De Volkskrant, 27-10-2007, door Paulien Bakker

Mannen voelen zich door vrouwen te vaak geschoffeerd

Malou van Hintum voorspelt een marginale rol voor vaders en breekbare partnerrelaties (het Betoog, 20 oktober). Familierelaties worden gecompliceerder en loyaliteiten diffuser. Er blijft volgens haar één rots in de branding over: mama.
    Als mediator en maatschappelijk werker werk ik al jarenlang met partners, ouders en kinderen. Mijn indruk: een stabiel gezinsleven is nog steeds een ideaal voor veel mensen. Ook voor mannen.
    In de loop der jaren is de functie en de betekenis van het gezin sterk veranderd. Het traditionele gezin was gebaseerd op de reproductie van het leven en het van generatie op generatie overdragen van een biologische, materiële en culturele erfenis. Samenstelling, normen en regels waren duidelijk. In het traditionele gezin werden je regels en gewoonten geleerd, waardoor je kon integreren in de samenleving.
    Het moderne gezin is gebaseerd op emotie, evenals partnerrelaties dat zijn. De gezagspositie van de vaderfiguur als exponent van maatschappelijke hiërarchische verhoudingen heeft afgedaan. Die positie heeft plaatsgemaakt voor een meer emotionele verhouding tot vrouw en kind. Nog nooit zag je zoveel mannen achter de kinderwagen of op het schoolplein.
    Toch zijn het meestal de emotionele misverstanden tussen partners die in mijn praktijk ter sprake worden gebracht. Het zijn juist emoties die leiden tot een echtscheiding. De totale miscommunicatie over gevoelens tussen man en vrouw brengt partners vaak tot wanhopige discussies. Dan blijkt dat het niet volstaat om als man achter de kinderwagen te lopen of op het schoolplein te staan. Vrouwen verlangen meer dan dat. Omgaan met emoties is traditioneel niet de sterkste kant van de man. In die zin maakt het moderne gezin, dat juist zijn bestaansrecht vindt in gevoel, hem kwetsbaar en onzeker.
    Bij Van Hintum laten mannen het als vader afweten. Ze heeft het over ‘puberende dertigers’ en ‘tweedehandsvaders’. Slechts een enkele co-ouderende vader of een bewuste homovader zou zijn verantwoordelijkheid nemen.
    Ik merk ook iets anders. Eenmaal gescheiden lijken veel vaders zich meer op hun gemak te voelen om vorm te geven aan hun vaderschap. Zonder per se co-ouder te zijn. Alsof ze verlost zijn van de last te voldoen aan een vorm van ouderschap die de moeder van zijn kind van hem verlangde. De cynische en denigrerende toon waarmee Van Hintum het over mannen als vader heeft, zullen veel mannen herkennen als een typisch vrouwelijke kijk op de man. Ze voelen zich geschoffeerd.
    Ik verschil van mening met Van Hintum dat mannen hun engagement als vader niet nemen, omdat ze teveel ‘ik’ gericht zouden zijn. Vrouwen hebben de gezagspositie in het gezin overgenomen van de man. Het is een emotionele gezagspositie, van waaruit een hoge mate van emotionele betrokkenheid van de man wordt verlangd. De terughoudendheid van mannen om zich te binden aan een partner en de twijfel om te kiezen voor het vaderschap heeft daarmee te maken, met het gevoel: ‘wat ik ook doe, ik doe het nooit goed genoeg’. Het gevolg is dat zij zich liever terugtrekken uit de man-vrouwconfrontatie. In de psychologie heet dat anticipatieangst, hetgeen uiteindelijk leidt tot een onthutsende conclusie. Mannen zijn bang voor vrouwen.

Pieter Vermeulen schreef Scheiding en ouderschap (Uitg. Ad. Donker, 2004).


Naar Psychologische praktijktips , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , Algemeen overzicht  , of naar site home
 

[an error occurred while processing this directive]