De Volkskrant, 17-11-2007, door Meike Huber 28 nov.2007

Die vreselijke ouders

Ouders hebben het druk en daardoor verlangen ze steeds meer van scholen en crèches. Twee leraren en een leidster luchten hun hart. `Soms denk ik: jíj wilde kinderen.`

Tussentitels: 'Het klinkt rot, maar soms krijg je echt het gevoel dat ze hun kind
                    dumpen'
                   'Een kind dat niet zo goed kan spellen, heeft een prachtexcuus met
                    dyslexie'
Illustratiebijschriften: Claire mag vandaag absoluut niet in de zandbak spelen
                                Freds vader neemt de tien minuten gesprekjes heel serieus
                                Mevrouw De Boer vindt alles aan haar dochter even mooi


`De kinderen op mijn school zijn gewoon over het paard getild`, zegt Ina (34), leerkracht op een basisschool in een middelgrote stad. `Ze zijn erg op zichzelf gericht en hebben weinig oog voor hun omgeving.`
    Uw eigen bloedjes zijn welopgevoede engeltjes, maar andermans kinderen zijn niet te pruimen. Uit een onderzoek van het blad J/M bleek onlangs dat het overgrote deel van de ouders er grofweg zo over denkt. Een confronterende uitslag. Voor de meeste ouders is hun kind het grootste belang in hun leven en moet het met de grootst mogelijke zorg worden opgevoed. Tegelijkertijd strookt dat niet met dat andere grote belang: het werk, de sociale contacten en de tijd voor jezelf. Als gevolg van de drukte blijft er vaak te weinig tijd over voor de opvoeding. Scholen en kinderdagverblijven krijgen er daardoor meer taken bij.
    Politici vinden dat ouders weer zelf moeten leren opvoeden. In Rotterdam wil wethouder Leonard Geluk (CDA) een opvoedingsrichtlijn op een A4`tje laten zetten. De PvdA stelde voor kinderen ontbijt op school te geven. Den Haag heeft psycholoog René Diekstra gevraagd de komende maanden een opvoedcanon samen te stellen waarop ouders kunnen terugvallen. Intussen worstelen scholen en kinderdagverblijven met hun rol. Waar ligt de grens van hun taken?
    Leerkrachten en kinderleidsters begrijpen dat ouders fel zijn als het om hun kroost gaat, toch ervaren ze ouders in toenemende mate als te veeleisend en onredelijk. `Ouders zijn te veel met zichzelf bezig`, zegt Rolf, docent op een grootstedelijke vwo-school. `Ze verwachten dat de school alles regelt rond de kinderen. En als dan de cijfers achterblijven, komen ze verhaal halen op school.` Drie ervaringsdeskundigen die dagelijks te maken hebben met die al dan niet opgevoede kinderen, spreken vrijuit. Het zijn mensen die het kunnen weten: een leidster van een kinderopvangcentrum, een onderwijzeres van een basisschool en een docent van een middelbare school.

`De laatste jaren worden ouders, met name de hoogopgeleide ouders, steeds veeleisender`, zegt Hester (42), werkzaam bij een kinderopvangcentrum in een kleine stad in Zuid-Holland. Hoogopgeleide ouders met drukke banen besteden hun kinderen veel uit, soms tot vier of vijf dagen per week. Dan maakt de kinderopvang een belangrijk deel uit van de opvoeding.
    Logisch dat ze zich ermee willen bemoeien, vindt Hester. `Alleen: wij kunnen geen gezinssituatie creëren, en dat vergeten zij soms. De hele dag een baby in een draagdoek bij je dragen, dat gaat niet als je nog een groep andere kinderen hebt.` En dat verlangen ouders soms wel. Het komt weleens voor, zegt Hester, dat een kind in nieuwe kleren wordt afgeleverd met de mededeling dat het niet in de zandbak mag spelen omdat de kleren anders vies worden.
    Hester ervaart dat steeds meer opvoedkundige taken op de crècheleidsters worden afgeschoven. De maatschappij is zo gejaagd geworden dat ouders bij voorkeur geen energie steken in pijnlijke opvoedkundige confrontaties. Ze doen liever leuke dingen in de spaarzame tijd die ze met hun kinderen doorbrengen. De strijd aangaan, consequent zijn, dat vinden ouders niet altijd even leuk. Hester merkt dan ook dat kinderen minder goed luisteren als pappa of mamma erbij is. Hester: `Dan zegt zo`n kind: van mamma mag het lekker wèl. Niet zelden vraagt mamma vervolgens aan een van ons om in te grijpen. `Naar mij luistert-ie toch niet`, zegt ze dan.`

Ook basisschoollerares Ina ondervindt dat kinderen vaak minder goed naar hun ouders luisteren dan naar haar. Omdat veel ouders altijd openstaan voor onderhandelingen met hun kinderen, over alles. `Als ik vijf keer achtereen bij hetzelfde kind op een `ja, maar` moet reageren, heb ik het idee dat ik een deel van de opvoeding sta te doen dat eigenlijk niet bij mij hoort.`
    Volgens haar luisteren kinderen ook slecht omdat ze verwend zijn. `De kinderen op mijn school gooien alles overal neer en zijn gewend dat een ander het opruimt. Als er een jas op de grond ligt, stappen ze eroverheen. En als je vraagt of ze die even willen ophangen, zeggen ze: `Die jas is niet van mij.`` Het valt haar op dat de meeste van deze kinderen thuis geen taken hebben. `Ik merk verschil in gedrag als een kind thuis wél elke week zijn kamer moet opruimen, of dagelijks verplicht is de tafel te dekken.`
    Van Hester en Ina wordt soms verwacht dat zij kinderen de meest basale dingen leren. Tijdens een ouderavond op de school van Ina zei een vader dat het een taak van de school was om kinderen te leren bandenplakken.
    Ina: `Ik ben principieel tegen dat soort fratsen. Dan denk ik even heel kort door de bocht: jíj wilde kinderen. Bij het ouderschap horen bepaalde zaken en één daarvan is leren bandenplakken. Het is triest als je voor dat soort dingen de tijd niet wilt nemen.`
    Hester noemt als voorbeeld ouders die hun kind van nog geen twee zonder luier afleveren bij het kinderdagverblijf. Ze willen dat hun kind zo gauw mogelijk zindelijk wordt en vragen van de leidsters elk half uur met het kind naar de wc te gaan. `Ouders hebben geen idee. Dat gáát gewoon niet.`
    Nog zo`n voorbeeld: ouders die erop aansturen dat hun kind het middagslaapje afleert, zodat het `s avonds lekker vroeg naar bed gaat. Ze vragen het kinderdagverblijf om het kind wakker te houden. `Natuurlijk is het fijn als je kind na zo`n drukke dag werken lekker op tijd slaapt, dat snap ik ook wel. Maar het is gewoon zielig. Zo`n hummeltje dat aan het einde van de middag uitgeput in slaap valt op de bank, nog voor zijn ouders hem komen halen. Zó moe. Dan gaat het echt ten koste van het kind.`

Ouders van kinderen die problemen veroorzaken in de kinderopvang zijn volgens Hester grofweg te verdelen in overbezorgde en juist nonchalante ouders. De `overbezorgden` hebben moeite hun kind los te laten en de zorg over te laten aan anderen. Zij zouden er het liefst de hele dag met de neus bovenop zitten. Het krijgen van kinderen is zo`n bewuste keuze geworden dat het kind op een voetstuk terechtkomt. Hester: `Logisch dat die ouders al hun zorg en toewijding inzetten. Deze ouders kijken en luisteren misschien wel té goed naar hun kinderen.`
    Het gevolg is vaak dat kinderen een ster zijn in het manipuleren. Als ze een paar keer aangeven de opvang niet zo gezellig te vinden, houdt mamma ze een dag thuis. Ze bespelen hun ouders met succes, want die hadden toch al moeite het kind los te laten.
    Nonchalante ouders zijn zo druk met zichzelf en hun werk bezig dat er weinig aandacht meer over is voor hun kind, zegt Hester. Altijd rennen en vliegen, en structureel te laat komen. `Het klinkt rot, maar soms krijg je het gevoel dat ze hun kind dumpen. Ze zetten het neer, en weg zijn ze. Als deze kinderen thuis ook te weinig aandacht krijgen, gaan ze de aandacht opeisen. En dat is dan meestal op een negatieve manier. Met agressief gedrag bijvoorbeeld.`

Volgens Rolf (39), docent op een grootstedelijke vwo-school, bestaat er spanning tussen het gejaagde bestaan van veel ouders en de hoge ambities die ze hebben met hun kind. Een ambitie die de school moet waarmaken.
    Op de school van Rolf worden tegenwoordig twee keer zoveel ouderavonden georganiseerd als vroeger. Alle ouders komen en dat past simpelweg niet op één avond. Een en al betrokkenheid, zou je zeggen. Maar: `Nee, een teken van louter betrokkenheid zou ik dat niet willen noemen`, zegt Rolf, `eerder van veeleisendheid. Ouders komen vaak verhaal halen op zo`n avond.`
    Rolf vermoedt dat die veeleisendheid voortkomt uit schuldgevoel, en dat stoort hem nog het meest. `Ouders zijn te druk bezig met zichzelf en proberen dat te compenseren door enorm assertief op zo`n avond te verschijnen. Waarmee ze zelf het idee hebben dat ze heel betrokken zijn, maar ik heb soms meer het gevoel dat ze de verantwoordelijkheid afschuiven.`
    Als het niet goed gaat met een kind stuurt de school daarom zo snel mogelijk een (aangetekende) waarschuwingsbrief, zelfs als er al (telefonisch) contact is geweest. Als de ouders gescheiden zijn, gaat zo`n brief naar beide ouders, om te voorkomen dat zij `het niet wisten`. Zijn de ouders bij elkaar, dan wordt de brief gericht aan bijvoorbeeld zowel meneer Smit, als aan mevrouw Smit-De Jong. Anders kan mevrouw Smit-De Jong misschien zeggen dat ze van niets wist. Ervaring - opgedaan tot in de rechtszaal - leert dat dit nodig is.
    Vaak gaat het mis aan het einde van het schooljaar, zegt Rolf. Niet zelden heeft de school dan al een half jaar geprobeerd telefonisch de aandacht van de ouders te trekken. Pas als hun kind een niveau dreigt te zakken, bij het laatste rapport, worden ze wakker.
    Rolf: `Dan krijg je de gekste smoezen: het konijn ging dood. Deze verzin ik niet. Als je ouders gedurende het jaar meermalen uitnodigt om te praten, en ze zeggen niets over de impact van de dood van dat konijn op hun kind, dan is dat achteraf niet zo`n geloofwaardige reden voor de onvoldoendes.`
    Niet zelden komt er gesteggel over die ene vijf, waarop een kind blijft zitten of een niveau moet zakken. Of de school die niet door de vingers kan zien. Het is tenslotte maar één vijf te veel. `Maar hallo!`, zegt Rolf, `dat is dan wel die ene vijf naast vier andere vijven. Daar ligt gewoon een grens. Ouders kunnen dan zó verontwaardigd zijn.`
    De hoge verwachtingen van ouders veroorzaken volgens Rolf een hoop ellende op zijn school. Sommigen willen hun kind kost wat kost op het vwo hebben en vinden dat de leerkrachten er maar voor moeten zorgen dat dit lukt. `Maar wat is de consequentie als ouders hun zin doordrukken, terwijl het kind simpelweg niet in staat is het niveau te halen? Wordt een kind er gelukkig van als het voortdurend boven zijn niveau moet presteren? Ik denk van niet.`

Er kunnen tal van oorzaken zijn voor het achterblijven van een kind in de klas. Maar volgens Ina hebben ouders een voorkeur voor cognitieve oorzaken boven gedragsproblemen. En dan vooral voor dyslexie. `Dat willen ze allemaal. Een kind dat niet zo goed kan spellen, heeft een prachtexcuus met dyslexie. Het zegt niets over intelligentie, dat is natuurlijk een prettig idee.`
    Als Ina`s school denkt dat dyslexie niet de oorzaak is van de leerachterstand, stappen veel ouders alsnog naar een duur bureau om het kind te laten onderzoeken. In Ina`s geval is dat meestal een bureau waar zij en haar collega`s weinig vertrouwen in hebben. `Alle kinderen komen er steevast dyslectisch vandaan. En dan verwachten de ouders dat wij als zodanig met hun kind omgaan. Het heeft ze tenslotte een lieve duit gekost, en ze hebben nu bewijs in handen.` Een prettige bijkomstigheid voor de ouders is dat zij hier niets aan kunnen doen. Dat is met gedragsproblemen vaak anders. Een ouder die wordt aangesproken op het gedrag van zijn of haar kind, voelt zich al snel aangevallen. Dat is begrijpelijk, want zij kunnen deel en zelfs oorzaak zijn van dat gedragsprobleem.
    Cognitieve problemen zijn voor de school om op te lossen, bij gedragsproblemen hebben ook de ouders een taak. Leraren moeten nogal wat sociale vaardigheden aanspreken om die boodschap over te brengen. Inmiddels heeft Ina zo`n beetje geleerd hoe ze zoiets vertelt zonder dat de ouders zich aangevallen voelen. Maar dan nog slaagt ze daar niet altijd in. Ina: `Laatst sprak ik een moeder aan op het agressieve gedrag van haar kind. Ze geloofde me niet, omdat het thuis altijd zo rustig was. Maar ouders vergeten dat kinderen in een groep totaal anders kunnen zijn dan thuis. Op school moeten ze vechten voor een plekje, thuis niet.`

De oorzaak van het achterblijven van kinderen wordt soms gezocht in hoogbegaafdheid. Het klopt dat onderpresteren daarvan een symptoom kan zijn, maar volgens Ina wordt hoogbegaafdheid er soms met de haren bijgesleept. Als een kind niet helemaal meekomt is het relatief aantrekkelijk te denken dat het hoogbegaafd is. `Dan roepen ouders dat het onderwijs niet uitdagend genoeg is voor hun kind. Als ze daarmee schermen, ben je snel uitgepraat. Natuurlijk hou je zoveel mogelijk rekening met de specifieke problemen en eigenschappen van een kind. Maar voor je een bijzonder lesprogramma aanbiedt, moet je wel zeker weten dat het zin heeft. Je kunt niet zomaar ieder kind een afwijkend lesprogramma geven.`
    In het middelbaar onderwijs ziet Rolf veel kinderen die te kampen hebben met stoornissen als ADD, ADHD, Asperger, PDD-NOS en wat niet al. Er wordt tegenwoordig zo veel geconstateerd. En dat is soms goed, vindt Rolf, want dan kun je een kind zo specifiek mogelijk benaderen. Maar er is vaak minder mogelijk dan ouders verwachten. Er zijn ouders die willen dat de leerkracht elke dag de agenda controleert van hun kind, om te kijken of al het huiswerk erin staat. Of zijn kluisje aan het einde van de dag wel leeg is, want door die ADHD is hij zo ongeconcentreerd en vergeetachtig. Rolf: `Daar kunnen we niet aan beginnen. Als ik ouders op mijn beurt vraag of zij de boekentas van hun kind willen controleren omdat de wiskundeboeken weer waren vergeten, krijg ik nul op het rekest.

Over de praktische kanten van de opvoeding zijn deze leerkrachten het eens: die behoren vooral tot de verantwoordelijkheid van de ouders, zeker als het gaat om jonge kinderen. Dat neemt niet weg dat er in de opvang en op school rekening mee wordt gehouden. Neem zindelijkheidstraining - die werkt nu eenmaal niet als je dat alleen thuis doet. Ina: `Je houdt van die kinderen. Dus als je merkt dat een kind structureel zonder ontbijt op school komt, dan ga je dat oplossen. Desnoods met een eigen boterham. Maar dat kan nooit de regel zijn, en ouders kunnen dat zeker niet eisen.` De vraag wie welke verantwoordelijkheid heeft, is vooral lastig te beantwoorden als een kind moeilijk gedrag vertoont, vindt Ina.
    `Er spelen zo veel factoren mee. Je moet elke situatie opnieuw inschatten. Het belangrijkste is dat het kind gebaat is bij de gang van zaken. Dat belang delen we meestal wel met de ouders. Alleen over hoe die gang van zaken er dan uitziet, tja, daarover verschillen de meningen nogal eens.`

De namen van de geïnterviewden zijn gefingeerd


Naar Psychologische praktijktips , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]