De Volkskrant, 08-09-2007, door Roos Vonk 15 mrt.2008

Zie met de blik van een jezelf ander

Van zelfkennis kunnen we een hoop baat hebben. Toch horen we niet graag de waarheid over onszelf. Het ego is nou eenmaal een totalitair systeem.


Tussentitel: Ons brein staat niet toe dat we achter de schermen kijken

Weet jij waar je kwaliteiten liggen? Wat je passies en je interesses zijn? Ken jij je dromen en je angsten? Je beperkingen en je donkerste gedachten? Ken jij jezelf zo goed dat je kunt zeggen dat je op een vrije manier de wereld tegemoet treedt, en dat je je kwaliteiten optimaal benut?
    Je zou denken dat mensen er veel aan gelegen is een correct beeld van zichzelf te vormen. De dingen zien zoals ze werkelijk zijn, zonder oogkleppen en zonder roze bril. Nieuwsgierig en onbevangen naar feedback luisteren, omdat die niet bedreigend is voor je zelfbeeld. Begrip opbrengen voor de beperkingen van anderen, omdat je die van jezelf ook zo goed kent. Vrienden, hobby’s, een huis, een auto, een baan en een partner kiezen die bij je passen.
    Dat willen we allemaal.
    En dat denken we ook bijna allemaal te doen.
    Toch blijkt uit psychologische experimenten dat bijna iedereen fikse blinde vlekken heeft, juist op dat ene belangrijke punt, die ene persoon die je beter zou moeten kennen dan wie ook: jezelf. Door die gebrekkige zelfkennis kun je in problemen raken. Jaarlijks sterven tientallen mensen bij het beklimmen van bergen, die ze dachten te overwinnen. Mensen beginnen aan banen en studies die niet bij hen passen, werken een functieniveau hoger dan ze aankunnen (‘Peter’s principle’), of trouwen met de verkeerde. Daarmee doen ze zowel zichzelf als anderen tekort.
    Toch blijken mensen, als het erop aankomt, vaak niet werkelijk geïnteresseerd in informatie die hun kennis over hun talenten, drijfveren en tekortkomingen kan vergroten. Veel liever horen we positieve dingen over onszelf en dingen die we toch al dachten. Krijgen we feedback die daarmee in strijd is, dan hebben we een arsenaal aan trucs om deze te diskwalificeren. Negeren, vergeten, afdoen als onbetrouwbaar of vooringenomen, een ander de schuld geven, de aandacht vestigen op de eigen kwaliteiten die zo uniek zijn (terwijl je gebreken heel gewoon zijn, ‘iedereen heeft dat toch’ ), geruststelling zoeken, of jezelf vergelijken met iemand die nog slechter af is.
    Als je denkt dat dit alleen over ánderen gaat, val je ten prooi aan precies dit verschijnsel van zelfoverschatting: we vinden allemaal dat we meer zelfkennis hebben dan anderen, dat we openstaan voor kritiek en onze beperkingen kennen. Precies zoals we ook vinden dat we beter autorijden, beter leidinggeven, beter lesgeven of betere sekspartners zijn dan anderen.
    Dit geflatteerde zelfbeeld is zo hardnekkig dat het ego door onderzoekers is vergeleken met een totalitair systeem, waarin alle informatie die onwelgevallig is, wordt verdraaid of weggecensureerd. Dit gebeurt deels vanuit het verlangen onszelf te zien als waardevol, leuk en bekwaam. Diep van binnen zijn we allemaal bang dat we niet goed genoeg zijn en willen we onszelf geruststellen. Gevolg is dat we blinde vlekken en gevoelige snaren ontwikkelen voor onze tekortkomingen. Naar mensen die ons hierover nuttige feedback geven, luisteren we vaak niet. Althans niet écht. (‘Ik heb erover nagedacht maar het klopt niet’, besluiten we. Als een ander zoiets zegt vinden we dat ‘wel erg gemakkelijk’, als we het zelf doen niet; wij hebben er écht over nagedacht, die ander niet natuurlijk.)
    Via introspectie en zelfanalyse menen we tot zelfinzicht te komen. Dat is ijdele hoop, want nadenken over het waarom van je gedrag (of piekeren, navelstaren, zelfonderzoek of hoe je het noemt) leidt niet tot meer zelfkennis. Onze drijfveren zijn grotendeels onbewust en onttrekken zich aan het zicht. We weten niet waarom we houden van ons favoriete eten of onze partner. Of waarom we ons beroep of huis hebben gekozen; of hoe we tot de oplossing van een probleem komen. We kunnen er theorieën over bedenken, maar de architectuur van het brein staat niet toe dat we rechtstreeks ’achter de schermen’ kijken. Ook niet met trucs van therapeuten of coaches die claimen dat ze met je onbewuste communiceren.
    Veel meer zouden we eraan hebben informatie te vergaren bij anderen. Op basis van ons gedrag, onze keuzes en lichaamstaal hebben zij vaak een goed beeld van kenmerken en drijfveren die voor onszelf niet goed waarneembaar zijn.
    Maar anderen vertellen ons dat niet altijd, ze weten dat kritiek kwetsend of beledigend is. Je zult zelf ook wel eens een afspraak afbellen met een smoes, in plaats van eerlijk zeggen ‘Ik heb niet zo’n zin in jou vandaag’. Of iemand ‘een beetje eigenwijs’ noemen als je ‘halsstarrig, dogmatisch en rechtlijnig’ bedoelt. Of je moet opeens eerder naar huis want ‘Oh jee, tijd vergeten’, je hoeft nu even geen seks want ‘moe/druk/hoofdpijn’, je noemt misplaatste cadeautjes ‘heel apart’ en mislukte kapsels ‘bijzonder’.
    Zouden anderen dat soort dingen nooit tegen jou doen?
    Met z’n allen sparen we elkaars gevoelens en ontnemen daarmee elkaar de kans tot meer zelfkennis te komen.
    Als we dit allemaal kunnen oplossen, is er nog een ander obstakel: het probleem van de onbekende onbekenden. Anders gezegd: je weet niet wat je niet weet. Je kunt bijvoorbeeld menen dat je met scrabble een briljante lettercombinatie hebt gelegd, maar je hebt geen benul welke fantastische combinaties je allemaal hebt gemist. Evenzo kun je bij het uitvoeren van je beroep, bij het kiezen van sollicitanten, of bij het autorijden de indruk hebben dat je problemen tijdig ziet aankomen en adequaat reageert. Je hebt echter geen idee welke problemen je allemaal niét opmerkt en welke oplossingen je over het hoofd ziet.
    Onze onwetendheid over wat we niet weten is ernstiger naarmate we minder getalenteerd zijn. Denk bijvoorbeeld aan muzikanten die niet weten dat ze vals spelen door hun algehele gebrekkige muzikaliteit. Of aan docenten die hun warrige betoog volmaakt helder vinden, wegens hun onvermogen zich te verplaatsen in hun studenten. Om je eigen prestatie te kunnen beoordelen, heb je het talent dat je mist immers nodig.
    Zo leiden we allemaal levens vol van gemiste kansen en onopgemerkte blunders, zonder dat we dat beseffen. Die onwetendheid is een zegen, maar betekent ook dat we onze kwaliteiten niet ten volle ontwikkelen en een deel van de werkelijkheid niet zien. Het betekent dat de belangrijkste persoon in ons leven voor een belangrijk deel aan ons blikveld is onttrokken. Wil je daar iets aan doen, doe dan mee aan de opdrachten over zelfkennis en ervaar onder meer hoe anderen je zien. Als het een beetje meezit, leer je meer over jezelf dan je wilde weten.

Roos Vonk is hoogleraar sociale psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ze is tevens samensteller van het eerste coachingstraject op www.hartenziel.nl.


IRP:   De stelling dat de onwetendheid over het niet-weten groter is bij  minder getalenteerden kan bestreden worden. Meer (intellectueel) getalenteerden hebben per definitie meer mogelijkheden tot zelfkennis, maar ook meer mogelijkheden voor zelfdeceptie - en ook meer mogelijkheden om dat in te vullen. In de praktijk lijkt dat laatste een minstens zo belangrijke factor, zodat in dat geval de bewering van Roos Vonk onjuist is.
    Ook het argument over de de onbekende onwetendheid kan van een kanttekening worden voorzien. Want we kunnen onze eigen prestatie moeilijk ijken, ten gevolge van dit verschijnsel, maar we kunnen wel de prestaties van anderen waarnemen. En als die consequent hoger of lager scoren dan wij, dan geeft dat toch een prima idee van de waarde van onze eigen score.


Naar Psychologische praktijktips, zelfkennis , Psychologische praktijktips , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .  
 

[an error occurred while processing this directive]