WERELD & DENKEN
 
 

Neurologie, overzicht, hersenstam

19 nov.2011; 3 mrt.2013

"Hersenstam" is de gebruikelijke verzamelnaam voor de meest basale elementen van het zenuwstelsel, soms inclusief het ruggemerg en alles wat in het directe verlengde daarvan ligt - soms duidt "hersenstam" alleen op de onderdelen tussen de emotionele hersenen en het ruggemerg. Ruggemerg en hersenstam vervullen de meest basale regelfuncties van het lichaam, zoals blijkt uit het feit dat schade eraan meestal ernstig, zeer moeilijk of niet te herstellen, en wat betreft de hersenstam, snel dodelijk is.

De gebruikelijke beschrijvingen van de hersenstam beginnen met de voor de denkende mens meest belangrijke onderdelen, die liggen aan de bovenkant ervan. Of hebben helemaal geen structuur en zijn een "technische" beschrijving van de diverse onderdelen. De beschrijving hier volgt de algemene visie van deze website om zaken vanuit de evolutionaire kant te bekijken. En in dit geval aangevuld met de wens om te laten zien hoe ruggemerg en hersenstam werken voor de rest van hersenen en het lichaam. Wat automatisch betekent dat je, in tegenstelling tot meer gebruikelijk, van onderop moet beginnen. Een noodzaak die bevestigd werd door de praktijk van eerdere pogingen met de top-down benadering, die te omslachtig werden.
    Natuurlijk kan een enkele webpagina alleen de hoofdlijnen geven, maar gepoogd is dusdanige informatie te verstekken dat zelfstandig verder zoeken in wat toch wel enigszins een doolhof is,  met name aangaande naamgeving waarvan wel drie of vier methoden zijn, makkelijker wordt gemaakt

Het ruggemerg zelf is een product van lagen voorgaande evolutie die begonnen is met het ontstaan van verbindingscellen tussen waarnemingsorganen en ledematen, gespecialiseerd tot neuronen - meer over neuronen hier  . Naarmate gedurende de evolutie het bewegingstelsel ingewikkelder werd, met ledematen met meerdere geledingen, werd ook het ruggemerg gecompliceerder, met concentraties van neuronen voor de onderlinge coördinatie, en, heel belangrijk, meer nauwkeurige besturing. Besturing wordt geregeld via het proces van terugkoppeling  , dat wil zeggen: er zijn ook neuronen in de spieren van de ledematen die krachten en posities terugmelden - de "proprioscopische" informatie. De signalen aan de spieren worden bijgesteld aan de hand van de signalen omtrent hoe het ledemaat al gevorderd in zijn geplande richting. En bij meerdere ledematen, denk aan duizendpoten, moeten ook de ledematen onderling gecoördineerd worden. Ook dit wordt door verzamelingen neuronen in het ruggemerg geregeld. De grotere daarvan, die de ingewikkelde functies coördineren, zijn min of meer bolvormig en heten ganglia

De grens tussen ruggemerg en hersenstam is enigszins vaag - waar het ruggemerg dus voornamelijk bestaat uit lange draden van uiteinden van neuronen (de axonen), met daartussen een aantal neuronknopen, wordt de hersenstam gedomineerd door meer samenhangende vaak ook min of meer bolvormige structuren, met veel bedrading ertussen. In het eerste en tweede plaatje is de grens daarom wat vaag is gehouden:
Ruggemerg Hersenstam

Het ruggemerg verzorgt de basale bedrading en regelfuncties voor beweging en de autonome lichaamsfuncties. Dusdanig belangrijk dat het veilig verstopt is in de wervelkolom.

De hersenstam is te breed voor de wervelkolom, en steekt er daarom bovenuit. Waar beschadiging aan het ruggemerg zich kan beperken tot uitval aan ledematen, en aan de cortex tot stemmingswisselingen als je er een kogel doorheen krijgt, is schade aan de hersenstam bijna altijd dodelijk..


In de neurologie is het functioneren van het ruggemerg veruit het meest bekende terrein, met bijvoorbeeld twaalf genummerde hoofdzenuwbundels die alle signalen van en naar de rest van het lichaam versturen, met per zenuwbundel bekend wat ze doen. De bijbehorende onderdelen van het ruggemerg verzorgen de basale, zeg maar: mechanische, functies van het lichaam, met als meest basaal het bewegingsapparaat, en de bijbehorende reguleringsfuncties: ademhaling, harstalg, enzovoort. Zie onder voor een overzicht, een illustratie van de site van Ben Best (voor een grotere versie zie aldaar uitleg of detail ):

Goed zichtbaar zelfs in deze verkleinde vorm is hoe diverse onderdelen van het ruggemerg niet alleen de beweging, maar basale regulering van alle belangrijke organen verzorgen. Die onderdelen vallen onder de term ganglia, oftewel zenuwknopen, de kleinere structuren opgebouwd uit neuronen.

Van de twaalf zenuwbundels of cranial nerves uitleg of detail (Wikipedia) zijn in dit plaatje zichtbaar de oogzenuw (oculomotor nerve, III), de gezichtzenuw (facial nerve, VII) en de zwervende zenuw (vagus, X - naar diverse onderdelen in de borst).

Dit deel van het zenuwstelsel vervult zijn functie los van de hogere, bewuste, delen van de hersenen, en heet daarom het autonome zenuwstelsel.

Een in dit overzicht onzichtbare functionaliteit maar een die essentieel is en eindeloos terugkomt hogerop het zenuwstelsel, is het bestaan van terugkoppelinginformatie. De spieren worden niet alleen aangestuurd om samen te trekken en daarmee beweging in gang te stellen, er zijn ook neuronen in de spieren die signalen terugsturen om te melden hoe het proces verloopt. Dit heet in dit geval proprioceptische informatie uitleg of detail . Dit is alleen al noodzakelijk omdat er voor de heen-en-weer beweging van een ledemaat spieren aan beide kanten nodig zijn, en in de praktijk voor alle bewegingen alle spieren gebruikt worden. Waarbij er ergens gecoördineerd moet worden of de samenwerking goed gaat. De proprioceptische informatie moet gecombineerd worden met de oorspronkelijke intentie van de beweging, om dit goed te laten verlopen. Dit gebeurt in de ganglia, knopen, van het ruggemerg.

Aannemende dat dit allemaal goed werkt, heb je dus een goedwerkend bewegingsapparaat. Wat beperkt bruikbaar als je niet weet waar je naar toe gaat. Waarbij aangetekend dient te worden dat de hoofdfunctie van het eerste bewegingsapparaat waarschijnlijk simpel was: wegwezen van ontdekt gevaar. Bestemming onbelangrijk.

Maar het duidelijk evolutionair voordelig als je weet waar je heen moet, al was het maar om zo niet juist in de richting van het roofdier te gaan. Daarvoor is het waarnemingssysteem. Vermoedelijk waren de eerste waarnemingsysteem tast en temperatuur. Werd je betast: wegwezen. En hitte is altijd een groot gevaar geweest voor welk leven wezen dan ook. Dit heet het somatosensory system  (dus van de huid e.d.).

De derde in dit rijtje is geur. De eerste dat een toegewijd orgaan kreeg. Met geur kan een roofdier op aanzienlijke afstand ontdekt worden, en vissen hebben een fijnontwikkeld geurgevoel hiervoor  .

Maar vissen hebben ook al het qua hersenen meest veeleinde orgaan: het oog. Al was het maar omdat er daar twee van zijn, en de signalen van de twee met groot voordeel gecombineerd kunnen worden, tot een dieptebeeld. Waarvoor wel druk gerekend moet worden. Om één enkel beeld van de werkelijkheid te construeren. En daarna het bewegingsapparaat te sturen om een pad af te leggen binnen die geconstrueerde werkelijkheid. Een vorm van virtual reality zoals iedere waarneming door wat dan ook een vorm van virtual reality is. Welke term hier gebruikt wordt om aan te geven dat daar bijzonder veel rekenkracht voor nodig is, want computers zijn pas een kort geleden krachtig genoeg geworden om dit kunnen.

De ontwikkeling van deze functionaliteit heeft dat deel van de hersenen doen ontstaan wat in de moderne mens de hersenstam is. Daar komen de signalen van zowel bewegingsapparaat als waarnemingsorganen binnen. De volgende illustratie geeft daarvan het eerste globale overzicht - deze en de andere anatomische gravures komen uit de atlas van Gray  - deze illustratie is Gray 690:


In deze gravures zijn de gestippelde structuren de kernen, concentraties van neuronen, en de gestreepte zijn de bundels van neuronuitgangen of axonen die voor de in- en uitvoer van signalen van elders zorgen bundel. Elders in de hersenen zijn de kernen meestal duidelijker omlijnd, en redelijk bolvormig, in de hersenstam ligt dit wat minder duidelijk, hetgeen aanleiding heeft gegeven tot een reeks van aanduidingen als nucleus, corpus, locus, formation enzovoort. Voor de bundels axonen is er een soortgelijke "verwarring" met termen als peduncle (Latijn voor "stengel"), fasciculus ("bundel"), lemniscus ("band") of gewoon "fiber".
    De bundels vervoeren de informatie van de ene structuur naar de andere. In de hersenstam lopen er bundels van en naar het ruggenmerg, en komende en gaande naar de hersenstamkernen waarvan de grootste is het hier getoonde complex genaamd de olive of olivary body of olijfvormige lichaam, van en naar de  kleine hersenen of cerebellum waarvan hier in omtrek de aan- en afvoer bundels zijn getekend net boven de olive, de thamalus, het doorgeefstation naar de emotieorganen (waarvan hier zichtbaar de caudate nucleus, de ui-achtige vormen aan de bovenkant - zie ook Emotie organen, overzicht ) en de cortex,  en direct van en naar naar de cortex (niet weergegeven).
    Een ander belangrijk begrip dat hier weergeven wordt, is decussation - dit is de algemene term voor "kruislings", wat wil zeggen dat de bundels van de linker naar de rechter helft van het ruggemerg of de hersenstam lopen. Dit is ter coördinatie van de besturing van de linker- en rechter helft van het lichaam. Dit slaat hier op Sup. penducle, afkorting voor superior peduncle, de bovenste van drie grote bundels naar het cerebellum.
    In deze tekening valt nog een ander item op, omdat het normliter niet wordt weergegeven, en dat is de reticular formation. Deze ligt ruwweg in het midden van de hersenstam, lopend van beneden naar boven, met de kernen gewoonlijk meer naar buiten. Daarover verderop meer. net als de rest van de benoemde structuren.

De volgende illustratie, Gray 691 geeft meer details dan de voorgaande, omdat de bundels aan de buitenkant zijn weggelaten zodat de binnenkant meer zichtbaar wordt:

Aan de onderkant is het ruggemerg zichtbaar, met onder andere aangegeven de trigeminal of drielingzenuw (naar het gezicht), de vijfde van de hoofdzenuwen (gaande naar het gezicht). De meeste van de zenuwen komende en gaande naar het ruggemerg verlaten in deze streek de hersenen - meer naar boven is aangegeven met N.V. de nervus vagus (naar keel, borst en omgeving).

Ook benoemd is een veeltal kernen, te beginnen met de nucleus cuneatus, die uit het ruggemerg signalen krijgt over de fijne sturing en proprioceptie (terugmelding) van het bovenlichaam, en de nucleus gracilis idem voor het onderlichaam. Ze zijn een tussenstation voor die signalen richting thalamus, aan het bovenste einde van de hersenstam, vanwaar ze naar de cortex gaan. Cuneate en gracilis zijn de tweede orde kernen, na de ganglia in het ruggemerg, en zorgen dus voor de eerste hogere verwerking. De nucleus cinerea doet iets dergelijk voor de nervus vagus.

Dan komen de cochlear nucleus, de tweede orde kern voor het gehoor, en de vestibular nucleus, die van het evenwichtorgaan ontvangt. Deze zitten ook direct aan de cochlear nerve of acoustic nerve, hier niet zichtbaar.
    Het doel van de nucleus incertus wordt aangegeven als "niet geheel duidelijk", maar lijkt een aansturende functie te hebben voor de rest van de omliggende hersenstam, en dat stress lijkt te signaleren en in verband wordt gebracht met het corticotropin-releasing hormone of CRH - corticotropine is een stresshormoon dat in het bloed komt middels de hypofyse (zie verderop), en zorgt voor de aanmaak van corticosteroïden, als medicatie een bekend paardenmiddel voor de bestrijding van infecties en kwalen als astma.

Alwaar we even stoppen met deze figuur en overstappen op de volgende, om het al genoemde cerebellum te plaatsen (Gray 709):


Het cerebellum is veruit de grootste structuur in deze regio, en de op een na grootste van het zenuwstelsel na de cortex. Omdat er ook een interne gelijkenis is, noemt men in het Nederlands het ook wel de kleine hersenen, hoewel hun functie sterk verschilt.
    Wat hier aangeduid wordt als de corpora quadrigemina zijn de vier kernen van de inferior en superior (erboven) colliculus uit Gray 691, zichtbaar als vier bulten aan de buitenkant. Dit gebied wordt ook aangeduid als het tectum, of het dak, of mesencenphalon (de ene soort aanduidingen is gebaseerd op uiterlijk of anatomie, de andere op evolutionaire of embryonale ontwikkeling) - het gebied daarboven heet dubbelbrein of diencenphalon, omdat het zichtbaar in tweeën in gedeeld, en het gebied is ook bekend als het tegmentum ("bedekking").

Het cerebellum zit vast aan de hersenstam met de (dikke) neuronbundels die als in- en uitgang dienen: de superior-, middle- en inferior peduncle, waarvan hier zichtbaar de superior, en in de vorige illustratie de inferior (in doorsnede). Ook getekend is de grootste van de vier keren binnen het cerebellum, de nucleus dentatus, die dienen als begin- en eindpunt van de verbindingsneuronen. De rest van het cerebellum is een groot min of meer homogeen veelvuldig opgevouwen vel, dat bestaat uit vier functionele lagen van neuronen, en er voor technici uitziet als een gigantisch grote matrix - meer detail hier . De term kleine hersenen is veroorzaakt door de structurele gelijkenis met de grote hersenen, beide zijnde één groot grotendeels homogeen vel dat in een ingewikkeld patroon is gevouwen om zo veel mogelijk oppervlak in zo klein mogelijk volume te proppen. Een essentieel verschil is dat de cortex opgebouwd is uit zes lagen. Het voor iedereen zichtbare verschil is dat kernen de functie hebben die ze hebben, en bij de homogenere vel-structuur je je makkelijk kan voorstellen dat het ene deel de functie van een ander deel kan overnemen. Of dat ze dus een gemeenschappelijk denkproces op een hoger en meer abstract plan afhandelen.

De volgende illustratie geeft nog een overzicht van buiten, een kwart slag gedraaid (Gray 705):

Deze illustratie laat nog een veelgebruikte indeling zie, met bovenin, op de plaats van de afsnijding, het tectum, in het midden de pons, en daaronder, niet benoemd, de medulla oblongata (die twee samen is weer het tegmentum). Hier is zichtbaar waaraan de olive zijn naam ontleend, net als de naast liggende pyramid, waarachter de bundels van en naar het ruggemerg schuilen.

Nu gaan we een aantal van deze structuren aan elkaar koppelen. Dit start met de volgende meer schematische illustratie (van Wikipedia uitleg of detail ; Gray 699), een doorsnede door de medulla oblongata, net onder de aanhechting van de peduncles van het cerebellum, die meer detail geeft van de onderlinge samenhang van die structuren, en die ook duidelijk het modulaire karakter ervan laat zien: de bundels van de peduncles splitsen in meerdere delen, die afgehandeld worden door ieder eigen kernen - met het veelvoorkomende thema dat bundels van links verwerkt worden door kernen rechts:

De nummers 8 zijn de onderste ("inferior") peduncles - de blauwe lijnen aan de buitenkant zijn de bundels die om de pons lopen in Gray 705, boven). Zichtbaar is dat een groot deel van de bundels (11) gaat naar de olive aan de andere kant, hetgeen dus ook een van beneden naar boven kwestie is, zie Gray 690. 5, 6 en 7 zijn de gracilis, cuneatus en cinerea kernen al besproken bij Gray 691, als ontvanger van proprioceptische en fijne-aanrakingsinformatie afkomstig van het lichaam. Hier zien we dat deze doorverbinden naar cerebellum. Waaruit je de conclusie kan trekken dat het cerebellum verdere verwerking, waarschijnlijk van de soort "berekening", doet aan deze informatie, en de combinatie of integratie ervan.
    De nummers 13 zijn de arcuate nuclei of boogvormige kernen. Deze zitten aan de de bundels die van het ruggemerg komen, en signalen doorgeven aan het cerebellum uitleg of detail . Hun positie wordt beter zichtbaar verderop.
    14 en 15 zijn de "zwervende" ("vagus")- en tong ("hypoglossal")-zenuwbundels die hier de hersenstam verlaten.
    Meer informatie bij deze illustratie hier uitleg of detail .
    De volgende meer anatomisch realistische variant (Gray 695) geeft wat meer inzicht in de onderlinge ligging van de structuren:

Hierin zijn ook de vele op- en neer lopende bundels in doorsnede zichtbaar: cerebrospinal fasciculus zijn de bundels die van cortex naar ruggemerg lopen, en de restiform body is een andere naam voor de inferior peduncle van het cerebellum. Ook is hier de positie duidelijker van de  de nucleus arcuatus uit de de schematische doorsnede: deze ontvangen signalen vanuit het ruggemerg via de cerebrospinal fasciculus, en verbinden die, na verwerking, door aan het cerebellum.

Al deze structuren gaan vermoedelijk over voornamelijk het op elkaar afstemmen van bewegingsapparaat, terugmeldingsinformatie, en de informatie van de waarnemingsorganen tot een min of meer geïntegreerd plaatje, dat het brein in staat stelt effectieve bewegingssignalen af te geven in respons op zich in de buitenwereld voordoende zaken.

Waarmee we zijn aanbeland bij de tweede categorie van signalen naast die van de beweging: die van de waarnemingsorganen. Daarvan zijn we in Gray 691 al tegengekomen de cochlear nucleus, de eerste kern voor het gehoor, en de vestibular nucleus, die van het evenwichtorgaan. Verder naar boven in Gray 691 is getoond de inferior colliculus  . De inferior colliculus is ook geassocieerd met het oor. Omdat de inferior colliculus, net als de cochlear nucleus, met het gehoor van doen heeft, en de cochlear nucleus direct met de gehoorzenuw verbonden is, moet de inferior colliculus dus een secundaire functie vervullen - na de directe verwerking in de cochlear nucleus. In de inferior colliculus wordt de informatie van het gehoor gecombineerd met dat van het somatosensory system (van de huid e.d.).
    En daarmee is het niet gedaan. Het ruwe geluidssignaal afkomstig van het oor doorloopt zo een aantal verwerkingstappen, voordat het uiteindelijk aankomt in de cortex, en het bewustzijn, zie de volgende illustratie  (de medial geniculate body is een kern in de thalamus):

Zo'n keten van kernen ontstaat vanuit de behoefte om de ruwe informatie, in dit geval die van het gehoor, steeds beter te integreren met andere informatie tot een zo compleet mogelijk beeld van de omgeving. Op technische gronden kan je vermoeden dat een integratiestap in een volwassen vorm uit twee delen bestaat: eerst moeten twee verschillende soorten informatie ongeveer dezelfde vorm krijgen, en vervolgens moet die twee gemengd worden. Dit is vermoedelijk een deel van de reden van het ontstaan van zo'n keten van kernen als in de figuur.

Iets dergelijks geldt dus vermoedelijk voor het optische waarnemingsysteem, waarvan in Gray 691 zichtbaar is de superior colliculus. Haar directe ligging naast de inferior colliculus en de uiterlijke gelijkenis in structuur doet al een gelijksoortige functie vermoeden.

Een kandidaatfunctie die in deze omgeving uitgevoerd moet worden is het combineren van de informatie uit het evenwichtsorgaan met de visuele waarneming. Een schuin staand hoofd leidt in de waarneming niet tot een schuin staand beeld. Dat is omdat het evenwichtsorgaan signaleert dat het hoofd schuin staat, en het systeem van visuele waarneming die schuine stand verrekent in wat ze aan de rest van het zenuwstelsel doorgeeft, zie de eerste bron hier  . Deze berekening moet ergens gebeuren, en aangezien het een bijzonder fundamenteel soort behoefte is tot bij de laagste diersoorten, gebeurt dit waarschijnlijk ergens in de hersenstam. Dus mogelijk in de superior colliculus. Of misschien, of deels, in het cerebellum, de kleine hersenen, zie verderop.

Hiermee zijn in dit overzicht twee hoofdtaken van de hersenstam afgehandeld: het bewegingsystemen en het waarnemingsstelsel. De derde wordt in de literatuur meestal minder aandacht aan geschonken, en dat is de veelheid aan zaken rond het huishouden van het lichaam: hartslag, bloeddruk, enzovoort. Daarvoor zit ook een veelheid van kernen in de hersenstam, met name het gebied van de pons. Er is er geen enkel benoemd in de voorgaande illustraties, en ook hier gaan we er verder niet op in. Met één uitzindering: het slaap-waak systeem.

Ook het slaap-waak-systeem is gesitueerd in de pons en er vlak omheen.



Gray 691. De bundels vervoeren de informatie van de ene structuur naar de andere. In de hersenstam lopen er bundels van en naar het ruggenmerg, en komende en gaande naar de hersenstamkernen waarvan de grootste is het hier niet getoonde complex genaamd de olive of olivary body of olijfvormige lichaam, van en naar de hier eveneens niet getoonde kleine hersenen of cerebellum, de thamalus (waarvan hier het achtereind zichtbaar het achtereind onder de naam pulvinar), het doorgeefstation naar de emotieorganen (waarvan hier zichtbaar de caudate nucleus) en de cortex,  en direct van en naar naar de cortex (zichtbaar rechtsboven als de internal capsule).



Van welk aspect, ter afsluiting en introductie van het volgende, nog een globaal overzicht (Gray 690):


Van begin tot het einde zijn hier een paar van de hoofdstructuren van de hersenstam zichtbaar. Beginnende bij de eerste grote kern boven het ruggemerg, de olive, XXX een meer lokale bundel komende van de arcuate nucleus en gaande naar het cerebellum XXX, en een "lange afstand"-bundel, de mediale lemniscus, zijnde de bundels van de cuneate en gracile kernen op dezelfde locatie omhoog naar de thalamus (het doorgeefluik naar de cortex).
    Dan in het midden, nieuw en nog te bespreken: de reticular formation, lopende van beneden naar boven in het centrum van de hersenstam - de kernen liggen meestal meer naar buiten. Ook zichtbaar zijn de omtrekken van de peduncles naar het cerebellum - decussation is de algemene term voor "kruislings", wat de superior peduncles ook doen, net als de mediale lemniscus.
    En dan, als laatste van de hersenstam, de structuren genaamd substantia negra en red nucleus, ook nog te bespreken. Daarna volgen de eerste structuren van de emotionele hersenen: de thalamus en de uivormige "dingen" daar omheen: de caudate nucleus (zie ook Emotie organen, overzicht ).

Daarmee zijn we op het punt dat we het complex rond beweging min of meer hebben afgehandeld, maar nog met één fundamentele zaak dienaangaande zitten: beweging waarheen? En tevens met nog een paar onderdelen van de hersenstam waar de functie nog onbesproken en, volgens de literatuur, ook niet zo duidelijk is. Om precies te zijn: vanaf dit punt, komende van de zekerheden rond het ruggemerg, worden de onzekerheden razendsnel groter.

Het ene probleem gaat hier met het andere opgelost worden.

Eerst het "waarheen?" Wat evolutionair terug te brengen is tot wat origineel een simpele kwestie was, bekend onder een simpel uitdrukking: "vechten of vluchten", bekend uit het Engels als "fight or flight" uitleg of detail . Maar wat in werkelijkheid een drietal is: "fight,flight or freeze", oftewel: "vechten, vluchten of bevriezen". Immobiliteit van de potentiële prooi is voor talloze roofdieren het signaal dat de potentiële prooi geen echte prooi is. Het wordt mensen zelfs bewust geleerd, dat, indien betrapt door leeuw of beer, bevriezen één van de beste tactieken is.
    Immobiliteit gaat zelfs meestal vooraf aan vechten - "vluchten" is sneller. Immobiliteit is een essentiële basisfunctie, die van begin af aan in het systeem moet hebben gezeten. En immobiliteit werkt het beste indien ze volledig is. Dus alle bewegingssystemen betreft. Inclusief ademhaling en zelfs zo veel mogelijk het ogen-knipperen, kan iedereen bij eigen lichaam controleren. Er moet dus een centrale, simpele, schakelaar zijn die dit implementeert. Een neurale schakelaar. En die schakelaar moet overgehaald worden. Waartoe een besluit moet worden genomen, op basis van de actueel beschikbare informatie. En onmiddellijk. Dus dat moet allemaal liefst ook een beetje bij elkaar in de buurt liggen en daar waar al die informatie samenkomt.

Logischerwijs, in de hersenstam, dus.

Het is is du een redelijk vermoeden dat de ergens in de hersenstam onderdelen zitten die deze functie vervullen, en daarbij horend dat dit onderdelen zijn waarvan op dit moment de functie onbekend of onduidelijk is, in verband met het beweging- of waarnemingssysteem. Waarvoor de reticular formation in aanmerking komt. Waarmee dus het ene probleem ("wat doet het?") opgelost is met een ander ("Waar zit de vecht-of-vlucht-beslisser?").

Dit vermoeden zou een neurologisch equivalent zijn van het adagium van William James: "Je loopt niet weg omdat je bang bent, maar je bent bang omdat je wegloopt" => . In de hersenstam is op grond van de waarnemingen besloten weg te lopen, de emotionele hersenen interpreteren dat in het licht van voorgaand gedrag en plakken daar een label aan, en dat label wordt gelezen door het bewustzijn in de cortex: "Ik ben bang".

Met dit vermoeden als startpunt, loopt de rest van de beschrijving van de functionaliteiten van de hersenstam redelijk vanzelf.

De eerste vraag is namelijk: "Waar zit dan de schakelaar die het lichaam immobiliseert bij de keuze voor "bevriezen" als antwoord op "Gevaar!". Daarvan heeft de huidige neurologie een redelijk vermoeden: die ligt vermoedelijk in het gebied van de pons, direct boven de medulla oblongata. Daar komt een groot deel van de verbindingen samen, en de pons wordt al vrij lang met deze functie geassocieerd, gezien de Engelstalige aanduiding van diverse van haar kernen als "relay", of "verbindingsfunctie". Ook liggen er de kernen die diverse autonome lichamelijke functies aansturen, zoals slaap, ademhaling, slikken, blaasbesturing, gehoor, evenwicht, smaak, oogbeweging, gezichtsuitdrukking, en lichaamshouding  (Wikipedia). De ideale plaats voor een aan-uitschakelaar van "bevriezen". En vele soortgelijke gebeurtenissen die wijzen op het bestaan van een dergelijke aan-uit functie: de plotseling bewegingloosheid bij het slapen-gaan (ondanks een rijk onbewust droomleven waarin van alles gebeurt), "flauwvallen" (een reactie op diverse vormen van overbelasting), enzovoort. het wijst allemaal op een specifiek onderdeel of module dat deze functie vervult, en een onderdeel dat als alle andere kan falen, zoals bij slaapwandelen.

Dan de twee andere keuzes: "vechten" en "vluchten". Die worden samengenomen omdat voor beide hetzelfde noodzakelijk is: de maximale inzet van het hele lichaam. Waarbij "maximaal" staat voor "Alles om nu te overleven, ook als het intern wat schade veroorzaakt". Daarvoor moeten zenuwstelsel en lichaam klaargemaakt worden, dat wil zeggen: zenuwstelsel en lichaam moeten eerste boodschappen krijgen dat ze dit moeten gaan doen, en dan de middelen om het te doen.

 Vanaf dit moment kan het weer verder met standaard neurologische kennis. Te beginnen met een beschrijving van het basale proces dat in geval van een noodsituatie versneld gaat worden, de communicatie tussen neuronen uitleg of detail . Neuronen geven signalen aan elkaar door via hun uitgang, het axon, zie de afbeelding rechts. Het axon geeft stoffen af, in het algemeen "neurotransmitter" genoemd, die het andere neuron activeren (dat is meestal glutamaat) of het activeren juist blokkeren (dat is meestal gamma-amino-boterzuur of GABA).

Daarnaast zijn er neurotransmitters die de werking van glutamaat of GABA versterken of verzwakken - modulerende neurotransmitters uitleg of detail . Die bepalen welke delen van de hersenen harder of zachter gaan werken.

Dit harder of zachter gaan werken slaat natuurlijk ook op de voorgaand genoemde noodsituaties die voorzien zijn van het label "Gevaar!". En die situatie geldt voor bijna alle levende mechanismen. Zodat de bron van deze modulerende neurotransmitters (althans: een aantal basale)  te vinden is in de hersenstam, op de plaats waar je dat in het licht van het voorgaande, min of meer zou verwachten: aan de top van de reticular formation. Omdat ze anatomisch moeilijk te onderscheiden is, hieronder eerst een schematisch globaal overzicht in zijaanzicht (van de site van Ben Best, voor een grotere versie zie aldaar uitleg of detail ) - de bovenkant sluit aan op het dienecephalon (thalamus en omstreken) en de onderkant op het ruggemerg.

De reticular formation is hier opgedeeld qua locatie en de grootte van de betrokken neuronen: parvocellular is kleincellig, magnocellular is grootcellig, en gigantocellular is gigantisch-grootcellig. Dat laatste houdt natuurlijk ook verband met hun functie (de gigantocellular formation is geassocieerd met de gigantocellular nucleus, en die via de hypoglossal nerve met de tong - ook een belangrijk waarnemingsorgaan, in verband met de voedselopname).

Aan de bovenkant van de reticular formation liggen de bronnen van de modulerende neurotransmitters: het al genoemde substantia nigra (zwarte stof - heeft twee delen: compacta en reticulata),  de locus coereleus (blauwe plek) in dezelfde buurt maar slecht lokaliseerbaar en hier niet weergegeven ligt het ventral tegmental area. Meer verspreid en langs de rand (zie vorige illustratie) de raphe nuclei uitleg of detail (Wikipedia) - voor een overzicht, zie de volgende illustratie (afbeelding van de site van Ben Best uitleg of detail )

Voor een wat anatomisch correcter illustratie en met name de positie van de raphe nuclei, zie onder:

Deze structuren produceren de vier belangrijkste modulerende neurotransmitters: dopamine (substantia nigra compacta en VTA), noradrenaline of norepinephrine (locus ceruleus), acetylcholine (recticular nuclei, met name de pedunculopontine nucleus of PPN uitleg of detail (Wikipedia - maar ook elders) - boven vermoedelijk in de giganto- of magnocellular reticularformation), en serotonine (raphe nuclei).

De werking van de modulerende neurotransmitters kan in extrema getoond worden door ze uit te schakelen, wat is gedaan met dierexperimenten. Van de site van Ben Best uitleg of detail :

  Cutting the fibers from the substantia nigra makes cats comatose. Destruction of the locus ceruleus eliminates rapid eye movement (REM) sleep in cats. Destruction of the raphe nuclei results in cats that cannot sleep.

Wat dus laat zien dat de neuromodulators een cruciale rol spelen in het waak- slaapsysteem. Dit wordt in de literatuur algemeen uitgebreid tot alle systemen rond alertheid.

Daarnaast worden gewoonlijk worden nog vele specifieke taken genoemd die de modulerende neurotransmitters zouden hebben. Dat is verwarrend, mede gezien de hoeveelheid verschillende. Het is op zich misschien niet onjuist, maar het is een secundair effect. De modulerende neurotransmitters moduleren heel veel circuits, en hun taak is moduleren. Een taak die ze, vanuit de hersenstam, uitvoeren in de hele hersenen.

Onderstaand een voorbeeld met dopamine uitleg of detail . Dit is een horizontale doorsnede met onderaan zichtbaar de hersenstam met daarin de substantia nigra, in het midden de relevante onderdelen van de basale ganglia (de eerste laag van de emotie-organen, zie Emotie-organen, overzicht  ), en dan de cortex die eigenlijk om het geheel heen ligt. Met ook de verbindingen: in blauw de activerende en in rood de blokkerende:


De dikte van de pijltjes geeft hun relatieve sterkte aan, en links is het geheel min of meer in evenwicht. Rechts is het evenwicht verstoord, overeenkomende met het optreden van de ziekte van Parkinson uitleg of detail . Dopamine reguleert het evenwicht tussen de twee processen, en de rechter hersenhelft is het effect van een tekort aan dopamine. De veelheid van verschijnselen rond Parkinson, bevestigt  meteen dat dopamine geen specifieke taak heeft, maar de algemene van moduleren.
    De rol van dopamine en daarmee de hersenstam in het proces is schematisch weergegeven in het rechts staande diagram van het circuit (let op: dit is gewijzigd ten opzichte van het origineel uitleg of detail om beter aan te sluiten bij de voorgaande illustratie: rood en blauw zijn omgewisseld, en het diagram is geherordend naar neurologische locatie, van beneden naar boven) - striatum is de naam voor de combinatie van putamen en caudate nucleus, twee van de basale ganglia die liggen naast de globus pallidus (GPe en GPi), zie Emotie organen, overzicht  . Merk als eerste op dat dit allemaal lus-circuits zijn, dus met terugkoppeling ingebouwd.
    Merk als tweede op dat twee achtereenvolgende rode pijlen gelijk zijn aan tezamen een enkele blauwe. Bijvoorbeeld in de combinatie striatum - GPe - STN blokkeert het striatum de GPe, maar omdat de GPe de STN blokkeert, zal een extra blokkade door het striatum neerkomen op minder blokkade voor de STN.
    Merk als derde op dat uit het striatum alleen blokkerende signalen komen (overigens gaan de uitgangen van het striatum uitsluitend naar andere onderdelen van de basale ganglia). De vermoedelijke reden daarvan is dus dat je uit twee opeenvolgende blokkeren signalen wel een activerend effect kan krijgen, maar niet uit twee activerende een blokkerend (dit weerspiegelende gelijksoortige  regels uit de logica en de algebra: uit twee minnen kan je wel een plus maken, maar van twee plussen krijg je weer een plus).
    Uit het diagram zijn twee ondercircuits af te leiden: één dat het activatieniveau van de cortex verhoogt verhoogt, en één dat dat vermindert. En het het gaat hier om de activatie van beweging: Het activerende, directe, circuit is uitleg of detail :
  Cortex (stimulates) → Striatum (inhibits) → "SNr-GPi" complex (less inhibition of thalamus) → Thalamus (stimulates) → Cortex (stimulates) → Muscles, etc. → (hyperkinetic state)

En het deactiverende, indirecte, circuit is met de extra omweg via GPe en STN:
  Cortex (stimulates) → Striatum (inhibits) → GPe (less inhibition of STN) → STN (stimulates) → "SNr-GPi" complex (inhibits) → Thalamus (is stimulating less) → Cortex (is stimulating less) → Muscles, etc. → (hypokinetic state)

En normaliter bevindt de toestand zich in een redelijk evenwicht, in het "midden", met een gemiddeld activatieniveau horende bij normale menselijke activiteiten en hun bijbehorende bewegingen. En daarvoor zorgt mede de tot nu toe niet besproken pijl: lopende vanaf het SNc, het substantia nigra compacta, die dopamine verstuurt richting striatum. Dopamine stimuleert het directe circuit, en als van het waarnemingssysteem of elders signalen komen die vragen om meer activiteit verstuurt de SNc meer dopamine, en er komt meer beweging. Met als een uiterlijk kenmerk dat de persoon opgewonden raakt - en bijvoorbeeld gaat gesticuleren.
    Als het omgekeerde nodig is, wordt het indirecte circuit gestimuleerd, door een andere modulerende neurotransmitter: acetylcholine.

Deze geïntegreerde rol van de hersenstam geldt voor al de genoemde vier modulerende neurotransmitters, zoals geïllustreerd door loop van de circuits van twee ervan uitleg of detail (het origineel is gewijzigd naar de hier gebruikelijke oriëntatie):
  RN: raphe nuclei;  BS: brain stem (hersenstam);  Th: thalamus;  S: septal nuclei;  HC: hippocampus;  Amy: amygdala;  H: hypothalamus;  LC: locus ceruleus;  RF: reticular formation.
De hypothalamus ligt direct onder de H - het uitsteeksel onder de H is de hypofyse. De hippocampus is aangegeven als bestemming maar niet zelf zichtbaar. 
 

Meestal zijn dit soort tekeningen nog schetsmatiger weergegeven, maar de hoofdlijn van de verbindingen naar de cortex maakt voor al die circuits de bijna gehele cirkel van voor naar achter, die vermoedelijk ligt in het cingulum, axonbundels liggende tussen hersenbalk (de "banaan" net onder de hoofdlijn boven) en cingulate cortex (ter plekke van de hoofdlijn boven - zie ook Neurologie, overzicht, globaal uitleg of detail ). Vanuit de hoofdlijn zie je in gedetailleerde opnames, hier rechts een voorbeeld, een veeltal aan bijna rechtstandig omhoog gaande zijtakken de cortex in die normaliter, zie boven, schetsmatig aangegeven zijn.

Al opgemerkt is de cruciale rol die de neuromodulators spelen in het waak-slaapsysteem. Dit wordt in de literatuur algemeen uitgebreid tot alles rond alertheid. Wat dus aangestuurd wordt vanuit de hersenstam. Daar komt nog een klasse van verschijnsel bij: alles dat lijkt op "flauwvallen". "Flauwvallen" is het verschijnsel dat het bewustzijn plotseling en vaak zonder voorafgaande waarschuwing de controle over het zenuwstelsel verliest en lijkt te stoppen met werken, waarbij tevens het bewegingsapparaat wordt uitgeschakeld.
    Dat besluit wordt niet door het bewustzijn genomen. En de emotionele organen bieden ook geen voor de hand liggende plaats, vergeleken bij het alternatief: de hersenstam. Daar bevinden zich de centra die dit kunnen afhandelen, en daar ligt de bron van de signalen die dit kunnen doen. De voor de hand liggende gang van zaken is dat de modules die het beoordelen van gevaar afhandelen en tot "Bevriezen, vluchten of vechten" besluiten ook degene zijn die dit afhandelen. Er doet zich bij flauwvallen een situatie voor die deze module als potentieel gevaarlijk beschouwd, en daarvoor is kennelijk een vierde strategie ontwikkeld.
    Er zijn vele verschillende soorten situaties waaronder flauwvallen optreed - van pure lichamelijke uitputting, tot het zien van een injectienaald bij de dokter, of een beetje bloed. De term voor de trigger van flauwvallen moet dus redelijk algemeen zijn, en voor de hand liggend is "Overbelasting". De reactie erop van het systeem is dan: "Uitschakelen".

Met waak-slaap, alertheid en flauwvallen zijn drie zaken genoemd die duidelijk tot eenzelfde categorie behoren, waarvan allerlei gradaties bestaan, zoals "duizeligheid", en allerlei tussenvormen. Dit wordt dus in ieder geval allemaal afgehandeld in hersenstam, en vermoedelijk deels ook direct daartoe besloten.

Een van de vermoedelijke kenmerken van het beslissingsysteem van de hersenstam is haar "digitale" karakter - het is "aan" of "uit" en weinig of geen tusssenfasen. Dus niet het bewegings- en waarnemingsysteem, maar het beslissingsysteem. Dat is een beperking en in veel omstandigheden een tekortkoming. Het verbeteren van die tekortkoming is de vermoedelijke aanleiding voor de evolutie van het systeem van de emotie-organen.



Wat die laatste illustraties van de werking van de neuromodulators laten zien is dat ook qua neurale circuits de hersenen een drieslagenstructuur vormen. De basale functionaliteit, om te beginnen met de synthese, ligt in de hersenstam. Die functionaliteit wordt gebruikt en uitgebreid door de emotionele organen - deze introduceren zelf ook neuromodulatoren als oretoxine (of hypocretine). Die  voegen aan het reflexmatige reageren van de hersenstam meer genuanceerde waarderingen van de waargenomen omgeving toe Als bijvoorbeeld de hersenstam heeft besloten tot "bevriezen", krijgen de emotionele hersenen de gelegenheid tot nadere evaluatie, en kunnen bijvoorbeeld tot de conclusie komen dat dat snel op hen af komende ding een soortgenoot is. En ongevaarlijk.
 

 

 

 

De rol van neurotransmitters als neuromodulatoren verrichten ze, zoals de illustraties van de circuits hebben laten zien, voor de hele hersenen. Dat is slechts een enkel voorbeeld van wat de hersenstam allemaal doet. Op de meest grove schaal is dat van de regulering van de diverse aspecten van waakzaamheid van het hele brein, zoals de waak-slaap-cyclus. Een opvallende vorm daarvan is het uitschakelen van het bewegingsapparaat tijdens de slaap. Storingen hieraan leiden tot slaapwandelen, dat wil zeggen: scenario's zich afspelende in het onbewuste  worden vergezeld van daadwerkelijke bewegingen. Dit wijst erop dat dit aan- en uitschakelen een centrale functie is - die wordt meestal gelegd in de hersenstam, en meer specifiek de pons. Waarmee het ook waarschijnlijk is dat dit gebied ook de minder drastische vormen van dit proces aantuurt.


Ook op de locatie van de emotionele hersenen bevindt zich het essentiële orgaan zijnde de hypofyse - het uitsteeksel onder H, de hypothalamus. De hypofyse pompt neurotransmitters in de bloedstroom, daar meestal "hormonen" genoemd, op aangeven van de hypothalamus. Het is vrijwel zeker dat dit ook een basale functie is die hoort bij de hersenstam. Er is dan ook maar een enkel exemplaar van, in tegenstelling tot de emotionele organen.
    De hormonen maken het lichaam klaar voor de acties (mede) besloten door de de hersenstam. Zo stimuleert dopamine onder andere de aanmaak van adrenaline, dat het lichaam in een algemene staat van alarm brengt: ademhaling en hartslag worden opgevoerd, klaar voor snelle en/of radicale actie. Serotonine heeft een remmende en dempende werking.




Waar het in deze beschrijving van de hersenstam mede om gaat, is om te laten zien dat de hersenstam niet een volledig zelfstandig functionerende eenheid is die voor de rest, met name het bewustzijn, de dagelijkse lichamelijke routine afhandelt, maar een integraal deel uitmaakt van de stemmingen en sommige beslissingen van het geheel van het zenuwstelsel, waartoe het bewustzijn ook behoort. Welk bewustzijn, indien het zich niet "bewust" is van de invloed van de hersenstam, zich eindeloos kan verbazen over sommige dingen die dat gehele zenuwstelsel doet, en die bekend staan als "zinloos geweld" en soortgelijk "impulsief" gedrag - voor voorbeelden zie hier uitleg of detail .


 







De septal nuclei vormen samen met de niet-zichtbare nucleus accumbens het emotionele genots- en beloningssysteem, en de amygdala het emotionele angst- en strafsysteem.


 






De modulerende neurotransmitters, hebben dus niet een specifieke functie aangaande één van de activiteiten als "beweging", "geheugen" enzovoort, zoals men in de literatuur wel voortdurend suggereert, als in: "Dopamine draagt bij aan het geheugen". Die rol is instrumenteel, en hun uitwerkring hangt af van waar ze worden ingezet. Dopamine kan de activiteit van talloze neurale systemen verhogen, zoals blijkt uit de gevolgen van gebrek eraan: de ziekte van Parkinson - die beslaan vele systemen, waaronder het bewegingsapparaat, ook weer op diverse manieren uitleg of detail .



 

 

En omdat de normale blik op de hersens van bovenaf georiënteerd waarbij emoties worden geassocieerd met neurotransmitters, worden de emotionele hersenen meestal gezien als de hoofdbron of zelfs bron van oorsprong. Dat is dus onjuist voor op zijn minst dopamine, acetylcholine en serotonine: door hun locatie in de hersenstam moeten ze staan voor oorspronkelijke functionaliteiten van de hersenstam. Dit is een neurologische verwoording van het adagium van William James: "Je loopt niet weg omdat je bang bent, maar je bent bang omdat je wegloopt". In de hersenstam is op grond van de waarnemingen besloten weg te lopen, de emotionele hersenen interpreteren dat in het licht van voorgaand gedrag en plakken daar een label aan, en dat label wordt gelezen door het bewustzijn in de cortex: "Ik ben bang".







 






 

En onder dit alles zijn hier getekend de boogvormige kernen 13 (nucleus arcuatus - beter zichtbaar hieronder), waaronder nog meer kernen van het onderbrein liggen (meer informatie bij deze illustratie hier uitleg of detail ).
 


 



Hier zijn ook duidelijk de verbindingen zichtbaar. De eerste benoemde structuur aan de linkerkant, naar links omhooglopend, zijn de thalamacortical fibers, verbindingen naar thalamus en cortex. Daaronder naar rechts en beneden lopend liggen de corticotectal fibers, de verbinding tussen cortex en (optic) tectum of superior colliculus (kern voor de oogzenuw, niet benoemd maar liggende direct boven de inferior colliculus - zie verder). Daaronder de inferior colliculus (kern voor het gehoorsysteem) en de auditory radiation ("gehoorsuitstraling", geel), die radiation heet omdat de neuronale axon-bundels uitwaaieren richting de temporale kwab van de cortex.

 


    De peduncles houden het cerebellum ook op zijn plaats, en zitten vast aan de hersenstam ter plaatse van de pons, Latijn voor "brug". Die naam is, zoals de meeste namen, gebaseerd op anatomische positie, maar geeft hier ook ongetwijfeld de juiste functie aan: het is een soort schakelcentrum (in Engelstalige beschrijvingen valt de term "relay"  ) met de overige delen van de hersenstructuur, ze de volgende illustratie (Gray 705 - deze is een kwart gedraaid ten opzichte van de voorgaande illustratie ):


Pons en achterbrein zijn ook verbonden met de bovenliggende hersendelen, via de cerebral peduncle (cerebrum  is het geheel van de "grote hersenen", ook wel aangeduid als cortex) - in de doorsnede ("cut") van het middenbrein aan de bovenkant van de illustratie aangegeven als liggende in het midden, maar in feite lopende aan de buitenkant ervan.


 

Dit zijn signaalstoffen voor het functioneren van neuronen in het algemeen - ze stimuleren of remmen meer specifieke functionaliteiten van neuronen uitleg of detail . Zo stimuleert dopamine onder andere de aanmaak van adrenaline, dat het lichaam in een algemene staat van alarm brengt: ademhaling en hartslag worden opgevoerd, klaar voor snelle en/of radicale actie. Serotonine heeft een remmende en dempende werking.
 



De modulerende neurotransmitters, hebben dus niet een specifieke functie aangaande één van de activiteiten als "beweging", "geheugen" enzovoort, zoals men in de literatuur wel voortdurend suggereert, als in: "Dopamine draagt bij aan het geheugen". Die rol is instrumenteel, en hun uitwerkring hangt af van waar ze worden ingezet. Dopamine kan de activiteit van talloze neurale systemen verhogen, zoals blijkt uit de gevolgen van gebrek eraan: de ziekte van Parkinson - die beslaan vele systemen, waaronder dus het bewegingsapparaat, maar ook weer op diverse manieren uitleg of detail .

 


Wat dit laat zien, is dat de hersenstam geen "willoos" onderdaan van de emotionele en rationele hersenen is dat alleen de autonome functies regelt, maar ook een eigen inbreng heeft, zij het vermoedelijk slechts of voornamelijk in extreme- en noodgevallen.

Wat iets verder veralgemeniseerd kan worden tot de uitspraak dat de hersenstam ook zelf beslissingen neemt. Hetgeen eigenlijk vanzelfsprekend is, want om bewegingen, gedrag, te coördineren aan de hand van waarnemingen van de omgeving, moeten er beslissingen worden genomen omtrent de betekenis van die waarnemingen: "Geel-en-zwart-gestreept: wegwezen!". Voor het aansturen daarvan is binnen de hersenstam het gebruik van de signaalstoffen nu bekend als neurotransmitters geëvolueerd, en het hergebruik van die stoffen en hun geassocieerde structuren betekent dat heel veel gedrag en ook een deel van de beslissingen verloopt met invloed van en via de hersenstam.

Waarvan dus de genoemde gevallen van flauwvallen en duizeligheid voorbeelden zijn. Wat ook de voorgeschiedenis van een geval van flauwvallen mag zijn, het resulteert in een door rationele hersenen en emotionele organen oncontroleerbaar verlies van alle lichamelijke coördinatie, en meestal ook bewustzijn. Tussen de voorgaande impulsen en het daadwerkelijke uitschakelen zit een beslissing, omdat slechts een beperkt aantal gevallen van bijna net zulk soort omstandigheden leidt tot "flauwvallen". En hetzelfde geldt natuurlijk voor alle tussenliggende toestanden als "duizeligheid".

Volgens het principe van de glijdende schaal uitleg of detail is het dus niet onaannemelijk dat ook bij vele andere beslissingsprocessen die volledig door het rationele verstand genomen lijken worden, de hersenstam en rol speelt. Die externe rol is op het psychologische vlak bekend voor de emotionele organen: het is zelfs zo dat de meeste mensen in de meeste omstandigheden hun emotionele ingevingen laten prevaleren boven hun rationele uitleg of detail . En als dat geldt voor een (ruime) meerderheid van beslissingsprocessen, is het beslist niet onaannemelijk dat, gezien de vrij intensieve koppeling tussen emotionele organen en hersenstam, bij een deel van die beslissingsprocessen weer nog verderop van de hersenstam stamt, waarvan psychologische voorbeelden hier uitleg of detail . Die zijn het gevolg van neurologische koppelingen. Veel op het rationele vlak onverklaarbaar gedrag, is wel verklaarbaar door ook de rol van de hersenstam in het hele proces te betrekken uitleg of detail .
 

Voor het geven van een richting aan de gezamenlijke beweging van meerdere ledematen, te beginnen met de gezamenlijke beweging van de twee benen, is weer meer coördinatie nodig. Met name coördinatie met het waarnemingsstelsel. Die informatie moet aangekoppeld worden, in weer nieuwe centra, dat wil zeggen: grotere kernen van neuronen. En ergens moet ook bepaald worden wat de juiste richting is - in eerste instantie natuurlijk die van een voedselbron. Daarvoor zijn weer andere centra - degene die de stimulator en remmingstoffen produceren, de dopamine enzovoort. Die aansturing geven aan de centra die de beweging coördineren. Die weer sturing geven aan de ganglia die de ledematen coördineren.

Kortom: het zenuwstelsel is op dit niveau al een hiërarchie van functionaliteiten, die verzorgt wordt door een hiërarchie van structuren. Die ieder hun eigen hoofdfunctionaliteit hebben, waarin ze aangestuurd worden door weer andere centra met andere hoofdfunctionaliteiten. En dat geheel controleert elkaars functioneren door het voortdurende heen-en-weer sturen van signalen.


Wordt vervolgd. Verder met de emotie organen hier  .


Naar Neurologie, organisatie  , Psychologie lijst  , Psychologie overzicht  , of site home  .