WERELD & DENKEN
 
 

Neurologie, overzicht, hersenstam

19 nov.2011

"Hersenstam" is de gebruikelijke verzamelnaam voor de meest basale elementen van het zenuwstelsel, soms inclusief het ruggemerg en alles wat in het directe verlengde daarvan ligt - soms duidt "hersenstam" alleen op de onderdelen tussen de emotionele hersenen en het ruggemerg. Ruggemerg en hersenstam vervullen de meest basale regelfuncties van het lichaam, zoals blijkt uit het feit dat schade eraan meestal ernstig, zeer moeilijk of niet te herstellen, en snel dodelijk is.

Hier behandelen we de structuur en functies van hersenstam en ruggemerg in twee trajecten: eerst min of meer van boven naar beneden in een overzichtvorm, en mede gaande over het doel van de diverse onderdelen, en daarna terug van beneden naar boven in meer technisch detail.

Het ruggemerg is de aanvang van dit alles, in zijn evolutionair oorspronkelijke vormen bestaande uit de verbindingsneuronen tussen waarnemingsorganen en ledematen - meer over neuronen hier  .

Naarmate gedurende de evolutie het bewegingstelsel ingewikkelder werd, met ledematen met meerdere geledingen, werd ook het ruggemerg gecompliceerder, met concentraties van neuronen voor de onderlinge coördinatie, en, heel belangrijk, meer nauwkeurige besturing. Besturing wordt geregeld via het proces van terugkoppeling  , dat wil zeggen: er zijn ook neuronen in de spieren van de ledematen die krachten en posities terugmelden - de "proprioscopische" informatie. De signalen aan de spieren worden bijgesteld aan de hand van de signalen omtrent hoe het ledemaat al gevorderd in zijn geplande richting. En bij meerdere ledematen, denk aan duizendpoten, moeten ook de ledematen onderling gecoördineerd worden. Ook dit wordt door verzamelingen neuronen in het ruggemerg geregeld. De grotere daarvan, die de ingewikkelde functies coördineren, zijn min of meer bolvormig en heten ganglia

De grens tussen ruggemerg en hersenstam is enigszins vaag - waar het ruggemerg dus voornamelijk bestaat uit lange draden van uiteinden van neuronen (de axonen), met daartussen een aantal neuronknopen, wordt de hersenstam gedomineerd door meer samenhangende vaak ook min of meer bolvormige structuren, met veel bedrading ertussen. In het eerste en tweede plaatje is de grens daarom wat vaag is gehouden. Meteen daaropvolgend is weergegeven de meest prominente naburige structuur: het cerebellum, en daarnaast een overzicht van de grofste indeling van het hele gebied:

Ruggemerg Hersenstam

Het ruggemerg verzorgt de basale bedrading en regelfuncties voor beweging. Dusdanig belangrijk dat het veilig verstopt is in de wervelkolom. De bedrading bestaat uit enkele tientallen genummerde aansturingsneuronen hebbende tot lichaamslengte lange uiteinden, met specifieke functies. De regeling gebeurt in knopen van neuronen die zorgen voor de coördinatie van bijvoorbeeld onderarm en bovenarm ten einde de hand een bepaalde beweging te laten maken, en de verwerking van de terugmeldingssignalen van de spieren, zodat dat de bewegingen niet te ver doorschieten.
 

De locatie van het midbrain ligt iets lager dan aangegeven - het aanwijspunt eindigt ongeveer op de grens van midbrain of mesencenphalon en tussenbrein of biencephalon (de thalamus en omstreken). Alles onder het midbrain wordt gezamenlijk aangeduid als hindbrain.

 
Kleine hersenen  

De kleine hersenen of cerebellum worden vaak gezien als niet-behorende tot de hersenstam, vanwege een mate van interne gelijkenis met de grote hersenen (zoals de naamgeving ook aanduidt). Functioneel zijn ze een integraal deel van de hersenstam.
 

 


Waar de emotionele hersenen en de cortex een duidelijke links-rechts tweedeling en symmetrie hebben, lijkt dat bij de hersenstam, van buiten gezien, nauwelijks tot niet het geval. Toch komen ook hier de meeste interne structuren in links-rechts paren, ook in het ruggemerg - dit in verband met de aansturing van de ledematen aan de linker- en rechterkant van het lichaam. Opvallend daarbij in de hersenstam is dat diverse verbindingen tussen lager- en hoger liggende kernen en structuren de "middellijn" kruisen van links naar rechts en omgekeerd, in het Engels/Latijn: to decussate. Omdat dit ook zeer opvallend gedaan wordt door de verbindingen naar de ogen, heeft dit vermoedelijk verband met de capaciteit tot het bepalen van de richting van de bron uit de signalen van waarnemingenorganen aan de linker- en rechterkant van het lichaam.

De volgende illustratie (deze en de andere anatomische gravures komen uit de atlas van Gray  - deze illustratie is Gray 690) geeft een indruk van de locatie van diverse onderdelen van de hersenstam aan de bovenkant ervan, rond het middenbrein - de positionering van de detailstructuren is slechts globaal. De uivormige structuren in omtrek getekend bovenaan zijn de linker en rechter caudate nucleus, die om de thalamus heen ligt en deze normaliter aan het oog onttrekt (zie ook Emotie organen, overzicht ):

 
Globaal deels bovenin zichtbaar zijn een aantal structuren die de stoffen opwekken (neurotransmitters: dopamine, noradrenaline, enzovoort) die ook gebruikt worden door de organen van de emotionele hersenen. Dit zijn de substantia negra (zwarte stof; dopamine), en niet zichtbaar, in het midden van de hersenstam, het ventral tegmental area (VTA; dopamine), en de locus coereleus (blauwe plek; noradrenaline of norepifrine). Deze structuren worden ook vaak meegenomen in illustraties van de emotionele hersenen (bijvoorbeeld hier uitleg of detail ) en soms zelfs in de functionele indeling, omdat ze er direct aan verbonden zijn voor de doorgave van de neurotransmitters. Daarover verderop meer.

In Gray 690 verder aangegeven zijn het corpus subthalamicum of onder-thalamische lichaam, de mediale lemniscus of middelste band, en in het geel de laterale lemniscus of zijwaartse band. In feite zijn dit allemaal andere namen voor slechts twee structuurvormen: concentraties neuronkernen: nucleus, corpus, locus, formation enzovoort, en bundels neuron-uitgangen, met termen als peduncle (Latijn voor "stengel"), fasciculus ("bundel") of gewoon "fiber".
    Op dezelfde hoogte aan de rechterkant, waar mediale lemniscus is weggelaten, is zichtbaar onder de rode kern een deel van de superior penducle (van cerebellum naar pons, zie verderop) en daaronder de reticular formation of netvormige formatie, zie ook verderop. En als laatste de grootste kern in deze regio: de olive, of oliva, of olijfvormige lichaam. De daaraan verbonden mediale lemniscus zijn bundels uit(/)gangen van olijf-kern richting thalamus.

De volgende illustratie (Gray 691) geeft van wat meer details van met name de binnenkant (maar lang niet alles):


Hier zijn ook duidelijk de verbindingen zichtbaar. De eerste benoemde structuur aan de linkerkant, naar links omhooglopend, zijn de thalamacortical fibers, verbindingen tussen thalamus en cortex. Daaronder naar rechts en beneden lopend liggen de corticotectal fibers, de verbinding tussen cortex en (optic) tectum of superior colliculus (kern voor de oogzenuw, niet benoemd - zie verder). Daaronder de inferior colliculus (kern voor het gehoorsysteem) en de auditory radiation ("gehoorsuitstraling", geel), die radiation heet omdat de neuronale axon-bundels uitwaaieren richting de temporale kwab van de cortex.

De volgende illustratie (Gray 709) geeft van dit gebied een zicht van buiten vanaf het punt van de vier kernen van de superior en inferior colliculus, die van buiten eruit zien als vier bolvormige uitsteeksels en aangeduid worden als de corpora quadrigemina - dit gedeelte wordt ook wel aangeduid als het tectum, of het dak, van het middenbrein - het gebied daarboven heet dubbelbrein of diencenphalon, omdat het zichtbaar in tweeën in gedeeld, en het gebied eronder als het tegmentum ("vloerkleed"). De grote bundel die boven de inferior penducle heet, is de onderste van een drietal waarvan onder bovenste is weergegeven: de superior peduncle - dit zijn dikke bundels die verbinden naar het cerebellum of kleine hersenen, het grote "aanhangsel" aan de hersenstam, hieronder zichtbaar:

De overige kleinere structuren komen we later op terug. Andere termen horende tot het buitenaanzicht zijn de pyramid (piramide; links en rechts), het gedeelte dat hier openknipt is, en de anterior fissure of achterste spleet (precies in het midden, verticaal lopend).

Dit is ook de locatie in de hersenen waar de primaire signalen van de waarnemingsorganen binnenkomen - zie ook de met N.V aangeduide bundel in Gray 691: dit is de nervus vagus of zwervende zenuwbundel, die, zoals de naam zegt, her-en-der loopt om die signalen op te pikken. De genoemde kernen zijn de eerste verwerkingsorganen van die signalen, die als eerste de gecodeerde signalen vertalen voor verdere werking (dit staat er niet op, maar dit volgt uit het feit dat bijvoorbeeld de signalen van het oog sterk gecomprimeerd verstuurd worden  ).

Oren en ogen zijn "tweede-generatie" waarnemingsorganen, na de primitievere vormen van tast, geur en temperatuur. Tast en temperatuur hebben een wat lastiger aanwijsbare plaats, aangezien het vermoedelijk de hele huid betreft. Geur gaat over het waarnemen van chemische stoffen in de omgeving, en is misschien de oudste, aangezien zoiets als bijvoorbeeld het interne functioneren van de cel een proces is dat werkt middels de herkenning van chemische structuren - vissen gebruiken "geur" in water om prooivissen te detecteren. Omdat ogen en oren verbonden zijn met het middenbrein, zou je kunnen denken dat geur, temperatuur en tast meer te maken hebben met het achterbrein.

Het ontstaan van ogen en de noodzaak tot het verwerken van de informatie afkomstig hiervan, en de coördinatie met de beweging van ledematen, is met weinig fantasie al in te zien als een zeer gecompliceerde zaak. Het is dan ook uiterst waarschijnlijk dat dat de taak is van het cerebellum, veruit de grootste structuur in deze buurt. Waarna als volgende komt het doelmatig gebruik maken van die capaciteit tot gecoördineerd bewegen in de omgeving. Dat wil zeggen: ga naar voedsel, en vermijdt prooidieren - dat wil zeggen: gevaar. Overigens: vermoedelijk reeds vanaf de meest primitieve levensvormen hebben er levensvormen bestaan die te kenmerken zijn als prooidieren, aangezien het verwerken van reeds voor het leven klaargestoomde biologisch materialen makkelijker is dan nog onverwerkte ruwe dode materie (net zoals een vegetarische soort een veel ingewikkelder verteringstelsel heeft dan een vleeseter).

Het cerebellum of kleine hersenen wordt meestal getekend als een apart element, en soms, ten onrechte, impliciet of expliciet niet tot de hersenstam gerekend. De term kleine hersenen is veroorzaakt door de structurele gelijkenis met de grote hersenen, beide niet zijnde zichtbaar verschillende kernen of organen maar al één groot grotendeels homogeen vel dat in een ingewikkeld patroon is gevouwen om zo veel mogelijk oppervlak in zo klein mogelijk volume te proppen. Een vel dat voor het cerebellum bestaat uit vier functionele lagen (de cortex heeft er zes), en er voor technici uitziet als een gigantisch grote matrix - meer detail hier .
    De logische reden voor het ontstaan van zo'n homogene structuur is dat het een gemeenschappelijke taak moet verrichten voor een aantal verschillende toepassingen. Zodat de specifieke eigenschappen van die verschillende toepassingen: het verschil tussen een arm en een been, of tussen een ledemaat en een oog, er niet in kunnen zitten.
    Ons mensen is bekend wat de manier is om toepassingen voor sterk verschillende structuren te maken: dat doe je met wiskunde. Het cerebellum is dan ook vermoedelijk (mede) het rekencentrum voor de verwerking van de signalen van de waarnemingsorganen, en te coördineren met het bewegingsapparaat. De complexiteit van die taak blijkt uit het feit dat het cerebellum de helft van het totaal aantal neuronen heeft, in ongeveer 10 procent van het totale volume van de hersenen.
    Om die taak te verrichten lopen er dikke bundels neuron-uitgangen (axonen)  vanaf vier kernen in het midden ervan in en uit het cerebellum, de al genoemde en deels aangewezen superior, middle en inferior peduncles. Meestal eindigen ze ook weer in andere kernen.
    De penducles houden het cerebellum ook op zijn plaats, en zitten vast aan de hersenstam ter plaatse van de pons, Latijn voor "brug". Die naam is, zoals de meeste namen, gebaseerd op anatomische positie, maar geeft hier ook ongetwijfeld de juiste functie aan: het is een soort schakelcentrum (in Engeltalige beschrijvingen valt de term "relay"  ) met de overige delen van de hersenstructuur, ze de volgende illustratie (Gray 705 - deze is een kwart gedraaid ten opzichte van de voorgaande illustratie ):


Pons en achterbrein zijn ook verbonden met de bovenliggende hersendelen, via de cerebral peduncle (cerebrum  is het geheel van de "grote hersenen", ook wel aangeduid als cortex) - in de doorsnede ("cut") van het middenbrein aan de bovenkant van de illustratie aangegeven als liggende in het midden, maar in feite lopende aan de buitenkant ervan.

Een treffend voorbeeld van gedrag dat wijst op het bestaan van een schakelpunt voor de doorgave van impulsen richting de besturing van spieren en ledematen is dat van slaapwandelen. Tijdens de slaap wordt er ergens voor gezorgd dat in de dromen doorleefde ervaringen niet leiden tot overeenkomstige reacties van de spieren. En dit gebeurt kennelijk centraal, want in het overgrote deel der gevallen lukt dat bijna perfect (enkele "spasmen" tijdens de slaap daargelaten), en als het misgaat, zoals bij slaapwandelen, gebeurt het duidelijk (vrijwel) volledig mis. De redactie heeft ooit ergens gelezen dat deze functie verzorgd wordt door de pons. Andere uitingen die wijzen op het bestaan een dergelijke centrale schakelfunctie zijn het "flauwvallen", het "bevriezen" bij gevaar, en dergelijke.   

De rol van schakelstation van de pons is vermoedelijk het product van latere evolutie - het is waarschijnlijk dat pons en andere structuren op dit niveau in vroeger evolutionaire tijden een meer zelfstandige functie hebben gehad, zoals blijkt uit de aanwezigheid erin van meerdere nuclei, zelfstandige eenheden van neuronen  (Wikipedia), die diverse autonome lichamelijke functies aansturen, zoals slaap, ademhaling, slikken, blaasbesturing, gehoor, evenwicht, smaak, oogbeweging, gezichtsuitdrukking, en lichaamshouding  (Wikipedia).

Een andere bekende en voor de hand liggende functie van de hersenstam is het coördineren van waarnemingen en bewegingen. Dat blijkt uit het hier binnenkomen van de hoofdzenuwen. Van de rode kern, zie Gray 690 in het begin, is bekend dat het bewegingen coördineert van baby's. In de volgende meer schematische illustratie (van Wikipedia uitleg of detail ; Gray 699) is wat meer detail gegeven van de onderlinge samenhang van die structuren, die ook duidelijk het modulaire karakter ervan laat zien: de bundels van de penducles splitsen in meerdere delen, die afgehandeld worden door ieder eigen kernen - met het veelvoorkomende thema dat bundels van links verwerkt worden door kernen rechts.

Dit is een doorsnede door de medulla oblongata, net onder de aanhechting van de peduncles van de kleine hersenen - de nummers 8 in deze illustratie zijn de onderste ("inferior") daarvan - de blauwe lijnen aan de buitenkant zijn de bundels die om de medulla lopen in Gray 705, boven). 14 en 15 zijn de "zwervende" ("vagus")- en tong-zenuwbundels die hier de hersenstam verlaten. 4 is het bovenste deel van het complex van de olijf-vormige kern, de grootste kern van de medulla oblongata. 5, 6 zijn andere kernen daarvan. En onder dit alles zijn hier getekend de boogvormige kernen 13 (nucleus arcuatus), waaronder nog meer kernen van het onderbrein liggen (meer informatie bij deze illustratie hier uitleg of detail ).
    Wat anatomisch realistischer is de volgende variant (Gray 695), een doorsnede waarin ook de vele op- en neer lopende bundels zichtbaar zijn:

Hierin is de cerebrospinal fasciculus (een doorsnede van) de bundels die van cortex naar ruggemerg lopen, en de restiform body is een andere naam voor de inferior peduncle (hier in doorsnede) van het cerebellum.

Wat Gray 695 ook laat zien is dat de kernen van de hersenstam niet zo vastomlijnde, vaak min of meer bolvormige, structuur hebben als de organen uit de emotionele hersenen, die ook vaak aangeduid worden met "kernen". In werkelijkheid bestaan die meestal ook uit meerdere kernen met wat minder duidelijke afgescheiden structuur. De deels bolvomige structuur ontstaat omdat groepen neuronen een gemeenschappelijk functie vervullen, met hun uitgangen worden tot een bundel, en neuronkernen zich groeperende rond de uitiende  van de bundel, zie de illustratie.

De kernen van de hersenstam zijn onderscheidbaar van een meer homogeen deel van diezelfde hersenstam, wat zich meer in het midden bevindt, per helft (links of rechts), met de kernen wat meer naar buiten. In het algemeen wordt het middengedeelte van de hersenstam aangeduid als tegmentum, en meer specifiek dit meer homogene gedeelte als reticular formation (zie Gray 609 - het reticular slaat op de netvormige uiterlijk ervan), zie de volgende illustratie (van de site van Ben Best, voor een grotere versie zie aldaar uitleg of detail - in oudere termen is de bovenkant het tectum, waar oog- en oor-kernen zich bevinden, en de onderkant sluit aan op het ruggemerg):

Aan de bovenkant van het tegmentum bevinden zich de structuren genaamd substantia negra (zwarte stof), locus coereleus (blauwe plek) en ventral tegmental area (VTA) al genoemd in het begin van dit overzicht. De volgende illustratie (afbeelding van de site van Ben Best uitleg of detail ) geeft een globaal overzicht van hun locatie, samen met de minder genoemde raphe nuclei uitleg of detail (Wikipedia), die de wel zeer bekende stof serotonine produceren.

De term "raphe" betekent "rand", wat in de vorige illustratie zichtbaar is in dat ze zich aan de rand van het tegmentum bevinden, wat daar in verband met de links-rechtstweedeling het midden is - bedenk weer dat het geen "ronde" structuren zijn, maar meer halfopen en wat betreft de raphe ook vrij platte - en redelijk verspreid, zie volgende illustratie:

Van deze structuren is hun functie, of hoofdfunctie, redelijk bekend: ze produceren de stoffen bekend als neurotransmitters of hormonen, zie de voorlaatste illustratie. Dit zijn signaalstoffen voor het functioneren van neuronen in het algemeen - ze stimuleren of remmen mee specifieke functionaliteiten van neuronen uitleg of detail . Zo stimuleert dopamine onder andere de aanmaak van adrenaline, dat het lichaam in een algemene staat van alarm brengt: ademhaling en hartslag worden opgevoerd, klaar voor snelle en/of radicale actie. Serotonine heeft een remmende en dempende werking.

De neurotransmitters vervullen deze functie voor de onderdelen van de hersenstam en het ruggemerg, maar ook de emotionele hersenen gebruiken ze als signaalstof voor de uitkomsten van de emotionele denkprocessen, en idem voor de cortex en haar uitkomsten. Daartoe is er een veelheid van gespecialiseerde verbindingen tussen de hersenstam en emotionele hersenen en cortex, bekend als de dopamine enzovoort pathways. Die koppelingen zijn cruciaal voor de werking van het geheel van het zenuwstelsel, en voor het begrijpen van die werking. Meestal worden ze alleen schetsmatig weergegeven, hier twee voorbeelden uitleg of detail :
  RN: raphe kernen (raphe nuclei);  BS: ruggemerg (brain stem);  Th: thalamus;  S: septal nuclei;  HC: hippocampus;  Amy: amygdala;  H: hypothalamus;  LC: locus ceruleus;  RF: reticular formation.
Merk op dat de hoofden in deze illustratie in tegenstelling tot alle andere zijwaartse aanzichten naar rechts kijkend georiënteerd zijn.
 

En hier een derde, dat van dopamine uitleg of detail :

Hier zijn twee soorten verbindingen zichtbaar: blauw zijn de versterkende, die de ontvangende neuronen activeren, en rood de blokkerende, die de activeren van de ontvangende neuronen blokkeren. Het bestaan van de blokkerende signalen naast de mogelijkheid om gewoon te stoppen met activeren, is vermoedelijk dat het tweede proces veel sneller werkt -  en de natuur heeft een sterke voorkeur voor toestanden die bestaan uit twee elkaar in evenwicht houdende krachten (de rechterhelft toont de toestand zoals aangetroffen in mensen die lijden aan de ziekte van Parkinson).
    Hiernaast het erbij horende schematische diagram - striatum is de naam voor de combinatie van putamen en caudate nucleus, twee van de basale ganglia, naast de globus pallidus, zie Emotie organen, overzicht  . Merk ook op dat dit bijna allemaal lus-circuits zijn, dus met terugkoppeling ingebouwd.
        Merk ook op dat er het verschil tussen het dopamine circuit zoals getekend en dat van serotonine en norepiphrine, in dat in de eerste de weg naar de cortex loopt via de thalamus, en in de tweede direct is getekend. Dat laatste is mogelijkerwijs ook een afkorting van de route via de thalamaus.

De neurotransmitters en de rest van de hersenstam reguleren talloze zaken voor het de hele hersenen en het hele lichaam. Op de meest grove schaal is dat van de regulering van de diverse aspecten van waakzaamheid van het hele brein, zoals de waak-slaap-cyclus. Een opvallende vorm daarvan is het uitschakelen van het bewegingsapparaat tijdens de slaap. Storingen hieraan leiden tot slaapwandelen, dat wil zeggen: scenario's zich afspelende in het onbewuste  worden vergezeld van daadwerkelijke bewegingen. Dit wijst erop dat dit aan- en uitschakelen een centrale functie is - die wordt meestal gelegd in de hersenstam, en meer specifiek de pons. Waarmee het ook waarschijnlijk is dat dit gebied ook de minder drastische vormen van dit proces aantuurt. Van de site van Ben Best uitleg of detail :

  Cutting the fibers from the substantia nigra makes cats comatose. Destruction of the locus ceruleus eliminates rapid eye movement (REM) sleep in cats. Destruction of the raphe nuclei results in cats that cannot sleep.

Andere vormen van dit soort gedrag zijn "flauwvallen", en dus ook (sommige) mindere vormen van verlies van verlies van coördinatie onder de noemer "duizeligheid".

Wat dit laat zien, is dat de hersenstam geen "willoos" onderdaan van de emotionele en rationele hersenen is dat alleen de autonome functies regelt, maar ook een eigen inbreng heeft, zij het vermoedelijk slechts in extreme en noodgevallen.

Wat iets verder veralgemeniseerd kan worden tot de uitspraak dat de hersenstam ook zelf beslissingen neemt. Hetgeen eigenlijk vanzelfsprekend is, want om bewegingen, gedrag, te coördineren aan de hand van waarnemingen van de omgeving, moeten er beslissingen worden genomen omtrent de betekenis van die waarnemingen: "Geel-en-zwart-gestreept: wegwezen!". Voor het aansturen daarvan is binnen de hersenstam het gebruik van de signaalstoffen nu bekend als neurotransmitters geëvolueerd, en het hergebruik van die stoffen en hun geassocieerde structuren betekent dat heel veel gedrag en ook een deel van de beslissingen verloopt met invloed van en via de hersenstam.

Waarvan dus de genoemde gevallen van flauwvallen en duizeligheid voorbeelden zijn. Wat ook de voorgeschiedenis van een geval van flauwvallen mag zijn, het resulteert in een door rationele hersenen en emotionele organen oncontroleerbaar verlies van alle lichamelijke coördinatie, en meestal ook bewustzijn. Tussen de voorgaande impulsen en het daadwerkelijke uitschakelen zit een beslissing, omdat slechts een beperkt aantal gevallen van bijna net zulk soort omstandigheden leidt tot "flauwvallen". En hetzelfde geldt natuurlijk voor alle tussenliggende toestanden als "duizeligheid".

Volgens het principe van de glijdende schaal uitleg of detail is het dus niet onaannemelijk dat ook bij vele andere beslissingsprocessen die volledig door het rationele verstand genomen lijken worden, de hersenstam en rol speelt. Die externe rol is op het psychologische vlak bekend voor de emotionele organen: het is zelfs zo dat de meeste mensen in de meeste omstandigheden hun emotionele ingevingen laten prevaleren boven hun rationele uitleg of detail . En als dat geldt voor een (ruime) meerderheid van beslissingsprocessen, is het beslist niet onaannemelijk dat, gezien de vrij intensieve koppeling tussen emotionele organen en hersenstam, bij een deel van die beslissingsprocessen weer nog verderop van de hersenstam stamt, waarvan psychologische voorbeelden hier uitleg of detail . Die zijn het gevolg van neurologische koppelingen. Veel op het rationele vlak onverklaarbaar gedrag, is wel verklaarbaar door ook de rol van de hersenstam in het hele proces te betrekken uitleg of detail .

Dit voor zover de hersenstam puur. Daaraan vast, of eigenlijk andersom, zit het onderste en meest basale deel van het zenuwstelsel: het ruggemerg. Wat een bijna mechanische functie heeft, waarvan de beschrijving van het doel dan ook kort kan zijn: het reguleert het lichaam en stuurt het bewegingsapparaat. En waarvan waarvan de functies van de onderdelen en de bedrading goed bekend is, zie bijvoorbeeld deze illustratie van de site van Ben Best (voor een grotere versie zie aldaar uitleg of detail ):

Goed zichtbaar zelfs in deze verkleinde vorm is hoe diverse onderdelen van het ruggemerg niet alleen de beweging, maar basale regulering van alle belangrijke organen verzorgen. Die onderdelen vallen onder de term ganglia, oftewel zenuwknopen, de kleinere structuren opgebouwd uit neuronen.

De verbinding met de rest van het lichaam gebeurt door twaalf zenuwbanen, cranial nerves uitleg of detail (Wikipedia) - in dit plaatje zichtbaar de oogzenuw (oculomotor nerve, III), de gezichtzenuw (facial nerve, VII) en de zwervende zenuw (vagus, X).

Dit deel van het zenuwstelsel vervult zijn functie los van de hogere, bewuste, delen van de hersenen, en heet daarom het autonome zenuwstelsel. Merkbare voorbeelden zijn zaken als de hartslag, het knipperen van de ogen, de speekselvoorziening en dergelijke - allemaal zaken die zich onttrekken aan onze bewuste controle (hoewel er zeer uitzonderlijke gevallen zijn van mensen die sommige dingen wel kunnen beheersen).

Waarmee het van boven-naar-beneden overwicht afgerond kan worden. Wat we doen door van beneden naar boven terug te kijken, want dat is hoe het geheel zich heeft geëvolueerd, en, naar je mag aannemen, ook hoe het functioneert.

Eerst zijn er dus de neuronen die de spieren aansturen, en daar ook weer terugkoppelinginformatie (proprioceptische informatie) van ontvangen uitleg of detail . De coördinatie daarvan en van de diverse spieren van de diverse onderdelen van de ledematen begint in de ganglia van het ruggemerg.

Voor het geven van een richting aan de gezamenlijke beweging van meerdere ledematen, te beginnen met de gezamenlijke beweging van de twee benen, is weer meer coördinatie nodig. Met name coördinatie met het waarnemingsstelsel. Die informatie moet aangekoppeld worden, in weer nieuwe centra, dat wil zeggen: grotere kernen van neuronen. En ergens moet ook bepaald worden wat de juiste richting is - in eerste instantie natuurlijk die van een voedselbron. Daarvoor zijn weer andere centra - degene die de stimulator en remmingstoffen produceren, de dopamine enzovoort. Die aansturing geven aan de centra die de beweging coördineren. Die weer sturing geven aan de ganglia die de ledematen coördineren.

Kortom: het zenuwstelsel is op dit niveau al een hiërarchie van functionaliteiten, die verzorgt wordt door een hiërarchie van structuren. Die ieder hun eigen hoofdfunctionaliteit hebben, waarin ze aangestuurd worden door weer andere centra met andere hoofdfunctionaliteiten. En dat geheel controleert elkaars functioneren door het voortdurende heen-en-weer sturen van signalen.


Wordt vervolgd. Ga verder met de emotie organen hier  .


Naar Neurologie, organisatie  , Psychologie lijst  , Psychologie overzicht  , of site home  .