De Volkskrant, 29-08-2013, van verslaggeefster Virgina Groenendijk 30 aug.2013

Niet elke koolmees heeft even reislustige genen

Waar sommige koolmezen kilometers van hun ouderlijk nest vliegen om een broedplek te vinden, strijken andere al tevreden neer na enkele tientallen meters. Dit verschil in reislust lijkt genetisch bepaald, blijkt uit in Nature communications gepubliceerd onderzoek. Ook voor de gretigheid waarmee de vogels een nieuwe omgeving onderzoeken, is erfelijkheid een factor. .

Door beter begrip van de factoren die het gedrag van vogels be´nvloeden, kan in de toekomst wellicht ingegrepen worden als binnen een populatie inteelt, versnippering of isolatie dreigen, zegt evolutionair ecoloog Peter Korsten, eerste auteur van het artikel. Korsten, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen, deed zijn onderzoek samen met drie Vlaamse collega's aan de Universiteit van Antwerpen.

De wetenschappers onderzochten de afstand tussen het geboortekastje en de broedkast waar de vogel zich als volwassene zelf in voortplant. Deze cijfers vergeleken ze met de afgelegde afstanden van de familieleden van de vogel. Ze onderzochten ook de genetische achtergrond van het gedrag dat de vogels vertonen wanneer zij in een nieuwe ruimte worden geplaatst, ook wel exploratiegedrag genoemd. Het bleek dat zowel de reisafstand als het exploratiegedrag van de vogels te herleiden is naar een gemeenschappelijke genetische achtergrond.

Dit toont volgens Korsten aan dat koolmezen een echte 'persoonlijkheid' hebben - een idee waar de laatste tien jaar veel meer wetenschappelijke aandacht voor is. En dat is weer interessant voor het voorspellen van het evolutionair proces: een verandering in bijvoorbeeld het reisgedrag kan dus samengaan met een verandering in het exploratiegedrag.

De wetenschappers berekenden dat 15 procent van de verschillen tussen de vogels in reisafstand te herleiden is tot genetische factoren. Voor exploratiegedrag is dit 30 procent. Dat zijn behoorlijk hoge cijfers als je nagaat hoeveel omgevingsfactoren invloed hebben op het gedrag van vogels, zegt de postdoconderzoeker.

Sinds 1994 volgt evolutionair ecoloog Erik Matthysen, mede-auteur en leider van het veldonderzoek, met een digitaal logboek het levenspad van honderden geringde koolmezen in een bosgebied van 10 vierkante kilometer in de buurt van Antwerpen. Koolmezen lenen zich goed voor vogelonderzoek, zegt Matthysen. De vogels blijven relatief dicht bij huis, komen veel voor en planten zich graag voort in nestkasten. Een soort proefmuis onder de vogels. Door zijn nauwkeurige manier van meten kon de hoogleraar een database vullen met de gegevens van vele generaties koolmezen.

Dat maakt deze studie ook zo sterk, zegt Kees van Oers, gespecialiseerd in dierenecologie en verbonden aan het Nederlands Instituut Voor Ecologie (NIOO-KNAW). Hoewel het concept van samenhangende persoonlijkheidskenmerken bij dieren volgens hem niet nieuw is, was het eerder niet mogelijk vogels zo nauwkeurig en langdurig in het wild te volgen.

Overigens zijn de verschillen tussen de vogels in reisafstand misschien nog groter: sommige vogels verdwenen uit het onderzoeksgebied, wat betekent dat zij wellicht nog verder weg zijn gaan broeden.

 

Naar Psychologische krachten  , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]