De Volkskrant, 21-05-2005, door Peter Giesen

Geweld | Socioloog Willem Schinkel wil meer aandacht voor de kick die mensen tot gewelddaden brengt

Schieten is lekker

Geweld komt niet alleen voort uit sociale problemen, stelt een ambitieuze promovendus.

Kijk, er is een verschil tussen een mes en een vuurwapen', zegt een gevangene die wordt geïnterviewd in het proefschrift van de socioloog Willem Schinkel. 'Ik heb ooit een jongen neergeschoten, en het geweer bleef maar gaan van BAM BAM BAM en je hoort het geluid, je voelt de adrenaline in je lichaam en je hoort mensen schreeuwen en zo, dat is hysterische paniek.
    'En na de schietpartij ruik je de kruitdamp, je ruikt het. En er gaat zo veel adrenaline door je heen, weet je, omdat schieten explosief geweld is, en steken, dat is gewoon, dat is lekker, weet je, het is zo glad, zo snel.'
    De gevangene gaat verder, in een stream of consciousness die niet uit een proefschrift lijkt te komen, maar uit een avantgardistische misdaadroman: 'Het heeft ook met pijn te maken, denk ik. Een steekwond doet meer pijn dan een schotwond, kan ik je vertellen. Als je steekt, gaat het mes in het lichaam en het wordt er weer uitgetrokken, dus de organen worden beschadigd, inwendig. Als het mes wordt teruggetrokken, dat doet de meeste pijn (... ). Daarom steek ik, vanwege de pijn, weet je.'
    Steken, dat is pijn, genot en macht. 'Het geweld, het geweld, weet je, de macht die je erdoor krijgt, weet je, die fascineert op zo'n manier dat ik ervan houd.'
    Voor zijn dissertatie Aspects of Violence interviewde Willem Schinkel scholieren en gevangenen over geweld. Hij wilde een aspect in kaart brengen dat sociale wetenschappers naar zijn idee over het hoofd zien als ze geweld bestuderen. Sociologen beschrijven hoe geweld samenhangt met sociale achterstand, etnische herkomst of gebroken gezinnen. Zulke factoren kunnen echter nooit een causale verklaring bieden. Er zijn genoeg allochtonen uit eenoudergezinnen in achterstandsmilieus die niet gewelddadig zijn.

Moord
Geweld is voor sommige mensen lekker. De samenleving wil dat vaak niet zien, zegt Schinkel. 'Het is een mensbeeld dat ons niet aanstaat. Dat zag je duidelijk bij de moord op het Nijmeegse meisje Maja Bradaric in 2004. De hoofdverdachte verklaarde dat hij haar gedood had omdat hij wilde weten hoe het voelde om een mens te doden. De rechter accepteerde dat niet als reden. Er moest een diepere reden zijn. Terwijl de verdachte juist een heel goede reden opgaf.
    'Als je ruzie met iemand hebt, kun je dat op duizenden manieren oplossen. Maar als je wilt weten hoe het is om iemand te doden, kun je maar één ding doen. Maar men wil niet accepteren dat mensen daartoe in staat zijn. Terwijl toch heel vaak gebleken is dat het wel degelijk kan. De meeste SS-kampbeulen waren voor de oorlog ook heel normale mensen.'
    De 'wil tot geweld' is overigens slechts één aspect van het kaleidoscopische boek waarop Schinkel 27 mei promoveert aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Aspects of Violence is een opmerkelijk proefschrift. In de sociale wetenschappen promoveren de meeste aio's op tamelijk beperkt, veelal kwantitatief onderzoek. Schinkels dissertatie is echter een pretentieuze onderneming, waarin hij het begrip geweld onderzoekt met een benadering die het midden houdt tussen theoretische sociologie en de sociale filosofie. Zijn promotie wordt opgeluisterd met een workshop waaraan grote sociologen deelnemen, zoals als de Poolse Brit Zygmunt Bauman en de Fransman Loïc Wacquant. Schinkel is dan ook allerminst bescheiden in zijn ambities. Hij gaat verder als universitair docent in Rotterdam en wil een 'eigen' sociologie ontwikkelen, zoals Bauman of Wacquant
    Die ambitie mist hij in de Nederlandse sociologie. 'De Nederlandse sociologie knijpt zichzelf af. Het is een kleinzielige bedoening. Als er eens een buitenlander wordt ontdekt, zoals Norbert Elias, wordt hij meteen zo omhelsd dat we er nooit meer vanaf komen.'
    In de jaren zeventig kreeg de sociologie een slechte naam. Sociologen zouden slechts in ingewikkelde bewoordingen vertellen wat iedereen zelf ook wel kon bedenken. Sindsdien wil de sociologie voortdurend aantonen dat zij wel degelijk nuttig is. 'Het huidige klimaat eist maatschappelijke relevantie. Maar dat betekent dat sociologen zich vooral met de korte termijn bezighouden, met de praktische vragen van nu.'
    Dat kan best nuttig zijn, zegt Schinkel, maar zelf wil hij meer. Hij wil een 'kritische sociologie' bedrijven die de bestaande maatschappelijke verhoudingen niet voor lief neemt, maar wil 'ontmaskeren'. Hij wil niet weten hoe vaak er op school geslagen wordt, maar
fundamentelere vragen stellen. Wat is geweld? Komt geweld niet voort uit de sociale orde? Het is opmerkelijk: een 28-jarige promovendus bedient zich van een pretentieuze terminologie die decennia nauwelijks meer gehoord werd. Schinkel: 'Het klinkt misschien pretentieus, maar je moet jezelf toch doelen stellen. Ik noem het liever bevlogen.'
Schinkel gaat helemaal terug naar het begin, naar een definitie van geweld. Volgens hem is geweld een 'reductie van het zijn'. De geweldpleger verhindert dat de ander zich volledig kan ontplooien.
    Geweld kán constructief zijn: zonder overheidsgeweld zou de samenleving bijvoorbeeld een chaos worden. In het algemeen is gezag een subtiele vorm van geweld die nodig is om een maatschappelijke ordening te handhaven.
    Schinkel onderscheidt drie vormen van geweld, die hij onderling verbonden ziet in wat hij de trias violentiae noemt: privaat geweld, staatsgeweld en structureel geweld. De eerste twee spreken voor zichzelf, de derde komt voort uit ongelijke maatschappelijke verhoudingen: de onderliggende partij wordt in haar ontplooiing gehinderd.

Opgerekt
Structureel geweld is een zeer omstreden begrip. Tegenstanders vinden dat 'geweld' zo wel erg wordt opgerekt. Het begrip leidde in de jaren zeventig tot een apologie van terroristisch geweld. De Duitse Rote Armee Fraktion verdedigde het doodschieten van bankiers met het 'structurele geweld' tegen de armen in de Derde Wereld.
    Schinkel: 'Het begrip structureel geweld kun je inderdaad misbruiken. Maar ik maak hier geen normatief punt. Ik bestudeer geweld vanuit sociologisch perspectief. Er zitten ook allerlei andere kanten aan, zoals morele en juridische.
    'Waar het mij om gaat, is dat die drie vormen van geweld samenhangen. In een samenleving met veel staatsgeweld, zoals de DDR, zie je vaak weinig privaat geweld. In onze neoliberale samenleving zien we structureel geweld. Sommige mensen vallen buiten de boot en zoeken alternatieve middelen om hun doel te bereiken.'
    Dat klinkt naar de jaren zeventig. maar Schinkel predikt geen revolutie. 'Je moet erkennen dat een samenleving een zekere mate van structureel geweld nodig heeft. Elke samenleving is een hiërarchie. En niet iedereen kan aan de top zitten. Ik geloof niet in een maatschappij waarin iedereen gelijk is.
    'Wat je wel mag hopen, is dat er minder eenzijdig de nadruk wordt gelegd op economisch succes. Want dat kwam ik bij mijn respondenten steeds tegen: op straat heerst een hedonistisch patroon, waarin het leven draait om schoenen, kleding, scooters en auto's. En als je die niet met legale middelen kunt verwerven, moet het maar met andere middelen.'
Structureel geweld is niet de enige verklaring voor privaat geweld, aldus Schinkel. Zijn boek benadrukt dat geweld talloze aspecten heeft. Maar het is wel belangrijk om structureel geweld in het debat te betrekken.
    'We moeten onderkennen dat geweld voortkomt uit de bestaande sociale orde. Het is verleidelijk om geweldplegers te beschouwen als beesten die buiten de samenleving staan. Maar geweldplegers zijn juist een product van de samenleving.'


IRP:   De laatste alinea is min of meer strijdig met de eerste. Dat komt omdat het in feite gaat over twee vormen, of twee aspecten, van misdaad en geweld. Het eerste gaat over het karakter van enkele individuele gevallen, het tweede gaat over motieven die groepen tot misdaad brengen. In de tweede kunnen individuen van de eerste soort zitten, maar het si niet zo dat de allemaal van de eerste soort, zijn, waarschijnlijk zijn ze zelfs een kleine minderheid. Wat niet wegneemt dat ze dus zeer verschillend behandeld moeten worden.

Wat ontbreekt in deze analyse is een verband tussen de genoemde hedonistische straatcultuur die leidt tot misdaad, en cultuur in het algemeen. Het leidt weinig twijfel dat dat hedonisme verband houdt met de machocultuur van allochtone gemeenschappen als van Marokkanen en Antillianen (Curaçaoënaars).


Terug naar Misdadiger, behandeling zware , Menswetenschappen, bronnen , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]