De Volkskrant, 29-09-2012, door Aleid Truijens 1 okt.2012

Een wolf onder je bed

Kindervrienden waren het niet per se, de gebroeders Grimm, die tweehonderd jaar geleden hun eerste verzamelde sprookjes uitbrachten. Er zijn nu drie vertaalde edities uit, met elk hun eigen charme. Afgehakte handen, uitgepikte ogen, uitgehongerde kinderen: slaap lekker! Waarom zijn die gruwelijke sprookjes zo onweerstaanbaar?


Tussentitels: Mooie mensen zijn goed en lief, lelijkerds zijn schurken en brengen ongeluk

Je zit lekker op de bank in een flanellen pyjamaatje, haartjes nat, poes op schoot. Je moeder leest sprookjes van Grimm voor. Geen verwaterde, navertelde verhalen, maar de echte sprookjes, zoals de gebroeders Grimm ze hebben opgetekend uit de mond van 'het volk'. Maar dat vertelt je moeder er natuurlijk niet bij. Het zijn geen geruststellende verhaaltjes die ze vertelt. Dit is andere koek dan de bekende Disney-versies. Gruwelijk.

Het einde van 'Assepoester', bijvoorbeeld. Als het muiltje van Assepoester (geen glazen, maar gouden muiltje) de lelijke, valse stiefzuster niet blijkt te passen, geeft haar moeder haar een mes en zegt: 'Hak je teen eraf'. Als je koningin bent, zegt het rotwijf, 'hoef je toch niet meer te lopen' - mooi detail. De andere stiefzus moet een stuk hiel eraf hakken voordat het muiltje past. Het bedrog komt, zoals we weten, uit. Maar in de originele versie zijn de stiefjes nog niet genoeg gestraft met hun gemuteerde ledematen. Als ze tóch willen meelopen in Assepoesters bruidsstoet, komen er duiven aangevlogen die hun de beide ogen uitpikken. Zó. Gerechtigheid.

De gemene koningin in 'Sneeuwwitje' wacht ook een gepast einde. Op de bruiloft van haar stiefdochter en de heerlijke prins moest ze roodgloeiende ijzeren muilen aantrekken 'en net zo lang dansen tot ze dood op de grond viel'. Ook 'Repelsteeltje', mijn lievelingssprookje, eindigt verschrikkelijker dan ik dacht: de koningin mag weliswaar, als ze de naam heeft ontdekt, haar kindje houden, maar Repelsteeltje, best een grappig kereltje, scheurt zichzelf uit woede 'doormidden'. Slaap lekker, lieve kinderen!

Nog schokkender is dat ook rechtschapen, goeiige mensen in de sprookjes voor verschrikkelijke keuzes komen te staan. Zoals de arme molenaar in 'Het meisje zonder handen', die zich per ongeluk door de duivel liet misleiden. De duivel gaf hem goud, maar daarna aasde hij op de beeldschone, lieve molenaarsdochter. Het arme kind moet, om de ban te breken, haar poezelige handjes inleveren. De vader jammert, maar ziet geen uitweg. 'Vadertjelief, doe met me wat je wilt', zegt het rechtschapen meiske, en ze steekt dapper haar handen uit. Met een ferme slag hakt de vader ze af. Probleem opgelost. Goed, later werden die handen van goud, ze sloeg een prins aan de haak en kreeg weer levende handen, maar dat wrede onderonsje tussen vader en dochter blijft bij.

'De ervaring leert dat kinderen [met die gruwelen] minder moeite hebben dan volwassenen', zegt de uitgever van de meest complete verkrijgbare editie van de sprookjes van Grimm, die van Lemniscaat, in het voorwoord. Mijn ervaring is een andere. Zelf vond ik als kind sprookjes erg griezelig, niet te verdragen bijna, en dan las ik nog de gekuiste, van al te gruwelijke passages ontdane versies. Ik nam alles letterlijk. Nachtenlang kon ik niet slapen omdat er weleens een wolf onder mijn bed zou kunnen zitten. Kijken mocht niet, want dan hapte de wolf toe.

Mijn kinderen reageerden precies zo toen ik ze sprookjes voorlas. Ook wij hadden alleen slecht vertaalde edities in huis, met spuuglelijke tekeningen, in schrille zuurstokkleuren - prachtig, vonden mijn kinderen. Maar die verhaaltjes hakten erin. Als in tekenfilms en computerspelletjes dieren werden geplet of oude vrouwtjes werden afgeschoten, liet hen dat koud. Maar een omaatje dat een jongetje in een hok opsluit en uithongert, en het zusje pardoes de oven induwt? Ouders die uit armoede hun kinderen het bos in sturen met een homp brood, opdat zij door de wilde beesten worden verscheurd - nee. 'Mág dat?' vroeg mijn zoontje, met grote, bange ogen. Hij had ons ook weleens horen klagen over rood staan.

Niet iedereen heeft het in de gaten, maar 2012 is het internationale Grimm-jaar. Tweehonderd jaar geleden brachten de Duitse gebroeders Jacob en Wilhelm Grimm het eerste deel van hun verzamelde sprookjes uit, Kinder- und Hausmärchen. Later volgden nog twee delen, en allerlei supplementen waarin de broers de herkomst en tekstgeschiedenis van de sprookjes toelichten.

Het waren niet per se kindervrienden, die twee. Ze hadden geen pedagogische bedoelingen. Beiden waren ze taalkundige, ze schreven grammatica- en woordenboeken. Hun motieven waren aanvankelijk puur wetenschappelijk; het ging hun om de taal- en heemkundige eigenaardigheden. Maar toen de sprookjes populair bleken, hielden ze de massale verspreiding ervan niet tegen. Ze brachten zelf het sprookje in de wereld dat ze jarenlang hadden rondgesjouwd op het Duitse platteland om bij de boerenbevolking de verhalen eruit te trekken. Maar volgens Grimm-deskundigen was het niet zo dat de broers zelf aanklopten bij knoestige huisjes. Vrouwen uit de betere kringen verzamelden de volksverhalen en stuurden ze de broers toe.

Er zijn nu drie edities verkrijgbaar in Nederlandse vertaling, gebaseerd op de originele Duitse Kinder- und Hausmärchen. Alle drie hebben ze hun eigen charme. Bij Lemniscaat verscheen de vierde druk van Grimm - Volledige uitgave (2005), met álle tweehonderd sprookjes, in de vertaling van Ria van Hengel. De illustraties van Charlotte Dematons zijn mooi, in uitlopende pasteltinten, ouderwets 'sprookjesachtig' maar wel een beetje zoetig. De Nederlandse Taschen-uitgave is gebaseerd op het werk van de Amerikaanse samenstelster Noel Daniel. Gekozen is voor de bestaande vertaling van Ria van Hengel. Er staan slechts 27 sprookjes in, maar die worden wel uitgebreid becommentarieerd en er is een handig register. Daniel koos schitterende oude illustraties uit de afgelopen twee eeuwen.

Het grote Grimm Boek, onlangs verschenen bij Lannoo, is het kleinste van de drie; er staan maar zestien sprookjes in, waaronder de allerbekendste. Kristien Dreesen maakte een nieuwe vertaling uit het Duits. Het bijzondere aan dit boek zijn de fantastische illustraties van zestien kunstenaars. De tekeningen zijn zeer verschillend van stijl, en lelijke of slechte zitten er niet bij.

De vertaling doet helaas onder voor die van Van Hengel. Bij haar merk je nauwelijks dat je geschreven tekst leest; iemand vertelt je gewoon een sprookje. Dat komt door de rustige cadans van de zinnen, met vaste wendingen. Vergelijk de beginzinnen van 'Assepoester'. Bij Van Hengel: 'Er was eens een rijke man wiens vrouw ziek werd. En toen zij haar einde voelde naderen, riep ze haar enige dochtertje bij zich en zei tegen haar: (...)' Bij Dreesen: 'Op een dag werd de vrouw van een rijke man ziek, en toen zij haar einde voelde naderen, riep ze snel haar enige dochter aan bed en ze zei: (...)'. Het verschil is subtiel, maar belangrijk. Dreesens zinnen lopen niet lekker.

Bij Van Hengel is de taal modern noch ouderwets. Dreesen lijkt de teksten toegankelijker te hebben gemaakt. Bij haar wordt een poëtisch 'twijgje' een 'tak' en 'edelstenen' zijn 'kostbare stenen'. Dat is onnodig. Veel dingen in sprookjes zijn raar en onbekend. Geen kind weet hoe je een draad spint en wat een tamboer is, niemand heeft thuis een kamenier of zit bij een molenaarsdochter in de klas. Maar als je het sprookje hoort, begrijp je alles. Zo steek je nog eens wat op.

Waarom zijn sprookjes zo onweerstaanbaar, en een onuitputtelijke inspiratiebron voor schrijvers, kunstenaars en filmmakers? Het is, denk ik, de spanning van het onverwachte en onwaarschijnlijke binnen een volstrekt voorspelbaar stramien. Een situatie wordt verstoord door het optreden van een kwade kracht, en de held of heldin is de klos. Als de ellende totaal uitzichtloos is, krijgt de held hulp van iemand met magische krachten, of gewoon van God. Het evenwicht wordt hersteld, nee zelfs verbeterd: een huwelijk met een prins, stralende nakomelingen en eeuwige rijkdom.

Psychologisch en sociaal gezien is het ook overzichtelijk. Sprookjes weerspiegelen de idealen, overtuigingen, angsten en verlangens van vele generaties mensenkinderen, dus ze moeten wel oerwaarheden over ons onthullen. Mooie mensen zijn simpelweg goed en lief, lelijkerds zijn schurken of brengen ongeluk. Arme mensen zijn zelden rechtschapen en meestal gewoon slecht. Wie rijk is, verdient die weelde, tenzij hij de duivel is. Maar ook mensen die in het zweet huns aanschijns geld verdienen met hard bikkelen zijn meestal te vertrouwen. Zoals de Zeven Dwergen. Die leven in een schoon huisje, met een keurig gedekt tafeltje en warme bedjes, zonder zorgen over de hypotheek of de belasting. En dan komt ook nog eens een adembenemende vrouw voor hen zorgen. Iedereen wil wel zo'n dwerg zijn. Of een Sneeuwwitje, met zeven honds- trouwe kostwinners.

Dat in-slechte mensen allergruwelijkst aan hun eind komen, door uiteenrijten, slachting of langzame verbranding, is zeer bevredigend. Diep in ons hard wensen we dat onze ergste vijanden toe. Fatsoensnormen, gêne, het geloof en onze politieke correctheid weerhouden ons die wrede en kinderachtige dromen uit te spreken. Daarom is het goed om sprookjes te herlezen. De wereld zoals zij bedoeld was.

Het grote Grimmboek
Uit het Duits vertaald door Kristien Dreesen; diverse illustratoren.

Lannoo; 142 pagina's; € 19,99.

Grimm - volledige uitgave
Uit het Duits vertaald door Ria van Hengel; illustraties Charlotte Dematons.

Lemniscaat; 558 pagina's; € 29,95


Tussenstukken:
Grimm
Noel Daniel (red.): De Sprookjes van de Gebroeders Grimm
Uit het Duits vertaald door Ria van Hengel; diverse illustratoren. Taschen; 320 pagina's; € 29,99.

1 MILJARD EXEMPLAREN
Meer dan een miljard exemplaren zijn er sinds 1812 van 'de Sprookjes van Grimm' verkocht, in ruim 150 landen. Die aantallen wordt alleen overtroffen door de Bijbel. De eerste Nederlandse vertaling dateert van omstreeks 1820. Van die editie is in Nederland voor zover bekend niets bewaard gebleven. Daarom leent de Koninklijke Bibliotheek voor haar Grimm-website in 2013 een exemplaar uit Berlijn.

ASSEPOESTER
Dankzij de Kinder- und Hausmärchen van Jacob (1785-1863) en Wilhelm (1786-1859) Grimm werden de Duitse volksverhalen over Roodkapje en Sneeuwwitje wereldwijd bekend. De sprookjesfiguren hebben echter niet altijd een Duitse oorsprong. Zo komt Assepoester ook voor in de Franse Sprookjes van Moeder de Gans, uit 1697. Daar heet ze Cendrillon.

PAS VOLGEND JAAR FEEST
Omdat de Kinder- und Hausmärchen in december 1812 verschenen, komen de feestelijkheden pas volgend jaar goed op gang. In Duitsland worden nieuwe uitgaven verwacht, naast exposities en attracties in en om de Grimm-stad Kassel.

In Nederland volgt een groot Grimm-symposium op 14 maart in de Efteling. De Koninklijke Bibliotheek opent die maand een speciale Grimm-website. Zwolle staat nu al in het teken van de herdenking (zwollegrimmstad.nl). De Rotterdamse Kunsthal toont vanaf 9 oktober Grimm-illustraties van Charlotte Dematons.



 

Naar Psychologische krachten  , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]