Toelichting bij Psychologische krachten: zingeving

De Volkskrant, 11-11-2006, door Simone de Schipper

Interview | De grote vragen zijn terug in zijn vak, zegt existentieel psycholoog Sander Koole

De zin van het bestaan mag weer

Fanatisme en wreedheid zijn ten diepste verbonden met angst voor de dood en andere angsten.


Spotten met schedels, uit angst voor de dood? In de zon liggen bakken, omdat je onbewust vreest voor je gezondheid? Televisiekijken terwijl je dat niet wil? Racisme, religie? Als sociaal psycholoog Sander Koole erover vertelt, is hij niet te stuiten.
    Rapper dan Ali B. en Yes-R samen – er moet immers zoveel gezegd, in zo weinig tijd – praat hij alles aan elkaar. En verbindt hij het zelfs aan niet-willen-weten-dat-je-dood-zult-gaan, de zin van het leven, vragen als: ‘wie ben ik’ en: ‘is wat ik doe ook wat ik wil’, en aan het besef dat de mens ten diepste alleen is.
    Want de grote thema’s zijn terug van weggeweest in de psychologie. Terug maar dan anders, vertelt dr. Sander Koole (35; Vrije Universiteit Amsterdam), thuis, in een duet met zijn kraaiende baby.
    Dat schrijft hij deze maand ook in het vakblad Current directions in psychological science. Samen met de co-auteurs (prof. dr. Jeff Greenberg en prof. dr. Tom Pyszczynski) schreef hij tevens een handboek over de experimenteel-existentiële psychologie, zoals de snel groeiende loot aan de psychologische boom wordt genoemd.
    Het gros van de experimentele psychologie is juist onderzoek op de vierkante millimeter, zoals de vraag of een stereotype denkbeeld in 200 of 150 milliseconden geactiveerd kan worden, of misschien zelfs nog sneller? ‘Wetenschappelijk psychologen beperkten zich liever tot wat ze konden zien en aanraken. Levensvragen en hogere cognitieve vermogens werden afgedaan als ruis. Men wilde weg van de filosofie, niet vaag zijn.’
   En filosofen en filosofisch ingestelde psychologen moesten juist niks hebben van de aanpak: ‘iets manipuleren en kijken wat het doet’. Dat zou mensen degraderen tot passieve schakels tussen stimulus en respons, tot simpele automaten.
    Die wederzijdse weerzin dreef de grote vragen en het nauwkeurig onderzoek in twee gescheiden werelden. Zonde, vindt Koole. ‘De reductionistische methode is slechts een methode. Het levert juist een fantastische combinatie op als je er de grote vragen mee bestudeert.’
    Een jaar of tien terug, toen Koole begon met onderzoek, gebeurde dat nog weinig. Sterker nog, woorden als ‘vrije wil’ en ‘doodsangst’ waren taboe onder de experimentelen. ‘Nu mag het weer.’ Het onderzoek staat grotendeels nog in de kinderschoenen, maar het effect van de sterfelijkheid is inmiddels al van alle kanten bekeken.

Abu Graib
Waardoor psychologen nu, als Duitse militairen Afghaanse schedels belachelijk maken, of als Abu Graib-bewaarders hun gevangenen op walgelijk wijze vernederen en martelen, niet meer alleen hoeven te verwijzen naar befaamde onderzoeken uit de jaren zestig en zeventig, toen onderzoeken nog echt ergens over gingen. Toen Philip Zimbardo aantoonde hoe snel groepsprocessen escaleren als je gewone studenten verdeelt in bewakers en gevangen. Toen Stanley Milgram aantoonde hoe afgrijselijk volgzaam mensen zijn als de onderzoeksleider hun opdraagt een ander dodelijke stroomstoten toe te dienen.
    Psychologen van nu kunnen er een factor aan toevoegen: de angst voor de dood. ‘Als mensen aan hun sterfelijkheid worden herinnerd – en dat worden ze in Afghanistan en Irak nogal vaak – hebben ze meer behoefte de superioriteit van hun eigen groep of cultuur te bevestigen, bijvoorbeeld door andere omlaag te halen.
    ‘Dat kun je in het laboratorium meten. Je laat proefpersonen nadenken over hun eigen dood, bijvoorbeeld door vragen te stellen als: wat gebeurt er met je als je doodgaat en welke emoties zul je dan hebben? Vervolgens zijn ze negatiever over andere culturen en over mensen die kritisch zijn over de cultuur van de proefpersonen. En ze reageren positiever op ‘extreme maatregelen om onze cultuur te beschermen’, zelfs als dat de atoombom of jihad is. Herinnerd worden aan de eigen sterfelijkheid werkt polariserend.’
    Het is de kern van de Terror-management theorie, de theorie dat veel gedrag voortkomt uit ‘het probleem van de dood’; weten dat we doodgaan, maar dat niet wíllen weten. ‘Na confrontaties met de dood ontkennen we onze persoonlijke kwetsbaarheid snel (‘ik ben gezond, ik leef nog wel een tijd’) en denken we liever aan wat anders. Maar onder de oppervlakte blijven de onbehaaglijke gedachten en gevoelens sluimeren. Dat leidt tot afweermechanismen die de illusie van veiligheid en onsterfelijkheid moeten repareren en beschermen.
    ‘Mensen gaan dan bijvoorbeeld plotseling meer fitnessen of in de zon liggen, als lichamelijke schoonheid voor hen een bron van eigenwaarde is.’ Vaker nog wordt een indirectere onsterfelijkheid nagestreefd; als je zelf niet superieur of onsterfelijk bent, dan maar je groep, cultuur, ideeën, religie of een ander groter geheel dat het eigen fysieke bestaan overstijgt.
    ‘Als je enorm geschrokken bent, is de directe reactie om jezelf in veiligheid te stellen. De dood zit dan vooraan in je bewustzijn en de reacties zijn dan rationeel. Maar na een minuut of vijf, als de doodsgedachten minder bewust meespelen, wordt de symbolische veiligheid belangrijker en reageren mensen irrationeler. Dan willen mensen bijvoorbeeld thuis op de bank zitten, als het gezin centraal staat in hun waardensysteem.
    ‘Helemaal paradoxaal is het als de door doodsangst ingegeven behoefte aan zingeving juist leidt tot riskant gedrag zoals lang in de zon liggen om mooier te worden; je leven riskeren om je gezin te beschermen, ruzie zoekt om je superioriteit te bevestigen, of meevechten in de jihad.’

Bezweren
De diepmenselijke behoefte om de dood te bezweren en en passant het verlangen naar zekerheid, authenticiteit, vrijheid en superioriteit. Is dat niet wat existentieel filosofen al lang kennen? ‘Nu is het gestaafd met honderden proeven Nu is het meer dan een theorie.
    ‘Dat bleek ook toen de laboratoriumexperimenten precies de reacties op 11/9 voorspelden en op de moord op Theo van Gogh. Zonder dat mensen natuurlijk door hebben waarom ze geen kritiek op de eigen cultuur dulden; zonder te weten dat ze rechts stemmen omdat hun gevoel van veiligheid in gevaar is. Ze denken dan écht dat de moslims het probleem zijn.
    ‘Door al die onderzoeken kun je voorspellingen doen en wellicht ingrijpen. Zoals die uitwassen in de Abu Graib-gevangenis: je weet dat dit in iedere oorlog kan gebeuren, en meer naarmate soldaten zich sterker bedreigd voelen of met de dood geconfronteerd worden. Vooral dan moeten soldaten alternatieven hebben om de superioriteit van hun eigen cultuur uit te drukken. Laat ze met hun vlag zwaaien, voetballen, met zijn allen hun volkslied zingen. In het ideale geval wordt het gemeenschappelijke met de andere cultuur benadrukt; dat helpt ook.
    ‘Uit die experimenten is ook bekend dat het volstaat na een bedreigend incident één keer zoiets te doen. En dat er individuele verschillen zijn; mensen met een hoge behoefte aan structuur reageren bijvoorbeeld extra fel wanneer ze worden herinnerd aan de dood.’
    Dat doodsangst echt de drijfveer is achter vergezochte effecten als stemmen op Bush, spotten met schedels en het vurig verdedigen van de eigen ideeën, is duidelijk, volgens experimenteel-existentieel psychologen. De effecten verdwijnen namelijk snel als proefpersonen (tijdelijk) in een hiernamaals geloven, bleek in een Nijmeegse studie waarin proefpersonen aan de dood werden herinnerd.
    Zoals verwacht hadden ze na de confrontatie meer behoefte aan een positief zelfbeeld, ook als ze in een fictief krantenbericht lazen dat bijna-dood-ervaringen verklaarbaar zijn in termen van chemische stoffen in de hersenen. Proefpersonen die een – ander – krantenbericht lazen waarin bijna-dood-ervaringen werden aangevoerd als wetenschappelijk bewijs voor een hiernamaals, behoefden die zelfbevestiging ineens níet meer. Het geloof in een hiernamaals nam de behoefte weg om de illusies van onsterfelijkheid te beschermen.
    ‘Geloof in een hiernamaals is uiteindelijk van oudsher dé manier om met doodsangst om te gaan.‘ Het geloof als alternatief voor angst en bange agressie? De mens zou de mens niet zijn als hij niet zelfs daarin paradoxaal was. ‘Als iemands gevoel van veiligheid bedreigd wordt, dan heeft hij zoiets als het geloof juist extra hard nodig. Het geloof zelf mag dan niet ter discussie staan.’


Tussenstuk:
De grote vijf

Dood
Wens: voortbestaan.
Bedreiging: het besef dat we zullen sterven.

Eenzaamheid
Wens: zich verbonden voelen met anderen.
Bedreiging: afwijzing, het besef dat men ten diepste alleen is.

Identiteit
Wens: weten wie men is en wat zijn rol in de wereld is.
Bedreiging: tegenstrijdige zelfbeelden; onduidelijke grenzen tussen zelf en anderen; gebrekkige zelfkennis.

Vrijheid
Wens: vrije wil.
Bedreiging: externe invloeden op het gedrag; verantwoordelijkheid voor de eigen keuzen.

Zingeving
Wens: het leven is zinvol.
Bedreiging: gebeurtenissen die willekeurig zijn of strijdig met het eigen waarden.


Terug naar Psychologische krachten  , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]