De Volkskrant, 30-08-2008, door Mark Mieras 5 sep.2008

Elk brein heeft eigen stijl en route

Tijdens ons leven denken we een hele bibliotheek vol. Elk brein doet dat op zijn eigen manier. Toch zijn denkstijlen wel degelijk aangeleerd en zijn er duidelijke culturele verschillen
.

De Amerikaanse filosoof Daniel Dennett rekende ooit uit hoeveel gedachten mensen denken. Exclusief dromen en dagdromen kwam hij tot 100 duizend boeken in een leven. Een behoorlijke bibliotheek vol. Toch kan niemand precies vertellen hoe die gedachten werken. Ze borrelen op en verdwijnen weer in het niets. En sturen is lastig. Wie ergens niet aan probeert te denken, kan de gedachte juist niet loslaten.
    Wil je per se wel ergens aan denken, bijvoorbeeld tijdens een examen, dan ontstaat er gemakkelijk een black-out. Je denkt alleen nog aan de leegte in je hoofd. Gedachten kun je maar het beste hun gang laten gaan.
    ‘Denk eens creatief!’ ‘Wees eens spontaan!’ Aan dergelijke opmerkingen heb je niets. Waar moet je beginnen? Toch zijn denkstijlen wel degelijk aangeleerd. Er zijn duidelijke culturele verschillen. Amerikanen gebruiken hun hersens anders dan Chinezen. Dat ontdekte hersenonderzoeker John Gabrieli eerder dit jaar. Hij is hoogleraar aan het Institute of Brain Research van het Amerikaanse MIT. Hij vergeleek de hersenactiviteit van tien Amerikanen en tien Oost-Aziaten, terwijl ze identiek denkwerk deden. Ze vergeleken absolute maten en verhoudingen van lijnen en kaders.
    De twee groepen vertoonden daarbij opvallende verschillen in hersenactiviteit. De Amerikanen hadden weinig aandacht nodig om absolute maten te beoordelen en veel om de verhoudingen te beoordelen. Bij de Aziaten was dat net andersom. Kennelijk hebben westerlingen en Aziaten verschillende ‘breinstijlen’: de natuurlijke route van hun gedachten verschilt. En hoe extremer die route is, hoe Aziatischer of meer westers de proefpersoon ook in andere opzichten denkt. Gabrieli legde zijn proefpersonen onder andere de typisch oosterse overtuiging voor dat je verantwoordelijk bent voor de mislukking van een familielid.
    Ook biologische verschillen bepalen hoe we denken. Het ene brein is het andere niet. Nadenken doen sommigen uitsluitend met de linker hersenhelft. Bij anderen zie je ook rechts activiteit. Onderzoekers van de Western University ontdekten dit jaar een duidelijk verband met de dikte van de hersenbalk. Deze verbinding tussen de hersenhelften is bij de eenzijdige denkers 10 procent dunner. Hun rechter hersenhelft is daardoor minder gemakkelijk bereikbaar.
    De rechter hersenhelft heeft een goed gevoel voor patronen, beelden, sferen en verhoudingen en voedt de linker hersenhelft met ‘goede ingevingen’. Excellente wiskundigen maken vaak willekeurig gebruik van de rechter hersenhelft. Ze sturen de opgave naar de overzijde en wachten het antwoord af. Ook bij andere creatieve geesten kun je een opvallende activiteit in de rechter hersenhelft meten. Het viel de Amerikanen die het vorig jaar onderzochten op, dat dit patroon bleef bestaan als de proefpersonen niet dachten maar voor zichzelf uit droomden. Creativiteit is dus geen kunstje maar een aard.
    Toch kun je anders leren denken. Wie zijn hersenen langdurig traint in een andere denkstijl kan die routes verbreden en de dikte van zijn hersenbalk veranderen. Dat vraagt wel volharding. Sommige denkpatronen zijn sneller te veranderen. Zo gebruiken creatieve mensen hun aandacht anders. Die houden ze off-focus, waardoor ze openstaan voor associaties. Met ontspanningsoefeningen is dat vrij snel te leren.


Tussenstukken:
Beperkt werkgeheugen doet dogmatisch denken

Mensen die dogmatisch denken, hebben vaak een beperkt werkgeheugen. Dat ontdekte de Ierse onderzoeker Alan Brown eerder dit jaar. Hij liet ruim tweehonderd studenten testjes doen en vragenlijsten invullen en stuitte daarna op deze overeenkomst. Er was geen verband met sekse of leeftijd. Het werkgeheugen speelt een belangrijke rol bij de verwerking van informatie. Wil je je een nieuw idee eigen maken, dan moet je de onderdelen stuk voor stuk kunnen bekijken en vervolgens tot een samenhangend oordeel komen. Schiet het werkgeheugen tekort dan is dat lastiger. Volgens Brown is het logisch dat je hierdoor dogmatisch wordt. Eerder bleek al eens uit Amerikaans onderzoek dat degenen die conservatief denken, een gebrekkige activiteit hebben in het centrum voor conflictdetectie. Daardoor kunnen ze minder goed omgaan met onverwachte veranderingen. Op hogere leeftijd gaat dit centrum minder goed functioneren. Daarom gaan personen in de loop van hun leven ook vaak rechtser denken.


Jongens denken in beeld en geluid, meisjes in woorden


Meisjes denken in woorden en jongens doen dat in beelden en geluiden. Dit onderscheid kwam eerder dit jaar aan het licht tijdens een Amerikaans onderzoek.
    Als je een jongen iets mondeling vertelt en dit later schriftelijk overhoort, kan hij in de problemen komen. Zijn kennis is immers opgeslagen in de vorm van geluiden.
    Meisjes hebben er minder moeite mee om deze brug te slaan. Zij vertalen de informatie in een abstracte talige vorm, waaruit ze schrijvend en sprekend kunnen putten. Waarschijnlijk maken jongens die overstap op latere leeftijd. Maar vrouwen houden toch een voorsprong. Ook op volwassen leeftijd speelt talige informatie bij vrouwen een belangrijker rol dan bij mannen.
    Onderzoekers uit Boston noteerden onlangs een groot aantal herinneringen van tientallen vrouwen en mannen en ontdekten dat de herinneringen van vrouwen veel meer taal bevatten. Veel vaker dan mannen, herinneren vrouwen zich letterlijk wat de buurman zei.


Introvert: diepe denker - extravert: vrolijke kijker


Of je introvert bent of extravert, het heeft vooral te maken met de activiteit van de amandelkern - midden in de hersenen. Deze kern is onder andere belangrijk als beoordelingscentrum van de emotionele lading van gezichten, om te kunnen vaststellen of iemand knorrig kijkt of licht geïnteresseerd. Maar door een verschil in gevoeligheid reageert de kern niet bij iedereen hetzelfde.
    Extraverte mensen zien veel geïnteresseerde en waarderende gezichten. Van kindsbeen zijn zij graag in gezelschap waar ze meestal de spilfunctie opeisen.
    Verlegen, introverte mensen zien eerder een knorrig of een boos gezicht. Die emotie kleurt hun sociale contacten.
    Introverte mensen zijn altijd op hun hoede. Ze wegen hun woorden af en voelen zich het meest op hun gemak wanneer ze op zichzelf zijn. Dit verschil in emotionele lading beïnvloedt ook de denkprocessen. Introverte mensen tonen in de hersenscanner meer activiteit in de centra die worden geassocieerd met gedachten en met controle van emoties.
 

Naar Psychologische krachten  , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]