en veiligheid. Directeur Arjan Jonker heeft de tijd mee.
    Of had de tijd mee? Steeds luider klinkt de klacht dat Jonker kritische vragen ontwijkt en discussies blokkeert. Volgens Gijsbert Boggia, regiobestuurder van de ambtenarenbond Abvakabo, heeft Jonker zijn hele 'hebben en houwen aan de instelling opgehangen'. 'Als je er aan komt, kom je aan hem. Hij komt ons verlossen van de jeugdcriminaliteit. De kleinste kanttekening ziet hij als een bedreiging.'
    Het personeel weet er alles van. Toen Den Engh een paar jaar geleden onder vuur lag, wilde directeur Jonker weten of het personeel hem wel steunde. De voor- en tegenstanders moesten om beurten de hand opsteken.
    'De discussie op Den Engh is versmald tot voor of tegen. Een inhoudelijk debat komt er niet', aldus Boggia. Hoewel Jonker zijn personeel goed weet te motiveren, is er volgens Boggia geen ruimte voor discussie. 'Hierdoor ontstaat een repressieve sfeer.'
    De vakbondsbestuurder wordt in deze opvatting gesteund door een onafhankelijk evaluatie-onderzoek in opdracht van het ministerie van Justitie en een rapportage van de Inspectie Jeugdzorg. 'De werkwijze staat niet ter discussie', aldus de Inspectie. 'Medewerkers die zich daar niet in kunnen vinden krijgen coachings- en functioneringstrajecten aangeboden. Als dat niet leidt tot andere inzichten, dan leidt dat tot het vertrek van de betrokken medewerker.'
    Dat neemt niet weg dat de meeste groepsleiders het erg naar hun zin hebben. 'Zeer actieve en betrokken mensen met een grote loyaliteit ten opzichte van de jongens, maar met geringe pedagogische kennis', aldus de Inspectie.
    Het personeel, deels ex-militairen, wordt intern geschoold. Dat moet ook wel, want de aanpak van Den Engh stoelt niet op gangbare inzichten of wetenschappelijke theorieŽn. Nergens wordt deze, aan de Rijksuniversiteit Groningen ontwikkelde, maar niet wetenschappelijk geŽvalueerde methode toegepast.
    Kern van het beleid is: niet opsluiten maar opvoeden. 'Allemaal retoriek', vindt Ido Weijers, de hoogleraar jeugdrechtspleging. 'Die jongeren zitten gewoon opgesloten. Achter hoge hekken en prikkeldraad. Om iemand op te voeden is een gezagsverhouding nodig. En vertrouwen. En affectie. Maar dat is allemaal taboe. De jongeren moeten elkaar opvoeden. De leiding kijkt toe.'
    Volgens Weijers is een persoonlijke benadering van de jongens erg belangrijk. 'Je moet letten op de behoeften en mogelijkheden van het individu. Daar ontbreekt het volledig aan. En als het allemaal effect zou hebben, okť. Maar na tien jaar kan Den Engh nog niet aantonen dat hun aanpak werkt.'
    Het is moeilijk onafhankelijke wetenschappers te vinden die de werkwijze verdedigen. Directeur Jonker promoveerde in 2004 op een onderzoek naar de behandelmethode. Op dat onderzoek kwam nogal wat kritiek, met name op de cijfers die Jonker publiceerde van jongeren die na een verblijf in terugvielen in hun criminele leven.
    Volgens de directeur zou 9 procent van de Den Engh-jongens na een jaar opnieuw een delict plegen. Een uitzonderlijk laag getal, vergeleken bij de cijfers van andere jeugdinrichtingen, waar volgens recent onderzoek na een jaar 39 procent recidiveert.
    'Een draak van een proefschrift', vindt emeritus hoogleraar orthopedagogiek Jan van der Ploeg. 'Van wetenschappelijk onvoldoende kwaliteit.' Hoewel de hoogleraar waardering heeft voor het enthousiasme waarmee Jonker met deze 'heel lastige jongens' aan de slag is gegaan, is hij erg kritisch over het promotie-onderzoek. 'Het was een unieke kans voor Jonker om aan te tonen dat de groepsmethode werkt. Die kans heeft hij laten liggen.'
    Ook Wim Slot, hoogleraar opvoedkunde, heeft zijn bedenkingen. 'De effectiviteit van de groepsmethode is niet bewezen. Dat geeft niet, want er zijn meer instellingen die methoden gebruiken die niet wetenschappelijk onderbouwd zijn. Maar dan moet je niet claimen dat het werkt, terwijl dat nog helemaal niet zeker is.'
    Daarover blijven de meningen verdeeld. Eveline van der Schraaf van de commissie van toezicht: 'De Rijksuniversiteit Groningen zet geen handtekening onder een promotie die niet deugt.'
    En volgens Ko Rink, de Groningse hoogleraar die de promotie van directeur Jonker leidde, zijn tal van studies aan de gang om de wetenschappelijke basis van de groepsmethode op Den Engh te staven.
    Rink: 'Er bestaat een vrees tegen de groepsaanpak. Maar kinderen zitten toch ook met elkaar in een klas? Als je op de juiste manier leiding aan de groep kan geven, is het een goed systeem.'
    De jongens zelf ervaren de eerste maanden op Den Engh veelal als een nachtmerrie. Zo blijkt uit het evaluatie-onderzoek dat minister Donner van Justitie liet uitvoeren.
    'Toen kwam ik in de luchtkooi en daar stond een hele grote tent met zand erin. Wij moesten toen met baby-schepjes de zandhoop verplaatsen. Pas als dat klaar was kregen we te eten.'
    'We moesten stoelen zagen uit een boomstam. Een kokosnoot uitlepelen om uit te drinken. Ik kreeg er blaren van. Ik vond dat echt verschrikkelijk.'
    'Ik moest meteen al mijn kleren uit doen. Daarna kreeg ik kleren van hun. Een overall met vlekken erop. Alles veel te groot. Schoenen maat 44 terwijl ik toen maat 40 had. Een veel te grote onderbroek.'
    In de eerste maanden moeten de jongens alles verdienen. Rookpauzes, sporturen, bezoek, post, verlof en ga zo maar door. De leiding pakt deze 'privileges' weer af als de groep of een groepslid in de fout gaat. De jongeren ervaren het als een groot onrecht dat ze gestraft worden voor het gedrag van anderen.
    Uit de programma-evaluatie van Den Engh van april 2005: 'Het was moeilijk, ik wist niets over de groepsstraf, de sfeer was slecht, je begrijpt het niet, niemand begrijpt het, iedereen schrikt en je moet het zelf oplossen.'
    Collectieve straffen zijn in de Beginselenwet JustitiŽle Inrichtingen verboden. Zelfs bij zoiets ingrijpends als een opstand in de gevangenis mogen de gedetineerden die zich afzijdig hebben gehouden niet gestraft worden.
    In dit opzicht handelt Den Engh in strijd met de wet. Dat stuit de kinderrechters tegen de borst. 'Den Engh moet aan de wet voldoen', vindt de Amsterdamse kinderrechter Han Bartels. 'Dit kan niet nog tien jaar zo doorgaan.'
    De Tweede Kamer gaf de jeugdinrichting vorige week het voordeel van de twijfel. Den Engh mag voorlopig door.

Een justitiŽle jeugdinrichting sinds 1833
De justitiŽle jeugdinrichting Den Engh bestaat sinds 1833. De instelling heeft 196 plaatsen voor jongens tussen de 12 en 23 jaar met ernstige gedragsproblemen. Het grootste deel van de plaatsen (160) is bedoeld voor zwakbegaafde jongeren. Veel van die jongens zijn veroordeeld. Ook wordt een groep veelplegers uit grote steden behandeld in Den Engh. De inrichting heeft locaties in Den Dolder en in Ossendrecht. In Harlingen liggen schepen waarop Den Engh jongens behandelt. Nederland telt 23 jeugdgevangenissen. Daarin zitten 2486 jongeren. Volgens de meest recente cijfers van het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatie-centrum (WODC) uit 2000 verviel 39 procent van de jongeren uit een jeugdgevangenis na ťťn jaar opnieuw in crimineel gedrag. Na twee jaar was dit 55 procent, nog een jaar later pleegde 65 procent weer een delict. Directeur Jonker schrijft in zijn proefschrift over Den Engh dat 9 procent van 'zijn' jongeren recidiveert. Hierop is veel kritiek gekomen. Volgens het WODC ligt dit cijfer hoger. Duidelijkheid is volgens het ministerie lastig omdat Den Engh 'in zeer onvolledige mate' inzicht geeft in de gegevens die de instelling gebruikt.


Terug naar Misdadige natuur , Psychologie lijst , Psychologie, overzicht , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]