WERELD & DENKEN
 
 

Neurologie, overzicht, hersenstam

"Hersenstam" is de gebruikelijke verzamelnaam voor de meest basale elementen van het zenuwstelsel, soms inclusief het ruggemerg en alles wat in het directe verlengde daarvan ligt - soms duidt "hersenstam" alleen op de onderdelen tussen de emotionele hersenen en het ruggemerg. Ruggemerg en hersenstam vervullen de meest basale regelfuncties van het lichaam, zoals blijkt uit het feit dat schade eraan meestal ernstig, zeer moeilijk of niet te herstellen, en wat betreft de hersenstam, snel dodelijk is.

De gebruikelijke beschrijvingen van de hersenstam beginnen met de voor de denkende mens meest belangrijke onderdelen, die liggen aan de bovenkant ervan. De beschrijving hier volgt de algemene visie van deze website om zaken vanuit de evolutionaire kant te bekijken. En in dit geval aangevuld met de wens om te laten zien hoe ruggemerg en hersenstam werken voor de rest van hersenen en het lichaam. Wat automatisch betekent dat je, in tegenstelling tot meer gebruikelijk, van onderop moet beginnen. Een noodzaak die bevestigd werd door de praktijk van eerdere pogingen met de top-down benadering, die te omslachtig werden.
    Natuurlijk kan een enkele webpagina alleen de hoofdlijnen geven, maar gepoogd is dusdanige informatie te verstrekken dat zelfstandig verder zoeken in wat toch wel enigszins een doolhof is, met name aangaande naamgeving waarvan wel drie of vier methoden zijn, makkelijker wordt gemaakt. Voor een overzicht van die naamgeving, zie hier uitleg of detail .
    De opzet van deze pagina is om zelfstandig leesbaar te zijn, maar een voorafgaande blik op Neurologie, overzicht, globaal  voor de algemene structuur of Neurologie, neuronen, algemeen  kan behulpzaam zijn. De meeste van de bronverwijzingen ( uitleg of detail ) omtrent structuren zijn naar Wikipedia.

Het ruggemerg zelf is een product van voorgaande evolutie die begonnen is met het ontstaan van verbindingscellen tussen waarnemingsorganen en ledematen, gespecialiseerd tot neuronen - meer over neuronen hier  . Naarmate gedurende de evolutie het bewegingstelsel ingewikkelder werd, met ledematen met meerdere geledingen, werd ook het ruggemerg gecompliceerder, met concentraties van neuronen voor de onderlinge coördinatie, en, heel belangrijk, meer nauwkeurige besturing. Besturing wordt geregeld via het proces van terugkoppeling  , dat wil zeggen: er zijn ook neuronen in de spieren van de ledematen die krachten en posities terugmelden - de "proprioscopische" informatie. De signalen aan de spieren worden bijgesteld aan de hand van de signalen omtrent hoe het ledemaat al gevorderd in zijn geplande richting. En bij meerdere ledematen, denk aan duizendpoten, moeten ook de ledematen onderling gecoördineerd worden. Ook dit wordt door verzamelingen neuronen in het ruggemerg geregeld. De grotere daarvan, die de ingewikkelde functies coördineren, zijn min of meer bolvormig en heten ganglia

De grens tussen ruggemerg en hersenstam is enigszins vaag - waar het ruggemerg voornamelijk bestaat uit lange draden van uiteinden van neuronen (de axonen), met daartussen een aantal neuronknopen, wordt de hersenstam gedomineerd door meer samenhangende vaak ook min of meer bolvormige structuren, met veel bedrading ertussen. In het eerste en tweede plaatje is de grens daarom wat vaag is gehouden:
Ruggemerg Hersenstam

Het ruggemerg verzorgt de basale bedrading en regelfuncties voor beweging en de autonome lichaamsfuncties. Dusdanig belangrijk dat het veilig verstopt is in de wervelkolom. Ook zichtbaar is het gebied daarboven vol onderdeeltjes van de emotie-organen, en de vele windingen van de cortex weer daar omheen

De hersenstam is te breed voor de wervelkolom, en steekt er daarom bovenuit. Waar beschadiging aan het ruggemerg zich kan beperken tot uitval aan ledematen, en aan de cortex tot stemmingswisselingen als je er een kogel doorheen krijgt, is schade aan de hersenstam bijna altijd dodelijk..

In de neurologie is het functioneren van het ruggemerg veruit het meest bekende terrein, met bijvoorbeeld twaalf genummerde hoofdzenuwbundels die alle signalen van en naar de rest van het lichaam versturen, met per zenuwbundel bekend wat ze doen. De bijbehorende onderdelen van het ruggemerg verzorgen de basale, zeg maar: mechanische, functies van het lichaam, met als meest basaal het bewegingsapparaat, en de bijbehorende reguleringsfuncties: ademhaling, hartslag, enzovoort. Zie onder voor een overzicht, een illustratie van de site van Ben Best (voor een grotere versie zie aldaar uitleg of detail ):

Goed zichtbaar zelfs in deze verkleinde vorm is hoe diverse onderdelen van het ruggemerg niet alleen de beweging, maar ook de basale regulering van alle belangrijke organen verzorgen. Die onderdelen vallen onder de term ganglia, oftewel zenuwknopen, de kleinere structuren opgebouwd uit neuronen.

Van de twaalf zenuwbundels of cranial nerves uitleg of detail zijn in dit plaatje zichtbaar de oogzenuw (oculomotor nerve, III), de gezichtzenuw (facial nerve, VII) en de zwervende zenuw (vagus, X - naar diverse onderdelen in de borst).

Dit deel van het zenuwstelsel vervult zijn functie los van de hogere, bewuste, delen van de hersenen, en heet daarom het autonome zenuwstelsel.

Een in dit overzicht onzichtbare functionaliteit maar een die essentieel is en eindeloos terugkomt hogerop het zenuwstelsel, is het bestaan van terugkoppelinginformatie. De spieren worden niet alleen aangestuurd om samen te trekken en daarmee beweging in gang te stellen, er zijn ook neuronen in de spieren die signalen terugsturen om te melden hoe het proces verloopt. Dit heet in dit geval proprioceptische informatie uitleg of detail . Dit is alleen al noodzakelijk omdat er voor de heen-en-weer beweging van een ledemaat spieren aan beide kanten nodig zijn, en in de praktijk voor alle bewegingen alle spieren gebruikt worden. Waarbij er ergens gecoördineerd moet worden of de samenwerking goed gaat. De proprioceptische informatie moet gecombineerd worden met de oorspronkelijke intentie van de beweging, om dit goed te laten verlopen. Dit gebeurt in eerste instantie in de ganglia, knopen, van het ruggemerg.

Aannemende dat dit allemaal goed werkt, heb je dus een goedwerkend bewegingsapparaat. Wat beperkt bruikbaar als je niet weet waar je naar toe gaat. Waarbij aangetekend dient te worden dat de hoofdfunctie van het eerste bewegingsapparaat waarschijnlijk simpel was: wegwezen van ontdekt gevaar. Bestemming onbelangrijk.

Maar het duidelijk evolutionair voordelig als je weet waar je heen moet, al was het maar om zo niet juist in de richting van het roofdier te gaan. Daarvoor is het waarnemingssysteem. Vermoedelijk waren de eerste waarnemingsysteem tast en temperatuur. Werd je betast: wegwezen. En hitte is altijd een groot gevaar geweest voor welk leven wezen dan ook. Dit heet het somatosensory system  (dus van de huid e.d.).

De derde in dit rijtje is geur. De eerste dat een toegewijd orgaan kreeg. Met geur kan een roofdier op aanzienlijke afstand ontdekt worden, en vissen hebben een fijnontwikkeld geurgevoel hiervoor  .

Maar vissen hebben ook al het qua hersenen meest veeleisende orgaan: het oog. Al was het maar omdat er daar twee van zijn, en de signalen van de twee met groot voordeel gecombineerd kunnen worden, tot een dieptebeeld. Waarvoor wel druk gerekend moet worden. Om één enkel beeld van de werkelijkheid te construeren. En daarna het bewegingsapparaat te sturen om een pad af te leggen binnen die geconstrueerde werkelijkheid. Een vorm van virtual reality zoals iedere waarneming door wat dan ook een vorm van virtual reality is. Welke term hier gebruikt wordt om aan te geven dat daar bijzonder veel rekenkracht voor nodig is, want computers zijn pas een kort geleden krachtig genoeg geworden om dit kunnen.

De ontwikkeling van deze functionaliteit heeft dat deel van de hersenen doen ontstaan wat in de moderne mens de hersenstam is. Daar komen de signalen van zowel bewegingsapparaat als waarnemingsorganen binnen. De volgende illustratie geeft daarvan het eerste globale overzicht - deze en de andere anatomische gravures komen uit de atlas van Gray  - deze illustratie is Gray 690:


In deze gravures zijn de gestippelde structuren de kernen, concentraties van neuronen, en de gestreepte zijn de bundels van neuronuitgangen of axonen die voor de in- en uitvoer van signalen van elders zorgen bundel. Elders in de hersenen zijn de kernen meestal duidelijker omlijnd, en redelijk bolvormig, in de hersenstam ligt dit wat minder duidelijk, hetgeen aanleiding heeft gegeven tot een reeks van aanduidingen als nucleus, corpus, locus, formation enzovoort. Voor de bundels axonen is er een soortgelijke "verwarring" met termen als peduncle (Latijn voor "stengel"), fasciculus ("bundel"), lemniscus ("band") of gewoon "fiber".
    De bundels vervoeren de informatie van de ene structuur naar de andere. In de hersenstam lopen er bundels van en naar het ruggenmerg, en komende en gaande naar de hersenstamkernen waarvan de grootste is het hier getoonde complex genaamd de olive of olivary body of olijfvormige lichaam, van en naar de  kleine hersenen of cerebellum waarvan hier in omtrek de aan- en afvoer bundels zijn getekend net boven de olive, de thamalus, het doorgeefstation naar de emotieorganen (waarvan hier zichtbaar de caudate nucleus, de ui-achtige vormen aan de bovenkant - zie ook Emotie organen, overzicht ) en de cortex, en direct van en naar naar de cortex (niet weergegeven).
    Een ander belangrijk begrip dat hier weergeven wordt, is decussation - dit is de algemene term voor "kruislings", wat wil zeggen dat de bundels van de linker naar de rechter helft van het ruggemerg of de hersenstam lopen. Dit is ter coördinatie van de besturing van de linker- en rechter helft van het lichaam. Dit slaat hier op Sup. penducle, afkorting voor superior peduncle, de bovenste van drie grote bundels naar het cerebellum, en de Med. lemniscus of medial lemniscus (geeft informatie uit de kernen van de hersenstam door naar de thalamus, boven  ).
    In deze tekening valt nog een ander item op, omdat het normaliter niet wordt weergegeven, en dat is de reticular formation. Deze ligt ruwweg in het midden van de hersenstam, lopend van beneden naar boven, met de kernen gewoonlijk meer naar buiten. Daarover verderop meer, net als de rest van de benoemde structuren.

De volgende illustratie, Gray 691 geeft meer details dan de voorgaande, omdat de bundels aan de buitenkant zijn weggelaten zodat de binnenkant meer zichtbaar wordt:

Aan de onderkant is het ruggemerg zichtbaar, met onder andere aangegeven de trigeminal of drielingzenuw (naar het gezicht), de vijfde van de hoofdzenuwen (gaande naar het gezicht). De meeste van de zenuwen komende en gaande naar het ruggemerg verlaten in deze streek de hersenen - meer naar boven is aangegeven met N.V. de nervus vagus (naar keel, borst en omgeving).

Ook benoemd is een veeltal kernen, te beginnen met de nucleus cuneatus, die uit het ruggemerg signalen krijgt over de fijne sturing en proprioceptie (terugmelding) van het bovenlichaam, en de nucleus gracilis idem voor het onderlichaam. Ze zijn een tussenstation voor die signalen richting thalamus, aan het bovenste einde van de hersenstam, vanwaar ze naar de cortex gaan. Cuneate en gracilis zijn de tweede orde kernen, na de ganglia in het ruggemerg, en zorgen dus voor de eerste hogere verwerking. De nucleus cinerea doet iets dergelijk voor de nervus vagus.

Dan komen de cochlear nucleus, de eerste orde kern voor het gehoor, en de vestibular nucleus, die de signalen van het evenwichtorgaan ontvangt. Deze zitten direct aan de cochlear nerve of acoustic nerve, hier niet zichtbaar.
    Het doel van de nucleus incertus wordt aangegeven als "niet geheel duidelijk", maar lijkt een aansturende functie te hebben voor de rest van de omliggende hersenstam, en dat stress lijkt te signaleren en in verband wordt gebracht met het corticotropin-releasing hormone of CRH - corticotropine is een stresshormoon dat in het bloed komt middels de hypofyse (zie verderop), en zorgt voor de aanmaak van corticosteroïden, als medicatie een bekend paardenmiddel voor de bestrijding van infecties en kwalen als astma.

Alwaar we even stoppen met deze figuur en overstappen op de volgende, om het al genoemde cerebellum te plaatsen (Gray 709):


Het cerebellum is veruit de grootste structuur in deze regio, en de op een na grootste van het zenuwstelsel na de cortex. Omdat er ook een interne gelijkenis is, noemt men het in het Nederlands ook wel de kleine hersenen, hoewel hun functie sterk verschilt.
    Wat hier aangeduid wordt als de corpora quadrigemina zijn de vier kernen van de inferior en superior (erboven) colliculus uit Gray 691, hier zichtbaar als vier bulten aan de buitenkant. Dit gebied wordt ook aangeduid als het tectum, of het "dak", of mesencenphalon (de ene soort aanduidingen is gebaseerd op uiterlijk of anatomie, de andere op evolutionaire of embryonale ontwikkeling) - het gebied daarboven heet dubbelbrein of diencenphalon, omdat het zichtbaar in tweeën in gedeeld, en het gebied onder het tectum is ook bekend als het tegmentum ("bedekking").

Het cerebellum zit vast aan de hersenstam met de (dikke) neuronbundels die als in- en uitgang dienen: de superior-, middle- en inferior peduncle, waarvan hier zichtbaar de superior, en in de vorige illustratie de inferior (in doorsnede). Ook getekend is de grootste van de vier keren binnen het cerebellum, de nucleus dentatus, die dienen als begin- en eindpunt van de verbindingsneuronen. De rest van het cerebellum is een groot min of meer homogeen veelvuldig opgevouwen vel, dat bestaat uit drie functionele lagen van neuronen, en er voor technici uitziet als een gigantisch grote matrix - meer detail hier . De term "kleine hersenen" is veroorzaakt door de structurele gelijkenis met de grote hersenen, beide zijnde één groot grotendeels homogeen vel dat in een ingewikkeld patroon is gevouwen om zo veel mogelijk oppervlak in zo klein mogelijk volume te proppen. Een essentieel verschil is dat de cortex opgebouwd is uit zes lagen. Het voor iedereen zichtbare verschil is dat kernen de functie hebben die ze hebben, en voor de homogenere vel-structuur je je makkelijk kan voorstellen dat het ene deel de functie van een ander deel kan overnemen. Of dat ze dus een gemeenschappelijk denkproces op een hoger en meer abstract plan afhandelen - noem het "rekenen".

De volgende illustratie geeft nog een overzicht van buiten, een kwart slag gedraaid (Gray 705):

Deze illustratie laat nog een veelgebruikte indeling zie, met bovenin, op de plaats van de afsnijding, het tectum, in het midden de pons, en daaronder, niet benoemd, de medulla oblongata (die twee samen is weer het tegmentum). Hier is zichtbaar waaraan de olive zijn naam ontleend, net als de naast liggende pyramid, waarachter de bundels van en naar het ruggemerg schuilen.

Nu gaat een aantal van deze structuren aan elkaar gekoppeld worden. Dit start met de volgende meer schematische illustratie (van Wikipedia uitleg of detail ; Gray 699), een doorsnede door de medulla oblongata, net onder de aanhechting van de peduncles van het cerebellum, die meer detail geeft van de onderlinge samenhang van die structuren, en die ook duidelijk het modulaire karakter ervan laat zien: de bundels van de peduncles splitsen in meerdere delen, die afgehandeld worden door ieder eigen kernen - met het veelvoorkomende thema dat bundels van links verwerkt worden door kernen rechts:

De nummers 8 zijn de onderste ("inferior") peduncles - de blauwe lijnen aan de buitenkant zijn de bundels die om de pons lopen in Gray 705, boven). Zichtbaar is dat een groot deel van de bundels (11) gaat naar de olive aan de andere kant, hetgeen dus ook een van beneden naar boven kwestie is, zie Gray 690. 5, 6 en 7 zijn de gracilis, cuneatus en cinerea kernen al besproken bij Gray 691, als ontvanger van proprioceptische en fijne-aanrakingsinformatie afkomstig van het lichaam. Hier zien we dat deze doorverbinden naar cerebellum. Waaruit je de conclusie kan trekken dat het cerebellum doet aan verdere verwerking van deze informatie, waarschijnlijk van de soort "berekening", en de combinatie of integratie ervan. Vanuit deze kernen starten de bundels van de medial lemniscus (niet getekend), met de resulterende informatie, gaande omhoog naar de thalamus.
    De nummers 13 zijn de arcuate nuclei of boogvormige kernen. Deze zitten aan de bundels die van het ruggemerg komen en signalen doorgeven aan het cerebellum uitleg of detail . Hun positie wordt beter zichtbaar in de volgende illustratie.
    14 en 15 zijn de "zwervende" ("vagus")- en tong ("hypoglossal")-zenuwbundels die hier de hersenstam verlaten.
    Meer informatie bij deze illustratie hier uitleg of detail .
    De volgende meer anatomisch realistische variant (Gray 695) geeft wat meer inzicht in de onderlinge ligging van de structuren:

Hierin zijn ook de vele op- en neer lopende bundels in doorsnede zichtbaar: cerebrospinal fasciculus zijn de bundels die van cortex naar ruggemerg lopen, en de restiform body is een andere naam voor de inferior peduncle van het cerebellum. Ook is hier de positie duidelijker van de nucleus arcuatus uit de schematische doorsnede: deze ontvangt signalen vanuit het ruggemerg via de cerebrospinal fasciculus, en verbindt die, na verwerking, door aan het cerebellum.

Al deze structuren gaan vermoedelijk over voornamelijk het op elkaar afstemmen van bewegingsapparaat, terugmeldingsinformatie, en de informatie van de waarnemingsorganen tot een min of meer geïntegreerd plaatje, dat het brein in staat stelt effectieve bewegingssignalen af te geven in respons op zich in de buitenwereld voordoende zaken.

Waarmee we zijn aanbeland bij de tweede categorie van signalen naast die van de beweging: die van de waarnemingsorganen. Daarvan zijn we in Gray 691 al tegengekomen de cochlear nucleus, de eerste kern voor het gehoor, en de vestibular nucleus, die van het evenwichtorgaan. Verder naar boven in Gray 691 is getoond de inferior colliculus  . De inferior colliculus is ook geassocieerd met het oor. Omdat de inferior colliculus, net als de cochlear nucleus, met het gehoor van doen heeft, en de cochlear nucleus direct met de gehoorzenuw verbonden is, moet de inferior colliculus dus een secundaire functie vervullen - na de directe verwerking in de cochlear nucleus. In de inferior colliculus wordt de informatie van het gehoor gecombineerd met dat van het somatosensory system (van de huid e.d.).
    En daarmee is het niet gedaan. Het ruwe geluidssignaal afkomstig van het oor doorloopt zo een aantal verwerkingstappen, voordat het uiteindelijk aankomt in de cortex, en het bewustzijn, zie de volgende illustratie  (de medial geniculate body is een kern in de thalamus):

Zo'n keten van kernen ontstaat vanuit de behoefte om de ruwe informatie, in dit geval die van het gehoor, steeds beter te integreren met andere informatie tot een zo compleet mogelijk beeld van de omgeving. Op technische gronden kan je vermoeden dat een integratiestap in een volwassen vorm uit twee delen bestaat: eerst moeten twee verschillende soorten informatie ongeveer dezelfde vorm krijgen, en vervolgens moet die twee gemengd worden. En zijn er meerdere van dit soort stappen, krijg je een keten.

Iets dergelijks geldt dus vermoedelijk voor het optische waarnemingsysteem, waarvan in Gray 691 zichtbaar is de superior colliculus, direct boven de inferior colliculus. De directe ligging ernaast en de uiterlijke gelijkenis in structuur doen al een gelijksoortige integrerende functie vermoeden. Dit wordt ondersteund door haar structuur, zoals geïllustreerd hier uitleg of detail (een schematische horizontale doorsnede - aqueduct is het vertikaal lopende kanaal voor hersenvloeistof - tectospinal tract is hier de naam voor de bundels van en naar het tectum, de andere naam voor de superior colliculi - getoond is de zoveelste decussation, kruislingse verbondenheid):

Weergegeven is hoe de superior colliculus is opgebouwd uit lagen die signalen krijgen van andere structuren - weggelaten uit deze figuur zijn de bundels axonen, komende van andere kernen, naar de drie weergegeven lagen toe (ieder weer bestaande uit meerdere onderlagen). De superior colliculus combineert dat tot nieuwe resultaten, bijvoorbeeld door te bepalen of en waar er in de drie lagen overeenkomstige patronen voorkomen. Die resultaten leidden, voor deze visuele toepassing, direct tot een aanpassingen van de beeld van de werkelijkheid dat geleidelijk, door middel van alle waarnemingsorganen, wordt opgebouwd. Dat beeld wordt meteen gebruikt om de oogbol aan te sturen, zie de motor output layer, dat wil zeggen: hier wordt mede bepaald welk element in het zichtveld aandacht verdiend. De interpretatie van het geziene gebeurt elders - volgens de literatuur.

Een voorbeeld van de functies die in deze omgeving uitgevoerd moet worden, is het combineren van de informatie uit het evenwichtsorgaan met de visuele waarneming. Een schuin staand hoofd leidt in de waarneming niet tot een schuin staand beeld. Dat is omdat het evenwichtsorgaan signaleert dat het hoofd schuin staat, en het systeem van visuele waarneming die schuine stand verrekent in wat ze aan de rest van het zenuwstelsel doorgeeft, zie de eerste bron hier  . Deze berekening moet ergens gebeuren, en aangezien het een bijzonder fundamenteel soort behoefte is tot bij de laagste diersoorten, gebeurt dit waarschijnlijk ergens in de hersenstam. Dus mogelijk in de superior colliculus. Of misschien, of deels, in het cerebellum, de kleine hersenen.

Hiermee zijn in dit overzicht twee hoofdtaken van de hersenstam afgehandeld, qua overzicht: het bewegingsystemen en het waarnemingsstelsel. De derde wordt in overzichten meestal minder aandacht aan geschonken, en dat is de veelheid aan zaken rond het huishouden van het lichaam: hartslag, bloeddruk, slaap, ademhaling, slikken, blaasbesturing, gehoor, evenwicht, smaak, oogbeweging, gezichtsuitdrukking, en lichaamshouding. Daarvoor zit ook een veelheid van kernen in de hersenstam, met name het gebied van de pons  (Wikipedia). In de voorgaande illustraties is er geen enkele benoemd, en ook hier gaan we er verder niet op in. Met één uitzondering: het slaap-waak systeem.

Het slaap-waak systeem behoort tot de basale functies van het lichaam, en de onderdelen ervan zijn dan ook gelegen in de hersenstam, in de pons en er vlak omheen. Dat wil zeggen: de uitvoerende functies, want de omschakeling zelf vindt plaats in de hypothalamus. De hypothalamus is een orgaan bestaande uit een veelheid van kernen, dat ligt in het gebied van de emotie-organen, om precies te zijn: tussen en voor de twee thalamussen (vandaar de naam). Aldaar neemt het een bijzondere plaats is, aangezien het, net als de eraan verbonden hypofyse, zo'n beetje het enige element is dat niet dubbel is uitgevoerd - zit in een linker- en rechterhelft. De vermoedelijke reden voor de enkelvoudige uitvoering is dat in de hypothalamus de schakelaar van het slaap-waak systeem zit, en van zo'n schakelaar kan je er maar één hebben  . De schakelaar bestaat uit twee kernen van de hypothalamus. Die kernen zijn verbonden met kernen en andere structuren in de hersenstam, en die laatste voeren de opdrachten uit, zoals het immobiliseren van het bewegingsapparaat. Bekend is wat er gebeurd bij een storing aan deze functie: dan ga je slaapwandelen.

Het feit dat de aansturing van het slaap-waak systeem hoger ligt dan de uitvoeringsonderdelen zelf doet wel één ding vermoeden: die uitvoeringsonderdelen waren er eerst. En deden dus al eerdere taken.

Waarmee we aangekomen zijn bij de vierde onderfunctie van het zenuwstelsel, naast beweging, waarneming en lichaamsonderhoud: de besturing. Het heeft geen enkele zin om een bewegingsapparaat te ontwikkelen, aan te sturen door een nog ingewikkelder waarnemingsapparaat, als je geen idee hebt van wat je er mee wilt doen. Waar je heen wil. Er moet van begin af aan een ratio, een overlevingswinst, gezeten hebben in welke beweging dan ook.

In deze termen geformuleerd staat het antwoord er bijna al: de winst bestond van het begin af aan uit het wegwezen van een plaats waar gevaar dreigt.

Wat wel de vragen oproept wat "gevaar" is en hoe het primitieve leven dat ontdekt. Die vragen zijn al beantwoord: "gevaar" is het ontstaan van dode soortgenoten, en de methode om dat te ontdekken is de afvalproducten van die dood. In de primitieve wereld  is het belangrijkste gevaar dat van "opgegeten worden", en dat gaat in de meest primitieve vorm van "hap voor hap". Dat brengt noodzakelijkerwijs restanten van het opgegeten wezen in de omgeving. Die afvalproducten kunnen soortgenoten detecteren - dat is wat nu heet "geur"  . En dat is een uitstekend signaal om naar elders te gaan, als je een bewegingsapparaat hebt. Vandaar dat er ooit een bewegingsapparaat is ontstaan. Al bij eencelligen, zie hiernaast. (Overigens verklaart dit ook waarom sommige roofvissen hun prooi in één keer inslikken, wat qua digestie niet gunstig is - dit is ter vermijding van detectie)

Van het detecteren van de geur van afgeslachte soortgenoten naar het geïntegreerde waarnemingsstelsel met oren en ogen, is een lange weg. Het nut van die weg is in eerste instantie het verbeteren van het detecteren van gevaar, en ten tweede het verbeteren van de  manier om dat gevaar het hoofd te bieden."Weg te wezen" hoeft niet de slimste manier te zijn, zeker als er roofdieren komen die dat "wegwezen" detecteren als signaal van "Daar heb je een geschikte prooi".

En zo zijn we gekomen bij het punt dat er gekozen moet worden - oftewel: beslissingen genomen. Oftewel: dat er een besturingssysteem moet zijn. Met in eerste instantie natuurlijk vrij primitieve keuze - van oudsher bekend onder de simpele uitdrukking: "vechten of vluchten", bekend uit het Engels als "fight or flight" uitleg of detail . Maar wat in werkelijkheid een drietal is: "fight, flight or freeze", oftewel: "vechten, vluchten of bevriezen". Immobiliteit van de potentiële prooi is voor talloze roofdieren het signaal dat de potentiële prooi geen echte prooi is. Het wordt mensen zelfs bewust geleerd, dat, indien betrapt door leeuw of beer, bevriezen één van de beste tactieken is.
    Immobiliteit gaat zelfs meestal vooraf aan "vechten" - het besluit tot "vluchten" is meestal sneller. Immobiliteit is een essentiële basisfunctie, die van begin af aan in het systeem moet hebben gezeten. En immobiliteit werkt het beste indien ze volledig is. Dus alle bewegingssystemen betreft. Inclusief ademhaling en zelfs zo veel mogelijk het ogen-knipperen, kan iedereen bij eigen lichaam controleren. Er moet dus een centrale, simpele, schakelaar zijn die dit implementeert. Een neurale schakelaar. En die schakelaar moet overgehaald worden. Waartoe een besluit moet worden genomen, op basis van de actueel beschikbare informatie. En onmiddellijk. Dus dat moet allemaal liefst ook een beetje bij elkaar in de buurt liggen en daar waar al die informatie samenkomt. Logischerwijs, in de hersenstam, dus.

Het is dus een redelijk vermoeden dat de ergens in de hersenstam onderdelen zitten die deze functie vervullen, en daarbij horend dat dit onderdelen zijn waarvan op dit moment de functie onbekend of onduidelijk is, in verband met het beweging- of waarnemingssysteem. Waarvoor de primaire kandidaat is datgene wat nog geen duidelijk bekende functie heeft en in de buurt ligt van alle onderdelen met meer bekende functies, de kernen van de hersenstam. Die primaire kandidaat is dus de reticular formation (of ergens daarin), tegengekomen in het eerste overzicht: Gray 690. Er kunnen ook alternatieven zijn, maar voor die gelden dezelfde overwegingen als degene die volgen.

Wat de beslissingenmaker ook besluit, die beslissing moet aan de rest van het zenuwstelsel en daarna aan de rest van het lichaam worden meegedeeld, zodat dit de gewenste actie kan uitvoeren. Dat staat in die volgorde, omdat het zenuwstelsel er is omdat het sneller besluiten kan doorgeven dan de rest van het lichaam dat kan. Ook moet in die boodschappen zitten dat het in dit geval met maximale inzet moet, zelfs als dit lichte schade aan het eigen lichaam veroorzaakt, want maximale schade, verlies van leven, dreigt.

 Het neurale systeem is tot stand gekomen juist om signalen in het lichaam snel door te geven - aanvankelijk ongetwijfeld direct van waarnemingssysteem naar bewegingsapparaat om bij gevaar zo snel mogelijk weg te wezen. Later werd dit de ingewikkelde toestand met vele tussenstappen genaamd het zenuwstelsel. Hiernaast staat een illustratie met twee neuronen, met hun kleinere vertakkingen die de ingang vormen, en de grote, hier groen aangegeven, vertakking die de uitgang is: het axon (meer detail hier uitleg of detail ).  Het axon geeft stoffen af, in het algemeen "neurotransmitter" genoemd, die het andere neuron activeren (dat is meestal glutamaat) of het activeren juist blokkeren (dat is meestal gamma-amino-boterzuur of GABA).

Daarnaast zijn er neurotransmitters die de werking van glutamaat of GABA versterken of verzwakken - modulerende neurotransmitters uitleg of detail . Die bepalen welke delen van de hersenen harder of zachter gaan werken. Dit harder of zachter gaan werken, slaat natuurlijk met name op de genoemde situaties die voorzien zijn van het label "Gevaar!".

Dit geldt ook al voor de meest primitieve levensvormen, zodra ze iets van een zenuwstelsel gekregen hebben. Zodat logische plaats van de bron van deze modulerende neurotransmitters de hersenstam is. Waar je ze inderdaad vindt (althans: een aantal basale), en zelfs daar waar het vermoedde beslissingapparaat zit: aan de top van de reticular formation. Omdat de structuren die de modulerende neurotransmitters maken anatomisch moeilijk te onderscheiden zijn, hieronder eerst een schematisch globaal overzicht in zijaanzicht (van de site van Ben Best, voor een grotere versie zie aldaar uitleg of detail ) - de bovenkant sluit aan op het dienecephalon (thalamus en omstreken) en de onderkant op het ruggemerg.


De reticular formation is hier opgedeeld qua locatie en grootte van de betrokken neuronen: parvocellular is kleincellig, magnocellular is grootcellig, en gigantocellular is gigantisch-grootcellig. Dat laatste houdt natuurlijk ook verband met hun functie (de gigantocellular formation is geassocieerd met de gigantocellular nucleus, en die via de hypoglossal nerve met de tong - ook een belangrijk waarnemingsorgaan, in verband met de voedselopname).
    Ook bij deze structuren is de naamgeving in de literatuur weer uiterst verwarrend - voor het algemene gebied is er ook tegmentum, en locatieaanduidingen zijn vaak ook in dorsal en ventral (buik en rug) en rostral en caudal (bek en staart). En de kernen hebben diverse andere namen, zoals pedunculopontine nucleus (PPN) of pedunculopontine tegmental nucleus (PPTN or PPTg), oftewel: de kern die in het tegmentum ligt, meer specifieker in de pons en aan de kant van de peduncles van het cerebellum ...

Aan de bovenkant van de reticular formation liggen de bronnen van de modulerende neurotransmitters: het al genoemde substantia nigra (zwarte stof - heeft twee delen: compacta en reticulata), de locus coereleus (blauwe plek), en in dezelfde buurt maar slecht lokaliseerbaar en hier niet weergegeven ligt het ventral tegmental area of VTA (naast het substantia nigra). Meer verspreid naar beneden en langs de rand (zie vorige illustratie) liggen de raphe nuclei uitleg of detail (Wikipedia) - voor een schematisch overzicht, zie de volgende illustratie (afbeelding van de site van Ben Best uitleg of detail )

Ter oriëntatie, gaande van beneden naar boven: dit overzicht begint direct boven het ruggemerg, met eerst het gebied (in tegenstelling tot structuur) van de medulla oblongata, dan het gebied van de pons, gekenmerkt door het dikke bult links, rechts daarvan ligt het niet getekende cerebellum (structuur), en dan komt verder naar boven en zichtbaar rechts als de twee bulten: de inferior en superior colliculus (structuren), met gebiedsnaam mesencenphalon of middenbrein.
:   Voor een wat anatomisch correcter illustratie van met name de positie van de raphe nuclei, zie onder - merk daarbij op dat dit vrij dunne of platte structuren zijn die aan de rand van de hersenstam liggen, zie twee illustraties terug. De onderste exemplaren voorzien de hersenstam van serotonine, de bovenste de emotie-organen en cortex:

De in en bij de vorige illustratie genoemde structuren produceren de vier belangrijkste modulerende neurotransmitters: dopamine (substantia nigra compacta en VTA), noradrenaline of norepinephrine (locus ceruleus), acetylcholine (recticular nuclei, met name de pedunculopontine nucleus of PPN uitleg of detail - in de illustratie boven de giganto- of magnocellular reticularformation), en serotonine (raphe nuclei).

De werking van de modulerende neurotransmitters kan in extrema getoond worden door ze uit te schakelen, wat is gedaan met dierexperimenten. Van de site van Ben Best uitleg of detail :

  Cutting the fibers from the substantia nigra makes cats comatose. Destruction of the locus ceruleus eliminates rapid eye movement (REM) sleep in cats. Destruction of the raphe nuclei results in cats that cannot sleep.

Wat dus laat zien dat de neuromodulators een cruciale rol spelen in het reguleren van de alertheid en in het waak-slaapsysteem.

Van de meer algemene regulerende rol van neuromodulatoren een concreet voorbeeld aan de hand van een toepassing van dopamine uitleg of detail :

Onderaan zichtbaar is de hersenstam met daarin de substantia nigra (SN), in het midden de relevante onderdelen van de basale ganglia (de eerste laag van de emotie-organen, zie Emotie-organen, overzicht  ), en dan de cortex die eigenlijk om het geheel heen ligt. Ook schematisch getekend zijn de neuronale verbindingen: in blauw de activerende en in rood de blokkerende.
    De dikte van de pijltjes geeft hun relatieve sterkte aan, en in linker hersenhelft is het geheel min of meer in evenwicht. Rechts is het evenwicht verstoord, overeenkomende met het optreden van de ziekte van Parkinson uitleg of detail .
    De rol van dopamine hierin is dat het het evenwicht tussen de activerende en de blokkerende processen regelt, en de situatie in de rechter hersenhelft is het effect van een tekort aan dopamine. De veelheid van verschijnselen rond Parkinson bevestigt meteen dat dopamine geen specifieke taak heeft, maar de algemene van moduleren.
     In het rechtsstaande diagram van de circuits van verbindingen is één van de processen betrokken bij Parkinson schematisch uitgewerkt (let op: dit is gewijzigd ten opzichte van het origineel uitleg of detail : om beter aan te sluiten bij de voorgaande illustratie zijn rood en blauw zijn omgewisseld, en het diagram is geherordend naar neurologische locatie, van beneden naar boven) - striatum is de naam voor de combinatie van putamen en caudate nucleus, twee van de basale ganglia die liggen naast de globus pallidus (GPe en GPi), zie Emotie organen, overzicht  .
    Merk als eerste op dat dit allemaal lus-circuits zijn, dus met terugkoppeling ingebouwd.
    Merk als tweede op dat twee achtereenvolgende rode pijlen gelijk zijn aan tezamen een enkele blauwe. Bijvoorbeeld in de combinatie striatum - GPe - STN blokkeert het striatum de GPe, maar omdat de GPe de STN blokkeert, zal een extra blokkade (uitgaande van een evenwichtssituatie) door het striatum neerkomen op minder blokkade voor de STN.
    Merk als derde op dat uit het striatum alleen blokkerende signalen komen (overigens gaan de uitgangen van het striatum uitsluitend naar andere onderdelen van de basale ganglia). Een mogelijke reden daarvan is dus dat je uit twee opeenvolgende blokkerende signalen wel een activerend effect kan krijgen, maar niet uit twee activerende een blokkerend (dit weerspiegelende gelijksoortige regels uit de logica en de algebra: uit twee minnen kan je wel een plus maken, maar van twee plussen krijg je weer een plus).
    Uit het diagram zijn twee ondercircuits af te leiden: één dat het activatieniveau van de cortex verhoogt verhoogt, en één dat dat vermindert. En het het gaat hier om de activatie van beweging. Het activerende, directe, circuit is uitleg of detail :
  Cortex (stimulates) → Striatum (inhibits) → "SNr-GPi" complex (less inhibition of thalamus) → Thalamus (stimulates) → Cortex (stimulates) → Muscles, etc. → (hyperkinetic state)

En het deactiverende, indirecte, circuit is met de extra omweg via GPe en STN:
  Cortex (stimulates) → Striatum (inhibits) → GPe (less inhibition of STN) → STN (stimulates) → "SNr-GPi" complex (inhibits) → Thalamus (is stimulating less) → Cortex (is stimulating less) → Muscles, etc. → (hypokinetic state)

En normaliter bevindt de toestand zich in een redelijk evenwicht, in het "midden", met een gemiddeld activatieniveau horende bij normale menselijke activiteiten en hun bijbehorende gematigde bewegingen.
    De besturing van dit proces gaat door het verschuiven van dit evenwicht van activeren en inhiberen. En daarvoor zorgt mede de tot nu toe niet besproken pijl: lopende vanaf het SNc, het substantia nigra compacta, die dopamine verstuurt richting striatum. Dopamine stimuleert het directe circuit, en als van het waarnemingssysteem of elders signalen komen die vragen om meer activiteit verstuurt de SNc meer dopamine, en er komt meer activatie in de beweging. Met als een uiterlijk kenmerk dat de persoon opgewonden raakt - en bijvoorbeeld gaat gesticuleren.
    Als het omgekeerde nodig is, wordt het indirecte circuit gestimuleerd, door een van de andere modulerende neurotransmitters: acetylcholine.
    Bij ernstig gebrek aan dopamine raakt de regulering, het evenwicht, ontregelt, en een van de algemeen bekende gevolgen van verstoord evenwicht is oscillaties of trillingen uitleg of detail .

De hersenstam speelt dus een geïntegreerde rol ook in het uitvoeren van willekeurige bewegingen, bewegingen gestuurd door de cortex. Deze geïntegreerde rol van de hersenstam geldt voor al de genoemde vier modulerende neurotransmitters, zoals geïllustreerd door de loop van de circuits van twee ervan uitleg of detail (het origineel is gewijzigd naar de hier gebruikelijke oriëntatie):
  RN: raphe nuclei;  BS: brain stem (hersenstam);  Th: thalamus;  S: septal nuclei;  HC: hippocampus;  Amy: amygdala;  H: hypothalamus;  LC: locus ceruleus;  RF: reticular formation.
De hypothalamus ligt direct onder de H - het uitsteeksel onder de H is de hypofyse. De hippocampus is aangegeven als bestemming maar niet zelf zichtbaar. De aanduiding RF als bron van noradrenaline voor het ruggemerg is correcter LTF of lateral (zijwaartse) tegmental field, wat in het eerste overzicht van Ben Best vermoedelijk is aangegeven als lateral reticular nucleus.
 

Meestal zijn dit soort tekeningen nog schetsmatiger weergegeven, maar de hoofdlijn van de verbindingen naar de cortex maakt voor al die circuits de bijna gehele cirkel van voor naar achter, die vermoedelijk ligt in het cingulum uitleg of detail , axonbundels liggende tussen hersenbalk (de "banaan" net onder de hoofdlijn boven) en cingulate cortex (ter plekke van de hoofdlijn boven - zie ook Neurologie, overzicht, globaal uitleg of detail ). Vanuit de hoofdlijn zie je in gedetailleerde opnames, hier rechts een voorbeeld, een veeltal aan bijna rechtstandig omhoog gaande zijtakken de cortex in die normaliter, zie boven, schetsmatig aangegeven zijn.

Dit voorbeeld en het vervolg geeft aanleiding voor twee ongebruikelijke conclusies: het voorbeeld betreft de invloed van dopamine op het bewegingsapparaat dus de gebruikelijke associatie van dopamine met het genotsysteem is onjuist in de zin dat het volstrekt onrepresentatief is: dopamine stimuleert neurale systemen, waaronder het genotssysteem.

En de tweede ongebruikelijke conclusie is dat de hersenstam een integraal werkend onderdeel is van het hele functioneren van stimulerings-, alertheid- en alarmeringsysteem van het zenuwstelsel, inclusief dus het slaap-waaksysteem.

En daarin vervult het niet een louter passieve rol, zoals blijkt uit het verschijnsel van "flauwvallen", en een klasse van soortgelijke verschijnselen als "duizeligheid". "Flauwvallen" is het verschijnsel dat het bewustzijn plotseling en vaak zonder voorafgaande waarschuwing de controle over het zenuwstelsel verliest en lijkt te stoppen met werken, waarbij tevens het bewegingsapparaat wordt uitgeschakeld.
    Dat besluit wordt niet door het bewustzijn genomen. En de emotionele organen bieden ook geen voor de hand liggende plaats, vergeleken bij het alternatief: de hersenstam. Daar bevinden zich de centra die dit kunnen afhandelen, en daar ligt de bron van de signalen die dit kunnen doen. De voor de hand liggende gang van zaken is dat de modules die het beoordelen van gevaar afhandelen en tot "Bevriezen, vluchten of vechten" besluiten ook degene zijn die dit afhandelen. Er doet zich bij flauwvallen kennelijk een situatie voor die deze module als potentieel gevaarlijk beschouwt, en daarvoor is kennelijk een vierde strategie ontwikkeld.
    Er zijn vele verschillende soorten situaties waaronder flauwvallen optreedt - van pure lichamelijke uitputting, tot het zien van een injectienaald bij de dokter, of zelfs zoiets gerings als een beetje bloed. De term voor de trigger van flauwvallen moet dus redelijk algemeen zijn, en voor de hand liggend is "Overbelasting". De reactie erop van het systeem is dan: "Uitschakelen".

De klasse van verschijnselen rond flauwvallen laat dus zien dat de hersenstam wel degelijk "meekijkt" met wat er in de systemen van de neuromodulatoren gebeurt, en kan ingrijpen bij overbelasting.

Een reden voor het ontstaan voor systemen bovenop die van de hersenstam is vermoedelijk het digitale karakter van haar "digitale" karakter - het is "aan" of "uit" en weinig of geen tussenfasen. Dus niet het bewegings- en waarnemingsysteem, maar het beslissingsysteem. Dat is een beperking en in veel omstandigheden een tekortkoming. Het verbeteren van die tekortkoming is de vermoedelijke aanleiding voor de evolutie van het systeem van de emotie-organen. Die de systemen van de hersenstam gebruiken, maar hun werking aanvullen. Wat ook blijkt uit de betrokken tijdsfactoren: beslissingen van de hersenstam zijn een stuk sneller dan die van het emotionele systeem. reden dat die eerst soort beslissingen ook "reflexen'" worden genoemd. Zo kan de hersenstam  reflexmatige besluiten tot "bevriezen", waarna de emotionele hersenen de gelegenheid krijgen tot nadere evaluatie, en kunnen dan bijvoorbeeld tot de conclusie komen dat dat snel op hen af komende ding een soortgenoot is. En ongevaarlijk.

Welke reeks ontwikkelingen nog eens herhaald is met het uitgroeien van de cortex, het rationele systeem. dat nog weer wat langzamer is.

Deze beschrijving is dus min of meer een neurologisch equivalent van het adagium van William James uitleg of detail : "Je rent niet weg omdat je bang bent, maar je bent bang omdat je wegrent": in de hersenstam is op grond van de waarnemingen besloten weg te rennen, de emotionele hersenen interpreteren dat in het licht van voorgaand gedrag en plakken daar het label aan dat bij dat eerdere gedrag is gaan horen, en dat label wordt gelezen door het bewustzijn in de cortex: "Ik ben bang".

Waar het in deze beschrijving van de hersenstam mede om gaat, is om te laten zien dat de hersenstam niet een volledig zelfstandig functionerende eenheid is die voor de rest, met name het bewustzijn, de dagelijkse lichamelijke routine afhandelt, maar een integraal deel uitmaakt van de stemmingen en sommige beslissingen van het geheel van het zenuwstelsel, waartoe het bewustzijn ook behoort.

Deze algemene invloed kan weer het duidelijkst geïllustreerd worden door de extreme gevallen. Mensen doen soms dingen die anderen en ook henzelf totaal verbijsteren - met als bekendste voorbeeld "zinloos geweld", maar er zijn meer soorten uitleg of detail . Waar het hier omgaat is dat ze zelf duidelijk geen controle op dit gedrag hebben, dat wil zeggen: hun bewustzijn. Oftewel: de rationele hersenen. Ook de emotionele organen zijn geen erg geschikte kandidaat, omdat de het bewustzijn zich toch bijna altijd donders goed bewust is welke emoties er meespelen in zaken. En bovendien worden vele van deze "impulsieve" daden gedaan op een niet-emotionele manier.
    De term "impulsief" zegt hier eigelijk al alles:dit zijn daden geïnitieerd door het reflexensysteem - de hersenstam. Dat dit gedrag mensen verbijsterd, betekent dat ze niet weten waar het vandaan komt - omdat het een laag te diep ligt om de oorsprong te kunnen waarnemen

Dit zijn de extreme gevallen. Maar volgens het principe van de glijdende schaal uitleg of detail is het dus niet onaannemelijk dat ook bij vele andere beslissingsprocessen die volledig door het rationele verstand genomen lijken worden, de hersenstam een rol speelt. Die externe rol is op het psychologische vlak bekend voor de emotionele organen: het is zelfs zo dat de meeste mensen in de meeste omstandigheden hun emotionele ingevingen laten prevaleren boven hun rationele uitleg of detail . En als dat geldt voor een (ruime) meerderheid van beslissingsprocessen, is het beslist niet onaannemelijk dat, gezien de vrij intensieve koppeling tussen emotionele organen en hersenstam, bij een deel van die beslissingsprocessen weer nog verderop van de hersenstam stamt, waarvan psychologische voorbeelden hier uitleg of detail . Die zijn het gevolg van neurologische koppelingen. Veel op het rationele vlak onverklaarbaar gedrag, is wel verklaarbaar door ook de rol van de hersenstam in het hele proces te betrekken uitleg of detail . Het is de vermoedelijke neurologische basis van verschijnselen als cognitieve ziekte uitleg of detail en cognitieve psychopathie uitleg of detail .

Dit wat betreft de neuromodulatoren die hun oorsprong vinden in de hersenstam. Ter afsluiting eerst nog wat over de overige structuren aan de top ervan en het overgangsgebied naar de emotionele organen. Waarvoor we weer teruggaan naar de eerste illustratie (Gray 690), herhaald hier:


Van de structuren aan de bovenkant is de substantia nigra al behandeld. Van de red nucleus wordt gesteld dat het coördinatie van bewegingen verzorgd, met name bij lagere dieren (zonder controle van beweging door de cortex) en baby's. Dat moet dan zijn op een niveau hoger dan de overige onderdelen van de hersenstam en het ruggemerg dat al doen (een duizendpoot beweegt ook al behoorlijk gecoördineerd). Op latere leeftijd behoudt de rode kern de controle over ruwere bewegingen van schouder en bovenarm. De tijdvakken waarin de overname van coördinatie tussen verschillende structuren plaatsvindt valt vermoedelijk samen met de tijden waarop het opgroeiende kind in de opvoeding "overgangsverschijnselen" vertoont, bijvoorbeeld de populair bekende "peuterpuberteit".
    De subthalamic nucleus ligt over de grens tussen mesencenpahlon (middenbrein) en dienencephalon (dubbelbrein). Ze is in interactie met de globus pallidus, zoals gezien boven in het dopamine-circuit. Ze wordt genoemd als bron van de signaalstromen door de basale ganglia, die zelf onderling voornamelijk een remmende (inhiberende) werking op elkaar hebben. Dus min of meer als de klok in een computersysteem, die ervoor zorgt dat de informatiestroom van het ene onderdeel naar het andere gaat (vroeger de megahertzen en tegenwoordig de gigahertzen die worden genoemd als de snelheid van een computer).
    De ui-vormige structuur rond de thalamus is al genoemd als de caudate nucleus maar dat is eigenlijk de combinatie van caudate nucleus en putamen, die samen het striatum vormen. Tussen striatum en thalamus ligt de globus pallidus.
    De verbindingen aan de bovenkant zijn wat beter zichtbaar in Gray 691, hier ook herhaald:

De de auditory radiation ("gehoorsuitstraling", geel, samen te nemen met de medial geniculate) gaat van de inferior colliculus naar de temporale cortex (bij de slaap) en heet radiation omdat de neuronale axon-bundels daar nogal uitwaaieren.
    De pulvinar is de achterkant van de thalamus, de corticotectal fibers vormen de verbinding tussen cortex en (optic) tectum tot nu benoemd als de superior colliculus, en de thalamacortical fibers zijn de verbindingen tussen thalamus en cortex. Rechts aangegeven is de internal capsule, wat de naam is voor de uitwaaiering van verbindingen vanuit ruggenmerg en herstenstam omhoog naar de cortex, die tussen de openingen van de caudate nucleus door lopen (zichtbaar in het midden van de veelkleurige illustratie van de neurotransmittercircuits).

Tot slot nog een paar woorden over de in het kader van het slaap-waak-systeem al besproken hypothalamus. Die hoort tot het diencephalon en wordt, tezamen met de eraan hangende hypofyse (Engels: pituitary gland of pituitary) soms, onder de noemer van "limbische systeem", tot de emotie-organen wordt gerekend. De hypothalamus is aangegeven in de illustratie van de circuits van serotonine en noradrenaline met het symbool H, en de hypofyse is het uitsteeksel direct onder de H. De hypothalamus stuurt de hypofyse aan en de hypofyse pompt neurotransmitters in de bloedstroom, daar meestal "hormonen" genoemd. Het is vrijwel zeker dat dit ook een basale functie is die hoort bij de hersenstam. Er is dan ook maar een enkel exemplaar van, in tegenstelling tot de emotionele organen.
    De hormonen maken het lichaam klaar voor de acties (mede) besloten door de de hersenstam. Zo stimuleert dopamine onder andere de aanmaak van adrenaline, dat het lichaam in een algemene staat van alarm brengt: ademhaling en hartslag worden opgevoerd, klaar voor snelle en/of radicale actie. Serotonine heeft een remmende en dempende werking. Meer daarover bij de bespreking van de emotie-organen.

Conclusie: het zenuwstelsel is op dit niveau al een hiërarchie van functionaliteiten, die verzorgt wordt door een hiërarchie van structuren. Die ieder hun eigen hoofdfunctionaliteit hebben, waarin ze aangestuurd worden door weer andere centra met andere hoofdfunctionaliteiten. En dat geheel controleert elkaars functioneren door het voortdurende heen-en-weer sturen van signalen.


Verder met de emotie-organen hier  .


Naar Neurologie, organisatie  , Psychologie lijst  , Psychologie overzicht  , of site home  .

 

 

19 nov.2011; 3 mrt.2013; 2 apr.2013