De Volkskrant, 28-05-2011, door Malou van Hintum 28 mei 2011

Kinderbalans beter bekijken

Kinderen met psychiatrische stoornissen zouden standaard een bewegingsonderzoek moeten ondergaan. Andersom zouden kinderen met problemen in hun grove motoriek gescreend moeten worden op psychosociale en psychiatrische problemen. Dat zegt onderzoeker en opleider Claudia Emck in haar proefschrift ‘Gross motor performance in children with psychiatric conditions’ dat ze donderdag aan de VU verdedigde. Dat fysiek bewegen de ontwikkeling van het brein kan beïnvloeden, is al langer bekend. Uit Emcks onderzoek blijkt dat kinderen met angststoornissen vooral moeite hebben met balanceertaken. Kinderen met gedrags- en autisme(-achtige) stoornissen presteren over de hele linie onder de maat. De meeste kinderen die motorische problemen hebben, realiseren zich dat zelf ook. Ze durven daarom minder goed mee te doen met vriendjes, waardoor zowel de fysieke als psychosociale ontwikkeling van deze kinderen moeizamer kan verlopen.
    Emck, een ervaren psychomotorisch therapeut, pleit er dan ook voor bij het stellen van de psychiatrische diagnose aandacht te besteden aan bewegingsonderzoek. Dat kan door de PsyMot-procedure te gebruiken: een gestandaardiseerde bewegingsobservatie en een interview met het kind over lichaamsbeleving. Zo wordt duidelijk of een kind psychomotorische therapie nodig heeft en kan een individueel behandelingsplan worden opgesteld.


Naar Psychologische krachten  , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of  site home .
 

[an error occurred while processing this directive]