De Volkskrant, 01-09-2007, door Jorien de Lege 14 okt.2009

Doe mij maar 105

Met 14 jaar naar de universiteit. Met een IQ van 130 gratis studeren. Ideaal? Een leuke partner die even slim is, kom je niet gauw tegen. Gewoon normaal is zo gek nog niet.

Het moet heerlijk zijn een hoog IQ te hebben. Moeilijke problemen los je in een oogwenk op, ingewikkelde raadsels hebben geen geheimen meer en al het denkwerk doe je dubbel zo snel.

In Duitsland mag je met een IQ van minimaal 130 nu zelfs gratis studeren. Aan de Universität Koblenz-Landau en de Albert Ludwigs Universität in Freiburg zijn na een algemene IQ-test al enkele tientallen studenten vrijgesteld van het betalen van collegegeld. In Nederland zijn er naar schatting 374 duizend mensen met een IQ van 130 of hoger, dat is ruim 2 procent van de totale bevolking.

Dat klinkt geweldig, maar hoe benijdenswaardig is een hoog IQ nu werkelijk?

Hoe slim je bent, staat bij de geboorte al grotendeels vast. Kinderen van intelligente ouders zijn zelf vaak ook begiftigd met een goed stel hersens. Hoe ze deze hersens gebruiken, heeft echter wel invloed op hun IQ-score op volwassen leeftijd. Onderwijs, ouders, voeding en karakter hebben effect op de ontplooiing van intelligentie en daarmee op de uiteindelijke IQ-score. ‘Intelligentie is een spierbal, maar dan met denkkracht’, legt cognitief psycholoog Edwin van Thiel uit. ‘Zonder training en goede voeding kom je niet aan je maximum.’

Daarmee is niet gezegd dat je jezelf zomaar naar een IQ van 130 kunt trainen. Intelligentie heeft een bovengrens. Als die grens 110 is, zal die nooit 130 worden. In het even beruchte als beroemde Amerikaanse Milwaukee Project (eind jaren ’60) hebben onderzoekers geprobeerd om kinderen met veel training slimmer te maken dan hun ongetrainde leeftijdsgenoten. Na een experiment van ruim vijf jaar leken de kinderen bijna 25 punten hoger te scoren, maar bij nadere inspectie bleken de metingen dubieus en de effecten tijdelijk.

Je krijgt dus een bepaald IQ met slechts beperkte ruimte tot verbetering. Maar wat zegt zo’n getal over je mogelijkheden? Het intelligentiequotiënt, kortweg IQ, is niet meer dan een door mensen bedachte maat, een manier om vast te stellen dat de een slimmer is dan de ander. Deze maat is dynamisch. Het gemiddelde van ons nationaal IQ is altijd 100, ook als mensen steeds slimmer worden. Zo kan het gebeuren dat iemand die twintig jaar geleden boven de 100 scoorde er nu net onder zit. Zijn capaciteiten zijn niet veranderd, maar die van de rest van Nederland wel.

Een IQ van boven de 130 vertelt je dat je slimmer bent dan 98 procent van de bevolking. Dat betekent ook dat je weinig kans hebt om mensen van hetzelfde intelligentieniveau tegen te komen.

En dat kan in praktijk wel eens knap vervelend zijn. Arts en psycholoog Nox Nauta (59) spreekt uit ervaring. Ze is zelf hoogbegaafd en bracht eind juni met psycholoog Sieuwke Ronner het boekje Ongeleide projectielen op koers - Werken en leven met hoogbegaafdheid uit. ‘Hoogbegaafden denken en praten snel en zijn vaak bijzonder creatief’, zegt ze. ‘Sneller gaan dan de rest levert echter ook problemen op. Veel hoogbegaafden richten zich vooral op de inhoud en zijn nogal eens perfectionistisch. Als de omgeving niet meteen begrijpt wat er wordt bedoeld, worden ze ongeduldig en gefrustreerd. Dit kan tot veel weerstand leiden bij anderen.’

In de praktijk is de kloof tussen het IQ van een hoogbegaafde en dat van de rest van de bevolking vaak groot. ‘Als je voortdurend op een ander plan zit dan de rest, kost het veel energie om toch aansluiting te vinden. Je kunt niet jezelf zijn.’

Volgens Nauta is het ideale IQ daarom onder de grens van 130 te vinden. ‘Hoogbegaafden behoren toch tot een minderheid. Je kunt absoluut heel gelukkig en succesvol worden, maar het vergt wel wat aanpassing.’ Een IQ van 120 biedt volgens haar meer voordelen. Je hebt het dan sociaal gemakkelijker, maar je plukt wel nog steeds de vruchten van een bovengemiddeld IQ.

Zo wordt over het algemeen het aantal beroepsmogelijkheden groter, naarmate het IQ stijgt. Een advocaat met een IQ van 120 kan meestal wel besluiten vrachtwagenchauffeur te worden, maar iemand met een IQ van 90 zal niet zo makkelijk een studie rechten volgen (als gemiddelde voor een universitaire studie wordt vaak een IQ van 115 aangehouden). Slim zijn werkt dus een hogere opleiding en daardoor de mogelijkheden tot een mooie baan in de hand. Eén misverstand moet wel uit de weg worden geruimd: slimme mensen worden niet per definitie rijk. Het IQ is geen betrouwbare voorspeller voor de staat van de bankrekening. Een voetballer zonder verdere opleiding kan immers vele malen meer verdienen dan een professor.

Er is wel een bescheiden verband tussen het IQ en de arbeidsprestatie. Een IQ-test blijkt een beter selectiemiddel te zijn dan referenties, academisch niveau, cijfers of interviews. Personen met een hoger IQ zijn vaak efficiënter in hun werk, ze kunnen veel verantwoordelijkheden aan en zijn creatief. Dat maakt ze populair bij werkgevers. Bij de assessments voor hogere functies is de IQ-test ook een belangrijk onderdeel.

Dat is mooi voor de werkgever, maar is al die verantwoordelijkheid ook fijn voor de werknemer? ‘Slimme figuren zien snel oplossingen voor problemen, maar ze zijn ook altijd degenen die de rest moeten meekrijgen’, aldus Edwin van Thiel. Eigenlijk is het vooral ideaal om niet té bijzonder te zijn, vindt hij. Van Thiel is oprichter van de website 123test.nl, waar jaarlijks 1,8 miljoen belangstellenden zichzelf testen. Tienduizenden betalen 9,50 euro om hun IQ vast te stellen. ‘Het IQ heeft mythische proporties aangenomen. Men denkt dat een hoger IQ succes verzekert, maar dat heeft met veel meer factoren te maken. Ik ken een briljante programmeur met een uitslaaphobby. Die is niet rijk geworden.’

Intelligente, gedreven personen komen volgens van Thiel absoluut heel ver. Maar een harde IQ-grens zoals ze bij sommige Amerikaanse universiteiten hanteren vindt hij onnodig. ‘Een IQ- test is net als een schooltoets of een examen geen precisie-instrument. Als je slecht geslapen hebt, kom je zo een paar punten lager uit.’ De ene test is bovendien de andere niet. Factoren als leeftijd, taal en de vorm van onderwijs kunnen de uitslag van een test beïnvloeden. Van Thiel geeft als voorbeeld de immigratiepolitiek van de Verenigde Staten van begin vorige eeuw. ‘Negentig procent van de Russen kwam als een zwakzinnige uit de intelligentietest. Geen van hen sprak namelijk Engels.’ Zijn ideale IQ ligt ‘gewoon’ rond het gemiddelde. ‘Ik ken slimme mensen die denken dat een IQ van 100 laag is. Dat is onzin, het betekent dat je doodnormaal bent.’

En normaal zijn, dat is helemaal zo gek nog niet. ‘Gelijkgestemden trekken elkaar aan. Het is fijn als je op intellectueel niveau dezelfde taal spreekt en dezelfde interesses hebt.’ Gemiddeld heeft 68 procent van de bevolking een IQ tussen 85 en 115. Dat zijn een hoop potentiële vrienden. Want hoe groot is de kans dat je met een IQ van 180 een buurman treft die je intellectueel uitdaagt? Nul, zegt Edwin van Thiel. ‘Er is volgens kansberekening maar één persoon in Nederland die zo hoog scoort.’


Tussenstukken:
IQ

De 14-jarige Tijn Berends begint volgende week aan een studie technische natuurkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn IQ: 160. Het was snel duidelijk dat hij anders was, zegt hij in de universiteitskrant. Voor hij naar groep 1 van de basisschool ging, had hij zichzelf al leren lezen en schrijven. Hij sloeg groep 3 over en was op zijn 9de klaar met de basisschool. Tijn krijgt ondanks zijn leeftijd geen speciale begeleiding van de universiteit. Het doel is hem zo normaal mogelijk bij de groep te betrekken.
    In het geval van Tijn was zijn omgeving er snel achter dat hij hoogbegaafd was en kon hij rekenen op goede begeleiding. Maar veel volwassenen met een buitengewoon hoog IQ weten niet dat ze hoogbegaafd zijn.
    Naar schatting wordt bij eenderde van de hoogbegaafden het talent herkend en gewaardeerd. Anderen komen er pas achter als ze tegen problemen aanlopen in hun relaties of op het werk.


De g-factor

De IQ-test bestaat niet. Er zijn vele soorten gebaseerd op diverse theorieën. De grootste twee stromingen in de intelligentieleer zijn die van de algemene intelligentie (de g-factor) en die van de samengestelde intelligentie. Samengestelde intelligentie kan bestaan uit taalkunde, muzikaliteit, ruimtelijk inzicht, logisch gevoel en zelfs het vermogen om de gevoelens van anderen te herkennen. Voor elk onderdeel ontvang je een aparte score.
    De meeste IQ-tests gaan uit van een algemene intelligentie. Een goede test bestaat uit minimaal 40 opgaven die taalgevoel, logica, ruimtelijk en technisch inlicht en rekenvaardigheid meten. Een belangrijke component van intelligentie is snelheid. Een goede IQ-test houdt de tijd bij. Hoe meer tijd, hoe lager de score.
    Een IQ-score zegt in principe niets over iemands karakter. Wel zijn er relaties gevonden tussen IQ en achtergrondkenmerken.
    In 2003 nam 123test.nl een algemene IQ-test at bij ruim 400 Nederlanders en Vlamingen. De hoogste IQ-scores werden gevonden bij hoogopgeleide mannen van middelbare leeftijd die niet roken, aan (denk)sport doen, niet in een god geloven en een duidelijke politieke voorkeur hebben.
    Het opmerkelijkste resultaat: deze slimmeriken drinken geregeld alcohol.


Naar Alfa's en bèta's, sociologisch , Sociologie lijst , Sociologie overzicht , of site home .

[an error occurred while processing this directive]