Bron bij Weerstand tegen de ratio: wetenschapsjournalisten

Hoe diepgaand deze weerstand is blijkt uit het feit dat zelfs wetenschapsjournalisten er op onbewaakte momenten op betrapt kunnen worden. Wat er dan waarschijnlijk gebeurd is dat hun achtergrond als schrijver, creatieveling, het tijdelijk wint van de achtergrond van wetenschappelijke kennis, hetgeen zich uit in "maar" stukken. Onderstaand een analyse van een prachtig voorbeeld (bron en andere reacties volgen)


Wetenschap en religie

Vredig lezende op de vroege zaterdagmorgen wordt het geestesoog van de hoofdredacteur van het IRP getroffen door een artikel van wetenschapsredacteur van de Volkskrant Marcel Hulspas, over de wetenschap als denksysteem (de Volkskrant, 23-07-2005). Zijn kapstok is een enquête gehouden op het internet, met het verzoek aan de ondervraagden de waarde van de wetenschap in een enkele zin samen te vatten. Overigens vermeldt Hulspas niet hoe de vraag in het Engels was gesteld, maar we mogen veilig aannemen dat het over science ging, in welk geval de enquête niet over wetenschap maar over natuurwetenschap ging. Toch een ander onderwerp.

Hulspas bouwt zijn artikel lekker op, beginnende met allerlei gegeven alternatieven, maar al redelijk snel toewerkend naar de meest passend gebleken versie, namelijk dat wetenschap een methode van denken en kijken naar de werkelijkheid is, met als essentie een ingebouwd controleproces op zijn bevindingen en theorieën.

Terwijl de lijst van alternatieven met al zijn wetenschappelijke verworvenheden langs komt, voelt men het "maar" dat er zit aan te komen steeds groter worden. Dat idee wordt al gevoed door de kop van het artikel, want die luidt 'Bescheidenheid siert de wijzen'. Op ongeveer eenderde is het ook min of meer duidelijk waar het pad van het "maar" naar toe leidt: naar de hemel.

Nog een paar alinea's verder passeren we de hemelpoort en gaan we, het vermoeden van de hoofdredacteur bevestigend, het rijk van de grote "maarder" van de wetenschap binnen, het rijk van God. In de laatste derde van het artikel krijgen we een kort verslag van de worsteling van de mensheid met zijn behoefte aan absolute wet en zingeving in de wereld, en de uitkomst van die worsteling voor wat betreft de wetenschappelijke wereld zelf: God is niet van belang.

Dat is niet voldoende voor Hulspas, en hier komt het: 'Maar dat wil niet zeggen dat het wereldbeeld van de wetenschap superieur en zaligmakend is.' En Hulspas leert de wetenschap na nog een paar zinnen de les: 'Dat theorieën slechts een beperkte houdbaarheid hebben, dat het nuttig kan zijn oude overtuigingen te laten varen en in te ruilen voor betere. De wetenschap leert ons dat alle kennis beperkt is - om te beginnen de wetenschappelijke. Dat is geen standpunt dat wetenschappers graag uitdragen. ... Als ze de plaats van de mens zo goed kunnen relativeren, dan moeten ze toch zelf ook in staat zijn zelf een stapje terug te doen, en niet meer rond te bazuinen dat zij de uitverkorenen der aarde zijn.'

Op dit moment gaat er ineens nog een licht in de geest van de hoofdredacteur branden, want dit denkproces heeft hij de laatste tijd al twee keer eerder gezien, een proces dat bij gebrek aan een beter woord nu maar even de spookaanval wordt genoemd uitleg of detail . In het geval Hulspas gaat het over wetenschap versus God. En hij verdedigt God door de tegenstand, de wetenschappers, iets toe te dichten, namelijk het rondbazuinen dat zij de uitverkorenen der aarde zijn. Nergens in de de antwoorden op de enquête die Hulspas doorneemt komt dit rondbazuinen voor. En Hulspas zal misschien wel een enkel geval van wetenschappelijk opscheppen vinden, maar nergens iets vinden dat de term rondbazuinen rechtvaardigt. Wat er wel gebeurd is dit: wetenschappers wordt iets over hun resultaten gevraagd, en vertellen over die resultaten. Die zijn overweldigend. Daarbij hoeft niets te worden rondgebazuind, het kan bij simpele opsommingen blijven. Dat is de boodschap die de wetenschap afgeeft. De boodschap die Hulspas ontvangt, van het rondbazuinen, zit in zijn eigen hoofd. Hij vertaalt de opsomming van successen als een superieur rondbazuinen. En hij kan dat ook als zodanig interpreteren, omdat hij die interpretatie al in zijn hoofd heeft: hij weet al dat de resultaten van de wetenschap superieur zijn, dus dat hoeven de wetenschappers hem helemaal niet te vertellen, dat kan hij zelf wel invullen. En hij vult het in. En daarna gaat hij dit rondbazuinen van superioriteit aanvallen. En dit, zoals overduidelijk blijkt uit het laatste deel van zijn  artikel, ter verdediging van het grootste slachtoffer van de superioriteit van de wetenschap: het rijk van God en zijn openbaringen en heilige boeken. Het artikel van Hulspas kan eigenlijk niet anders gelezen worden als een verdediging van de wereld van de religie, en als Hulspas dat niet bedoeld, is het volkomen onduidelijk wat hij wel wil zeggen. Ervan uitgaande dat hij echt wat wil zeggen, nemen we het eerste aannemen.

Deze vorm van argumentatie is een bron van twee belangrijke wetenswaardigheden: de vooringenomenheid van de bedenker, en de krachtsverhouding binnen de inhoudelijke discussie. Om met dat laatste te beginnen: het is dus Hulspas zelf die de superioriteit van de wetenschap onbewust invult: met zijn onbewuste geest beschouwd hij zelf de wetenschap als superieur. En het andere: met zijn bewuste geest verzet hij zich tegen deze onbewuste kennis, want bewust stelt hij dat de wetenschap die superioriteit niet moet rondbazuinen.

Dit is het spagaat waar de wetenschapsjournalist in zit: zijn bewuste geest weet dat de wetenschap superieure resultaten oplevert, en zijn onbewuste geest, met zijn emoties, wil zich niet door de wetenschap en haar ratio laten beperken. Men mag veilig aannemen dat voor journalisten die niet dagelijks met hun neus op de wetenschappelijke reusltaten worden gedrukt, dit proces oneindig veel ongunstiger zal verlopen.


Terug naar Weerstand tegen de ratio , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]