WERELD & DENKEN
 
 

Psychologische krachten en begrippen



Cognitieve ziekte
Het begrip "cognitieve therapie"  is een bestaand en zelfs (zeer) bekend begrip. Dit geldt niet voor het omgekeerde: "cognitieve ziekte" - waarmee natuurlijk niet wordt bedoeld zaken die het gevolg zijn van andere aandoeningen als bijvoorbeeld Alzheimer. Het hier geïntroduceerde "cognitieve ziekte"  is zelf een cognitief proces, en wel een cognitief proces dat leidt dat minder goed cognitief functioneren oftewel minder goed denken. Iets dat dan wel weer opgelost zou kunnen worden door "cognitieve therapie", maar dan in een ietwat andere betekenis van "cognitieve therapie", als aanvulling op het huidige als volgt te definiëren gebruik: "Cognitieve therapie is een manier om anderszinse geestelijke ziektes te behandelen met cognitieve processen". Het nieuwe gebruik is dan: "Cognitieve therapie is een manier om cognitieve ziektes te behandelen met cognitieve processen". Het meer natuurlijke gebruik, dus.
    En in principe werkt dit dan ook de andere kant op: als cognitieve processen meer andere meer basale psychologische verschijnselen kunnen verhelpen, dan kunnen cognitieve processen, de "zieke" varianten, ook meer basale psychologische problemen veroorzaken.
    Deze relatie is niet alleen logisch, maar vindt ook een onderbouwing in de neurologie. In Hersenstam, overzicht  is een voorbeeld gegeven, zie hiernaast, van één van de vele circuits die er lopen tussen cortex, emotie-organen (striatum, GPi/e, STN en thalamus) en hersenstam (SNr/c). In een kringproces, dus met koppelingen beide kanten op. Een proces dat ook weer gereguleerd wordt, onder andere door de neurotransmitter dopamine, de paarse pijl in het diagram, komende uit de hersenstam.
    De methodiek van de traditionele cognitieve therapie, bijvoorbeeld voor zoiets als hypochondrie, waarvandaan de illustratie rechts stamt, is een recenter alternatief voor het oudere toedienen van medicijnen, zoals de psychiater rechts doet, en dat dus werkt door het toedienen van woorden, taal, en de daarin verwerkte gedachten - van cognitieve processen. Woorden en taal van de therapeut die de "patiënt" zich eigen maakt, in zijn hoofd herhaalt in de vorm van zijn gedachten, en op die manier deels zelf zorgt voor de genezing. En daarin is cognitieve therapie effectief gebleken  . Een genezingsproces dat dus uitgaat van de cortex, bovenin de neurologische circuits als van de vorige afbeelding. Bij ernstigere psychologische problemen gebruikt men vaker medicijnen, die meestal van de soort "neurotransmitter" of erop lijkend zijn, en daarom uitgaan van de hersenstam, onderin de circuits.
    Voor de behandeling van cognitieve ziekte is cognitieve therapie dus als vanzelfsprekend de methode van eerste keuze. Direct vergelijkbaar met het fysiologische geval: ziektes veroorzaakt door kleine beestjes in je lichaam (bacteriën) bestrijdt het lichaam door middel van andere kleine beestjes: afweercellen.
    En om dit weer om te keren: de cognitieve ziekte ontstaat dus vermoedelijk eveneens door taal. Taal die van buiten kan komen, maar dan toch in ieder geval door de "zieke" in zijn hoofd herhaald wordt als gedachten. Maar die gedachten kunnen ook in het hoofd van de patiënt zelf ontstaan zijn, bijvoorbeeld als gevolg van foute conclusies uit andere taal van buiten. Of gewoon aanleg voor foute gedachtes.
    Het eerste signaleren van cognitieve ziekte is eigenlijk eenvoudig, net als bij fysiologische. Waar bij bacteriële besmetting het eerste simpele symptoom dat van koorts is, is bij de cognitieve ziektes het eerste symptoom net zo simpel: de betrokkenen slaan wartaal uit. En niettegenstaande wat velen daarover beweren, zijn er duidelijke criteria voor wat wartaal is: dat is taal waarvan de uitspraken niet kloppen met de werkelijkheid, en taal waarvan de uitspraken elkaar tegenspreken. En beide gevallen zijn ook weer simpel uit te leggen: het eerste is dat van "Daar rijdt een blauwe takelwagen" als er een rode brandweerauto voorbijrijdt, en de tweede is nog simpeler: Je zegt, wijzend op hetzelfde ding, eerst: "Dat is een blauwe takelwagen", en daarna: "Dat is een rode brandweerauto".
    Deze twee klassen van wartaal hebben een sterk verschillende status: de eerste kan bediscussieerd worden, te begeleiden met nader onderzoek naar wat de twee uitspraken nu eigenlijk zeggen - misschien klopt de gebruikelijk gehanteerde definitie van "rode brandweerauto" wel niet - of de door de spreker gehanteerd termen van blauw en takelwagen hebben ergens een overlap met "rood" en "brandweerauto".
    De tweede klasse van wartaal, contradictie, is altijd fout. Wat het "Dat" in de combinatie in feite ook is: de combinatie is altijd fout (of beter: zodanig vaak dat "altijd" dit het beste afkort). Met met sterk onderschatte maar verstrekkende gevolgen.
    De verstrekkendheid van die gevolgen kan ingeschat worden door gebruik van analogie - analogieën uit de logica en aanverwante, want contradictie is een logisch probleem. Wat begint met een intuïtief vermoeden, zijnde dat alle vormen van tegenspraak uiteindelijk te herleiden zijn tot de fundamentele tegenspraak A = niet-A (of  x = -x  of iets dergelijks). En voer je het equivalent van  x = -x in in een computer, en dan "gaat hij plat" - of als hij wat slimmer is, voorkomt hij dat invoeren onder de vermelding: "Poging tot delen door nul", een verbalisatie van: "Je probeert iets oneindig te maken" of "Je probeert iets oneindig keer te herhalen".
    Dat is ook wat er met de lijder aan de cognitieve ziekte van tegenspraak zou gebeuren, als hij maar lang genoeg doorgaat: "hij gaat plat", dat wil zeggen: zijn cognitieve systeem gaat plat. Het verbale en psychologische equivalent hiervan is: "Jezelf middels een steeds nauwer wordend cirkeltje in de put praten". Die "put" is het oneindig kleine punt dat in het centrum ligt van een voortdurend steeds nauwer worden cirkeltje - het omgekeerde cirkeltje van dat in de illustratie van cognitieve therapie. Talloze psychologische kwalen maken gebruik van dit beeld van "in een negatieve spiraal raken", ook wel afgekort als "valkuil"  .
    Voor het geval van de cognitieve contradictie is het ontstaan van die cirkel makkelijk voor te stellen, als je er even vanuit gaat dat het systeem zodanig werkt dat uitspraken één voor één gecontroleerd worden: de eerste uitspraak, "Dat is een blauwe takelwagen", wordt opgehaald voor controle - "controle" wil zeggen: vergelijking met het beeld van de rest van de wereld. Tot dat beeld hoort aangaande "Dat" ook de uitspraak "Dat is een rode brandweerauto". En dus is er iets mis met de combinatie van die twee. Dan gaat het systeem vervolgens die tweede, "Dat is een rode brandweerauto", controleren. Weer wordt alle relevante informatie over "Dat" opgehaald, en nu komt "Dat is een blauwe takelwagen" als alternatief te voorschijn. En weer klopt het niet. Dus gaat het systeem "Dat is een blauwe takelwagen" controleren ... Waarna we weer terug zijn bij "af". De cirkel is gesloten. Het proces stopt niet. De computer gaat plat
    Maar net als een computer al heel lange tijd deelsystemen ingebouwd heeft om dit te voorkomen, heeft de natuur natuurlijk deelsystemen ingebouwd (hersenen werken sterk modulair) om het platgaan te voorkomen. Daarvoor is al een vanuit andere invalshoeken bekend proces voor handen: "compartimentalisatie"  . Het deel van het denksysteem dat de contradictie en de zich oneindig herhalende cirkel bevat wordt afgesloten van de rest. De mogelijkheid daartoe is ingebouwd in het zenuwstelsel, door middel van neuro-signalen blokkerende neurotransmitters, komende van blokkerende, inhiberende, neuronen. Het voortdurend aan de gang zijn van het deelsysteem wordt vermoedelijk gesignaleerd als een vorm van stress, en het sterke stress-signaal is aanleiding voor de afgifte van blokkerende signalen door de blokkerende neuronen.
    Waarop nog een tweede potentiële cirkel om de hoek komt kijken. Het ontstaan van compartimentalisatie van de betrokken hersenmodule vermindert de effectiviteit van de hersenen als geheel. Wat op zich ook weer een oorzaak van spanningen is. Als bovendien de signalen van buiten die de vaststaande regels tegenspreken aanhouden, ontstaat een toenemende hoeveelheid spanningen, een toenemende behoeft aan compartimentalisatie, enzovoort, en als op een gegeven moment de spanning ten gevolge van de compartimentalisatie zelf genoeg extra spanning opwekt, is er sprake van een meegekoppeld kringproces. Het kleine gelokaliseerd probleem is een probleem van de hele hersenen geworden. Dit is dan het moment van het ontstaan van ernstigere psychologische kwalen, en komen behandelingen middels medicijnen om de hoek kijken, om de door het uit de hand gelopen kringproces uit de hand gelopen hoeveelheid neurotransmitters weer binnen normale waardes te krijgen.
    Deze beschrijving laat al zien dat cognitieve ziektes niet zeldzaam zijn. Ze zijn het (veel) matigere en (veel) meer voorkomende geval van op zich al niet erg zeldzame ernstigere kwalen (in de jaren 2010 slikt 10 procent van de bevolking anti-depressiva). Die zeer veel voorkomende lichte tot middelzware cognitieve kwalen, meestal te herleiden tot contradictie, vallen niet op omdat de meeste vormen van contradictie ingekleed zijn - verhuld door woordgebruik. Zo zijn de uitspraken "Allochtone immigranten zijn zielig en verdienen onze steun" en alle uitspraken en beleid dat hierop gebaseerd is, en "De allochtone culturen zijn gelijkwaardig aan de Nederlandse en Nederlanders moeten een deel van de allochtone culturen overnemen" en alle uitspraken en beleid dat hierop gebaseerd is evenzeer in strijd met elkaar als A en niet-A - er worden slechts meer woorden gebruikt (eerste stap: vertaal "onze steun" in "speciale behandeling" - enzovoort). In de ideologie van het multiculturalisme zitten beide uitspraken inbesloten, en het multiculturalisme zelf is dus een tegenspraak. En aan deze tegenspraak wordt geleden door het overgrote deel van de politieke, bestuurlijke, intellectuele en kunstzinnige elite, ongeveer de bovenste derde van de maatschappij.
    Met dit als voorbeeld kan een inventarisatie gemaakt worden van cognitieve ziektes en hun voorkomen. Als eerste heb je de twee klassen van "religie" en "ideologie". Het benoemen van religie als cognitieve ziekte is niet origineel, het meest gelijkende zijnde de formulering van Richard Dawkins als zijnde een "meme"  . "Ideologie" is de benaming voor een kernpunt in de meeste religies (in ieder geval de meest populaire): het hanteren van een stel regels, meestal ook op schrift gesteld maar dat hoeft niet, waarin vast is gelegd hoe de wereld in elkaar zit of in elkaar zou moeten zitten. Waarvan de werking geïllustreerd kan worden met de eerder gebruikte analogie, door als voorbeeldregel te nemen: "Zaken die op wielen rijden en meer dan vier wielen hebben, zijn blauwe takelwagens". Op het moment dat er iets langs komt op meer dan vier wielen, zal een aanhanger van die ideologie dan opmerken: "Dat is een blauwe takelwagen". Ook als het in werkelijkheid een rode brandweerauto is. Want ideologie gaat altijd voor de werkelijkheid, anders is het geen ideologie, maar gewoon de werkelijkheid. Vaststaande regels en ideologie leiden dus noodzakelijkerwijs tot cognitieve ziektes van de eerste soort.
    Maar omdat de ideoloog verkeert in een omgeving waar in de praktijk ook altijd ideologen van een andere soort rondwaren dan de zijne, en zelfs niet-ideologen, zal er altijd op één of andere manier discussie ontstaan over de uitspraken van de ideoloog - bijvoorbeeld als de ideoloog zijn regels wil opleggen aan anderen. In welke discussies de ideoloog, ten einde zijn niet met de werkelijkheid overkomende uitspraken te verantwoorden, vrijwel altijd een grote hoeveelheid tegenstrijdige uitspraken produceert. Zoals "Als jij een rode takelwagen zit terwijl het zeker is dat deze blauw is, moet rood wel gelijk zijn aan blauw".

    Dit is zeer concreet aangetoond voor het geval van religie. Experimenten aan het basale optische waarnemingsproces, door proefpersonen uit letters samengestelde letters te laten lezen, zie de illustratie rechts, tonen aan de religieuzen dezelfde verschijnselen vertonen als proefpersonen die lijden aan verstoorde communicatie tussen de hersenhelften    -ze kunnen wel de kleine letters lezen, maar de grote minder goed. Dat is volkomen in lijn met de hier gelegde verbanden: religie is door het onderhouden van de meest stringente leefregels volgens de hier gelegde verbanden de ernstigste cognitieve-ziektemaker, en de vastgestelde compartimentalisatie in de hersenen ligt bij de meest grootschalige modulaire indeling: die van de linker- en rechter hersenhelft.
    Religie heeft als hoofdklasse van "cognitieve ziekte" in principe vele onderklassen, maar dat onderscheid is qua therapie weinig belangrijk: vrijwel alle vormen van religie zijn grotendeels onbehandelbaar - voor een groot deel veroorzaakt door het feit dat religie aangeleerd wordt op (zeer) vroege  leeftijd. De enig bekende "therapie" is langdurige blootstelling aan een geestelijk gezondere omgeving, waarna de betrokkene aan een periode van zelftherapie moet doen, die veel inspanning en gemiddeld rond de vijf jaar vereist  .  
    De tweede hoofdklasse van cognitieve ziekte is "ideologie". Ook dit heeft vele onderklassen, zijnde zaken als "socialisme" en "kapitalisme", maar ook "politieke correctheid" en "multiculturalisme". Die zijn wat beter behandelbaar dan religie, omdat de basisregels meestal pas op latere leeftijd worden opgenomen dan religie.
    Terwijl religie dus vrijwel altijd wordt doorgegeven binnen gezin en familie, is ideologie voor haar voorplanting afhankelijk van andere methodes. Ook die komen in een aantal categorieën, met als voornaamste verleiding, propaganda en leugen. Aan de leugen gaat ook meestal de eerste twee vooraf, omdat een leugen zonder voorbereiding nogal ostentatief is.
    De voornaamste methoden gehanteerd ter verleiding en propaganda zijn retorica en retorische trucs. Retorica is het in mooie taal kleden van een inhoudelijke boodschap. Bij retorische trucs gaat dit gepaard met de vele vormen van misleiding. Die retorische trucs zijn de ziekteoverbrengers en de ziektemakers van de cognitieve ziekte - in fysiologische termen de pathogenen. In dit geval dus verbale of geestelijke pathogenen. Dit zijn de cognitieve ziektes die zich lenen voor cognitieve therapie.
    Zoals de vele vormen van cognitieve ziekte twee gemeenschappelijke basisoorzaken hebben, foute waarneming en contradictie, heeft de therapie ervan slechts eentje. Het basisprincipe achter vrijwel alle vormen van cognitieve therapie is hetzelfde, en in principe simpel: vraag om de inhoud van de boodschap, en confronteer deze met de werkelijkheid.
    Het basisprincipe van de therapie is dus simpel, maar de werkelijkheid ervan is ingewikkeld: als de behandeling van confrontatie met de werkelijkheid zo simpel zou werken, zouden de meest cognitieve ziektes al genezen zijn door de automatische confrontatie met de werkelijkheid door het leven in de werkelijkheid. Maar bekend is bijvoorbeeld het argument gehanteerd door gelovigen: "Juist de ervaring van het anders-zijn van de werkelijkheid, maakt mijn geloof sterker". De cognitieve ziekte heeft dus een ingebouwd afweermechanisme, dat bijvoorbeeld de al genoemde compartimentalisatie kan zijn.
   De therapie, of doodgewoon de discussie over zijn standpunten met een ideoloog, kan in principe leiden tot drie soorten reactie: een gedeeltelijke of hele erkenning, een gedeeltelijk of hele ontkenning, of het negeren van de reactie, door stilzwijgen of op een ander onderwerp over te gaan. Het gedeeltelijk of zelfs geheel erkennen van de contradictie blijkt in de praktijk dus uiterst zeldzaam. De reden daarvan is dat als iemand genegen is zijn contradicties te herzien, hij niet leidt aan contradicties van de opvallende soort - hij heeft ze al herzien.
    Letterlijk negeren is een minderheidsreactie - in discussies vergt het zelfbeheersing, en daarvoor is de spanning meestal te hoog. Bij daadwerkelijke therapie is het niet zinvol - bovendien wordt het negeren tijdens therapie wordt door iedere therapeut gebruikt als signaal voor het belang ervan.
    Overblijvend en het meestvoorkomend zijn de diverse vormen van ontkenning, die tevens meestal gepaard gaan met uitingen van de spanningen die de contradicties in de geest van de cognitief hebben opgeroepen, in discussies tezamen te omschrijven als "scheldpartijen". Dit is pure praktijkervaring, en op ieder gewenst moment te bewijzen door reactiefora bij krantensites of weblogs te lezen. Daarbij worden de aanhangers van ideologieën als politieke-correctheid, multiculturalisme, en Europeanisme talloze retorische trucs gehanteerd, met als meest populaire die van het Ad hominem. Ook reguliere media en bestuurders en waarnemers doen hier aan mee, door bijvoorbeeld het gebruik van termen als "populist" en "populisme". Om heel precies te zijn: de meeste vormen van cognitieve ziekte bestaan nog omdat het openbare deel van de maatschappij, bestuur, media enzovoort, er aan lijdt of er ook aan lijdt. Dit maakt behandeling ervan moeilijk tot schier onmogelijk, naderende aan die van religie.
    Van dit laatste en van het hele probleem van cognitieve ziekte wordt een uitstekende illustratie gegeven door de meest recente en meest actuele vorm van ideologie, zijnde die van het al genoemde multiculturalisme. Dat begon als reactie op de eerste verschijnselen van allochtone achterstand, met als archetypisch voorbeeld de toestanden in de Rotterdamse Afrikaanderwijk  . De reactie van het multiculturalisme was het verspreiden van uitspraken van de soort "De multiculturele samenleving is een verrijking van onze cultuur". Dit is propaganda, omdat het op geen enkele manier door feiten ondersteund kon (en kan) worden. Die propaganda is verpakt en wordt verspreid in taal. Dit is de cognitieve ziekmaker - de cognitieve pathogeen.
    Op een gegeven moment kwam er de eerste klokkenluider, die wees op daadwerkelijk in de maatschappij optredende achterstanden. Maar multiculturalisme is een krachtige cognitieve ziekte, die haar eigen afweermechanismen heeft - dus gelijkend op de fysiologische variant genaamd "kanker". Dat afweermechanisme bestond uit boycot en gevangenisstraf, zie Hetze, Janmaat  . Dat was zodanig effectief dat verdere verbale reactie niet nodig was.
    Daarop kwam er een tweede klokkenluider Pim Fortuyn  . Die kwam, in tegenstelling tot Janmaat, uit de bestuurlijke en intellectuele elite. Die was niet te bestrijden met boycot, en gevangenisstraf was helemaal niet aan de orde. Dus greep men naar de verbale reactie. In de vorm van associaties met Anne Frank en kreten als "minderwaardig persoon". Dit is wartaal van de eerste soort - foutieve vormen van "aanwijzing" (Fortuyn had niets te maken met Anne Frank, en was geen minderwaardig persoon - de laatste kwalificatie werd dan ook ingetrokken).
    Fortuyn werd vermoord, maar er kwam een derde klokkenluider Geert Wilders. Ook nu verviel men in sterke verbale reacties, zoals deze kreet van Maarten van Rossem, historicus (Joop.nl, 24-11-2010  ), in de richting van  "De proto-criminelen van de PVV". Hier is niet van belang of PVV-aanhangers al dan niet proto-criminelen zijn, want de uitspraak is een verbaal ingeklede vorm van tegenspraak. Want vraag, in gedachten, Van Rossem om zijn criteria voor de kwalificatie "proto-crimineel" voor aanhangers van de PVV, pas deze criteria toe op degene waarop de PVV'ers  hun voor Van Rossum zo bezwaarlijke pijlen richten: de moslims    , en je zal zien dat moslims er evengoed of beter aan voldoen. Waarna er dus een tegenspraak is: tussen het toepassen van de criteria op PVV'ers en het niet-toepassen ervan op moslims - een overduidelijke contradictie. Hetgeen een direct gevolg is van de veel minder duidelijke contradictie in het multiculturalisme zelf.
    Nu worden dit soort uitspraken, die redelijk opzichtig tot contradicties leiden, gedaan door als intelligent geziene mensen. Maarten van Rossem is hoogleraar geschiedenis (inmiddels met emeritaat), en andere soortgelijke uitspraken zijn gedaan door de hooggeachte filosoof Rob Riemen en een stel hoogleraren in Tilburg. En in het kader van het proces tegen Geert Wilders zijn ook veel contradictoire uitlatingen gedaan door vele hooggeleerde heren. Uitlatingen die ze in een andere context niet zouden doen.
    Hier is duidelijk sprake van een verschijnselen van cognitieve ziekte van de tweede soort. De betrokkenen worden geconfronteerd met zaken en uitspraken die niet overeenkomen met het vaststaande regels - in dit geval: "Allochtone culturen en immigranten zijn gelijkwaardig". Daarop beginnen ze eerst in hun rationele geest begrippen en woorden te formuleren die de werkelijkheid weerspreken - die een contradictie vormen. Die contradictie veroorzaakt de eerste spanningen, op een lager niveau, en het al beschreven proces treedt in werking. De betrokkene heeft geen idee meer van de echte waarde van zijn uitspraken, en slaat wartaal uit. Zoals Maarten van Rossen, Rob Riemen, enzovoort. Die niet herkent wordt als wartaal door anderen die aan dezelfde kwaal leiden. En dat kan zelfs een meerderheid van de (relevante) mensengroep zijn. Hetgeen vaak het geval is voor cognitieve ziektes ten gevolgen van religie en ideologie. Voor een uitgebreide verzameling van dit soort wartaal en contradicties in diverse verhullingen, zie hier  .
    Dit is dus de manier waarop het foute gebruik van taal of het verkeerde gebruik van de rationele hersenen, de cortex, een neurologische kwaal veroorzaakt: compartimentalisatie. Voor de meer extreme gevallen kan dat zeer gelokaliseerde en zeer fysiologisch uitziende kwalen veroorzaken, zoals de uitval van de functie van een enkele hand  .
    Nu de behandeling van deze kwalen - deze cognitieve ziektes. Het antwoord daarop is al ingesloten in de manier waarop je laat zien dat de uitspraak van Van Rossen een contradictie bevat: concentreer je op de inhoud van het gesprokene, de taal, zowel de expliciete als de geïmpliceerde inhoud, en wijs op de werkelijkheid met betrekking tot die inhoud
    Maar hoewel dit simpel lijkt, is de praktijk voor velen vaak anders, omdat veel van de ideologen die via media en dergelijke tot eenieder komen, een hogere opleiding hebben genoten en taalvaardig zijn, en abstracte en los van de werkelijkheid staande maar schijnbaar betekenisvolle theoretische woorden en terminologie gebruiken - zoals "tolerantie" en "vrijheid van godsdienst". Daarvoor is het volgende, meer universele, recept handig: geloof iemand die retorisch trucs gebruikt per definitie niet, tenzij je zelf het tegendeel kan bewijzen. En, als praktische tip: zoek de andere kant of partij genoemd in een bewering, en spiegel de de bewering  . Dus zoek in de bewering "De proto-criminelen van de PVV" eerst de andere kant - omdat de PVV ageert tegen de islam, is de andere kant die van de islam of de moslims. En spiegel de bewering "De proto-criminelen van de PVV" tot "De proto-criminelen van de islam" of "De proto-criminelen van de moslims". Dan blijkt in dit geval (maar ook in de meeste andere) in één oogopslag dat de oorspronkelijke bewering niet deugt.
    Het verspreiden van de boodschap "De proto-criminelen van de PVV" is de cognitieve pathogeen van de cognitieve ziekte genaamd "multiculturalisme". Het verspreiden van de boodschap "De proto-criminelen van de islam" is de cognitieve "afweercel" uitgezonden door de cognitieve therapie.
    Voor het verder toepassen en uitwerken van de hier beschreven cognitieve therapie staan er op deze website onder andere een verzameling retorische trucs met uitleg en voorbeelden  , en een verzameling regels omtrent het omgaan met van derden, waaronder de media, verkregen informatie  . Dit is onderbouwd met een systematische beschrijving van het taalproces in Algemene semantiek, vanaf hier  .


Naar Psychologie lijst  , Psychologie overzicht  , of site home  .