Psyche en brein, nr. 1-2014, door Christof Koch .2010

Droomtoestanden

Dromen zouden wel eens de sleutel kunnen bevatten tot het mysterie van het bewustzijn.


Hebt u de recente kaskraker Inception gezien? Wat The Matrix betekende voor ons denken over virtual reality, betekent deze film voor het verschijnsel dromen. Ik hield mijn adem in toen ik zag hoe de bouwkundestudente Ariadne de straten van Parijs als een deken over zich heen vlijde. Deze spectaculaire scŤne, een hommage aan M.C. Escher, maakte weer eens duidelijk hoe bizar dromen soms kunnen zijn en zette de neurowetenschapper in mij aan het denken. Wat zijn dromen eigenlijk en wat zeggen ze over ons brein?
    De eerste vraag is gemakkelijk te beantwoorden: dromen zijn levendige sensomotorische hallucinaties met een verhalende structuur. We ervaren een droom bewust - we kunnen dingen zien, horen en aanraken in een omgeving die volkomen echt lijkt (maar vreemd genoeg ruiken we nooit in een droom). En we zijn ook niet alleen maar passieve toeschouwers: we praten, vechten, beminnen en rennen.
    Het droombewustzijn is niet hetzelfde als het wakende bewustzijn. Over het algemeen zijn we niet in staat tot introspectie we verbazen ons er bijvoorbeeld niet over dat we zomaar kunnen vliegen of dat we mensen tegenkomen die allang dood zijn. Het komt maar zelden voor dat we controle hebben over onze dromen. Alles gebeurt gewoon en wij laten ons op de stroom van gebeurtenissen meevoeren.
    Iedereen droomt, inclusief honden, katten en andere zoogdieren. Maar uit experimenten in slaaplaboratoria is gebleken dat mensen steevast onderschatten hoe vaak en hoe lang ze dromen. Dat komt doordat dromen zo vluchtig zijn. Ons geheugen voor dromen is erg beperkt en gaat vaak niet verder terug dan de periode vlak voordat we wakker worden. De enige manier om een droom te onthouden is hem meteen bij het ontwaken in herinnering te roepen en vervolgens op te schrijven of aan iemand te vertellen. Alleen dan wordt de inhoud opgeslagen in het geheugen.
    Hoewel we ons onze dromen vaak maar moeilijk kunnen herinneren, heeft ons dromende 'ik' onbelemmerd toegang tot ons verleden. In dromen herbeleven we voorbije voorvallen en vaak ervaren we intense gevoelens van verdriet, angst, spanning of vreugde. Misschien was het vanwege die intense emoties dat Sigmund Freud de hypothese opperde dat in dromen onbewuste wensen worden vervuld. Hoe dat ook zij, het antwoord op mijn tweede vraag - hoe en waarom produceert het brein dromen? - blijft ten diepste een mysterie. Maar de laatste tijd besteden psychologen en hersenwetenschappers weer meer aandacht aan die surreŽle activiteit.

Dromen zonder REM-slaap
In 1953 ontdekten Nathaniel Kleitman van de Universiteit van Chicago en zijn promovendus Eugene Aserinsky dat de slaap niet louter een ononderbroken periode van rust is, zoals tot dan toe werd gedacht. Er bleken zich herhaaldelijk perioden voor te doen waarin de slapende persoon zijn ogen heen en weer beweegt, de hartslag en de ademhaling onregelmatig worden, de meeste spieren verlamd zijn en de hersenen een verhoogde activiteit vertonen (zoals op een EEG-scan is te zien). Die snelle laagspanningsgolven lijken op de hersengolven die zich voordoen wanneer we wakker zijn. Deze toestand wordt de REM-slaap (Rapid Eye Movements) genoemd, ter onderscheiding van de diepe slaap.
    Als mensen worden gewekt uit een REM-slaap, zeggen ze meestal dat ze een levendige droom hadden. Als ze tussen de REM-perioden worden gewekt, maken ze geen melding van dromen. Het ligt dus voor de hand om een verband te leggen tussen de REM-slaap en de droomtoestand. Jarenlang hebben wetenschappers gedacht dat de droomtoestand het product is van de specifieke fysiologische condities van het brein tijdens de REM-slaap.
    Maar de afgelopen decennia is die zienswijze geleidelijk een beetje veranderd. Als we mensen wekken uit de diepe slaap en in plaats van de suggestieve vraag 'Hebt u gedroomd?' de meer neutrale vraag 'Wat ging er door uw hoofd vlak voordat u wakker werd?' stellen, levert dat een genuanceerder beeld op.
    Als mensen worden gewekt tijdens de vroege fasen van de diepe slaap of tijdens een dutje overdag, waarin helemaal geen REM-perioden voorkomen, maken ze melding van levendige hallucinaties die korter duren en statischer zijn dan de dromen die tijdens de REM-slaap optreden en meer op gedachten lijken. Meestal zijn het meer momentopnamen dan complete verhalen, en er komt ook geen ik-figuur in voor. Maar in sommige gevallen zijn de non-REM-hallucinaties niet te onderscheiden van REM-dromen. Verder is het opmerkelijk dat slaapwandelen en nachtmerries tijdens de diepe slaap optreden, en niet tijdens de REM-slaap. De onderzoekers moesten dus hun opvatting herzien dat de REM-toestand een externe manifestatie is van de subjectieve droomtoestand.
    Aanwijzingen dat het traditionele beeld niet helemaal klopt, vinden we ook in een onderzoek dat neuropsychoanalyticus Mark Solms van de Universiteit van Kaapstad heeft uitgevoerd bij mensen met een hersenbeschadiging. Als een deel van de hersenstam - de zogeheten pons of brug van Varol - geheel is vernield, heeft de patiŽnt geen REM-slaap meer. Maar slechts ťťn op de 26 van dergelijke patiŽnten meldt dat hij of zij niet meer droomt, en er zijn geen gevallen bekend van mensen die niet meer droomden wanneer de pons gedeeltelijk beschadigd was.
    De hersengebieden die cruciaal zijn voor het dromen, zitten niet in de pons. Dat zijn onder andere de visuele en auditieve gebieden in de neocortex waar de temporale, de pariŽtale en de occipitale kwab bij elkaar komen. Als een klein deel van de gebieden beschadigd raakt, gaan bepaalde dimensies van de droom verloren. Een infarct, tumor of andere beschadiging in een hersengebied dat verantwoordelijk is voor het waarnemen van kleur of beweging leidt er bijvoorbeeld toe dat de dromen minder kleur of beweging bevatten.
    Verder kunnen medicijnen die de dopaminespiegel beÔnvloeden een grote impact hebben op het dromen, terwijl de REM-cyclus volledig intact blijft. L-dopa, het meest voorgeschreven medicijn tegen de ziekte van Parkinson, veroorzaakt meer en levendiger dromen, terwijl mensen die dopamine-remmende antipsychotica slikken juist minder gaan dromen.
    Deze loskoppeling van dromen en REM-slaap stelt ons neurowetenschappers in staat met een frisse blik naar het vraagstuk te kijken. We kunnen ons nu concentreren op de neuronale oorzaken van bewuste mentale activiteit - zowel in wakende als in dromende toestand. Zonder ons te laten afleiden door externe factoren als de vraag of er al dan niet REM-slaap optreedt, want dat blijkt niet relevant te zijn voor subjectieve ervaringen als zodanig.

Het lichaam-geestprobleem
Waarom ben ik er eigenlijk zo zeker van dat ik iets ervaar terwijl ik droom? Misschien ben ik tijdens de slaap wel volledig buiten bewustzijn en verzin ik mijn dromen wanneer ik wakker word.
    Dat is onwaarschijnlijk, om een aantal redenen. De inhoud van dromen is zo bizar en onderscheidt zich in al zijn levendigheid zo sterk van het 'normale' leven, dat het niet waarschijnlijk is dat dat allemaal achteraf wordt gefabriceerd. En mensen met geheugenstoornissen dromen naar eigen zeggen niet minder. Bovendien is er een correlatie tussen de lengte van een droom te oordelen naar de beschrijving die de dromer ervan geeft - en de duur van de REM-slaap.
    Een andere aanwijzing dat we tijdens het dromen wel degelijk iets meemaken, zien we bij mensen met een bepaalde stoornis waardoor tijdens de REM-slaap niet de normale verslapping van de spieren optreedt. Ze voeren hun dromen als het ware fysiek uit door te slaan en te schoppen, waarbij ze soms zichzelf of hun bedgenoot pijn doen. En als ze later hun droom vertellen, blijkt die overeen te komen met de bewegingen die ze maakten. Iemand die droomt dat hij loopt, beweegt bijvoorbeeld zijn benen.
    Voor onderzoekers die zich bezighouden met het eeuwenoude vraagstuk van de relatie tussen lichaam en geest zijn dromen heel boeiend, want ze laten zien dat het brein op zich in staat is bewustzijn te genereren. Wanneer we dromen, liggen we met gesloten ogen in het donker, volledig afgesneden van de buitenwereld. De hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor de verwerking van zintuiglijke indrukken, zijn uitgeschakeld. Ook is het kennelijk niet nodig dat we handelingen verrichten, want we zijn tijdens de slaap bewegingloos, afgezien van de ademhaling en oogbewegingen. Het bestaan van dromen ondersteunt dus de oude filosofische theorie van de 'hersenen in een vat'. Die theorie zegt dat een los stel hersenen dat in een vat met een vloeistof in leven wordt gehouden, van alles kan 'beleven', mits de neuronen op de juiste manier worden geprikkeld - een idee dat in een modern jasje terugkomt in de film The Matrix.
    Sinds kort zijn neurowetenschappers in staat enkele eenvoudige mentale toestanden te decoderen - in feite een primitieve vorm van gedachtelezen. Ze laten een proefpersoon een foto zien van ofwel een gezicht, ofwel een huis - of ze vragen hem aan een gezicht of een huis te denken - en kunnen dan uit hersenscans aflezen welk van beide foto's de proefpersoon ziet of welk van beide beelden hij zich in gedachten voorstelt.
    Op dit moment is het alleen nog maar mogelijk onderscheid te maken tussen een beperkt aantal van tevoren gegeven gedachte-inhouden. In de toekomst kunnen we misschien met geavanceerdere technieken niet alleen de fysiologische activiteit van het dromende brein zichtbaar maken, maar ook de inhoud van de droom zelf. Dan zal de hersenwetenschap in een betere positie verkeren om de eeuwenoude, intrigerende vraag te beantwoorden die vroeger al orakels en sjamanen bezighield, en meer recent Sigmund Freud en sciencefictionschrijvers: waarom dromen we en wat betekenen dromen?..
 



Naar Psychologische praktijktips , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]