De Volkskrant, 09-06-2007, door Peter Giesen 16 jun.2007

Brein | neurologische beperkingen kunnen volgens promovendus herinneringen vals maken

Je geheugen is een bedrieger

Sommige mensen lijden aan een misleidend geheugen. Bijvoorbeeld rechercheurs zouden daar rekening mee moeten houden.


Tussentitel: Het brein van getuigen van een misdaad raakt snel overbelast

Het geheugen wordt vaak vergeleken met een computer, waarin herinneringen worden opgeslagen en opgeroepen. De metafoor is verleidelijk, maar onjuist, zegt Maarten Peters, experimenteel psycholoog aan de Universiteit Maastricht.
    ‘Een herinnering wordt niet als een geheel opgeslagen in de hersenen, maar in allerlei kleine stukjes, die ook in verschillende delen van de hersenen terechtkomen. De visuele aspecten van een herinnering zitten ergens anders dan de auditieve’, aldus Peters.
    Herinneren is daarom reconstrueren. Een betere metafoor dan de computer is de paleontoloog die zich aan de hand van talloze botjes probeert voor te stellen hoe een dinosaurus eruit heeft gezien.
    Bij deze reconstructie kan uiteraard veel misgaan. Niet alleen zijn herinneringen vaak vertekend, ook herinneren mensen zich soms dingen die helemaal niet gebeurd zijn. Het spectaculairste voorbeeld daarvan zijn de ‘hervonden herinneringen’ van seksueel misbruik.
    Door kleine neurologische beperkingen zijn sommige mensen extra vatbaar voor vertekening en pseudo-herinnering, concludeert Peters in een proefschrift, waarop hij deze week aan de Universiteit Maastricht promoveerde. ‘Zeker in de rechtszaal kunnen zulke kleine afwijkingen grote gevolgen hebben’, zegt hij. ‘Onbetrouwbare getuigenverklaringen kunnen ertoe leiden dat mensen ten onrechte worden veroordeeld of vrijgesproken. Ook rechercheurs zouden er veel meer op bedacht moeten zijn dat de herinneringen van sommige mensen worden beďnvloed door neurologische beperkingen.’
    Bij een klein deel van de gezonde proefpersonen in Peters’ onderzoek werden zulke beperkingen geconstateerd. ‘Het is een gewone normaalverdeling: je hebt een kleine groep met een heel goed geheugen en een kleine groep met een minder goed geheugen. De rest zit ertussenin.’
    Peters constateerde dat gezonde proefpersonen geheugenfouten maakten door een gebrekkig functionerende ‘inhibitie’ en een zwak werkgeheugen. Inhibitie is het vermogen om irrelevante informatie te onderdrukken. ‘Als je je iets herinnert, komt er een heleboel irrelevante informatie mee naar boven.
    ‘Stel dat je getuige bent van een overval in een straat waar je elke dag doorheen komt. Als je je de overval probeert te herinneren, komen ook al die andere herinneringen aan de straat naar boven’, aldus Peters.
   ‘Wie zulke informatie niet goed kan onderdrukken, overvoert zijn brein met details, waardoor het moeilijker wordt een betrouwbare herinnering te reconstrueren. Iets soortgelijks geldt voor een ‘suboptimaal’ werkgeheugen: het geheugen raakt overbelast als het meer informatie krijgt dan het kan verwerken.
    Een overbelast brein gaat fouten maken. De ontbrekende stukjes van de puzzel worden ingevuld met onjuiste informatie. Vaak vallen mensen terug op stereotypen. Etnische minderheden worden als dader aangewezen, rode Alfa’s rijden altijd te hard.
    Het onderdrukken van zulke stereotypen blijkt averechts te werken. Getuigen die in de rechtszaal te horen krijgen dat zij zich niet door stereotypen moeten laten leiden, blijken juist vaker aan die stereotypen te denken.
    Het brein van mensen die getuige zijn van een misdrijf, raakt snel overbelast. ‘Je wordt geschokt doordat je een uitzonderlijke situatie meemaakt, je bent misschien bang, je probeert weg te komen. Maar later wil de politie dat je die gebeurtenis precies reconstrueert’, zegt Peters. ‘Dat is moeilijk.’
    Kwaliteitscontrole Als het brein de puzzelstukjes van de herinnering bij elkaar brengt, is de ‘kwaliteitscontrole’ heel belangrijk, aldus Peters. ‘Je moet goed in staat zijn de bronnen van informatie van elkaar te scheiden. Heb ik het zelf meegemaakt? Of denk ik alleen maar dat ik het zelf heb meegemaakt? Of heb ik het alleen van horen zeggen?’
    Een ‘suboptimaal functionerende kwaliteitscontrole’ kan ook leiden tot pseudo-herinneringen. Mensen gaan hun herinneringen zelf invullen met gebeurtenissen die bekend voorkomen. Maar hoe vaker anderen de suggestie wekken dat iets is gebeurd, hoe bekender het verhaal voorkomt en hoe groter de kans dat een gebeurtenis als een eigen herinnering wordt beleefd. Dat geldt zeker voor mensen bij wie de ‘kwaliteitscontrole’ tekortschiet, aldus Peters.
    Uit experimenteel psychologisch onderzoek blijkt dat het mogelijk is herinneringen te ‘implanteren’. ‘Een collega van mij doet onderzoek met kinderen aan wie wordt verteld dat ze ooit door een ufo zijn ontvoerd. In eerste instantie geloven ze dat niet. Maar als je het ze vaker vertelt, is er een groep die daarin meegaat’, zegt Peters, die zich haast te zeggen dat het experiment met de grootst mogelijke zorg is omkleed en de goedkeuring van de ethische commissie heeft gekregen. ‘Je kunt dat ook doen met subtielere herinneringen, zoals het verhaal dat de klas ooit verhuisd is en een nieuwe juf heeft gekregen.’
    Peters werkt samen met de Maastrichtse onderzoekers Harald Merckelbach en Marko Jelicic, die veel hebben gepubliceerd op het gebied van de rechtspsychologie. Ook de bevindingen uit zijn proefschrift zijn relevant voor politie en justitie, vindt hij. Rechercheurs en rechters moeten er rekening mee houden dat sommige mensen neurologische beperkingen hebben, waardoor hun verklaringen minder betrouwbaar zijn. Dat geldt voor gezonde mensen met minimale afwijkingen, maar zeker voor schizofreniepatiënten of mensen met hersenletsel.
    In zijn proefschrift beschrijft Peters in geanonimiseerde vorm een geval waarbij hij zelf betrokken is geweest. In 2002 werd bij Luik het lichaam van een man gevonden. Pas in 2004 werd zijn identiteit vastgesteld: het bleek te gaan om een man die al sinds 2001 werd vermist.
    Destijds werd zijn vriendin als getuige verhoord. Zij was de laatste die hem in leven had gezien. Nu het lijk van de man was gevonden, werd zij als verdachte beschouwd. In 2003 had zij echter twee hersenbloedingen gehad.
    Peters heeft haar zelf getest. Ze zat in een rolstoel, sprak moeilijk en had duidelijke cognitieve beperkingen. Het mechanisme waarmee de kwaliteitscontrole van herinneringen wordt uitgevoerd, bleek niet meer te werken. Ze was niet in staat onderscheid te maken tussen de gebeurtenissen die ze werkelijkheid had meegemaakt en de gebeurtenissen die ze zich alleen had ingebeeld.
    ‘Als je zo iemand langdurig verhoort, hard aanpakt en suggestieve vragen stelt, loop je het risico dat ze dingen gaat zeggen die helemaal niet zijn gebeurd. In deze zaak was het bijna tot een valse bekentenis gekomen. Natuurlijk is het mogelijk dat ze wél de moordenaar is geweest. De ware toedracht zal wel nooit bekend worden.’


Tussenstuk:
Tukje, gaap en geen slaap

In zijn proefschrift concludeert Maarten Peters dat sommige mensen vatbaar zijn voor valse herinneringen als gevolg van geringe neurologische afwijkingen. Hij baseert die conclusie onder meer op onderzoek met het zogeheten DRM-paradigma.
    Bij deze test krijgen mensen woorden te horen als ‘tukje’, ‘gaap’ of ‘hoofdkussen’, maar niet het woord waar het eigenlijk om draait: ‘slaap’. Vervolgens moeten zij de woorden reproduceren. Wie toch ‘slaap’ zegt, heeft een valse herinnering, zo wil het DRM-paradigma.
    Kun je op basis van zo’n simpele test iets zeggen over een complex verschijnsel als ‘hervonden herinneringen’ van seksueel misbruik? In het blad Consciousness and Cognition waren de Amerikaanse psychologen Pezdek en Lam er kritisch over.
    In een weerwoord verdedigden experimenteel psychologen, onder wie de Maastrichtse hoogleraar Merckelbach, hun methode. Natuurlijk is het DRM-paradigma iets heel anders dan de ‘hervonden herinneringen’ aan seksueel misbruik, maar de onderliggende mechanismen zijn vergelijkbaar, geloven zij.
    De resultaten van experimenteel onderzoek komen ook overeen met die van empirische studie naar hervonden herinneringen, zegt Peters.
 

Naar Psychologische krachten, compatimentalisatie  , Psychologische krachten  , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]