Bron bij Emotie en ratio: Leertouwer 17 jul.2006

De Volkskrant, 14-07-2006, door Lammert Leertouwer, emeritus hoogleraar vergelijkende godsdienstwetenschap en oud-rector magnificus van de Universiteit Leiden.
 
Heilig vuur, korte lontjes en de lange adem

Overal in de samenleving zoeken mensen naar een nieuwe balans tussen rede en gevoel. Kies met passie voor een koel hoofd, betoogt Lammert Leertouwer.


Toen Willem van Oranje de Antwerpse drukkerij van meester Plantijn bezocht, kreeg hij van de aartsdrukker een gedicht cadeau vol aanbevelingen voor een gelukkig leven. Naast een aardig huis, een schaduwrijke tuin en een trouwe echtgenote had je daarvoor eigenlijk maar één ding nodig: zelfbeheersing. ‘De hartstochten temmen en ze gehoorzaam maken.’
Gehoorzaam aan wie of wat? Aan de rede natuurlijk, het voornaamste wapen van de opkomende burgerij tegen de onredelijke ordening van de maatschappij en de gewetensdwang van de kerk.
    Een kopie van dat vers, afgedrukt op de pers van toen, kun je in Antwerpen nog steeds kopen. Ik ben benieuwd naar de hedendaagse oplaag, want het ideaal van Plantijn was tot voor kort ook dat van onze opvoeders – maar nu lijkt het in de politiek, in de media, in de dynamiek van de multiculturele samenleving en zelfs in de kunst opeens te zijn verdampt.
    Het korte lontje van de emotie lijkt het te winnen van de lange adem van de rede. Overal wordt gezocht naar een nieuwe balans tussen gevoel en verstand. De heet-gestookte emotie van de televisie versus de koele analyse van de krant, de politieke-dossierhoeders tegen de dito populisten, de cijferaars in het bedrijfsleven tegenover de managers die met overlevingsweekenden en leiderschapscursussen mikken op de creatieve hartstochten van hun medewerkers.
    In de kunstwereld staat de uiterst toegankelijke popmuziek naast en tegenover de elektronische bedenksels van serieuze componisten en strijdt de neiging tot steeds meer abstractie met het streven van elke kunstuiting een evenement, zo niet een familie-uitje te maken.
    De biologen leren ons dat emotie berust op een chemische reactie van het organisme, dezelfde die optreedt bij een plotseling opdoemend gevaar of een andere uitdaging in de omgeving. Dat betekent dat ook in een emotiecultuur nog steeds opvoeding nodig is om de noodzakelijke balans te bereiken en dat wij daarmee vanaf de wieg tot het graf bezig blijven.
    Een om voedsel of troost krijsende baby ontmoet meestal begrip, maar Zidane krijgt voor een spontane kopstoot zonder pardon een rode kaart. Terecht, want sinds Sigmund Freud weten we dat wij behept zijn met onbehagen tegenover de beschaving en dat er tegen die levensbedreigende kwaal maar een remedie bestaat: ontberen moet je, je moet ontberen!
    Deze echo van het, milder geformuleerde, advies van Plantijn wijst erop dat er met het beroep op de emotie iets tegenstrijdigs aan de hand is. De moderne leefomgeving voorziet ons mondjesmaat van prikkels voor het verstand, nu het onderwijs onherstelbaar is opgeleukt, de cultuur in de media en op de podia met een achterhoedegevecht bezig lijkt en internet van iedere interessante mug een logge olifant maakt. Des te rijker is het aanbod aan emotionele prikkels, maar de meeste daarvan doen een beroep op onbehagen, angst of hebzucht; als ze zich al als positief vermommen, gehoorzamen ze aan de oude wijsheid dat lekker maar een vinger lang is. Het lijkt er dus op, dat ook vandaag een koel hoofd meer waard is dan welke bij elk zuchtje wind opvlammende emotie dan ook.
    Waarom dan die modieuze zoektocht naar emotie als bron van creativiteit, verdraagzaamheid en van weerstand tegen de waan van de dag? Komt die uitsluitend voort uit teleurstelling over wetenschap en technologie, die de wereld – althans voor de rijken – comfortabeler en beheersbaarder heeft gemaakt, maar haar tegelijk heeft onttoverd, ontdaan van visioen en droom? Gaat het om een nostalgisch verlangen naar het geduld van de kathedralenbouwers en de zelfopofferende passie van iemand als Marie Curie, naar klokkenluiders, profeten en martelaren?
    Misschien. Toch denk ik dat er meer aan de hand is. Iedereen immers die in wetenschap of kunst, in ondernemerschap of onderwijs weleens zijn vingers heeft gebrand aan een bij het begin onhaalbaar lijkende opgave, kent de prioriteit in dat proces. Het verstand is de motor, maar de passie is de brandstof. De rede is het instrument, omdat zij corrigeert en ordent, maar de passie opent vergezichten en drijft ons door de nederlagen en struikelblokken heen op weg naar het doel. Dat geldt voor mijn kleindochter, die mij vol hartstocht haar eerste krassen op de viool laat horen, evenzeer als voor de Nobelprijswinnaar en voor iedere zwoeger daartussenin.
    Die stelling ontleen ik aan de grote sterrenkundige Hendrik Jan Oort, die geduldig had uitgerekend dat de later naar hem genoemde nevel moest bestaan, maar de sommen niet rond kon krijgen. Zijn vrouw werd er horendol van en stuurde hem naar het Katwijkse strand om uit te waaien. Daar, ver van het paleis der rede, de sterrenwacht, vond hij de oplossing. Als bij toverslag. De rede plaatste een schijnbaar onneembare horde op zijn pad, maar zijn passie nam een aanloop in het zand en sprong eroverheen.
    Als het echt ergens om gaat, is die volgorde principieel onomkeerbaar. Emotie kan de rede wekken, maar de rede brengt inzicht voort, geen hartstocht. In de alledaagse praktijk is er een tweerichtingsverkeer nodig: de bron gaat voor het instrument, maar het instrument keurt op zijn beurt de zuiverheid van de bron.
    Misschien is het vragen om een balans tussen die twee wel hoogmoed. Want ook wie gezegend is met een zuivere bron van emotie en een even zuivere rede, blijft een mens en is dus vatbaar voor de prikkels van angst, zelfrechtvaardiging en hebzucht. De kompasnaald van onze cultuur zal steeds weer uitslaan, nu eens naar links, dan weer naar rechts, omdat ze gevoelig is voor schokken en prikkels.
    Dan komt het aan op individuen die hun kwetsbaarheid kennen en die juist daarom zichzelf kunnen bijsturen om koers te houden. Het hart, zei Blaise Pascal, heeft redenen die de rede niet kent. Wie verlangt naar een beschaafde wereld, ontkomt er niet aan ook die redenen op te sporen en ze te verwerken in wat hij wil, doet en droomt.

Lammert Leertouwer is emeritus hoogleraar vergelijkende godsdienstwetenschap en oud-rector magnificus van de Universiteit Leiden. Hij schreef dit stuk naar aanleiding van het symposium Emotie als Motief? dat de VeerStichting op 12 en 13 oktober in de Pieterskerk te Leiden organiseert. De VeerStichting, opgericht in 1979, beoogt met onder meer een jaarlijks symposium de dialoog te stimuleren tussen studenten en vormgevers van de maatschappij. Sprekers dit jaar zijn onder anderen David Trimble, Ben Verwaayen en Sadik Jalal al-Azm.
 

IRP:   Leertouwer is oud-hoogleraar godsdienstwetenschappen, en als zodanig in principe volledig in het kamp der emotionelen - want als er iets is dat staat voor de emotie en tegen de ratio, is het de religie wel. Zijn oproep voor evenwicht kan dus als niets anders gezien worden als een steun aan meer invloed van de ratio. Dat blijkt ook heel; duidelijk uit de gegeven voorbeelden, waarin de emotie, dat wil zeggen: haar overheersing van de ratio, leidt tot problemen. En ook uit zijn positieve voorbeeld: hoe zeer het moment van Hendrik Jan Oort dan ook een emotioneel moment kan zijn (intuïtief moment is waarschijnlijk beter), het is een extra bovenop het rationele proces, en niet andersom.


Terug naar Ratio en emotie , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]