De Volkskrant, 26-04-2008, door Jorien de Lege 27 apr.2008

Gefnuikte ambitie

Mariëtte Hamer (PvdA) was de gedoodverfde opvolger van Jacques Tichelaar en werd het ook. Maar er is ook een verliezer.


De site van ex-VVD-Kamerlid Jelleke Veenendaal ziet er verlaten uit. Het lijkt wel alsof uit haar politieke carrière in één keer de stekker is getrokken. Het weblog eindigt op 30 oktober 2006 bij het referendum in Servië, met een vrolijk verhaal over haar bijdrage als onafhankelijk waarnemer. ‘We hebben geen onregelmatigheden ontdekt.’ Het prikbord staat vol met spam. De stelling van de dag geeft een foutmelding: de pagina wordt niet gevonden.
    In 2006 ging Jelleke Veenendaal roemloos ten onder in de titanenstrijd tussen Rita Verdonk en Marc Rutte. Met 3 procent van de stemmen kon ze niet alleen het fractievoorzitterschap van de VVD vergeten, bij verkiezingen daarna werd ze op een onverkiesbare plaats gezet. Drie weken na haar laatste weblogbijdrage was haar politieke loopbaan voorbij.
    ‘Ik was naïef toen ik in de politiek ging’, zegt Jelleke Veenendaal nu. ‘Ik stelde mij verkiesbaar voor het lijsttrekkerschap, omdat ik vond dat Mark Rutte wel een tegenkandidaat nodig had voor een eerlijke verkiezing. Rita Verdonk zei toen nog dat ze niet wilde, waarom kon ik dan geen kandidaat zijn? Ik dacht dat er gekozen zou worden op grond van competenties, maar mijn kandidatuur werd me niet in dank afgenomen. Ik stuitte in de fractie op enorme weerstand. Ik zat te kort in de Tweede Kamer, het hoorde niet wat ik deed.’
    Rutte won, en op de apenrots van de VVD werd grote schoonmaak gehouden. De positie van stemmenkanon Verdonk werd onhoudbaar en ze stapte uit de partij. Jelleke Veenendaal wilde haar Kamerwerk weer oppakken, maar werd ‘afgeserveerd’.
    Sinds deze week heeft ook de PvdA een nieuwe fractievoorzitter, maar dit keer was er geen sprake van een bloedige strijd. Na een vergadering van een uur werd, zoals verwacht, Mariëtte Hamer zonder slag of stoot gekozen als opvolger van Jacques Tichelaar, die om gezondheidsredenen geen fractievoorzitter meer wilde zijn.
    Het koesteren van leiderschapsambities is niet zonder risico, zeker in publieke functies. Een blik in de parlementaire geschiedenis toont een spoor van gesneuvelde zwaargewichten in de strijd om het leiderschap. Lousewies van der Laan verloor in 2006 de strijd om het partijleiderschap van D66 van Alexander Pechtold en richtte haar eigen adviesbureau op, PvdA-voorman Ad Melkert en VVD-collega Hans Dijkstal verloren de verkiezingen in 2002 en voelden zich gedwongen een ander carrièrepad in te slaan. Jelleke Veenendaal is sinds haar vertrek uit de Kamer druk doende een eigen bedrijf op te richten en Rita Verdonk is Trots op Nederland.
    De jonge high potential Diederik Samsom heeft getwijfeld, zich toch kandidaat gesteld en het deksel op zijn neus gekregen. Zijn ambities kunnen voorlopig de ijskast in. Wat hij gaat doen, dat weet alleen Samsom, en die hult zich sinds zijn kandidaatstelling in stilzwijgen.
    Niet onverstandig, als je naar het commentaar luistert van hoogleraar leiderschap en gedrag aan de Vrije Universiteit te Amsterdam Erik van de Loo. ‘Wie het onderspit delft, heeft baat bij een beetje privacy. Als alleen jij en een paar directeuren weten dat je een promotie bent misgelopen, dan hervind je je wel weer. Maar als iedereen je herkent als de gevallen kroonprins, dan wordt het lastig om weer net zo door te gaan als voorheen.’
    Het zal niemand zijn ontgaan dat Samsom gokte en verloor, maar anders dan bij de openlijke lijsttrekkersverkiezing bij de VVD in 2006 was in dit geval geen sprake van openbaar of langdurig campagnevoeren. Drie dagen kandidaat zijn, een speechje achter gesloten deuren en een geheime stemming. Minimaal gezichtsverlies dus, over tot de orde van de dag.
    Of het voor iemand die gepasseerd wordt gemakkelijk is om het verlies te accepteren, hangt onder andere van de verwachtingen af, stelt organisatiepsycholoog Ron Oostveen van Arbeids- en Organisatiepsychologie Gelderland, waar loopbaanadvies wordt gegeven. ‘Als je het idee hebt dat jouw tijd nog wel komt, dan gaan veel mensen nog harder werken na het mislopen van een promotie.’
    Vooral jonge werknemers kunnen tegen een stootje, zij zijn er van overtuigd dat ze nog genoeg kansen hebben om hun ambities waar te maken. Maar na twintig jaar noeste arbeid is volgens Oostveen voor veel mensen de rek er wel uit, dan moet het succes in zicht zijn. En dan blijkt ook of iemands verwachtingen over zijn carrièreverloop realistisch waren.
    Oostveen: ‘Vaak wordt gezegd dat je bepaalde resultaten moet kunnen behalen, zonder dat naar je persoonlijke capaciteiten wordt gekeken. Op sommige hbo-instellingen wordt nog steeds verkondigd dat je binnen vier jaar na je afstuderen een leidinggevende functie moet hebben. Dat is je reinste nonsens, je moet gewoon je vak leren verstaan en dat heeft niets met tijd te maken.’
    Om zijn cliënten te leren omgaan met hun gefnuikte ambitie, laat hij ze vooral kritisch naar hun verwachtingen kijken. ‘Gekrenkte trots speelt meestal niet eens zo’n grote rol, het gaat de meesten erom dat ze niet begrijpen waarom ze gepasseerd worden voor een functie waarvan zij vinden dat ze die verdienen.’ Je verwachtingen bijstellen naar een realistischer niveau kan betekenen dat er niet meer inzit. En dat is voor veel mensen moeilijk te accepteren. ‘Het is een bekend verschijnsel dat 80 procent van de mensen denkt dat ze qua prestaties bij de beste 20 procent horen.’ Een snelle rekensom wijst uit dat dus minimaal 6 op de 10 mensen zichzelf overschat.
    Of je gemakkelijk accepteert dat je gepasseerd bent voor een functie, heeft bovendien te maken met je rechtvaardigheidsgevoel, zegt organisatiedeskundige Erik van de Loo. Iedere keuze kent voors en tegens, waardoor een zekere ambivalentie ontstaat. Als die ambivalentie niet wordt uitgesproken, ontstaat een extreem beeld van de kandidaten waarin de winnaar wordt geïdealiseerd, en de verliezer het gevoel krijgt onheus bejegend te worden.
    ‘Het is belangrijk dat alle argumenten voor en tegen een kandidaat eerlijk worden uitgesproken en meegewogen, wil iemand zijn verlies goed kunnen accepteren.’ Voor de winnaar is het bovendien belangrijk dat hem geen onhaalbare doelen worden gesteld, want dan kan het alleen nog maar tegenvallen.
    Een zuiver proces van moge de beste winnen dus, maar in veel keuzeprocessen spelen geheime agenda’s en onuitgesproken voorkeuren mee. Wilde Wouter Bos inderdaad liever staatssecretaris Frans Timmermans als fractievoorzitter? En had Samsom eigenlijk wel een kans tegenover gedoodverfde troonopvolgster Hamer? Als dit soort twijfels de ruimte krijgen, is het snel gedaan met de berusting. Want wie is nog blij voor een ander als hij denkt dat de benoeming meer te maken had met de persoonlijke voorkeur van de directie dan met kwaliteiten? Ideaal is het volgens Van de Loo om alle andere overwegingen dan specifieke competenties voor een taak uit het keuzeproces te halen. Dus geen voorkeur voor man of vrouw, geen aantal dienstjaren, geen leeftijd en geen persoonlijke favorieten.
    Dat was ook het ideaal van Jelleke Veenendaal toen zij de politiek inging, maar de vierkante kilometer in Den Haag smoorde haar ambities in de dop. ‘Ik heb niet meer zo’n hoge pet op van de politiek. Niet van de VVD in elk geval. Ik heb een keer meegemaakt dat iemand niet tegen durfde te stemmen omdat die dan geen staatssecretaris meer kon worden. Die ging een ommetje lopen tijdens de stemming. Dat geloof je toch niet?’
    Veenendaal is weer teruggekeerd naar haar eigen domein, het bedrijfsleven. Ze heeft grote plannen. Dat zie je vaker, zegt psycholoog Oostveen. ‘Als iemand na jarenlang proberen nog steeds wordt gepasseerd, kan hij zo teleurgesteld raken in zijn werk dat het roer omgaat. Dan is dat eigen bedrijfje of die wijnboerderij in Frankrijk ineens zo gek nog niet.’


Tussenstuk:
Ambitie-EHBO

Wie achter het net vist, moet onder ogen zien dat de werkgever misschien niet zo overtuigd is van zijn kwaliteiten als hij. Het brein heeft hier een paar mooie trucs voor. Zo wordt een functie ineens een stuk minder leuk als je bent afgewezen. Je gaat je richten op alle negatieve aspecten: ver van huis, een vervelende werksfeer of niet uitdagend genoeg. Zo kom je al snel in het reine met het feit dat je gepasseerd bent. Dit wordt door psychologen cognitieve dissonantie genoemd en hoe kritisch je ook naar jezelf kijkt, iedereen heeft er last van.
    Een ander verschijnsel is dat je vindt dat jouw goede prestaties komen door je uitstekende kwaliteiten, maar dat die ander zich heeft bediend van onethische methoden om aan de top te komen. Zo hoef je niet aan jezelf te twijfelen, de ander speelt vuil spel. In de psychologie heet dit de fundamentele attributiefout, en ja, ook dit doet iedereen wel eens.
    Ter illustratie een recente enquête van MT.nl: van de 300 managers die werden ondervraagd, vond 89 procent dat zij hun positie hadden bereikt door hard werken, of eerlijk zijn (78 procent). 77 Procent van de ondervraagden vond echter dat collega's hun ambities hebben waargemaakt met zwartmaken, ellebogenwerk of een relatie met de baas.


Naar Psychologische praktijktips, ambitie , Psychologische praktijktips , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]