De Volkskrant, 28-10-2006, door Simone de Schipper

Stress-stoornis | Promovendus toont hersenveranderingen aan bij veteranen met een stress-syndroom

Elke dichtslaande deur is een schot

Veteranen met een stress-stoornis hebben andere hersenen. Maar wat is oorzaak en wat gevolg? En worden ze daar beter van?


Tussentitel: Vijf à acht procent van de veteranen houdt aan het slagveld een blijvende stress-stoornis over

The war within, zo heet het proefschrift van neuropsycholoog Elbert Geuze. De titel slaat op de oorlog die sommige soldaten van binnen ervaren, lang nadat ze naar huis zijn teruggekeerd.
De meerderheid van de veteranen leert leven met de afschuwelijke ervaringen op het slagveld. Vijf à acht procent van hen houdt er echter een stress-stoornis aan over.
    Voor hen gaat de oorlog ‘van binnen’ maar niet over; nachtmerries en herbelevingen – met bijbehorende hartkloppingen en zweetaanvallen – houden de strijd gaande. Ze staan continu op scherp, geestelijk zowel als lichamelijk. Alsof iedereen die achter hen loopt hen een mes in de rug zou kunnen steken. Alsof ieder dichtslaand keukenkastje een geweerschot is.
    Zo’n posttraumatische stress-stoornis (PTSS) levert vaak meer stress en narigheid op dan de uitzending zelf. En pogingen om die ellende te bezweren zijn vaak destructief: drank, drugs, impulsief of gewelddadig gedrag.
    De titel wijst ook op een andere ‘oorlog van binnen’: die in de hersenen. Want daar is de stress-stoornis af te lezen, zegt Geuze, die afgelopen dinsdag promoveerde.
    Zijn onderzoek legt tot nog toe onbekende veranderingen bloot in de hersenen van veteranen met een stress-stoornis. Geuze kon dat doen in het Centraal Militair Hospitaal en het UMC Utrecht, met geld van het ministerie van Defensie, en dankzij de medewerking van zestig oud-soldaten die dienden in Libanon, Bosnië of Cambodja.
    Dat er bij een stress-stoornis iets aan de hand is met de hersenen, is al bekend sinds begin jaren negentig. Met name de hippocampus bleek in vele studies kleiner te zijn. Dat hersengebiedje in de vorm van een zeepaardje (vandaar zijn naam), in de kern van het brein, is nodig voor het opslaan van herinneringen. Maar ook voor het geleidelijk afzwakken van de emotionele intensiteit daarvan, als ze in een veilige situatie worden herbeleefd. Het is die afzwakking die spaak loopt bij PTSS.
   Maar er zijn meer verschillen, blijkt uit Geuzes onderzoek: in de pijnverwerking, het geheugen, in het interpreteren van gebeurtenissen, en in een hersensysteem dat activiteit moet afremmen. ‘Het meeste werd al vermoed’, zegt dr. Eric Vermetten, psychiater aan het Centraal Militair Hospitaal en UMC Utrecht en copromotor van Geuze. ‘Het mooie is dat hij het heeft gemeten, met vernieuwende technieken.’
    De kracht van het Utrechtse onderzoek schuilt in de goede controles, iets wat veel andere PTSS-studies ontberen. Tegenover de veteranen met de stoornis staan vergelijkbare veteranen zonder. Even oud, in dezelfde tijd in dezelfde oorlogsgebieden gediend. Ook ten tijde van de uitzending waren ze even oud. Dat is cruciaal, zegt Geuze: ‘De leeftijd is een belangrijke factor bij PTSS. Hoe jonger tijdens de traumatische ervaringen, des te meer kans op de stoornis.’

Hersenspinsels
Door de zorgvuldige matching zijn de verschillen echt toe te schrijven aan de stoornis. ‘Niet aan andere factoren, en ook niet aan de oorlog. Die hadden beide groepen immers meegemaakt.’
    Naar wetenschappelijke maatstaven is het een degelijke en mooie studie, getuige ook de cum laude die Geuze bij zijn promotie werd verleend. Maar wat levert het de veteranen met nachtmerries en paniekaanvallen op? ‘We kunnen nu de vinger leggen op wat er precies mis is. Dat het geen hersenspinsels zijn, maar dat hun hersenen anders werken. Die erkenning is heel belangrijk. Dat zie ik bij die jongens, en dat is ook waarom er zo veel meewerken, terwijl het behoorlijk intensief is en ze er geen geld voor krijgen.’
    Maar munitie om de ‘oorlog van binnen’ te overwinnen? Nee, dat komt er niet uit voort, relativeert Geuze zijn bijdrage en die van de wetenschap in het algemeen.
    Wetenschappelijk onderzoek wordt vaak voorgesteld alsof het de uiteindelijke waarheid openbaart, schrijft Geuze in de slotbeschouwing van zijn proefschrift. Vooral nieuwe technieken leveren altijd weer ‘hooggespannen verwachtingen en nieuwe beloftes’.
    Die leiden weliswaar tot nieuwe inzichten en bevorderen de wetenschap, maar een nieuwe behandeling zal er niet uit voortvloeien, voegt Geuze er relativerend aan toe.
    Inderdaad leveren betere hersenscans zelfs geen antwoord op het belangrijkste raadsel rond PTSS: wat is oorzaak en wat gevolg? Een scan van stress-gestoorde hersenen is als een foto van een stad na een gestreden strijd. Ramen kapot, huizen uitgebrand, straten leeg. Maar komt dat door de oorlog? Of was de stad er al zo slecht aan toe en hielden de inwoners daarom geen stand? Of was het verval oorspronkelijk slechts klein, maar funest in combinatie met beschietingen?
    Toen voor het eerst aan het licht kwam dat veteranen met een posttraumatische stress-stoornis een kleinere hippocampus hebben, werd dat gezien als een gevolg van de stress (van de oorlog en/of van de stoornis). Een logische gedachte, want langdurige stress laat hersencellen afsterven. En naarmate een militair op het slagveld meer gruwelijkheden ervaart en meer verwondingen oploopt, is de kans op PTSS des te groter.
    In 2002 werd dat idee echter bijgesteld. Thuisblijvende eeneiige tweelingbroers van de soldaten hadden een even kleine hippocampus, dus misschien was dat eerder een risicofactor dan een gevolg. Ook de hersenveranderingen die Geuze waarneemt zijn geen rechtlijnig gevolg van de oorlog. ‘Oorlogservaringen hebben effect op de hersenen, maar niet deze. Daar hebben we juist voor gecontroleerd; de veteranen zonder PTSS delen dezelfde ervaringen.’

Afsterven
‘Misschien hadden sommige militairen de hersenveranderingen al en maakte dat hen kwetsbaar’, zegt Geuze. ‘Of misschien ervaren ze meer stress doordat ze anders met de ervaringen omgaan. Of allebei.’
    De Utrechtse onderzoekers van militaire breinen willen graag uitzoeken hoe oorzaken en gevolgen in brein, geest en gedrag, door elkaar lopen. Ze hebben daarom ook soldaten gepolst die naar Uruzgan afreizen; velen van hen doen (vrijwillig) mee.
    Om kwetsbaarheidsfactoren voor en gevolgen van PTSS van elkaar te kunnen onderscheiden, worden de militairen al vóór vertrek onderzocht.


Tussenstuk:

Vier verschillen in veteranenhersens

Pijn

Tot verrassing van de Utrechtse onderzoekers waren de veteranen met PTSS minder gevoelig voor lichamelijke pijn. Ook de hersen-scans duiden op een andere verwerking van pijnsignalen.
    Geuze: ‘Het is speculatie, maar het pijn en andere prikkels wekken bij hen meer stress en associaties met gevaar op. Het zou kunnen dat het lichaam daarop reageert door meer pijnstillende endorfinen af te geven; andere studies lijken daarop te wijzen.

Geruststellen
Een beetje trots, want met ‘ultranieuwe’ technieken gemeten, is Geuze op de vondst dat de hersenschors – de buitenste hersenlaag – op bepaalde plekken 10 à 15 procent dunner is. Met name aan de voorkant, en die gebieden werken ook minder goed.
    Wat dat betekent? ‘Dat is weer een kwestie van speculeren. Als je iets op je schouder voelt, dan reageren de dieper gelegen, ‘primaire’ hersengebieden daar heel snel op, en bij mensen met een stress-stoornis bovendien sterker. Je schrikt.
    Het besef dat iemand op je schouder tikte, komt net iets trager, waarop het voorste hersengebied een geruststellend signaal stuurt om de schrik te dempen en impulsen af te remmen.’
    En dat is nou net één van de dingen die mis gaan bij mensen met een stress-stoornis. Uiteraard kan dat best samenhangen met een hapering in de voorste hersenschors.

Geheugen
Bij de Nederlandse stress-gestoorde veteranen mat Geuze geheugenproblemen, en hoe ernstiger die zijn, hoe slechter de veteranen sociaal en beroepsmatig functioneren.
    Bij geheugentests in de hersenscanner bleken de gebruikelijke geheugengebieden (waaronder weer die voorste hersenschors) minder actief, andere gebiedjes actiever. ‘Alsof de verkeerde gebiedjes gebruikt worden.’

Afremmen
In bijna alle hersengebieden zagen Geuze en collega’s minder ontvangstplaatsen voor de signaalstof GABA, de belangrijkste remmende stof in de hersenen.
    Daarover is het moeilijker speculeren, zegt Geuze. ‘Je zou zeggen dat er niet genoeg remming is, en dat de hersenen daardoor overactief zijn.
    ‘Maar zo eenvoudig ligt het niet. Sommige gebieden zullen actiever zijn, andere gebieden juist minder. Het is wel duidelijk dat er iets basaals mis is, maar nog niet precies hóe.’


Naar Psycho-fysisch parallellisme  , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 
[an error occurred while processing this directive]