Volkskrant.nl, 10-11-2009, door Peter de Greef 27 nov.2009

Je brein kiest voor jou

Als je in je brein kijkt, dan kun je zien hoe wij een beslissing nemen. Het blijkt een voortdurend gevecht tussen hersencellen te zijn.

De geschiedenis kent nogal wat beroemde ezels. Maria had er een die haar naar Betlehem bracht. Duldul was het witte muildier van de profeet Mohammed. Sancho Panza, de vriend van Don Quichotte, had El Rucio, a.k.a. Dapple. En de Britse koningin Victoria liet Jacko haar koets trekken. De ezel van de middeleeuwse priester en filosoof Jean Buridan (ca 1292-1360) maakte zich door zijn dood onsterfelijk. Het beest, uitgehongerd en uitgedroogd, werd op stal gezet tussen een baal hooi en een emmer water, en kon geen keuze maken... Met fatale gevolgen.

Met dit dilemma wilde Buridan de grenzen van de vrije wil aangeven. Het is tevens een mooi voorbeeld van hoe moeilijk beslissen is. Hoe gaat dat eigenlijk beslissen, in ons brein?
In het VU Medisch Centrum in Amsterdam staat een enorm apparaat, een magneto-encefalograaf (MEG). Het is een hersenscanner, maar geen gewone. Het ding zweeft als een gigantische cocon rond het hoofd van de proefpersoon en vangt de magnetische velden op die de hersenen voortbrengen. In Nederland staan er drie van dergelijke apparaten. Voor een gewone hersenscanner is het ‘volgen’ van een beslissing in ons brein onmogelijk. Daarvoor gaat het nemen van een beslissing eenvoudigweg te snel. De MEG-scanner kan dit echter wel.
En wat zie je dan: voor elke beslissing die we nemen gaan er in het brein eerst neuronen (hersencellen) trillen. Op die trillingen reageren hersencentra. Niet elk hersencentrum heeft hetzelfde doel. In het frontaalkwab liggen bijvoorbeeld gebieden die een rol spelen bij het aansturen van bewegingen, bij taal, bij het beoordelen van situaties en het oplossen van problemen en het stellen van prioriteiten,ener is ook een klein gebiedje in het frontaalkwab dat belangrijk is bij het beleven van plezier (het glaasje wijn, de sushi, een mooi schilderij). Het zogeheten limbisch systeem, weer een ander hersencentrum, is verantwoordelijk voor de emoties. De achterhoofdskwab is volledig gereserveerd voor de verwerking van visuele prikkels. En de kleine hersenen zijn weer van belang bij ingesleten gewoonten als lopen en autorijden. Al die hersencentra ‘concurreren’ met elkaar. Als een hersencentrum iets voor elkaar wil krijgen, moet het ervoor zorgen dat het meer hersencellen tegelijk laat trillen dan de concurrerende centra. Het is dus een continu gevecht in je brein. Het ‘sterkste’ hersengebied, dat de meeste cellen kan laten trillen, wint.

Neuromarketing
Een voorbeeld. Je ziet een nieuwe mp3-speler. Het nucleus accumbens, het genotscentrum van het brein, wordt geprikkeld. Dan zie je de prijs, de anterior insula, het centrum waar pijn wordt ervaren, wordt actief. De aanschaf van de mp3-speler is dus letterlijk een strijd tussen verlangen en pijn (in je portemonnee). Het sterkste hersengebied wint. Hersenonderzoekers zullen dus zeggen dat niet jij of je ‘vrije’ wil de keuze maakt, maar je hersencellen.
Bij reclamemakers is dit inzicht ook doorgedrongen. Zij hebben zelfs een aparte tak die zich bezighoudt met de verleiding van hersencellen, ze noemen dat neuromarketing. Een branche onder vuur. Want wat gebeurt er, zeggen critici, als dankzij wetenschappelijk onderzoek in het brein de plek wordt gevonden waar consumenten hun koopgedrag bepalen, de buy button? Je hoeft dat maar te activeren en de mens koopt erop los... Tegenstanders zijn bevreesd voor deze tak van wetenschap. Voorstanders zijn juist benieuwd hoe onze hersenen op reclame reageren. Je kan dan altijd nog de boel aan banden leggen, is hun mening. Dat doen we immers al. Zo verbiedt de Nederlandse reclamecode al het gebruik van subliminale advertenties. Moeilijke term, maar iedereen weet wat dat is: korte flitsen met een boodschap die in een film worden verpakt. De flitsen zijn zo snel dat we ze alleen onbewust waarnemen. De Radboud Universiteit Nijmegen toonde enkele jaren terug nog aan dat dit werkt. Proefpersonen kregen beelden te zien waarin bij de ene groep flitsen met het woord Lipton Ice zaten verwerkt. De andere, zogeheten controlegroep kreeg flitsen van een niet-bestaand woord te zien. Na de proef konden de deelnemers iets drinken en kiezen uit Lipton Ice of Spa Rood. Bij de controlegroep koos slechts 20 procent voor de ijsthee; bij de andere, de Lipton Ice-flitsgroep was dit echter 80 procent.

Dus ja, hoe maak je bewuste keuzes?



Naar Psychologische krachten, compartimentalisatie & integratie  , Psychologische krachten  , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]