Volkskrant.nl, hartenziel.nl, 06-01-2010, door Jean-Pierre van de Ven 17 jan.2010

Uit de praktijk van relatietherapeut Jean-Pierre van de Ven

Maarten wantrouwt alles

Maarten zit in een depressie. Bij psycholoog Jean-Pierre van de Ven doet hij een simpele ontdekking.


Zulke ingewikkelde vragen stel ik niet. Wanneer is het begonnen? Wat gebeurde er in die periode? Heb je dit besproken met je werkgever of met collega’s? Maar op alle vragen volgen stiltes en worstelingen. Maarten trekt grimassen, alsof het pijn doet om na te denken. Ik zie zweetdruppels op zijn bovenlip.

De antwoorden komen wel: mijn depressie is begonnen na de operatie, zeven jaar geleden, mijn baas wilde ik er liever buiten houden. Trouwens, ik heb een administratieve functie gekregen, had ik dat nog niet verteld? Ach, natuurlijk had ik dat niet verteld, dat weet ik best. Ik ben ook zo’n loser. Ik word doodziek van mijn eigen leugens. Geen wonder dat niemand me vertrouwt.

Maartens antwoorden komen traag. Het is alsof ik in een hele diepe echoput sta te roepen. Pas na lange tijd hoor ik iets terug.

Als zo veel hartpatiënten heeft Maarten zich weinig rekenschap gegeven van de impact van een hartoperatie. De rikketik loopt weer, dus we gaan vrolijk verder, toch? Nou, nee. Maarten slaapt slecht, drinkt te veel alcohol, maakt ruzie thuis. Ook op het werk zijn conflicten aan de orde van de dag. Hij gaat al lang niet meer met plezier naar zijn werk.
Gedurende ons gesprek blijven de antwoorden zo traag komen, dat ik moeite heb om mijn gedachten erbij te houden. Ik zeg er wat van. ‘Weet je dat je steeds heel lang nadenkt, voordat je antwoord geeft op mijn vragen?’ Maarten haalt zijn schouders op. ‘Zal wel. De jongens zeggen soms ook dat ik wel een oud wijf lijk.’

Concentratie
Mensen met een depressie kunnen moeite hebben met hun geheugen of met de concentratie. Ik stel de vragen die ik stellen moet. Maar Maarten kan zich de dingen goed herinneren en de concentratie lijkt in orde. ‘Misschien ben ik wel iets té geconcentreerd,’ zegt hij. ‘Ik leg alles op een weegschaaltje.’ Ik trek een niet-begrijpend gezicht. ‘Nou, voordat ik wat zeg denk ik na over hoe het zal overkomen.
En dus, wat jij dan weer tegen mij gaat zeggen.’ Ik wil weten waarom hij dat doet. Het is lang stil. ‘Misschien ben ik bang dat je het met me eens bent. Dat ik een loser ben. Weet je wat het is? Ik ben de hele tijd bang dat iemand erachter komt dat ik totaal niets kan.’
Maarten wantrouwt alles wat in hem opkomt, elke gedachte en elke emotie. Klopt deze gedachte wel? Of denk ik dit alleen maar omdat ik zo’n loser ben? Kan ik dit gevoel wel uiten? Gisteren voelde dit heel anders. Zou ik me ook zo voelen als ik niet zo’n loser was?

Jezus, dit is nieuw voor mij
Geen wonder dat hij met vertraging reageert. ‘Tja. Als ik mezelf zo hoor praten denk ik: wat een onzeker type’, zegt Maarten.
‘Zou je zekerder willen zijn?’, zeg ik. Dat wil hij. ‘Misschien kun je zekerder van jezelf worden door te zeggen wat er in je opkomt. Gewoon, zeggen wat je denkt en voelt op het moment dat je het denkt en voelt. Wat vind je daarvan?’
Maarten twijfelt.
‘Sneller!’ zeg ik. Maarten glimlacht. ‘Dat is eng!’ zegt hij. Daarvoor prijs ik hem uitvoerig. Hij heeft iets gezegd zonder eerst het effect van zijn antwoord te overdenken. Hij herademt. ‘Jezus, dit is nieuw voor me.’
We oefenen. Ik stel een vraag, Maarten antwoordt. Hoe heet je? Maarten. Wat is een slechte eigenschap van jou? Piekeren. Wat vind je leuk aan je werk? De koffieautomaat. Maarten giert het uit. ‘Echt, dat is het eerste en het enige wat in me opkomt!’
Hij krijgt het te pakken. En zo merkt hij vanzelf dat er dingen zullen moeten veranderen, wil hij zich ooit beter gaan voelen. Want wie blijft er nou ergens werken alleen vanwege de koffieautomaat?


Naar Psychologische krachten , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]