De Volkskrant, 16-06-2007, door Marcel van Dam 4 aug.2007

Inleven raakt uit

President Bush heeft vorige week per decreet nieuwe regels uitgevaardigd om te voorkomen dat vermeende terroristen worden gemarteld. Dit gebeurt zes jaar na de aanslag op de Twin Towers, zes jaar waarin Amerikaanse militairen en medewerkers van de CIA herhaaldelijk zijn beschuldigd van het martelen van terreurverdachten. Het decreet van Bush is een impliciete erkenning van die martelingen. Waarom zou je martelen verbieden als er niet wordt gemarteld?
    Wordt martelen nu daadwerkelijk verboden? Volgens Amerikaanse mensenrechten-organisaties munt het decreet uit in vaagheid. Sommige martelingen die met name worden genoemd, zoals seksuele vernederingen of aanvallen op het geloof, worden expliciet verboden. Maar wat nu precies wel wordt toegestaan is niet duidelijk.
    Naar aanleiding hiervan schreef Diederik van Hoogstraten, die vanuit Amerika voor de Volkskrant schrijft, een interessant achtergrondartikel. Hij bericht over het succes van de tv-serie 24, een serie over de bestrijding van het terrorisme, waarin regelmatig schijnt te worden gemarteld om informatie los te krijgen. En dat werkt, althans in de serie. Volgens Van Hoogstraten zijn Bush en Bill Clinton grote fans.
    Het succes van de serie wordt lede verklaard door een veranderde houding van jongere generaties tegenover martelen. Onderzoek onder studenten in Amerika laat zien dat 44 procent martelen goedkeurt in een 'tijdbomscenario'. Een 'softe' marteling, zoals nepverdrinking, wordt door 62 procent gesteund, als daarmee onschuldige mensenlevens kunnen worden gespaard.
De meeste mensen hebben er een hekel aan andere mensen te zien lijden. Empathie noemen psychologen dat verschijnsel, inlevingsvermogen. Zou het mogelijk zijn dat het inlevingsvermogen bij jongere generaties afneemt?
    Toevallig las ik onlangs het boek Social Intelligence van de Amerikaanse psycholoog Daniel Coleman [Goleman, red. IRP]. Het beschrijft het nieuwste onderzoek naar hersenfuncties die ons sociale gedrag sturen. Door middel van 'brain imaging' via MRI's wordt nagegaan welke processen zich in het brein afspelen bij onze contacten met andere mensen. Het blijkt niet alleen dat de werking van onze hersenen doorlopend wordt be´nvloed door de werking van de hersenen van mensen om ons heen, maar ook dat door herhalingen van dezelfde ervaringen, of het gemis daaraan, bepaalde neurologische circuits worden gevormd.
    Een centrale rol spelen de zogenaamde spiegelneuronen. Dat zijn de dragers van elektrische impulsen die in ons brein worden 'afgevuurd' als we bijvoorbeeld de gezichtsuitdrukking van een ander zien. Als een ander lacht, zorgen onze spiegelneuronen ervoor dat we een beetje mee lachen. Als een ander huilt of zichtbaar pijn lijdt, huilen wij een beetje mee of voelen wij ook een beetje pijn. De evolutionaire verklaring voor dit inlevingsvermogen is dat we in de oertijd om te overleven afhankelijk waren van de groep. Door het vermogen je in te leven in het lijden van anderen werd men gemotiveerd de andere leden van de groep te beschermen en bij te staan. Dat inlevingsvermogen gold overigens niet bij leden van andere groepen. Die werden met het grootste gemak afgemaakt..
    Inlevingsvermogen kan worden gemeten via een hersenscan van het betrokken deel van de hersenen. Niet iedereen heeft hetzelfde vermogen tot 'mede' lijden. Psychopaten missen dat vermogen zelfs helemaal. Die ervaren geen enkele emotie bij het lijden van anderen. Die kunnen dus bij de martelafdelingen van geheime diensten snel promotie maken. In de moderne westerse samenleving is voor het individu de afhankelijkheid van de groep steeds kleiner geworden. Individualisering noemen we dat proces. Mensen zijn steeds minder vaak lid van een groep en verbintenissen worden steeds losser. De moderne technologie maakt het mogelijk door het leven te gaan met steeds minder fysiek menselijk contact. Via radio, televisie, telefoon en internet heb je wel contact met anderen, maar je 'voelt' het niet.
    Zoals gezegd: door herhaalde ervaringen of juist het gemis daar aan vormen zich in het brein vaste circuits. Gedrag slijt in. Zou het denkbaar zijn dat het inlevingsvermogen afneemt omdat we minder afhankelijk zijn geworden van anderen en/of omdat we steeds minder vaak direct emotioneel contact hebben met anderen? Het is een huiveringwekkende gedachte. Verschillende keren is aangetoond dat menselijk contact via internet minder emotionele remmingen oproept dan direct fysiek contact. Dat is ook de verklaring voor het gemak waarmee gewelddadige computerspelletjes worden gespeeld of waarmee men zich seksueel blootgeeft. Als we nu eens de komende vijftig jaar van iedere nieuwe generatie de empathie gingen meten!


Naar Psychologische krachten , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]