De Volkskrant, 10-07-2009, door Ranne Hovius 4 okt.2009

Non-fictie | Peuters observeren

De woorden zijn geel, de muur is wiegelied, denkt babybrein

Ontwikkelingspsycholoog Charles Fernyhough legde de drie eerste jaren van zijn dochtertje vast met bloknoot en videocamera. Wat doet ze als ze haar neus in de spiegel ziet?

Pasgeboren baby’s leven in een ongeordende brij van geluiden, geuren, kleuren, warmte en kou. Sommige indrukken die ze opdoen zijn buitengewoon plezierig, andere leiden tot luidkeels protest. Maar waar hun eigen lichaam ophoudt en de rest van de wereld begint is ze volstrekt duister. En via welke zintuigen de verschillende indrukken binnenkomen al niet minder: de informatie wordt in de nog onontwikkelde hersentjes op een grote hoop gegooid. ‘De woorden zijn geel. De muur is wiegeliedje. Er is geen centrum en geen rand, geen subject en geen object’, schrijft de Britse ontwikkelingspsycholoog Charles Fernyhough over de belevingswereld van zijn pasgeboren dochtertje in De baby in de spiegel.

In een paar jaar tijd moeten peuters deze dooreen gehusselde massa omgevormd hebben tot een geordende wereld met een afgebakend zelf, met een begrip van nu, vroeger en later en met woorden om over die wereld te kunnen praten en denken. Hoe ze dat precies voor elkaar krijgen is wat menig onderzoeker met zorgvuldige observatie tracht te doorgronden. Een dankbaar studieobject zijn de eigen kinderen.

Charles Darwin was een van de eersten die op de dag dat zijn oudste zoontje geboren werd een notitieboekje opende om systematisch te registreren wat hem als opmerkelijk opviel. ‘Glimlachte naar zichzelf in de spiegel’, schreef hij toen zijn oudste zoontje vier en een halve maand oud was. Hij constateerde dat Doddy, zoals het zoontje werd genoemd, in het gespiegelde beeld kennelijk een menselijk wezen zag. Maar welk menselijk wezen? Pas met negen maanden breekt het besef door dat hij dat wezentje zelf is: ‘Als je hem vraagt ‘waar is Doddy?’, noteerde Darwin, ‘draait hij zich om en kijkt in de spiegel’.

Als Fernyhough en zijn vrouw – ook een ontwikkelingspsycholoog – hun eerste kind krijgen, is dat, behalve een groot geluk, de kans om, zoals Fernyhough schrijft ‘wat subjectieve details in een wetenschappelijk kader te plaatsen’. Hij opent niet alleen een notitieboekje maar ook van tijd tot tijd een videocamera en neemt drie jaar vrij om de ontwikkeling van zijn dochtertje Athena op de voet te volgen. Wanneer wordt ze zich bewust van zichzelf als onafhankelijk mensje, wat begrijpt ze van haar bewustzijn, hoe ontwikkelen zich haar taalbegrip, haar denken, haar geheugen?

Het valt niet mee om in een kinderhoofdje te kijken, maar ontwikkelingspychologen hebben zich in de loop der jaren een zekere listigheid eigen gemaakt om die toegang te forceren. Als ook Athena op haar eigen spiegelbeeld reageert, doen haar ouders ongemerkt wat rode schmink op haar neus. Maakt het rode neusje in de spiegel dat ze naar haar eigen neus grijpt? Gemakkelijker wordt de toegang op het moment dat Athena begint te praten. Fernyhough: ‘Toen de taal plotseling aansloeg, was het net alsof we naar een film met een beschadigde soundtrack hadden zitten kijken en nu plotseling de begeleiding te horen kregen die eigenlijk al die tijd hoorbaar had moeten zijn.’

Het zorgvuldig observeren van Athena leidt niet tot opmerkelijke nieuwe ontdekkingen maar biedt wel houvast om moderne wetenschappelijke inzichten onder de aandacht te brengen, variërend van de neurologische vorming van de hersenen en de biologische verschillen met chimpansees, tot de rol van sociale interactie en psychologische ontwikkelingen.

Fernyhough, die ook als romanschrijver zijn sporen verdiende, doet dat goed. Hij heeft een buitengewoon sympathiek en bij tijden meeslepend verslag geschreven over de eerste drie levensjaren van een kind, de periode waarvan nauwelijks een herinnering in het kinderhoofd beklijft en die daarom in een waas van geheimzinnigheid gehuld is.

Pas in de laatste paar hoofdstukken zakt het verhaal wat in en winnen de herhalingen en persoonlijke verhalen het van de verrassende inzichten. Tegen die tijd begin je ook een beetje medelijden te krijgen met de voortdurend met aandacht bestookte Athena. Als Fernyhough haar aan het einde van die drie jaar – zich bewust van zijn impertinente vragen en schrijven – vraagt wat ze ervan vindt dat hij een boek over haar schrijft, haalt ze een beetje vermoeid haar schouders op: ‘Goed hoor’.

Charles Fernyhough: De baby in de spiegel - Over het ontstaan van het bewustzijn. Uit het Engels vertaald door Rogier van Kappel. Contact; 336 pagina's; € 24,95; ISBN 978 90 254 3056 6.


Naar Beslissingen , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]