De Volkskrant, 28-02-2013, van verslaggeefster Malou van Hintum 2 mrt.2013

Nieuwe methode bij ernstig misbruik helpt

Vrouwen die als kind langdurig en ernstig seksueel zijn misbruikt en daardoor complexe posttraumatische stress-stoornis (ptss) hebben ontwikkeld, zijn toch succesvol te behandelen. Tot nu toe golden zij als een moeilijk te helpen groep. Psychiaters Ethy Dorrepaal en Kathleen Thomaes promoveren donderdag aan de Vrije Universiteit in Amsterdam op een nieuwe aanpak.

Dorrepaal en Thomaes vergeleken patiŽnten die de gebruikelijke individuele behandeling kregen met patiŽnten die daarnaast de door hen ontwikkelde stabiliserende groepsbehandeling 'Vroeger en verder' kregen. Ze deden hun onderzoek bij 71 vrouwen van gemiddeld 38 jaar, die vanaf 7-jarige leeftijd gemiddeld tien jaar lang ernstig seksueel en fysiek zijn mishandeld door een of meer familieleden.

Na afloop van hun behandeling waren bij ruim de helft van de patiŽnten nachtmerries, flashbacks, vermijding en prikkelbaarheid afgenomen, tegenover een kwart van de patiŽnten die geen groepsbehandeling had gehad.

Psychiater Nelleke Nicolai, auteur van het handboek Psychotherapie na seksueel misbruik (2008), is opgetogen over het onderzoek. 'We zijn als professionals in dit veld erg enthousiast over hun behandelmodel. Dat het nu onderzocht is, is een zegen.'

Van de Nederlandse vrouwen is 10 procent in hun jeugd seksueel misbruikt. Vaak gaat dit misbruik samen met fysieke mishandeling. De helft van deze vrouwen ontwikkelt ptss. Zij hebben last van herbelevingen, nachtmerries, afgevlakte gevoelens en overmatige prikkelbaarheid.

'Ptss-plus'
Deze trauma's verstoren vaak de persoonlijkheidsontwikkeling en kunnen leiden tot complexe ptss. Dat is een soort 'ptss-plus': behalve aan ptss-symtomen lijden deze vrouwen onder meer ook aan zelfbeschadigend en suÔcidaal gedrag, dissociatie (wegrakingen en verlies van tijdsbesef), een negatief zelfbeeld en somatisatie (onverklaarde lichamelijke klachten). Complexe ptss komt naar schatting voor bij 1 procent van de bevolking en is lastiger te behandelen dan gewone ptss, waardoor het perspectief voor deze groep patiŽnten slechter is.

Bij de groepsbehandeling kwamen tien tot twaalf patiŽnten met twee groepsleiders twintig weken wekelijks twee uur bij elkaar. Tijdens die bijeenkomsten kregen ze uitleg over de relatie van hun huidige klachten - zoals angst, wantrouwen en schuld- en schaamtegevoelens - met vroeger misbruik en mishandeling. Daarnaast leerden ze emoties herkennen en benoemen en kregen ze inzicht in hun gedachtepatronen. Ook leerden de patiŽnten hoe ze op een goede manier kunnen omgaan met negatieve gevoelens over zichzelf en met snel opkomende boosheid en angst.

'Deze patiŽnten drinken regelmatig veel of beschadigen zichzelf om zo hun heftige gevoelens bij te sturen', zegt Dorrepaal. 'Daarvoor dragen we alternatieven aan, zoals ademhalingsoefeningen om jezelf te kalmeren of manieren om jezelf af te leiden.'

Uit hersenscanonderzoek bleek dat de mensen met de ernstigste problemen ook de grootste afwijkingen in hersenactiviteitspatronen lieten zien, en dat hun hersenactiviteit normaler werd als de symptomen afnamen. Thomaes: 'We zagen bovendien een verschil in activiteitspatronen tussen mensen met gewone en met complexe ptss. Die verschillen bevestigen dat je niet alle ptss op ťťn hoop kunt gooien, maar onderscheid moet maken in subtypen voor een effectieve behandeling.'



Naar Psychologische krachten , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]