De Volkskrant, 15-09-2009, door Aimée Kiene .2009

Slecht kunnen lezen, maar toch naar het vwo

Dyslectische kinderen hebben moeite met lezen en spellen, maar zijn niet dom. Steeds slimmere hulpmiddelen helpen hen dat te bewijzen.

Toen Dani Heijmerikx (12) uit IJmuiden voor het eerst in de klas zat met een laptop voor zijn neus en de oortjes van zijn koptelefoon in, vonden zijn klasgenoten in groep 8 van Het Kompas dat wel een beetje raar. ‘Ze vroegen me: waarom heb jij dat?’ En: wat kun je allemaal doen met die computer?’, vertelt Dani. ‘Ik zei gewoon: dat is vanwege mijn dyslexie.’

Dani heeft nooit goed kunnen lezen en spellen. ‘Vroeger, toen we op school leerden lezen, kon iedereen het sneller dan ik’, zegt hij. ‘Als ik naar woorden kijk, gaan ze voor mijn ogen dwarrelen op het papier. Alle letters gaan door elkaar heen lopen, heel irritant.’

Goe-oed
‘Het duurde even voordat we erachter kwamen dat er iets met Dani aan de hand was’, zegt zijn vader Harald Heijmerikx – zelf ook dyslectisch. ‘Dan vroegen wij: hoe ging het op school? ‘Goe-oed’, zei Dani dan. Dat is een kenmerk van dyslecten, ze praten niet zo gemakkelijk.’

‘Maar van school hoorden we al snel dat hij achter bleef met lezen. En hoe we ook trainden en oefenden – elke dag voorlezen, samen simpele boekjes lezen – hij bleef op een laag niveau steken. Hij heeft groep 3 nog een keer overgedaan, maar ook in dat tweede jaar werd het niet beter.’

Een bijkomend probleem, volgens Harald, is dat vaak wordt gedacht: wie niet kan lezen, is dom. ‘Daar werd over gesproken; hoort Dani wel op deze school, of moet hij naar het speciaal onderwijs? In groep 4 werd hij uitgebreid getest door een bureau uit Beverwijk. Hij bleek echt goed dyslectisch, om het zo maar even te zeggen.’

Maar uit de test bleek ook dat Dani op andere vlakken dan spelling en lezen juist heel hoog scoort. Harald: ‘Hij is heel creatief en hij blijkt, gek genoeg, goed te zijn in begrijpend lezen. Als hij een tekst eenmaal tot zich heeft genomen, snapt hij heel goed de inhoud van het verhaal.’

De ouders van Dani doen er sinds die tijd van alles aan om te zorgen dat hun zoon goed mee kan komen op school. Zijn vader Harald zegt het zo: ‘Het is niet leuk om zoiets te hebben, maar nu we het weten, geeft het ook duidelijkheid. Dit is er aan de hand, oké, wat gaan we eraan doen?’

Prismabril
Dani heeft een ‘prismabril’, waarvan de glazen zo zijn geslepen dat de regels niet meer dansen voor zijn ogen. In groep 5 kreeg hij zijn eerste Daisyspeler (Daisy staat voor Digital Accessible Information System) waarmee hij van tevoren opgenomen schoolboeken kon beluisteren.

Dat was een enorm hulpmiddel voor Dani. ‘Sommige rekensommen bestaan uit hele verhalen’, zegt vader Harald. ‘Dat gaat dan van: Pietje heeft een mand vol appels. Marietje heeft ook een mand. Samen hebben ze zoveel appels. Marietje geeft zoveel appels aan Pietje... Als Dani dit soort sommen moet maken, is hij na een tijdje doodop, omdat het lezen hem zo veel moeite kost. Dan raakt hij zijn concentratie kwijt. Als de sommen worden voorgelezen, kan hij zich alleen op het rekenen richten. Dan gaat het veel beter.’

En sinds een paar weken heeft Dani een nieuw, nog veel geavanceerder systeem op zijn laptop, die dagelijks mee gaat naar school (met een plaatje van Star Wars als achtergrond op het bureaublad): het softwareprogramma Kurzweil. Kurzweil is een programma dat alle geschreven tekst direct omzet naar gesproken tekst. Dat kan bovendien in meerdere talen.

Dani: ‘De computer leest alles wat ik typ hardop voor. Daar luister ik naar via mijn koptelefoon. Zo hoor ik het meteen als ik iets fout heb gedaan. Als ik ‘bomen’ wil schrijven, maar ik heb per ongeluk ‘bommen’ getikt, dan hoor ik dat. Ik kan ook schoolboeken en opdrachten inscannen en laten voorlezen. Zo kan ik mijn werk sneller doen.’

Verbluffende resultaten
‘Het systeem heeft verbluffende resultaten’, zegt Peter Spronk, ict-consultant van het bedrijf Lexima, gespecialiseerd in digitale hulpmiddelen voor kinderen met dyslexie of andere lees-, schrijf- of taalproblemen. ‘Er zijn dyslectische kinderen die in eerste instantie een vmbo-advies kregen van hun basisschool, die het nu met Kurzweil lukt om het vwo te doen.’

Spronk geeft op een vrijdagavond in congrescentrum Leeuwenhorst in Noordwijkerhout samen met zijn collega Dick Schaap (beiden ook werkzaam op een middelbare school) een cursusavond over Kurzweil voor dyslectische kinderen en hun ouders.

Om alle mogelijkheden van het programma te ontdekken, moeten de cursisten zich door een dik werkboek worstelen. Veel te lastig natuurlijk voor deze kinderen met leesproblemen. In Noordwijkerhout zitten uiteindelijk vooral de ouders met ingespannen gezichten achter de computer, in een poging het programma onder de knie te krijgen.

Ook de commando’s in de werkbalken op het scherm, in kleine letters geschreven, lijken een obstakel te vormen voor de dyslectische gebruiker. Spronk: ‘Als ze er een tijdje mee werken, merken wij dat ze die commando’s niet meer hoeven te lezen. Dan hebben ze het programma zo goed onder de knie, dan wordt het een automatisme. Als kinderen en ouders bij ons komen voor uitleg, zijn we vaak de hele avond met de ouders bezig. Kinderen zijn zo goed met computers, dat gaat bijna vanzelf.’

Handigheidjes
Kurzweil blijkt allerlei extra handigheidjes te bevatten: spellingcontrole, een ingebouwd woordenboek, een snelle verbinding met Wikipedia op internet. Biedt dat de dyslectische leerling niet veel te veel spiekmogelijkheden?

Spronk: ‘Ja. Tijdens examens worden vaak de woordenboekfuncties uitgeschakeld. En wij horen van middelbare scholen waar ouders en kinderen een contract moeten tekenen. Als een kind vals speelt, worden zijn hulpmiddelen afgepakt. Maar ja, alle puberende kinderen spieken wel eens, dus ik hoop dat scholen daar verstandig mee omgaan.’

Dani: ‘Ik moest laatst een dictee maken op mijn laptop. Dan komt er een rood kringeltje onder een woord als het niet goed is gespeld. Maar de leraar geloofde wel dat ik daar niet vals mee zou spelen.’

Harald: ‘Dani zou juist nog wel wat meer voor zichzelf mogen opkomen, vind ik. Op zijn school zijn geen vaste regels. De ene keer moet de spellingcontrole uit, de andere keer weer niet. Soms mag hij een kladblaadje gebruiken bij het hoofdrekenen, soms mag dat niet. Hij zal moeten leren dat hij zegt: ik ben dyslectisch, ik mag er een blaadje bij gebruiken.’

Entreetoets
Vorig jaar in groep 7 moest Dani nog de zogeheten entreetoets (toets die aangeeft op welk niveau een leerling zit) doen zonder hulpmiddelen. Harald: ‘Daar kwam dan ook een, tja, andere uitslag uit dan die we hadden verwacht. Maar dat is ook weer een voordeel: omdat we weinig verwachten van het advies voor een middelbare school, zullen we dit jaar ook geen tegenvallers krijgen. Wij zijn er heel neutraal over. Als hij naar de lts zou gaan is het prima, mavo of havo is ook prima. Atheneum is niet beter of slechter dan een lager niveau. Het gaat erom dat hij naar school gaat en er plezier in heeft.’

Dani heeft zelf nog geen idee naar welke middelbare school hij volgend jaar zou willen. Hij zegt: ‘Ik wacht eerst op het advies, en daarna kijk ik wel waar ik heen wil. Ik weet eigenlijk ook nog niet zo goed de verschillen tussen vmbo en vwo enzo.’

Hij weet wel wat hij wil worden: kunstenaar of architect, want: ‘Ik hou erg van tekenen en beeldhouwen.’
 

Slecht kunnen lezen, maar toch naar het vwo

Tussenstuk:
Dyslexie gaat nooit helemaal over

De officiële definitie van dyslexie luidt volgens de Stichting Dyslexie Nederland:
'Een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkigprobleem met het aanleren en het accuraat toe passen van het lezen en/of het spellen op woordniveau.'
    De precieze oorzaak van dyslexie is nog niet helemaal duidelijk, maar het is een probleem dat zich afspeelt in de hersenen. Het lijkt erop dat bij dyslecten het hersengebied waar klanken aan letters worden gekoppeld te zwak is ontwikkeld of moeilijk bereikbaar is. De klankcodes worden daardoor onvolledig of incorrect in de hersenen verwerkt en minder goed in het geheugen opgeslagen. Het gevolg is dat ze ook minder goed uit het geheugen zijn op te halen om gekoppeld te worden aan het woordbeeld. Dyslectische kinderen hebben daardoor moeite een woord te benoemen.
    Dyslexie gaat nooit helemaal over. Ook na veel trainen en oefenen blijven leerlingen met dyslexie trage lezers, die veel extra inspanning moeten leveren bij het lezen.
    Dyslexie heeft niks te maken met de intelligentie van een kind. Wel kunnen kinderen met een hogere intelligentie meer last hebben van hun dyslexie, omdat ze vaker tegen teksten aan zullen lopen die ze wel willen, maar moeizaam kunnen lezen. Leerlingen van wie na onderzoek duidelijk is dat ze dyslexie hebben, krijgen een dyslexieverklaring. Die verklaring beschrijft welke ernstige belemmeringen de leerling ondervindt bij het volgen van onderwijs.
Ook staat in de dyslexieverklaring welke behandeling, materiële voorzieningen, begeleiding en hulpmiddelen in het onderwijs noodzakelijk zijn.
    Voorbeelden van hulpmiddelen zijn de Daisy-speler, die voorgelezen boeken afspeelt; de reading-pen, een handscanner die de ingescande tekst voorleest, en een aantal 'tekst naar-spraaksoftware-systemen' zoals Kurzweil, die geschreven teksten omzetten naar gesproken woord.



Naar Beslissingen , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]