De Volkskrant, 19-05-2015, van verslaggever Maarten Keulemans .2010

Analyse van vijftig jaar onderzoek naar tweelingen wijst uit:

Alles is wel een beetje erfelijk


Religiositeit. Al dan niet een vaste relatie. Een baan. Politieke opvattingen. Temperament. Het zijn menselijke trekjes die iets onverwachts met elkaar gemeen hebben: ze zijn allemaal voor een deel erfelijk bepaald. Dat is een van de uitkomsten van een kolossale meta-analyse van vijftig jaar onderzoek bij tweelingen, die Amsterdamse onderzoekers deze week presenteren.

Zo'n vier jaar lang waren hoogleraar statistische genetica Danielle Posthuma en universitair docent Tinca Polderman van de VU en collega's uit onder meer AustraliŽ en de VS met de monsterklus in de weer. In totaal 2.748 wetenschappelijke onderzoeken vlooiden ze stuk voor stuk en vaak meermalen door, op zoek naar de erfelijkheid van liefst 17.804 menselijke trekken, uiteenlopend van de vorm van de oogkas en de structuur van iemands haar tot zaken als slapeloosheid, de scherpte van het reukvermogen en de kans op schizofrenie.

Een van de intrigerende uitkomsten van het onderzoek: 'Er is geen enkele onderzochte menselijke eigenschap waarbij de erfelijkheid nul is', zegt Posthuma. Dat neemt niet weg dat de verschillen in erfelijkheid groot zijn. Bij zaken die te maken hebben met gezicht, huid en skelet is de invloed van de ouders het grootst; het minst erfelijk zijn zaken als normen en waarden, hoeveel kinderen we krijgen, maar opvallend genoeg ook onze hormoonhuishouding en bloedsamenstelling.

De reuzenanalyse beantwoordt een vraag die wetenschappers zich al sinds de dagen van filosofen als David Hume en John Locke stellen: in hoeverre komen we als 'onbeschreven blad' ter wereld, en in hoeverre zit het in de familie? De afgelopen decennia kregen genetici daarop greep door een- en twee-eiige tweelingen met elkaar te vergelijken. Tweelingen verkeren vanaf de conceptie in dezelfde omgeving; eeneiige tweelingen hebben ook nog eens dezelfde genen. Daaruit is met wat statistisch gepuzzel af te leiden wat precies de invloed is van de genen, en wat van de omgeving. Vooral zaken als gedragsstoornissen (gemiddeld voor 49 procent erfelijk), intelligentie (67 procent), lengte (63 procent) en depressies (34 procent) zijn op die manier al talloze keren onderzocht.

Postma; 'Ik krijg vaak de vraag: wat is de erfelijkheid van autisme, depressie, schizofrenie - noem maar op. Voorheen wisten we dat niet zo goed. Ergens tussen de 60 en de 80 procent, luidde het antwoord. Maar nu weten we het gewoon, per eigenschap, en uitgesplitst naar leeftijd.' De resultaten staan deze week in Nature Genetics en op de website: match.ctglab.nl.


Eenvoudig te doorgronden voor eenvoudige stervelingen is het allemaal niet, erkent Posthuma. 'Het blijven gemiddelden, die niet zomaar zijn te vertalen naar jou als individu', beklemtoont ze. Bovendien gaat er achter een uitspraak als 'voor 60 procent erfelijk' een hele rekensom schuil: het percentage slaat op de mate waarin erfelijkheid verschillen tussen mensen verklaart. 'Het is dus niet zo dat je er bijvoorbeeld 1 meter van je lengte mee verklaart', beklemtoont Posthuma. 'Je moet eerder denken aan een situatie waarin je 10 centimeter in lengte verschilt van je buurman: dat verschil is voor 60 procent te verklaren door erfelijkheid.'

Door de bank genomen is de hand van de erfelijkheid, om allerlei afrondingstechnische redenen, zo'n 10 procent groter dan uit de afzonderlijke deelonderzoeken blijkt, ontdekte het team.

Hoogleraar biologische psychologie en tweelingonderzoekster Dorret Boomsma is enthousiast: 'Dit paper geeft glashelder aan hoe belangrijk de invloed van ons genoom is in het verklaren van verschillen tussen mensen, voor vrijwel alle complexe menselijke eigenschappen.'

Web:
TT:
Het minst erfelijk zijn zaken als normen en waarden, hoeveel kinderen we krijgen, maar opvallend genoeg ook onze hormoonhuishouding en bloedsamenstelling


Tussenstuk:
Hoe groot is de erfelijke component?

Ogen, oren: 73 procent
Lengte: 63 procent
Huid: 60 procent
Astma: 53 procent
Depressieve episoden: 34 procent
Relaties, intermenselijke omgang: 32 procent
Opvattingen: 31 procent


Red.: 


Naar Wetenschap lijst , Sociologie lijst , Sociologie overzicht , of naar site home .

[an error occurred while processing this directive]