De Volkskrant, 03-05-2008, door Sara Berkeljon 12 mei 2008

'Sommige rationele beslissingen worden onbewust genomen'

Topsalarissen? Volkomen rationeel

Orale seks, racisme, speeddates, misdaad, torenhoge beloningen van topbestuurders in het bedrijfsleven – Tim Harford legt in zijn boek alles langs de economische meetlat.

Tussentitel:     ‘Ik probeer uit te leggen wat er aan de hand is’
Fotobijschrift: Tim Harford: ‘We zijn niet gek.’

We weten dat het verstandig is om voor ons pensioen te sparen, maar toch doen we het maar niet’, zegt econoom en schrijver Tim Harford. Maar hoe komt dat?
    In zijn nieuwe boek Waarom we doen wat we doen stelt de schrijver dat de meeste verschijnselen rationeel verklaarbaar zijn. Ook als je dat niet zou verwachten.
    Harford (1973) – jeugdig gezicht, basketbalschoenen – is niet zomaar een econoom. Na een carrière bij Shell en als universitair docent in Oxford besloot de Engelsman schrijver te worden. In de Financial Times heeft hij een probleemrubriek, Dear Economist, waarin hij als een soort ‘lieve Mona’ persoonlijke lezersvragen beantwoordt. Ook is hij bekend als de guitige presentator van radio- en televisieprogramma’s op de BBC. Van zijn eerste boek, De economische detective, verkocht hij er 600 duizend, in 25 talen.
    Een verklaring voor het succes: Harford gebruikt economische theorieën om van allerlei ogenschijnlijk oneconomische verschijnselen te duiden. Seks, speeddates, racisme, echtscheidingen, misdaad en poker; hij legt alles op een onderkoeld geestige manier langs de economische meetlat.
    Met een vergelijkbaar concept haalden Steven Levitt en Stephen Dubner in 2005 de bestsellerstatus met Freakonomics, waarvan wereldwijd drie miljoen exemplaren werden verkocht. Ook treedt Harford een beetje in de voetsporen van Nobelprijswinnaar Gary Becker, die als een van de eerste economen sociologische paden betrad. Hij ontwikkelde de hypothese van de rationele misdaad: criminelen zouden wel degelijk de kosten en baten van hun daden tegen elkaar afwegen.
    Alles is rationeel – het is de rode draad in Harfords boek. Dat is niet al te romantisch, geeft de schrijver toe. Maar hij zegt niet dat wij calculerende burgers zijn. ‘We willen liefde, maar om dat te bereiken, zijn we intelligenter dan we denken. Sommige rationele beslissingen worden onbewust genomen.’
    Terug naar de pensioenen. Twee economen, vertelt Harford, deden een experiment. Ze vroegen studenten een vragenlijst in te vullen, en na afloop mochten ze kiezen. De eerste groep zou meteen naar een film kijken, de tweede groep een week later. De filmkeuzen waren totaal verschillend. De groep die meteen een film zou bekijken, koos de tienerkomedie American Pie of de actiefilm Die Hard. Maar de studenten die een film mochten kiezen om over een week te bekijken, kozen Schindlers List of Rashômon, een Japanse film uit de jaren vijftig. Harford: ‘Een week later mochten de studenten uit het tweede groepje Rashômon alsnog inruilen voor American Pie. Die studenten: ‘Natuurlijk wil ik liever American Pie zien, ik was gek toen ik vorige week Rashômon koos!’
    Niet rationeel, want inconsistent. ‘Maar we zijn niet gek’, zegt Harford. ‘Deze irrationaliteit heeft een structuur. Met sparen voor je pensioen is hetzelfde aan de hand. Je werkgever zegt: als jij geld stort in een pensioenfonds, dragen wij er ook aan bij. En toch doen we het niet. Het is net als met Rashômon. Later is prima, maar niet nu. Ik word ook elke dag wakker om tegen mezelf te zeggen dat ik mórgen echt begin met sporten.’
    Een econoom die dit patroon begreep, stapte naar een bedrijf toe en zei: je moet werknemers niet vragen om nu bij te dragen aan hun pensioen. Vraag ze of ze bereid zijn om, als ze salarisverhoging krijgen, dat geld in een pensioenfonds te storten. ‘Dat programma, Save More Tomorrow, werkt. Waar het is ingevoerd, zijn de pensioenbijdragen verdrievoudigd.’
    Ook de torenhoge salarissen, bonussen en buitensporige optiepakketten van topmensen in het bedrijfsleven zijn volgens Becker volkomen rationeel.
    Zo ook de topsalarissen. Harford legt uit: ‘Het is in de meeste bedrijven lastig om te meten wie het best presteert. Een oplossing is om van het kantoorleven een soort toernooi te maken. Dan vergelijk je ieders prestatie met die van collega’s die hetzelfde werk doen. Wie relatief het best presteert, krijgt een bonus. In deze theorie is de topman de winnaar van de hoofdprijs. Het perverse is: hoe meer je baas betaald krijgt en hoe minder hij daarvoor hoeft te doen, hoe groter jouw motivatie om harder te werken tot je hebt wat hij heeft.’
    De ‘toernooitheorie’ is door economen uitgebreid onderzocht. ‘Je ziet dat daardoor harder wordt gewerkt. Maar werknemers zijn oncollegiaal, geven collega’s geen advies, lenen spullen niet uit. Er zijn dus goede en slechte effecten, die allebei logisch zijn.’ Oftewel: het salaris van de vicevoorzitter motiveert niet zozeer de vicevoorzitter als wel de assistent-vicevoorzitters. ‘Economen doen niet eens alsof je baas zijn salaris verdient.’
    Er is nog een verklaring. Veel bedrijven hebben veel kleine aandeelhouders, die te weinig macht hebben om te kunnen beïnvloeden hoeveel de top betaald krijgt.
    ‘Als er 5 miljoen aandeelhouders zijn, betalen ze zo’n topman 10 euro per persoon. Elke aandeelhouder kan dus hooguit een paar euro besparen. Doe je daarvoor al die moeite? Waarschijnlijk niet.’
    Over de morele kant van de zaak wil de vrolijke econoom niet graag praten. ‘Ik wil geen boek schrijven over hoe slecht en onterecht het allemaal is. Ik probeer uit te leggen wat er aan de hand is.’
    Twee economen realiseerden zich dat als ze informatie over speeddaten zouden onderzoeken, ze een hoop zouden kunnen leren over hoe mensen hun partners kiezen. Op een gemiddelde speeddate met 20 mannen en 20 vrouwen, wil elke man uit met 11 van de 20 vrouwen, en elke vrouw met 4 van de 20 mannen. Stel je voor: een vrouw komt op een speeddate waar alle 20 mannen rijk zijn en op Brad Pitt lijken. Hoeveel dates zou ze dan willen? Wat blijkt: nog steeds 4. Het is een markt, een concurrerende markt. De vrouw in kwestie denkt: ik heb een sterke positie, dus ik verhoog mijn standaarden.
    Als ze op een speeddate gaat waar alle mannen klein en onaantrekkelijk zijn en hun middelbare school niet hebben afgemaakt, zal ze óók met 4 mannen uit willen. Dan denkt ze: dit wordt moeilijker dan ik had verwacht. Dus stelt ze, heel rationeel, haar eisen bij.’


Tussenstuk:
Orale seks: ook rationeel

In Waarom we doen wat we doen schakelt Tim Harford moeiteloos van topsalarissen over op seks en relaties. Leuk om te lezen, maar Harford haalt ook serieus onderzoek aan, om te bewijzen dat de meeste verschijnselen onverwacht rationeel verklaarbaar zijn. Zo ook de orale-seks-rage onder tieners, die Amerika in de jaren negentig in de greep hield. Politici en talkshowhost Oprah Winfrey spraken er schande van. Een mythe? Nee, zegt Harford, want uit de cijfers bleek dat er wel degelijk sprake was van een toename. De vraag is: hoe komt dat? Normale seks is door de verspreiding van het hiv-virus riskanter dan voorheen. Harford stelt: ‘Als de prijs van een flat stijgt, verhuizen mensen naar de buitenwijken. En als de prijs van penetrerende seks stijgt, stappen tieners over op meer orale seks.’ De econoom voert onderzoek aan dat zijn stelling bevestigt: in Amerikaanse staten waar tienermeisjes geen abortus mogen ondergaan zonder toestemming van hun ouders, hebben tieners minder vaak ‘riskante’ seks.

Waarom we doen wat we doen, Tim Harford. Business Contact; 296 pagina’s; € 24,50


Naar Psychologische krachten  , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]